60 jaar Ontketend Nederland: hoe een huwelijk en een rookbom alles veranderden
Artikel beluisteren
Het jaar 1968 was wereldwijd het jaar van spontane opstanden tegen de maatschappelijke orde. Van New York, Berkeley en Chicago tot Parijs, Praag, Rome, Warschau, Tokio en Mexico-Stad gingen rebellen de confrontatie aan met de autoriteiten in het algemeen en de oproerpolitie in het bijzonder.
Black Power manifesteerde zich met gebalde vuisten op de Olympische Spelen. Feministen verstoorden de Miss America-verkiezingen. Demonstranten dwongen het filmfestival in Cannes en de Biënnale in Venetië tot het sluiten van de deuren. Iedereen kon het overal in de wereld live meebeleven op televisie – waardoor de impact van de woelingen revolutionaire proporties aannam.
In Nederland keken ze er minder van op, want de revolte begon bij ons twee jaar eerder. Om precies te zijn op 10 maart 1966, de dag waarop kroonprinses Beatrix in Amsterdam ging trouwen met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg. Als elfjarige zesdeklasser behoorde ik tot de ruim twee miljoen Nederlanders die de rookbommen in de Raadhuisstraat op tv zagen ontploffen.
Het was het begin van een nieuw tijdperk, van Ontketend Nederland.
Tucht en ascese
De jaren vijftig waren jaren van tucht en ascese. Nederland was weliswaar een democratie, maar gehoorzaamheid aan het gezag was de norm. In het begin van de jaren zestig kwam daar verandering in. De welvaart nam toe, evenals het onbehagen met het paternalistische staatsbestel. Het begon te broeien, met name in de hoofdstad.
De dichter Simon Vinkenoog en de kunstenaar-glazenwasser Robert Jasper Grootveld organiseerden ‘happenings’. Dat was theatrale actiekunst als protest tegen de ‘nicotineverslavende consumptiemaatschappij’. Het was de bedoeling dat de omstanders deelnamen aan de activiteit. Maar de jongeren die op de happenings afkwamen bleken meer geïnteresseerd in het spektakel dan in het omverwerpen van de bestaande orde.
Op 25 mei 1965 kondigde de Amsterdamse student Roel van Duyn de oprichting van Provo aan. De revolutie moest komen van het ‘provotariaat’: van ‘beatniks’, nozems, studenten, kunstenaars en andere randfiguren. Van Duijn moest niks hebben van het ‘klootjesvolk’ (de arbeidersklasse) en van de ‘misselijk makende middenstand’.
Het eerste nummer van het blad Provo, met als ondertitel Jongerentijdschrift ter vernieuwing van het anarchisme, bevatte een handleiding voor het maken van explosieven. Dat was aanleiding voor de Amsterdamse officier van justitie om het blad in beslag te nemen en de redacteuren Van Duyn, Rob Stolk, Luud Schimmelpenninck en Hans Metz in hechtenis te nemen.
De provo’s waren bedreven in het op stang jagen van de autoriteiten, maar waar was het lont dat de revolutie moest doen ontbranden? Dat zou de partnerkeuze van Beatrix blijken – en de verkrampte manier waarop Het Bestel, zoals de gevestigde orde werd genoemd, daarop reageerde.
Beatrix en Claus hadden elkaar ontmoet in de zomer van 1964 op de bruiloft van een Duitse prins en prinses in Bad Berleburg, Noordrijn-Westfalen. Op 1 mei 1965 werd het paar door John de Rooy gefotografeerd in de tuin van kasteel Drakesteyn. Wie die man aan de arm van Beatrix was, wist niemand. Dat werd namelijk angstvallig geheimgehouden door de betrokkenen, inclusief de Rijksvoorlichtingsdienst. Ontkend werd zelfs dat er überhaupt sprake was van een romance.
Ban gebroken
De Rooy bood zijn zes foto’s aan bij de Haagse Post, De Telegraaf en het Nieuws van de Dag. Maar die durfden niet te publiceren. De Britse Daily Express, oplage vier miljoen, had lak aan de dreigementen van de Nederlandse regering. De tabloid publiceerde de foto onder de kop ‘Wie is haar geheime huwelijkskandidaat?’
De Rooy werd overstelpt met haat, verwijten en een berisping van de Vereniging van Fotojournalisten. Maar de ban was gebroken: de fotograaf was nu dag en nacht zijn foto’s voor opdrachtgevers in binnen- en buitenland aan het afdrukken. De Telegraaf wist al snel te melden dat het ging om de Duitse diplomaat Claus von Amsberg.
De hel brak los in Nederland. Prominenten uit het voormalig verzet vonden het ‘onverdraaglijk’ dat een Duitser als Prins der Nederlanden zou deelnemen aan de herdenkingsplechtigheden op 4 en 5 mei. Het maandblad De Gids eiste dat Beatrix afstand zou doen van haar troonrechten.
