Islamitische straatterreur wordt ernstiger en zichtbaarder en de politiek is niet in staat er iets aan te doen
Artikel beluisteren
‘Marokkaanse jongens, Turkse jongens. Die niet-Marokkanen en niet-Turken beroven, maar u en ik – oude vrouwtjes!’
Het is een passage uit de bekende c’est ça-tirade van Pim Fortuyn in de Hilversumse bovenwoning van zijn spindocter Kay van de Linde. Zoals wel vaker legde Fortuyn de vinger op de zere plek: jongemannen met een islamitische achtergrond zorgen voor een aanzienlijk deel van de criminaliteit, die bovendien zelden is gericht op de eigen islamitische broeders en zusters.
Een praktische en een religieuze reden
Waarom beroven islamitische jongemannen nooit islamitische bejaarden? Waarom zijn islamitische vrouwen zelden of nooit doelwit van zedendelicten?
Dat heeft allereerst een praktische reden. Als je in Amsterdam als 17-jarige Marokkaan een oude vrouw uit je eigen gemeenschap berooft, is de kans vrij groot dat je herkend wordt. Deze 17-jarige heeft vermoedelijk meer vrees voor bestraffing in eigen kring dan door de Nederlandse rechterlijke macht.
De hoofdreden is echter religieus van aard. De islam is een expansieve godsdienst die voorschrijft dat niet-moslims minderwaardig zijn en een legitiem doelwit vormen bij de verovering van de publieke ruimte, ofwel de ‘ongelovige’ samenleving. Dat uitgangspunt leeft niet alleen onder streng gelovige moslims; vrijwel de gehele islamitische cultuur in West-Europa is ermee doordrenkt.
Uitdagend en agressief
Timon Dias, psychiater en GeenStijl-redacteur, schreef enkele opiniestukken over islamitische straatterreur, die hij de ‘gangsterislam’ noemt. Hij geeft de volgende definitie: ‘(drugs)criminaliteit, straatovervallen, aanrandingen en verkrachtingen, rellen, vandalisme en brandstichtingen gericht tegen niet-moslims, de niet-islamitische samenleving en niet-islamitisch gezag zoals politie en hulpverleners.’ Om daar aan toe te voegen: ‘Criminelen met een islamitische achtergrond gedragen zich wellicht allesbehalve vroom, maar niettemin zien ze zichzelf als onderdeel van de wereldwijde islamitische gemeenschap. Ze zijn vaak schaamteloos in hun minachting voor autoriteiten, maar als zij een autoriteit wel respecteren, dan is deze religieus van aard: een imam of islamitische organisatie.’
Als je bedenkt dat het aantal moslims in Nederland groeit en de gemeenschap ook nog eens orthodoxer wordt, kan je je voorstellen dat ook het criminele gedrag van islamitische jongemannen op straat steeds frequenter en extremer wordt. Bijna elke Nederlander kent het typische gedrag van deze mannen, dat je het beste als uitdagend en agressief kan omschrijven. ‘Ze zijn constant met hun omgeving bezig’, zegt Dias. ‘Ik kan hun gedrag niet meer los zien van hun religieuze achtergrond.’
Timon Dias: ‘Als een situatie escaleert hoeven deze jongeren maar een belletje te plegen en er staan opeens 15, 20 man om hen heen. En ze weten: autochtone slachtoffers worden niet op dezelfde wijze gedragen door de gemeenschap. Nederlanders willen vertrouwen op de zwaardmacht. Maar wat als het gezag de bevolking niet meer kan beschermen?’
Hoe ontwrichtend en ondermijnend hun criminele activiteiten ook mogen zijn, schrijft Dias in zijn grotendeels nog actuele stuk uit 2014, ‘islamitische criminelen zullen zich nooit minachtend over de islam uitlaten of de “islamitische zaak” tegenwerken’. Hij wijst erop dat ‘de culturele uitdrukkingen van criminele en straatjongeren met een islamitische achtergrond doortrokken zijn van islamitische thema’s en symbolen’.
Criminele Syriërs
De term ‘gangsterislam’ is bedacht door Ibrahim Wijbenga. Het voormalige CDA-raadslid in Eindhoven en ontvanger van meerdere jihadistische doodsbedreigingen werd bijgevallen door Edwin Bakker, hoogleraar terrorisme en contraterrorisme, die het net als Wijbenga waarschijnlijk achtte dat terugkerende Syrië-gangers hier in plaats van aanslagen overvallen zullen plegen om de jihad te financieren. Ook deze dynamiek werkt de verdere vervlechting van criminaliteit en religie in de hand. Islamitische straatterreur – ofwel de gangsterislam – en de islamitische preken op vrijdag in de moskee kunnen dus gezien worden als twee kanten van dezelfde medaille.
