Arme landen profiteren enorm van internationale handel. En de doorwerking van het koloniale verleden is juist gunstig.

WW 18-4-26-2 Jasper
‘Doordat de Straat van Hormuz dicht zit, schiet de prijs van kunstmest omhoog. En zonder de import van kunstmest kan Afrika de eigen bevolking niet voeden.’ Beeld: vork.org

Artikel beluisteren

In het woke parallel-universum waar de mensheid na de duurzaamheidstransitie nog lang en gelukkig zal leven in lokale, grondgebonden gemeenschappen, is export Slecht. ‘Onze landbouw produceert voor tweederde voor de export’ wordt serieus als argument gebruikt om te betogen dat onze moderne, hoog-productieve landbouw een uitwas van het kapitalisme (Big Agro!) is dat de nek moet worden omgedraaid voor een betere wereld.

Dat past in een feitenresistent wereldbeeld waarin eigenlijk alle handel en economische activiteit tussen het Westen en de Global South Slecht is (behalve migratie, maar dat terzijde). Dan geldt: handel = uitbuiting. Dat sentiment leeft veel breder in het Europese bewustzijn dan alleen bij deuglinks (in Nederland: D66 en PRO). Ook een middenpartij als het CDA gaat gebukt onder schuldgevoel over de Westerse uitbuiting van de Global South, en zelfs bij de VVD zou je niet iedereen de kost willen geven die daar stiekem een schuldig geweten over heeft. Dat schuldgevoel geldt met terugwerkende kracht tot eeuwen geleden, want het koloniale tijdperk, dat was pas echt gewetenloze uitbuiting van de Global South door het Westen.

Zonder kunstmest honger in Afrika

Nu de Straat van Hormuz grotendeels dicht is door de aanval van de VS en Israël op Iran, zien we hoe de wereld er van opknapt als internationale handelsstromen belemmerd worden: de prijs van onder meer kunstmest schiet omhoog. Degenen die van onze intensieve landbouw af willen beschouwen dat waarschijnlijk als een zegen, want die is daar van afhankelijk, maar de consequentie kan heel goed hongersnood in Afrika zijn.

Want het Westen zou volgens een brede consensus dan wel bezig zijn zich te verrijken aan de grondstoffen uit Afrika, maar zonder import van betaalbare kunstmest kan Afrika de eigen bevolking niet eens voeden. In Afrika zijn ze ervaringsdeskundige op het gebied van lokale, grondgebonden gemeenschappen: het is een garantie voor schrijnende armoede en ondervoeding.

Over de waan dat het Westen al eeuwen de rest van de wereld uitbuit en daar zijn welvaart aan te danken heeft, zijn op deze plek eerder columns verschenen, zowel van mij als anderen. Deze uitbuitingsmantra is tot in alle haarvaten van onze cultuur doorgedrongen: lesmateriaal in het onderwijs, teksten bij historische tentoonstellingen in musea, partijprogramma’s, preken in kerken, rapporten van NGO’s, ze zitten er allemaal vol mee. Vaak valt dat niet eens op, omdat het wordt op- en afgevoerd in bijzinnen, als een vanzelfsprekende waarheid die geen discussie behoeft.

In mijn boek Weg met Ons! ga ik uitgebreid op die waan in. Een van de profeten van die waan is Jason Hickel, een prominente westerse zelfhater die verzon dat alle handel tussen het Westen en de Global South labour appropriation is, ‘arbeidstoeëigening’. Wat wij laten maken in China en importeren, stelen we eigenlijk van China, dat is zijn idee, en zo komt hij op een slordige tien biljoen (10.000.000.000.000) euro per jaar die het Westen zich ’toeëigent’ uit de Global South.

Effecten van internationale handel

In Weg met Ons! toon ik in algemene zin aan wat een nonsens dat is, maar het was me bij het schrijven van dat boek ontgaan, dat er al een serieuze wetenschappelijke publicatie over de kosten en baten van internationale handel bestond. James Feyer en drie andere economen publiceerden in 2023 als eersten zo’n mondiale kosten-baten analyse.

