Het schrappen van klimaatscenario’s zegt meer over de politiek dan over het klimaat

WW Van Andel 7 mei 2026
Het is hoog tijd dat we afstappen van het ideaal en dogma dat de wereld binnen vijftig jaar van fossiele brandstoffen af zou moeten en kunnen komen. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) schrapt zijn meest gunstige en meest ongunstige klimaatscenario’s voor het jaar 2100. De aarde zal tegen die tijd niet 4 tot 6 graden opwarmen, maar hooguit 3,5 graden. Tevens blijkt een opwarming van maximaal 1,5 graden niet meer haalbaar. Dat streefdoel van 1,5 graden in het Klimaatakkoord van Parijs werd door secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties (VN) al in november 2025 publiekelijk losgelaten, en het IPCC heeft dat nu als klimaatafdeling van de VN officieel bevestigd. Het in Parijs afgesproken doel van 2 graden blijft nog wel in beeld.

Het is de vraag wat het schrappen van de twee uiterste scenario’s betekent, maar de eerste reacties van voor- en tegenstanders van de huidige energietransitie zijn voorspelbaar.

De voorstanders wijzen erop dat een opwarming van 3,5 graden aan het eind van deze eeuw nog steeds desastreus zou zijn. De tegenstanders zien dit alles als een bevestiging dat er geen reden is voor klimaatalarmisme en doemscenario’s. Beide kampen benadrukken de uitersten, terwijl het schrappen van de hoogste en de laagste waarden weinig verandert aan de tussenliggende scenario’s die het IPCC het meest waarschijnlijk acht. Die tussenliggende scenario’s verschillen overigens – net als de nu geschrapte uitersten – niet in de mate waarin menselijke CO2-uitstoot het klimaat kan beïnvloeden. Ze verschillen in de hoeveelheid CO2 en andere broeikasgassen die we in de rest van deze eeuw gaan uitstoten als gevolg van demografische en economische groei.

Opmerkelijke implicatie

Dat impliceert dat de onzekerheden over onze toekomstige CO2-uitstoot groter zouden zijn dan de onzekerheden over de invloed van die CO2-uitstoot op het klimaat. Dat is een opmerkelijke implicatie van het IPCC. Menselijke CO2-uitstoot is één ding, de invloed daarvan op het klimaat is een ander ding. Beide zijn naar de toekomst toe onzeker, beide kunnen mee- of tegenvallen. Het is zeer opmerkelijk dat het IPCC de mate van toekomstige invloed van menselijke CO2-uitstoot op het klimaat als uitgangspunt hanteert, en de hoeveelheid CO2 die we in de rest van deze eeuw gaan uitstoten als een onzekere variabele die verschillende klimaatscenario’s noodzakelijk maakt.

De menselijke CO2-uitstoot neemt wereldwijd al vijftig jaar lang met 400 tot 500 miljoen ton per jaar toe, in een nagenoeg rechte lijn omhoog. Die trend is sinds het Kyoto Protocol in 1997 en het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 niet veranderd. De gestaag toenemende CO2-uitstoot gaat hand in hand met de groeiende wereldbevolking en -economie. De geschrapte en gehandhaafde klimaatscenario’s suggereren echter dat het IPCC en daarmee de hele VN de mate waarin menselijke CO2-uitstoot het klimaat beïnvloedt nauwkeuriger kunnen voorspellen dan de mate waarin die CO2-uitstoot toeneemt als gevolg van demografische en economische ontwikkelingen in de komende vijftig jaar.

Leest u de voorgaande lange zin vooral nog eens, want deze suggestie van het IPCC is zoals gezegd zeer opmerkelijk. Duizenden natuurwetenschappers in de hele wereld bekritiseren in het openbaar de door het IPCC gehanteerde klimaatmodellen en de wetenschappelijke methodes die daaraan ten grondslag liggen. Ze bekritiseren ook de uitkomsten van die modellen en methodes, zelfs tot op het punt dat die niet zouden stroken met werkelijke metingen in de afgelopen decennia.

Die inhoudelijke kritiek zou het IPCC – dat als VN-orgaan open en inclusief behoort te opereren – op zijn minst tot voorzichtigheid en bescheidenheid kunnen manen ten aanzien van de invloed van menselijke CO2-uitstoot op het klimaat. Het gaat daarbij niet om de vraag of er een invloed is, maar om de vraag hoe groot die is. Kwalitatieve meningen zeggen weinig bij klimaat- en energiekwesties, alleen kwantitatieve analyses op basis van natuurwetenschappelijke wetmatigheden en grondige wiskunde geven inzicht.

Bewuste communicatiestrategie

Het is overigens al even opmerkelijk dat het IPCC zijn meest gunstige en ongunstige scenario gelijktijdig schrapt. Het meest ongunstige scenario krijgt al zeker tien jaar snel aanzwellende wetenschappelijke kritiek, terwijl het meest gunstige scenario pas een paar jaar in bredere kring onwaarschijnlijk wordt geacht. Een getalsmatige analyse kan licht werpen op de opmerkelijke gelijktijdigheid van communicatie die het IPCC desondanks heeft gekozen.

