Door Israël te betichten van genocide en kindermoord proberen we onszelf te verlossen van schuldgevoel over de Holocaust

WW Bouwman 21 april 2026
Joodse gezinnen onderweg naar de verzamelplaats op het Olympiaplein tijdens de laatste grote razzia in Amsterdam op 20 juni 1943. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Er zou weleens een verband kunnen bestaan tussen de anti-Israëlische sentimenten in ons land en de psychologische verwerking van de jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting.

Een van de beste afleveringen uit de Asterix-reeks is La Zizanie (1970). Zoals destijds gebruikelijk, werd het verhaal in Nederland eerst voorgepubliceerd in het legendarische stripweekblad Pep. Daarna, in 1972, verscheen het als album onder de titel Asterix en de intrigant.

Ter opfrissing van het geheugen: de intrigant waar het in het verhaal om draait, heet Cassius Catastrofus. Hij heeft het talent om overal waar hij komt onrust te stoken en mensen tegen elkaar op te zetten. In opdracht van Julius Caesar wordt hij daarom naar het Gallische dorp van Asterix gestuurd – om daar tweedracht te zaaien en zo de weerstand tegen de Romeinen te breken. Psychologische oorlogsvoering dus.

Tandeloze Europeanen

Oorlog en psychologie – of beter gezegd: de gedragingen, gedachten en gemoedstoestanden die door psychologen worden bestudeerd – hebben ook in 2026 veel met elkaar te maken. Neem het complexe verschijnsel jaloezie. Willem Melching suggereerde onlangs in Wynia’s Week dat het weleens de hoofdoorzaak zou kunnen zijn van veel anti-Israëlische sentimenten in Europa:

‘De soevereine wijze waarop Israël zich de vijanden van het lijf houdt en indien nodig militaire vergelding inzet, wekt de jaloezie op van de tandeloze Europeanen. Zij zijn namelijk in het geheel niet in staat om zichzelf te verdedigen. Wanneer een land in hun midden – Oekraïne – wordt aangevallen door een agressor, zijn ze niet in staat om dat land te hulp te snellen. Ze trekken een zak geld open, maar de hardware én de software moeten nog steeds uit de Verenigde Staten komen.’

De jaloeziethese van Melching is misschien wel bij uitstek van toepassing op Nederland, een land dat worstelt met zijn identiteit, onder internationale misdaadbestrijders bekendstaat als een narcostaat, en al jaren wordt geregeerd door politici die niet in staat zijn om fundamentele problemen op te lossen – van de asielmigratie tot de woningnood, van het stroomtekort tot het zorginfarct en van het wegkwijnende onderwijs tot de stikstofcrisis. Wat een verschil met Israël: een trots en zelfbewust land, weerbaar, fier op de eigen tradities en ondanks een inwonertal van slechts tien miljoen een technologische en militaire grootmacht.

Het is verleidelijk om de these van Melching nog wat verder door te trekken en een verband te leggen tussen de anti-Israëlische sentimenten in ons land en de psychologische verwerking van de Duitse bezetting en meer in het bijzonder de jodenvervolging.

Als het gaat om de verschrikkingen van de Holocaust is het moeilijk om niet elke keer weer verbijsterd te raken, schreef historicus Hans Blom in 1987 in De Gids. Voor Nederlanders geldt dat wel heel in het bijzonder. Want, schreef Blom, kijk eens naar de statistische gegevens over het aantal omgekomen Joden uit de tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland bezette landen:

‘Speciaal het Nederlandse cijfer valt dan op: ongeveer 75 procent, een alleen met Oost-Europese landen vergelijkbaar aandeel. Voor de andere West-Europese landen waren deze percentages: Noorwegen en België circa 40 procent, Frankrijk bijna 25 procent, terwijl zoals bekend de Joden uit het bezette Denemarken vrijwel allen wisten te ontkomen.’

‘Schuldige omstanders’

De intrigerende vraag waarom de overlevingskansen van Joden juist in ons land zo gering waren, heeft sinds 1945 een stroom van publicaties opgeleverd. Op een handjevol NSB’ers na, zo heette het aanvankelijk, had onze kleine maar dappere natie zich koppig tegen de jodenvervolging verzet. Helaas was de Duitse overmacht te groot en moesten we knarsetandend het onderspit delven.

In de tweede helft van de jaren zestig kantelde het beeld. Een nieuwe, ‘progressieve’ generatie Nederlanders verscheen op het toneel, en tot de talrijke zaken die deze jongeren hun ‘benepen’ en ‘burgerlijke’ (groot)ouders kwalijk namen, behoorde ook hun veronderstelde volgzaamheid in de jaren 1940-1945.

Want, zo heette het nu, als de tot aanpassing geneigde Nederlanders de Duitse bezetters al niet hadden geassisteerd bij de Holocaust, hadden ze wel de andere kant opgekeken toen de Joden werden weggevoerd. De oude verzetsmythe werd zo ingeruild voor wat wel de ‘mythe van de schuldige omstander’ is genoemd.

Bedwelmende geur

Schuld is voor de meeste mensen geen prettig gevoel. Je wilt er het liefst van verlost worden. Het Israëlische optreden tegen moslimterroristen in Gaza en Libanon komt daarbij goed van pas: door ‘de Joden’ van nu af te schilderen als ‘genocideplegers’ en ‘kindermoordenaars’ lijkt het opeens minder erg dat ‘wij’ tijdens de Duitse bezetting nauwelijks een vinger voor ze hebben uitgestoken. Zo verlossen we onszelf van wroeging over de vooral in Nederland zo catastrofaal verlopen jodenvervolging tijdens de oorlogsjaren.

Zeker, er hangt een antisemitische putlucht in Nederland, met name ter linkerzijde van het politieke spectrum. Maar wat we ruiken, is waarschijnlijk ook de bedwelmende geur van ontsnappend schuldgevoel.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!