Zij stopten allerlei historische effecten van internationale handel op het BBP van landen of regio’s in een statistisch model. Zo leverde de plotselinge blokkering van het Suez-kanaal door de Zesdaagse Oorlog in 1967 een soort natuurlijk experiment op met het belemmeren van handelsstromen.

Vrijhandel en globalisatie brengen inderdaad ook kosten met zich mee: goedkope import kan banen kosten in het land zelf, maar de opbrengsten voor datzelfde land kunnen ook groot zijn. Zoals bovengenoemd voorbeeld van de kunstmest laat zien, is import vaak ook een aanjager van efficiëntere productie en innovatie, met alle evidente voordelen voor land en bevolking.

Ondergesneeuwde basiswaarheid

Lezer, doe een gok: hoe schat u de kosten-baten verhouding van vrijhandel in? Houdt dat mekaar ongeveer in evenwicht, 1:1? Of mogen we toch wel wat optimistischer zijn, met baten die twee keer zo hoog zijn als de kosten, dus 2:1?

U zit niet eens in de buurt: bij Freyer c.s. rolt uit hun model dat de verhouding voor rijke landen 5:1 is, voor midden-inkomen landen 50:1 en voor de armere landen 100:1. Dus handel tussen het Westen en de Global South is voor beide partijen voordelig, maar voor de armere partij nog veel voordeliger dan voor de rijke. Voor de economie van een arm land in de Global South, zijn de voordelen van handel met het Westen honderd keer zo groot als de nadelen.

Freyer noemt deze kosten-baten verhouding verbazingwekkend hoog, maar stelt ook dat hun schatting heel conservatief is, dus in werkelijkheid is de situatie waarschijnlijk nog gunstiger. Dat handel voordelig is voor beide partijen, is al sinds de 19de-eeuwse econoom David Ricardo een basiswaarheid, maar die is gaandeweg ondergesneeuwd onder alle propaganda tegen de globalisering, ofwel het waanidee dat het Westen de Global South leegrooft, waardoor wij rijk en zij arm blijven.

‘Doorwerking’

Maar ons koloniale verleden, dat is toch zeker een schande en iets wat nu nog steeds doorwerkt in al die zielige landen die hun zaakjes maar niet op orde krijgen? Naar die fameuze ‘doorwerking’, die falende overheden in Afrika een eeuwige aflaat geeft voor wanbestuur, armoede, corruptie en mensenrechtenschendingen, is ook serieus onderzoek gedaan.

En wat blijkt: die doorwerking bestaat, en is positief. Hoe langer een land gekoloniseerd is geweest en hoe meer Europeanen er in de koloniale periode gewoond hebben, hoe meer economisch profijt het desbetreffende land er nu nog steeds van heeft. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een Working Paper van het National Bureau of Economic Research in de VS, dat in 2012 een grote database aanlegde van de economische aspecten van de Westerse kolonisering.

De afbeelding hieronder illustreert dat:

Hoe meer Europeanen (als percentage van de inheemse bevolking) destijds in een kolonie woonden, hoe hoger momenteel het mediane inkomen in die ex-kolonie. In bovenstaande grafiek geeft de horizontale as het aandeel Europeanen weer, de verticale as (rechts) het mediane inkomen (op een logaritmische schaal, dus in euro’s zijn de verschillen veel groter).

Herhaling experiment

Een paar columns en boeken (niet alleen van mij, maar ook van bijvoorbeeld Maarten Boudry en Douglas Murray) die zich verzetten tegen dit narratief van het Slechte en Schuldige Westen, zullen de vloed aan anti-globalistische propaganda en Westerse zelfhaat niet meteen indammen, zo valt te vrezen.

Ondertussen is een herhaling gaande van bovengenoemd natuurlijk experiment met de sluiting van het Suez-kanaal, doordat de straat van Hormuz nog maanden geheel of gedeeltelijk gesloten zal blijven. Dan gaan we weer eens zien, hoe slecht vrijhandel van het Westen met de Global South is voor de wereld.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!