Deze dagen is de discussie over de Syrië-gangers grotendeels verlegd naar de Syrische jongemannen die te jong zijn om namens IS te hebben gevochten en sinds 2014 in grote getale naar Nederland zijn gekomen. Medio 2026 wonen er ongeveer 200.000 Syriërs in Nederland, ruim 1 procent van de totale Nederlandse bevolking. Een groep bovendien die door gezinshereniging en aanhoudende hoge immigratiecijfers snel doorgroeit. ‘Professionals in de asielketen’ waarschuwen in Trouw dat deze jongeren voor veel criminaliteit zorgen: ‘De Syrische jongeren die nu komen, zijn niet zozeer direct op de vlucht voor oorlog maar zoeken vooral een beter leven. Ze zijn onthecht van hun thuissituatie en van elk systeem van regels. Ze vertonen ingewikkelder gedrag dan Syrische jongeren die rond 2015 asiel aanvroegen.’
Hier staat in nette bewoording dat er veel criminele Syriërs naar ons land komen die niet vluchten voor oorlog en die maar weinig in de weg wordt gelegd hier hun criminele praktijken te ontplooien.
Minachting voor het gezag
Het zijn dus niet alleen tweede en derde generatie-Marokkanen en -Turken die de gangsterislam vertegenwoordigen, ook nieuwe groepen als Irakezen, Afghanen en dus Syriërs. Onlangs kwam daar nog een nieuwe groep bij: asielzoekers ‘met onbekende herkomst’, zoals ze in de immigratiestatistieken worden omschreven. In de praktijk gaat het hier in veel gevallen om Palestijnen. Ook van deze groep is gemiddeld gesproken geen al te positieve bijdrage aan de Nederlandse maatschappij te verwachten, zoals eerder Deens onderzoek heeft laten zien. Voor veel Joden in Nederland zal in tijden van oplaaiend antisemitisme de massale instroom van mensen uit Gaza, de Westbank en Syrische Palestijnen in de eerste helft van 2026 als niets minder dan verraad door de eigen overheid worden gezien: Palestijnen krijgen de Jodenhaat met de paplepel ingegoten.
Beroepscriminelen beschouwen de labiele, jonge Syriërs als makkelijke prooi om te ronselen voor criminele praktijken. Ook een ander mogelijk toekomstbeeld doemt op: dat van gevechten tussen verschillende islamitische groepen. Nu al bestrijden groepen islamitische Syriërs – van verschillende clans – elkaar in Nederlandse stadscentra, op fatbikes rondrijdend met pistolen en messen op zak. Je kan je voorstellen dat in de toekomst bijvoorbeeld Marokkaanse en Syrische gangs strijden om territorium of simpelweg omdat ze elkaar niet aanstaan. Strikt genomen kunnen we dan niet meer van gangsterislam spreken, de slachtoffers zijn dan immers moslims. Maar ook dit beeld is een mogelijk voortvloeisel van de minachting voor het gezag dat breed in die kringen leeft. In Zweden, een land dat qua immigratie een dik decennium op ons voorloopt, is straatterreur in de grote steden al aan de orde van de dag.
De jongste cijfers uit Denemarken bevestigen het beeld van een zeer problematische groep jonge Syriërs. In de verkrachtingscijfers van het Deens Statistiekbureau zien we dat Syriërs 16 keer vaker veroordeeld worden voor verkrachting dan Denen. Alleen bij Somaliërs is dit vaker: 20 keer. Andere islamitische landen staan ook hoog in deze statistiek: Irakezen 9 en Afghanen 11 keer vaker. Vergelijkbaar onderzoek in Nederland van Jan van de Beek op basis van CBS-cijfers toont soortgelijke cijfers: Somaliërs zijn 20 keer vaker dan autochtone Nederlanders veroordeeld voor verkrachting, Afghanen 11 keer, Irakezen acht keer en Syriërs ruim 4 keer.