Maar wat had Von Amsberg nu eigenlijk tijdens de oorlog uitgevoerd? Als gymnasiast was hij verplicht lid geweest van de Hitlerjugend. Hij had gediend in de Wehrmacht in Italië, maar geen schot gelost. Als 18-jarige werd hij in mei 1945 door de Amerikanen krijgsgevangene gemaakt. Eind 1945 kon hij terugkeren naar het familielandgoed in Dötzingen. Het viel dus nogal mee met het oorlogsverleden van Claus von Amsberg.
Vanuit Paleis Soestdijk maakte koningin Juliana op 28 juni 1965 de verloving van Beatrix (27) met Claus (38) op televisie bekend. Zo kon het Nederlandse volk kennismaken met de toekomstige echtgenoot van de kroonprinses. Von Amsberg werd geïnterviewd door de journalist Herman Felderhof. Die vroeg hem of hij in zijn jeugd geen antisemiet was geweest, of hij wel eens een film over concentratiekampen had gezien, of hij al gesproken had met mensen uit het voormalig verzet. Claus onderging het verhoor gelaten en gaf de antwoorden die van hem verwacht werden. Pas na deze knieval van de aanstaande schoonzoon reageerde de pers met kwalificaties als innemend, sympathiek en er goed uitziend.
Nu kon de organisatie van het huwelijk ter hand worden genomen. De Amsterdamse burgemeester Gijs van Hall had evenwel geen zin in de koninklijke trouwpartij. Hij had er bij premier Jo Cals op aangedrongen om de plechtigheid in Den Haag te laten plaatsvinden. Beatrix zelf had daar geen bezwaar tegen. Maar Cals wilde niet wijken voor de weerstand die haar partnerkeuze vooral in Amsterdam had opgeroepen. Zo moest Van Hall tegen heug en meug de klus klaren op 10 maart 1966.
Boycot
De burgemeester kreeg al meteen te maken met een boycot van de plechtigheid door zeven leden van de PvdA-fractie en de fracties van PSP en CPN. Er was ook een VVD-raadslid dat was thuisgebleven: Hans Gruijters. Hij was chef buitenland van het Algemeen Handelsblad en eigenaar van twee kroegen. Hij had dan ook, naar eigen zeggen, ‘wel wat beters te doen’.
VVD-leider Edzo Toxopeus was razend. Door te bedanken voor de uitnodiging had Gruijters ‘de trouw van de VVD aan de constitutionele monarchie verdacht gemaakt’. Gruijters trad daarop uit de VVD. Hij zou enkele maanden later een nieuwe partij oprichten onder de naam Democraten ’66.
Intussen keken de in de Westerkerk verzamelde gasten ontstelt op een monitor naar een met rookflarden omgeven Gouden Koets. De bruid zelf bleef onverstoorbaar glimlachen alsof er niets aan de hand was.
Honderden demonstranten scandeerden ‘Republiek! Republiek!’ Er gingen pamfletten rond met teksten als ‘Die Mörder sind unter uns’ en ‘Bitte Schupo, die Westerkirche ist doch in der Nähe des Getto’s?’
De politie sloeg er met de lange lat flink op los en dreef zo de demonstranten uiteen. Agenten, onder wie ook joodse, werden uitgescholden voor SS’er. Provo zag zich als de rechtmatige opvolger van de strijders tegen de Duitse bezetter.
Het bleef nog de hele zomer van 1966 onrustig in Amsterdam. Televisiebeelden van de rellen maakten duidelijk dat de politie de zaak niet meer in de hand had. De gemoederen liepen hoog op, tot aan de Tweede Kamer aan toe. Hoofdcommissaris Hendrik Jan van der Molen werd ontslagen door minister Jan Smallenbroek van Binnenlandse Zaken. Niet veel later werd ook burgemeester Van Hall tot aftreden gedwongen.
Eigenlijk stond Het Bestel als geheel in zijn hemd. De leiders van de ‘geleide democratie’, zoals de top down politiek in het verzuilde Nederland ook wel werd genoemd, hadden de macht over het stuur verloren.
Ontluisterend beeld
In de Partij van de Arbeid deden de jongelui van Nieuw Links een geslaagde greep naar de macht. In de nacht van 14 op 15 oktober stuurde KVP-fractievoorzitter Norbert Schmelzer het centrumlinkse kabinet van zijn partijgenoot Cals naar huis. Voor het eerst in de geschiedenis was een Kamerdebat rechtstreeks op televisie uitgezonden. De confrontatie bood de talrijke kijkers tot diep in de nacht een ontluisterend beeld van het politieke bedrijf.
De vervroegde verkiezingen van 15 februari 1967 betekende een ongekend pak slaag voor regeringspartijen KVP en PvdA. D’66 was met Hans van Mierlo de grote winnaar en ook de Boerenpartij van Hendrik Koekoek deed goede zaken. De politiek raakte op drift: de gemiddelde levensduur van een kabinet was tussen 1966 en 1982 minder dan twee jaar.

Hans Wansink is historicus en journalist. Dit artikel is ontleend aan zijn onlangs verschenen boek ‘Ontketend Nederland. Van Provo tot PVV’. Het boek is verschenen bij Uitgeverij Blauwburgwal, kost €29,95 en is HIER te bestellen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















