Een doctorstitel behalen op het hbo? Nee, daarvoor is het nog veel te vroeg
Artikel beluisteren
Er bestaat een essentieel verschil tussen instellingen van hoger beroepsonderwijs (hbo) en universiteiten. Op universiteiten besteden de academici gemiddeld ongeveer de helft van hun tijd aan onderzoek. Op hbo’s bestaat geen traditie om aan onderzoek te doen. Toch wil de overheid dat er onderzoeksscholen komen voor afgestudeerde hbo-studenten. Voorlopig kunnen we daar maar beter niet aan beginnen.
Docenten aan een universiteit worden geacht gepromoveerd te zijn en, naast het geven van onderwijs, onderzoek te doen. Een docent heeft er alle belang bij goed onderzoek te doen, want zijn of haar carrière wordt voornamelijk bepaald door het aantal publicaties in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften.
Docenten aan een hbo geven veelal alleen onderwijs en hebben geen onderzoekervaring. Om in deze lacune te voorzien, bestaat sinds een aantal jaren de figuur van de lector. De lector combineert onderzoek en onderwijs, net als docenten aan de universiteit. Lectoren initiëren onderzoek onder collega-docenten en proberen een onderzoeksgroep te vormen en te leiden. Dat onderzoek is praktijkgericht, omdat ook het onderwijs op het hbo praktijkgericht is.
Spreiding in capaciteiten
Op de grote alfa-faculteiten, zoals economie, psychologie en politicologie, werken veel academici. En als ergens veel mensen werken, is het onoverkomelijk dat ook de spreiding in capaciteiten groot is. Aan de economische faculteiten in Nederland werken bijvoorbeeld een kleine 2000 academici, ongeveer net zoveel als op de dertig beste economische faculteiten in de Verenigde Staten. Van die Amerikaanse academici wordt verwacht dat ze onderzoek van topniveau afleveren. Bij ons wordt daar ook van uitgegaan en het universitaire budget is erop afgestemd, maar het is onvoorstelbaar dat een klein land als Nederland net zoveel talent herbergt als de topfaculteiten in de VS. Een groot deel van de Nederlandse academici aan de grote alfa-faculteiten kan haast per definitie niet het talent hebben om onderzoek te doen van internationaal niveau.
Op academische faculteiten kunnen studenten assistent in opleiding (aio) worden nadat ze eerst een master hebben afgerond. Deze aio’s doen onderzoek, bijgestaan door meestal meerdere begeleiders. Dat kunnen hoogleraren zijn, maar ook universitaire hoofddocenten (in het Engels: associate professors). Het doel is tot een proefschrift te komen waarmee de aio de titel van doctor (afgekort dr.) verkrijgt. De overheid keert voor elke voltooide promotie een bedrag uit van ongeveer 95.000 euro. Daar moet een universiteit ook het (lage) salaris van een aio van betalen.
Het idee van academische proefschriften is dat ze de theoretische en empirische wetenschap verder helpen. Er zijn zeker goede, zelfs briljante proefschriften. Er zijn echter ook middelmatige, zelfs slechte proefschriften. De kwaliteit ervan hangt op de eerste plaats af van het talent van de aio. Maar ook diens begeleiders spelen hierbij een rol. Niet iedere begeleider is even geschikt, zelfs niet als hij of zij een goede onderzoeker is.
Laten we zeggen dat een kwart van de Nederlandse academische economen voldoende is gekwalificeerd als onderzoeker en dus tevens in staat is om een aio te begeleiden. Neem ook aan dat er per aio in ieder geval twee begeleiders moeten zijn. Neem ook aan dat iedere begeleider maximaal twee aio’s tegelijkertijd van dienst kan zijn. Aangezien een aio vier jaar over zijn promotie mag doen, zal iedere begeleider om het jaar een promotie kunnen afronden. Een snelle rekensom levert dan op dat er ieder jaar gemiddeld ongeveer 125 promoties kunnen plaatsvinden. Interessant genoeg is dat bij benadering ook het aantal promoties dat jaarlijks aan de economische faculteiten in Nederland wordt afgerond.
Hbo’s zien al jaren dat universiteiten een groot onderzoekbudget krijgen, terwijl zij zelf hun onderzoek grotendeels uit externe middelen moeten financieren. Maar zij doen wel degelijk onderzoek, al is het dan praktijkgericht. Wat mij betreft kunnen de hbo’s een groter onderzoeksbudget krijgen, maar alleen als ze ook werkelijk presteren op onderzoeksgebied. Dat is, denk ik, momenteel niet gegarandeerd.