Het beeld dat massale islamitische immigratie een gevaar oplevert voor vrouwen, wordt nog eens bevestigd door de stijging van de aangiften van verkrachting in verschillende Europese landen sinds het jaar 2000. Dat blijkt uit nationale politiedata en cijfers van Eurostat. Het aantal aangiften van verkrachting in Engeland en Wales steeg van 8.593 (2000) naar 68.109 gevallen (2023, +692 %), in Duitsland tot 39.029 (+380 %) en in Frankrijk tot 42.400 (+465 %). In Polen, een land met nagenoeg geen immigratie van buiten Europa, daalde daarentegen het aantal van 2.399 naar 1.127 (–53 %).
Islamisten en criminele moslims
Dias ziet, naast het feit dat ze zich als moslim identificeren, drie belangrijke overeenkomsten tussen orthodoxe moslims of ‘islamisten’ en criminele moslims: ‘Ten eerste koesteren zij subversieve intenties jegens de maatschappijen waarin zij wonen. Islamisten hebben een historisch geworteld en gedetailleerd geloofssysteem dat hun voorschrijft niet in gastsamenlevingen te integreren, en deze zo mogelijk middels zending te bekeren. Islamitische criminele jongeren voelen een meer diffuse, areligieuze en onhistorische antipathie jegens hun samenlevingen.
Ten tweede verheerlijken beide groepen geweld. Islamisten verheerlijken religieus gemotiveerd geweld, terwijl islamitische criminele jongeren gang- en criminaliteit-gerelateerd geweld verheerlijken. Toch is het niet ongewoon dat islamitische straatjongeren ook religieus gemotiveerd geweld, meestal gericht tegen de VS, Israël of sjiieten, verheerlijken. Ten derde hebben beide groepen een zeer sterke neiging tot het minachten of haten van Joden.’
Ondermijning van gastsamenleving
Volgens Dias is deze synthese tussen criminaliteit, straatleven en de islam een ‘uniek Europees probleem’, met de toevoeging – 12 jaar na publicatie – dat ook andere westerse landen die hoge populaties moslims kennen zoals Canada en Australië er inmiddels last van hebben. Hij schrijft dat het opvallend is dat ‘islamisten’ of orthodoxe moslims ‘zelden of nooit islamitische jongeren aanspreken op of veroordelen om hun subversieve gedrag, ook als hun criminaliteit niet dient ter financiering van de jihad’. Vanuit islamitisch oogpunt is dit logisch, want ‘terwijl islamisten hun gastsamenlevingen op hun religieus geïnspireerde manier ondermijnen, doen criminelen en straatjongeren met een islamitische achtergrond het op hun eigen areligieuze en ‘aardse’ manier door intimidatie van wijkbewoners, overvallen en drugshandel etc’.
Hoewel er ongetwijfeld ook de nodige ergernis zal zijn onder veel normale Marokkanen in Nederland over het gedrag van het straattuig, hoor je ook hen deze onvrede niet publiekelijk uiten. Mogelijk speelt angst hier ook een rol en het verschil tussen een Berberse en islamitische eercultuur enerzijds en de protestantse, Nederlandse schaamtecultuur anderzijds.
De kans dat het opiniestuk van Dias uit 2014 vandaag de dag ook in de Volkskrant geplaatst zou worden, lijkt miniem. Met het groter worden van de problemen rondom de gangsterislam, belandt de discussie door politiekcorrecte media en instituties steeds vaker in de taboesfeer. In links-academische kringen en bijvoorbeeld ook de rechterlijke macht, is nog steeds de heersende gedachte dat crimineel gedrag door islamitische jongeren vooral te verklaren is uit economische achterstand en discriminatie. In de ogen van deze cultuurrelativisten zijn alle culturen immers gelijk en dus kan de religieuze achtergrond nooit reden zijn voor crimineel gedrag.
Waarom mensen uit andere culturen en met dezelfde economische achtergrond niet even hoog zijn vertegenwoordigd in de criminaliteitscijfers, daarop hebben deze geleerden geen antwoord. De vraag is ook: waarom veroorzaken Hindoes in Nederland nooit rellen, waarom belagen Chinezen nooit massaal vrouwen? En waarom zijn bijvoorbeeld Jezidi’s, ook vaak afkomstig uit Syrië, of Iraniërs die gevlucht zijn voor het islamistische regime veel minder vaak betrokken bij misdaden dan hun islamitische landgenoten?
Naïef
Het is waar: niet alle criminaliteit wordt door mannen met een islamitische achtergrond gepleegd. In ons land zijn bijvoorbeeld ook Antillianen sterk oververtegenwoordigd in de misdaadcijfers. Maar andersom is het wel waar: elke nationaliteit waarvan de inwoners overwegend moslim zijn, is sterk oververtegenwoordigd in de misdaadcijfers.
