Verantwoordelijken voor rampspoed rond Stek Oost zijn blind voor de realiteit uit angst voor sociale uitsluiting

AndreaSpeyerbach 5-3-26
Het appartementencomplex Stek Oost in Amsterdam. Beeld: modulairewoningbouw.nl

Artikel beluisteren

Er is inmiddels aardig wat gezegd en geschreven over de rampzalige situatie rondom Stek Oost. De ‘incidenten’, de bestuurders die geen verantwoordelijkheid nemen maar vingerwijzen naar het Rijk, de schaamteloosheid van de gemeenteraadsleden die lachen om piemelgrappen tijdens een bespreking van ernstige zedendelicten, en als kers op de taart de ‘er is overal wel wat’-wegwuiverigheid van de verantwoordelijk wethouder.

Wat in al deze schrijfsels en analyses onbeantwoord blijft, en waarover ik mij met decennia aan data over soortgelijke ‘incidenten’ een steeds vastomlijnder idee begin te vormen, is de vraag: wat bezielt deze mensen?

Fijnbesnaarde ziel

Het gaat om een menstype dat er alles aan is gelegen de realiteit buiten de deur te houden, ten koste van alles en iedereen, om de eigen ideologie te behouden.

Is er een meisje vermoord of verkracht door een asielzoeker, dan is het probleem alle mannen, of inmiddels ‘mensen met een piemel’ want het is in sommige kringen lastig om precies te zeggen wat een man is, en moet er nodig iets aan de straatverlichting gebeuren.

De deflectie mag krankzinnige vormen aannemen. Sterker nog: hoe absurder, hoe beter. In de absurditeit toont zich de morele verfijning. Dat werkelijk iedere Jan met de korte achternaam kan voorzien wat er gebeurt wanneer je een hoop mannen uit culturen waar geen age of consent bestaat en vrouwen nauwelijks meer zijn dan eigendom, opsluit in een soort Big Brother-huis met studentes, is precies de reden waarom de fijnbesnaarde ziel het niet voorziet.

Het doel van de deflectie is geen waarheidsclaim, maar het etaleren van deugdzaamheid aan de eigen sociale klasse. Hoe doe je dat beter dan door je zo ver mogelijk moreel en conceptueel te distantiëren van de common sense van de commons? Uiteindelijk is alles terug te voeren op Pierre Bourdieu.

Een van de meest sprekende voorbeelden van dit fenomeen is de uitspraak van een artieste, wier verstand, zoals vaker voorkomt, invers is gecorreleerd met haar artistiek talent, in reactie op weer een verkrachting door een derdewereldklant: als zij niet was verkracht door een asielzoeker, was zij verkracht door iemand anders. Een adembenemende contrafeitelijke uitspraak waarover je in een college filosofie over de aard van causaliteit nog een aardige tentamenvraag kunt stellen.

Uitsluiting

Op de concrete vraag aan dit soort ideologisch bezeten zeloten hoeveel verkrachtingen en moorden zij bereid zijn te tolereren voordat hun geloof dat diversiteit in alle gevallen een verrijking is wankelt, wordt doorgaans hysterisch gereageerd. Onder de dekmantel van morele zuiverheid schuilt de angst om uit de eigen sociale kring te worden gezet op het moment dat iemand de zaak in ernst zou willen onderzoeken. Want dan moet worden geconcludeerd dat er een antwoord mogelijk is op de vraag wat voor soort mannen dit soort dingen doen, en dan volgt er ook een oordeel over de wenselijkheid van het binnenhalen van steeds meer van dit soort mannen, en dat is nu juist die glijdende schaal naar de realiteit waar dit menstype koste wat kost vanaf wil blijven.

Het antwoord op de vraag hoeveel moorden, verkrachtingen, onveiligheid en maatschappelijke en politieke onrust acceptabel is om maar te kunnen blijven vasthouden aan de gemoedsrust van het eigen morele gelijk en opname in de eigen sociale kring, is kortom: oneindig. Want anders moet er wellicht ‘gediscrimineerd’ worden, en dat is slecht en leidt tot uitsluiting uit de sociale kring. Want anders moet er wellicht ‘rechts’ gestemd worden, en dat is slecht en leidt tot uitsluiting uit de sociale kring. Ad infinitum.

Om het florissante zelfbeeld te kunnen handhaven is het geoorloofd te lachen met moord en verkrachting, met het verdwijnen van de Westerse leefwereld, de vervreemding van de gewortelde bevolking van haar eigen wortels, om alle zorgen die tegen de ideologie ingaan weg te zetten als een terugkeer van ‘fascisme’, de definities van concepten op te rekken tot voorbij iedere betekenis. Het met de klamme mantel der eufemismen als ‘we snappen dat je je onveilig hebt gevoeld’ bedekken van de doodsangst van studenten over het onveilig zijn in de eigen kamer, het eigen huis, het eigen land om voorbij te kunnen gaan aan het ongemakkelijke feit dat de lukrake samenwerping van mensen in een kamer, een huis of een land nooit had mogen plaatsvinden.

Want de vervolgstap in die denkrichting is namelijk dat die samenwerping niet alleen moet worden gestopt, maar ook zo spoedig mogelijk moet worden omgekeerd. En dat zou ongezelligheid opleveren op feestjes, partijtjes, redacties.

Vertwijfeling

Het deugnarcisme van de apologeten van rampspoedig beleid is in de kern een zelfdienende ideologie die onder het mom van medemenselijkheid ten diepste immoreel is, omdat het uit eigenbelang bereid is ongelimiteerde schade te tolereren en veroorzaken, zolang het deugende individu kan blijven zwemmen in het pislauwe zwembad van het eigen gelijk.

Zolang de sociale status van dit soort mensen conditioneel is op het niet kunnen waarnemen van de realiteit, zullen ze de kosten van hun morele verfijning blijven afwentelen op de samenleving en zullen de veroorzakers van de ellende de enigen zijn die in vertwijfeling achterblijven over hoe het allemaal toch zo uit de hand heeft kunnen lopen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!