Geen onderzoekstraditie
Ik zie minstens twee problemen die ik – toegegeven – vooral baseer op wat ik zelf heb gezien heb op hbo’s met een economische of juridische opleiding.
Het eerste probleem is dat er niet echt een onderzoekatmosfeer heerst op de gemiddelde hbo-instelling. Zoals gezegd doen de meeste hbo-docenten geen onderzoek. Er is dus een behoorlijke verandering in personeelsbeleid nodig om een onderzoektraditie op het hbo te vestigen.
Het tweede probleem is dat de lectoren nogal geïsoleerd lijken te staan in de organisatie. Zij moeten zelf een onderzoekgroep bij elkaar zien te vissen. Dat is nogal een uitdaging.
Nu is het dus zelfs de bedoeling dat studenten bij het hbo na hun master door kunnen gaan voor een promotieplaats. Zij doen dan net als de aio’s op universiteiten onderzoek. Het onderzoek dat ze gaan doen moet beroepspraktijk gericht zijn. De opleiding die zij gevolgd hebben was dat immers ook. Zij schrijven dan ook niet noodzakelijk een proefschrift zoals de aio’s, maar komen met oplossingen voor praktische problemen, bijvoorbeeld in de vorm van een beleidsadvies en krijgen in ruil daarvoor een extra titel: Professional Doctor (PD). De rijksoverheid is inmiddels aan een consultatie begonnen, om de meningen te peilen of de invoering van de titel gewenst is. Gezegd wordt dat er veel vraag is naar hooggekwalificeerde professionals die werken aan onderzoek en ontwikkeling in de praktijk.
Goed idee? Van mij mag het, maar ik zie alweer twee problemen. Het eerste probleem is dat het aantal mensen dat gekwalificeerd is om studenten tijdens hun promotietraject te begeleiden in het hbo zeer beperkt is. Eigenlijk zijn op het eerste gezicht voornamelijk de lectoren en een enkele docent met onderzoekbelangstelling min of meer geschikt. Ik schrijf ‘min of meer’, omdat ook niet alle lectoren veel ervaring in praktijkgericht onderzoek hebben.
Het tweede probleem is dat het moeilijk zal zijn te beoordelen wanneer het onderzoek van PD-studenten van voldoende niveau is om het geven van de PD-graad te rechtvaardigen.
Geldt dat laatste dan op academisch niveau niet? Ja ook, maar toch minder. De ‘echt serieuze’ proefschriften bevatten minstens twee hoofdstukken die in internationale wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd kunnen worden. Sommige aio’s publiceren zelfs al delen van hun proefschrift voor ze gepromoveerd zijn. Dat geeft een stempel van kwaliteit die de doctorstitel rechtvaardigt. Bij het PD-onderzoek zou de kwaliteitsstempel moeten zijn of de aangedragen oplossingen werken.
Niet het geschikte moment
Dat en meer staat beschreven in het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO). Kijken we naar de pilots die momenteel lopen met maar liefst 164 kandidaten in 7 domeinen, dan zie we een grote variatie aan projecten. Sommige daarvan zitten tegen het academische niveau aan. Er zijn echter ook projecten waarvan je je kunt afvragen hoe de kwaliteit van het verrichte werk ooit gemeten moet worden. Met de kwaliteitsstandaarden van het BKO kom je niet ver. Die zijn zo algemeen dat ze niet geschikt zijn om als professionele meetlat te dienen.
Neem de mogelijkheid om te promoveren op een beleidsadvies. Maar wat is een kwalitatief goed beleidsadvies? Recent was er een beleidsadvies van Nederlandse topambtenaren over de AOW, waar ik eerder over schreef. Dat advies ging uit van een onvolledige analyse van de ontwikkeling van de AOW en was vooral een herhaling van een advies dat al dertig jaar in Nederland rondwaart. Dat kwam dan van topambtenaren waarvan je een hoogwaardig advies verwacht. Niet dus.
Het is nu niet het geschikte moment het onderwijsaanbod aan het hbo uit te breiden met een PD-traject. Het lijkt me eerder verstandig om het personeelsbeleid zo in te gaan richten dat er meer docenten met onderzoekervaring worden benoemd. Die docenten moeten dan ook tijd krijgen om onderzoek te doen. Dat zal tot de opbouw van een onderzoektraditie aan het hbo kunnen leiden. Als het eenmaal zo ver is, moeten we maar weer eens de invoering van een PD-opleiding gaan overwegen.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank! 






