Ook vaak gehoord: de nogal naïeve bewering dat er geen probleem is omdat de criminaliteit helemaal niet toeneemt in Nederland. Volgens oud-politiecommissaris Sander Schaepman klopt dat niet, zo zei hij bij PowNed: ‘Als jij geen aangifte doet, dan is dat volgens de statistieken niet gebeurd.’ Volgens Schaepman wordt daarmee een deel van de werkelijkheid structureel gemist, zeker als het gaat om geweld en intimidatie onder jongeren.
Hij stelt bovendien: ‘Er is heel veel geweld door vooral Marokkaanse jongens.’ Schaepman vindt dat in analyses alles benoemd moet kunnen worden. ‘In een analyse is alles relevant, dus ook kleur en etniciteit.’
‘Er gebeurt veel waarvan geen aangifte wordt gedaan’
Volgens Schaepman zijn bepaalde vormen van islamitische beleving niet verenigbaar met westerse vrijheden. ‘Ik denk dat het totaal niet compatibel is met de West-Europese samenleving.’ Hij waarschuwt dat het inperken van vrijheden al zichtbaar is in sommige wijken en dat het gebrek aan intern tegengeluid hem stoort. ‘Waarom zou ik mij moeten uitspreken over het gedrag van anderen’, hoor je dan. Voor hem begint alles met erkenning van het probleem.
Naar aanleiding van de rellen aan Nederlandse en Belgische kustplaatsen, waarbij met name Marokkaanse jongeren geweld gebruiken, dagjesmensen en horecapersoneel intimideren en agenten bedreigen zegt Schaepman: ‘Wij weten uit verschillende bronnen dat er heel veel gebeurt waar geen melding of aangifte van wordt gedaan. Dat is vooral met deze doelgroep nog vele malen hoger.’
De kans dat de islamitische straatterreur vanzelf stopt is nihil. Veel waarschijnlijker is dat er de komende decennia sprake is van een exponentiële groei van de gangsterislam. In 2050 zal naar schatting de Nederlandse populatie uit 3 à 4 miljoen moslims bestaan, onder wie relatief veel jongeren. Op dit moment zijn dat ongeveer 1 miljoen tot 1,2 miljoen moslims, volgens het CBS zo’n 6 procent van de Nederlandse bevolking.
Volgens de Canadese evolutionair gedragswetenschapper Gad Saad kan je behoorlijk goed voorspellen wat er gebeurt als de moslimbevolking een bepaald percentage van een samenleving bereikt. Voor 6 tot 10 procent zegt hij dat er – mede als gevolg van toenemende criminaliteit – no-go zones ontstaan, zoals nu al het geval is in Groot-Brittannië en Frankrijk. In die no-go zones klinkt de roep om de sharia, islamitische wetgeving, steeds luider. Er gelden vooral de wetten van de straat; criminelen zijn er de baas en de politie komt er niet meer.
‘Suïcidale empathie’
Je zou denken dat de Nederlandse overheid zich volop aan het voorbereiden is op deze vrijwel onafwendbare demografische toekomst en de gevolgen. Straatterreur met een sterk islamitische signatuur vraagt om een aanpak die niet lijkt op de huidige. Maar niets is minder waar: onze politici doen alsof onze samenleving niet aan de vooravond staat van grote maatschappelijke veranderingen. Zo komen nog steeds elke week 1000 Syriërs, Palestijnen en andere islamitische jongemannen – waarvan vermoedelijk slechts een klein percentage daadwerkelijk vlucht voor oorlog –ons land binnen zonder dat ze een noemenswaardige screening krijgen om te kijken of het terroristen zijn.
Volgens Saad ligt het probleem bij de houding van het Westen, die hij ‘suïcidale empathie’ noemt. Als het om de islam gaat stelt het westerse establishment mededogen, begrip en empathie boven logica en langetermijngevolgen. Slachtofferschap is heilig verklaard en hard straffen wordt gezien als onrechtvaardig. Volgens Saad is het Westen met deze houding gedoemd om zichzelf op te heffen.
Timon Dias is het eens met deze analyse. ‘Het probleem is psychologisch. Deze generatie politici is niet serieus. Zij gaan dit probleem niet oplossen.’
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!




















