Sluit geen onwelgevallige opinies uit van een inhoudelijke discussie
Artikel beluisteren
Door Rik Torfs*
De aan Karl Popper toegeschreven gedachte dat we intolerant moeten zijn tegenover intoleranten is de jongste jaren een vrijbrief voor ongebreidelde intolerantie geworden. De geliefde slagzin van schuimbekkende verontwaardigden.
Terwijl Karl Popper het verbod als een allerlaatste redmiddel beschouwde, enkel aanvaardbaar als een discussie aan de hand van rationele argumenten door de ‘intoleranten’ wordt afgewezen, geldt vandaag de tegenovergestelde volgorde. De ‘intoleranten’ mogen vooral niet aan een rationele discussie deelnemen. Ze worden vooraf uitgesloten, want dat hun argumenten geen hout snijden, is een onwankelbaar axioma.
Een gevaarlijke evolutie, samen te vatten in één zin: terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan beginnen. ‘Want met dat soort mensen kan men toch niet discussiëren.’
Een beangstigende vorm van intolerantie
Deze omdraaiing van Poppers ideeën geschiedt sluw en listig, maar met behoud van de oude vlag – die van ‘intolerantie tegenover intoleranten’. In werkelijkheid geschiedt dus het tegendeel van wat Popper bedoelde.
Dat verklaart meteen de crisis waarin de vrijheid van meningsuiting zich vandaag bevindt. Allerlei meningen worden verboden omdat ze bijvoorbeeld seksistisch zijn of haat zouden zaaien, zonder dat een inhoudelijke discussie erover mogelijk is. De geringere bandbreedte van het politiek en maatschappelijk debat is daarvan een onvermijdelijk gevolg.
Sommigen willen ‘extreemrechtse’ partijen ontbinden. Akkoord, zeggen anderen, als tegelijk ‘extreemlinkse’ groeperingen worden verboden. Op termijn leidt dat tot een verbod van alle partijen waarmee men zelf nooit in een coalitie zou willen zitten. Dat is een gevaarlijke verenging van het debat. Het moet perfect mogelijk zijn met een bepaalde partij elke samenwerking te weigeren zonder haar bestaansrecht te betwisten. Dat onderscheid niet maken, is een beangstigende vorm van intolerantie.
Een ander voorbeeld van ‘intolerantie voor intoleranten’ is de houding van veel Europeanen tegenover Donald Trump. Ondanks het feit dat hij democratisch verkozen werd, zou hij een gevaar zijn voor de democratie, waarbij steevast naar Hitler wordt verwezen, het enige historische personage dat in ons onderwijs tot de eindtermen lijkt te behoren.
Toch zijn niet de ideeën van Trump het probleem, hoe gek ze misschien soms ook zijn. Trouwens, soms ook niet. Dat hij anders is dan Barack Obama en Joe Biden, brutaler en minder hypocriet: so what? En dat hij Europeanen onvriendelijk bejegent, is vanuit democratisch oogpunt geenszins verboden. Onaardig zijn tegenover anderen is ook bij ons volstrekt legaal, vandaar het grote aantal echtscheidingen.
Ook Trump probeert onwelgevallige opinies te smoren
Kortom, niet de eigen ideeën van Trump zijn een probleem. Dat ontstaat pas wanneer hij ideeën van anderen wil verbieden. Rechtstreeks zal hem dat, gezien het grondwettelijk stevig verankerde First Amendment met zijn ongebreidelde vrijheid van meningsuiting, niet lukken. Maar juridische procedures om zogenaamd ‘andere’ redenen tegen mensen die met hem van mening verschillen, zijn even verwerpelijk.
Denk maar aan de rechtszaken tegen gewezen FBI-directeur James Comey of procureur-generaal Letitia James uit New York. Het democratisch blazoen van Trump wordt niet zozeer besmeurd door de meningen die hij zelf uit, maar door zijn pogingen om meningen van anderen onrechtstreeks te beknotten of te verbieden. Ook de Amerikaanse president draait de regel van Popper geregeld om: hij probeert onwelgevallige opinies in de kiem te smoren, zodat een rationele discussie onmogelijk wordt.
Ruimte voor Trump en voor zijn felste tegenstanders
Het maakt niets uit of linkse of rechtse meningen worden verboden. De intolerantie bestaat er in beide gevallen uit dat het verbod niet volgt op de onmogelijkheid van het rationele gesprek, maar dat juist verhindert. Daar bevindt zich de kern van de crisis waarin de vrijheid van meningsuiting zich vandaag bevindt.
Wie de democratie en de rechtsstaat wil ‘redden’ – want aan messiassen geen gebrek – is per definitie een vurig pleitbezorger van verwerpelijke meningen. Die mag men uiteraard verwerpelijk blijven vinden, maar niet verbieden, tenzij de ‘intoleranten’ zelf de discussie afsluiten en oproepen tot geweld.
Zo moet er in Amerika ruimte zijn voor de opinie van zowel Donald Trump als die van zijn felste tegenstanders.
*Kerkjurist Rik Torfs is emeritus-hoogleraar en oud-rector van de Katholieke Universiteit Leuven. Dit artikel verscheen eerder op Doorbraak.be.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en column s, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


















