Schokkend nieuws voor gendergelovigen: de theorie van Charles Darwin geldt ook voor mensen
Artikel beluisteren
Deze maand was er nogal wat opwinding over een groot onderzoek naar prehistorisch humaan DNA, onder leiding van David Reich, gepubliceerd in Nature. Van bijna 16.000 mensen in Europa en het Midden-Oosten was het duizenden jaren oude DNA doorgevlooid en onderling vergeleken. Daaruit kwam duidelijk naar voren dat het Europese DNA op honderden plekken onderhevig is geweest aan evolutionaire selectie-effecten. Deze evolutie lijkt in een stroomversnelling geraakt door het ontstaan van de landbouw.
Het is een indrukwekkend onderzoek, alleen al door de omvang: er zijn tienduizend nieuwe genomen gescand. Maar de conclusie, namelijk dat de evolutietheorie ook geldt voor Homo Sapiens, spreekt voor elk normaal bèta-onderlegd mens vanzelf. Mensen zijn zoogdieren, ook ons DNA muteert en evolueert. Vanwaar dan die opwinding?
Omdat het in de sociale wetenschappen helemaal niet vanzelf spreekt dat de evolutietheorie ook voor de mens geldt. Velen van hen accepteren niet dat ‘Nothing in biology makes sense except in the light of evolution’, volgens een beroemde quote van bioloog Theodosius Dobzhansky. Zonder de evolutietheorie zou de biologie altijd een soort postzegelverzamelen van ontelbare feiten en feitjes over planten en dieren zijn gebleven.
Objectieve principes
In de natuur- en scheikunde is de wet van behoud van energie (meer in het algemeen: het feit dat er behoudswetten bestaan) zo’n alomvattend principe dat het hele bouwwerk van zijn fundament en dwarsverbanden voorziet.
De sociale wetenschappen ontbreekt het aan zulke objectieve principes, waardoor die inderdaad nog steeds neerkomen op geavanceerd postzegels verzamelen. Dat is ook de reden dat sociale wetenschappers veel vatbaarder zijn dan bèta-wetenschappers voor modes en dogmatische onzin. Het marxisme pretendeerde op grond van imaginaire historische wetten de ideale maatschappij te kunnen creëren. We weten inmiddels wat daar van klopt.
Omdat sociale wetenschappers zulke objectieve principes niet vanuit hun eigen opleiding geïnternaliseerd hebben, denken ze ook dat die in een keuzemenu zitten, dus dat je die straffeloos kunt negeren als ze niet in je kraam te pas komen. Dit is geen wetenschapsfilosofische haarkloverij: negeren dat er twee seksen bestaan en dat dit een binair, biologisch vastgelegd onderscheid is, heeft geleid tot de rampzalige uitwas van ‘genderbevestigende zorg’ (gender affirming care), ofwel het massaal verminken van pubers om hun lichaam in overeenstemming te brengen met hun vermeende gender.
Ook de evolutietheorie wordt door de sociale wetenschappen terzijde geschoven als dat niet in de kraam te pas komt. Je komt als sociaal wetenschapper aan een universiteit niet, of slechts zeer moeizaam, aan de bak als je niet het dogma van de blank slate onderschrijft: alle mensen komen als een onbeschreven blad ter wereld, we zijn in aanleg allemaal gelijk en alle mentale verschillen zijn een gevolg van opvoeding en cultuur.
Dit is al evident niet waar als het gaat om huidskleur of erfelijke ziekten, dus het blank slate-dogma is gedwongen een demarcatiecriterium in te voeren: triviale anatomische verschillen bestaan, maar verschillen in complexe eigenschappen (zoals activiteiten, talenten en interesses) tussen individuen hebben geen biologische basis, en worden uitsluitend verklaard door socioculturele factoren. Zo stond dat in 2024 letterlijk afgekondigd in een Policy Forum in het wetenschappelijke toptijdschrift Science.
Die evolutietheorie, zo denken verreweg de meeste sociale wetenschappers, dat is leuk en aardig voor honden en aardappelrassen, en we kunnen er niet onderuit dat het bij mensen ook nog wat doet met oogkleur en glutenallergie, maar daar moet het wel ophouden: de inhoud van de menselijke schedel is immuun voor evolutie.
Seksuele selectie
Wat heeft dit onderzoek in Nature daar over te zeggen? Het ontdekte dat West-Euraziaten in de afgelopen 18.000 jaar duidelijk geëvolueerd zijn wat betreft gen-varianten (allelen) die betrekking hebben op onder meer het immuunsysteem, obesitas en, curieus, verminderde vatbaarheid voor kaalheid. Dat is voor de blank slate-gelovers nog tot daar aan toe, maar het wordt zeer ongemakkelijk waar de onderzoekers rapporteren dat ze ook evolutie waarnemen op vele plaatsen in het genoom die bij hedendaagse mensen samenhangen met hoogte en duur van de opleiding en het gezinsinkomen.
Uiteraard hebben we niet tienduizend jaar geleden één of een paar genen verworven die ons nu naar de universiteit sturen; dit betekent dat van honderden, wellicht duizenden genen in die periode vooral de varianten zijn geselecteerd die gunstig waren voor een hogere intelligentie. Hoe die selectie gegaan is, kan dit onderzoek niet zeggen. Waarschijnlijk speelt seksuele selectie een belangrijke rol: intelligente partners kwamen meer in trek toen de mens, dankzij de landbouw, in grotere, complexe groepen ging leven.
De blank slate-gelovers verwierpen de mogelijkheid van dit soort genetische groepsverschillen altijd met het argument dat Homo Sapiens daarvoor te kort heeft rondgelopen op deze aarde, en al die tijd te veel kris kras heeft gepaard. We wisten uit allerlei eerder onderzoek allang dat dit niet klopt, maar dat is nu dus nogmaals bevestigd.
‘We zien dramatische veranderingen’, zegt Reich in een begeleidend nieuwsartikel in Nature. Hoewel hij en zijn collega’s dit zelf niet plat slaan tot: ‘West-Euraziaten zijn intelligenter dan andere rassen’, komt dit toch dicht genoeg in de buurt om andere evolutiebiologen huiverig te maken. Die accepteren wel de gevonden selectie voor ‘simpele’ eigenschappen als huidskleur en kaalheid, maar zijn vooralsnog niet overtuigd dat Reich e.a. ook de evolutie van ‘complexe’ eigenschappen als intelligentie hebben aangetoond.
Achterhoedegevecht
Dat lijkt verdacht veel op het optrekken van een cordon rondom de blank slate; de hersenpan moet immuun blijven voor erfelijke groepsverschillen. Het is een achterhoedegevecht zoals dat ook in de zeventiende en achttiende eeuw is gevoerd, toen de wetenschap steeds meer natuurlijke verschijnselen kon verklaren en er steeds minder ruimte overbleef voor goddelijk ingrijpen. ‘De god van de gaten’ werd dat opperwezen sarcastisch genoemd. Net zo zal die blank slate steeds verder slinken naarmate het evolutiebiologisch onderzoek voortschrijdt.
Niemand komt als een onbeschreven blad ter wereld. Dat erkennen is ook heel inclusief.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!






