Als het meest ongunstige scenario al jaren geleden zou zijn geschrapt, dan zou de gemiddelde temperatuurstijging van alle overgebleven scenario’s zijn gedaald. Dat zou de maatschappelijke en politieke urgentie van een energietransitie kunnen doen dalen. Door het meest ongunstige scenario tegelijk met het meest gunstige scenario te schrappen, verandert de gemiddelde temperatuurstijging van de overgebleven scenario’s niet. Als die gelijktijdigheid een bewuste communicatiestrategie van de VN is geweest, zou dat de voorspelbare reacties van de voor- en tegenstanders van de huidige energietransitie nog minder relevant maken.

In de context van dit alles rijst de vraag hoe zinvol de eerste alternatieve klimaattop van eind april is geweest. In gastland Colombia gaven 56 landen waaronder Nederland acte de présence. China, India, Rusland, Saoedi-Arabië, de VS en nog 132 andere VN-lidstaten waren niet aanwezig. De aanleiding voor deze mede door Nederland georganiseerde klimaattop is het vastlopen van de jaarlijkse VN-klimaatconferentie, waarin de bevindingen van het IPCC centraal staan. Daarmee heeft Nederland zeker een punt. De eerste VN-klimaatconferentie vond ruim dertig jaar geleden plaats, in Berlijn in 1995. Sindsdien zijn het fossiele brandstofverbruik en de CO2-uitstoot in de wereld in hetzelfde tempo van ruim 2 procent per jaar doorgegroeid als in de dertig jaar daarvoor.

Grijsgedraaide plaat

Het is echter twijfelachtig of een alternatieve klimaattop met minder dan 30 procent van alle landen een effectieve tegenzet is. Deze ‘coalition of the willing’ besprak in Colombia de vraag hoe de wereld van fossiele brandstoffen af kan raken. Die vraag stellen vrijwel alle landen van de wereld officieel al dertig jaar, en is vastgelegd in het Kyoto Protocol en het Klimaatakkoord van Parijs. Waarom zou Nederland bij monde van klimaatminister Stientje van Veldhoven (D66) die grijsgedraaide plaat nu opnieuw willen afspelen, met een minderheid van al die landen? Dat ziet er misschien actief en ambitieus uit, maar zal in de wereld weinig indruk maken.

De grote afwezigen in Colombia zullen veel meer onder de indruk zijn van de vraag wat de gevolgen van afschaffing van fossiele brandstoffen zullen zijn voor mens, maatschappij en milieu. Die gevolgen zullen namelijk zeer ingrijpend zijn. De natuur, samenleving en economie zullen onherkenbaar veranderen, hopelijk ten goede maar mogelijk ten kwade. Zolang we dat niet grondig hebben onderzocht en afgewogen is de vraag of en hoe we van fossiele brandstoffen af kunnen komen tegelijkertijd gedateerd en voorbarig. Stientje van Veldhoven en het hele kabinet-Jetten kunnen internationaal veel beter aan de weg timmeren door de ingrijpende gevolgen van een energietransitie die tot nu toe niet plaatsvindt serieus te gaan agenderen.

Politieke dogmatiek

Het is hoog tijd dat onze Nederlandse en Europese regeringen afstappen van het ideaal en dogma dat de wereld binnen vijftig jaar van fossiele brandstoffen af zou moeten en kunnen komen. Met dat hardnekkige dogma wordt het tegengaan van klimaatverandering belangrijker gemaakt dan het tegengaan van wereldwijde milieuvervuiling en ontbossing als gevolg van binnenlandse CO2-reductiemaatregelen.

Niemand kan ontkennen dat het vervangen van fossiele brandstoffen door windmolens, zonnepanelen en biomassa aanzienlijke nadelen en risico’s blijkt te hebben voor mens, milieu en maatschappij. Dat heeft niets te maken met klimaatontkenning of -alarmisme, maar met een verstandige objectieve afweging van waarneembare voor- en nadelen. Onze machthebbers omzeilen die afweging systematisch, door zich te verschansen achter steeds meer milieuregels en -administratie. Daarmee creëren ze bij overheden en bedrijven in binnen- en buitenland steeds meer bureaucratie, terwijl het fossiele brandstofverbruik en de CO2-uitstoot net als de milieuvervuiling en ontbossing in de wereld gestaag doorgroeien. Dat is geen goed bestuur, want al die bureaucratie heeft geen toegevoegde waarde voor mens en natuur in heden en toekomst.

Wynia’s Week verschijnt drie keer per week, 156 keer per jaar, met even onafhankelijke als broodnodige artikelen en columns, video’s en podcasts. De groei en bloei van Wynia’s Week is te danken aan de donateurs. Doet u al mee? Doneren kan op verschillende manieren. Kijk HIER. Hartelijk dank!