Fregattencrisis? Net nu Nederland en België de militaire banden zouden moeten aanhalen dreigt een kink in de kabel

Arnout Nuijt Momentum voor de Benelux 10 juni WW def
De Nederlands-Belgische ASW-fregatten – beeld uit 2023 – die mogelijk de Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking bedreigen. Beeld: COMMIT

Artikel beluisteren

Dankzij druk van de Amerikaanse president Donald Trump kunnen we genoegzaam constateren dat er eindelijk voldoende fondsen beschikbaar zijn voor herbewapening van Europa’s strijdkrachten. Er gaat dan ook geen dag voorbij of we kunnen nieuws lezen over de aanschaf van marineschepen, vliegtuigen, drones, kanonnen, voertuigen of ander materieel dat door willekeurig welk Europees NAVO-lid dan ook wordt besteld.

Het gaat dus langzaam maar zeker de goede kant op met de wederopbouw van de verwaarloosde defensie van Europese NAVO-landen. Zo goed, dat intussen ook aloude rivaliteiten de kop weer opsteken in Europa, terwijl de neuzen toch eigenlijk dezelfde kant op zouden moeten staan. En intussen dreigt een ramp voor de Belgisch-Nederlandse marine samenwerking.

Een Europees leger zal er vrijwel zeker nooit komen. Wel zien we de grote landen van West-Europa – het VK, Frankrijk en Duitsland, oftewel de middelmachten – in E3-verband gezamenlijk afstemmen: over Europese hulp aan Oekraïne of aan het leveren van een eskader voor het beveiligen van de Straat van Hormuz. Het kleine, maar zelfbenoemde gidsland, Nederland kan niet anders dan deze initiatieven volgen en we mogen hopen dat er geen misverstanden ontstaan tussen de leidende middelmachten van Europa.

Want pas op. De voornemens van Duitsland om het sterkste leger van Europa op te bouwen zijn – behalve bij president Trump die het land graag als leider van de toekomstige Europese defensie ziet – niet bij iedereen goed gevallen. Zo gaf de Franse presidentskandidaat Bardella (RN) aan dat Franse kernwapens alleen die landen mogen beschermen die Franse gevechtsvliegtuigen kopen. Ook de Franse legerchef maakt zich zorgen over de Duitse herbewapening. Generaal Mendon wees er onlangs op dat Frankrijk over vijf jaar achter zal lopen op de buurman, als Duitsland miljarden extra in moderne technologie gaat investeren. De Frans-Duitse samenwerking om een nieuw toekomstig gevechtsvliegtuig – de FCAS – te bouwen is inmiddels morsdood.

Tijdens de National Security Conference in London vorige week, zette Danny Kruger, één van de leiders van de Reform-partij van Nigel Farage (oppositie, maar hoog in de peilingen) uiteen dat het Verenigd Koninkrijk weer een supermacht moet worden, niet alleen om de wereldwijde crises het hoofd te bieden en weer mee te tellen op het niveau van de huidige wereldmachten China en de VS, maar ook omdat het niet kan toestaan dat een land dat de grootste krijgsmacht wil opbouwen (lees: Duitsland) in Europa de baas gaat spelen.

Retoriek? Wellicht en ter geruststelling: Kruger noemde de NAVO en de Britse band met de VS als topprioriteiten en gaf aan dat een door Reform bestuurd Verenigd Koninkrijk ook de E3-samenwerking zou respecteren. Wat de defensie-uitgaven betreft, betoogde Kruger dat de nieuwe NAVO-doelstelling van 3,5 procent van het bbp in 2035 voor Reform slechts een ondergrens zou zijn.

Nieuwe wapenwedloop in West-Europa?

Hebben we straks een nieuwe Europese wapenwedloop tussen Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië? Met twee van de drie leden van de E3 argwanend tegen het zich massaal bewapenende Duitsland, is het van belang eens te kijken wat Duitsland zelf te wachten kan staan.

Onder Merz is er geen spannende koerswijziging te verwachten en verkiezingen zijn er pas over een paar jaar. Als er dan – om te voorkomen dat de hard groeiende AfD met haar pro-Russische neigingen gaat regeren – een brede coalitie van centrumrechts en links aan de macht komt zal er niet veel veranderen aan de Duitse voornemens. CDU en SPD hebben vooralsnog het Atlanticisme en Europese samenwerking in hun partijen verankerd en ook de Groenen zullen daar weinig aan veranderen.

Maar wat als de AfD onverhoopt gaat regeren? Dat zou alleen in coalitieverband kunnen gebeuren, maar de partij kan dan een stempel gaan drukken op defensie en buitenlands beleid (lidmaatschap van de partij is overigens op dit moment verboden voor militairen). Dan moet je rekening houden met een Rusland-vriendelijke of een neutralere koers van Berlijn – zeker gelet op de bedevaart van AfD-kopstukken afgelopen weekend naar Poetin’s forum in St Petersburg en hun plannen voor een herstel van de Nordstream gasleidingen.

Maar voor ons land kan een AfD-regering een groot probleem worden. Want met de Nederlandse landmacht volledig geïntegreerd in de Duitse Bundeswehr, valt niet uit te sluiten dat een dan zittende Nederlandse regering zal besluiten tot het terugtrekken van Nederlandse militairen uit Duitsland. Dan is België onze meest innige bondgenoot.

Als de AfD, RN of Reform de koers van hun respectievelijke land straks mogen bepalen, dan legt dat een zware hypotheek op de Europese verhoudingen. Zoals in mijn eerder pleidooi voor het ombouwen van de Benelux als defensiepact al uitgebreid omschreven, is het meer dan verstandig dat in ieder geval Nederland en België een Plan B hebben.

Maar helaas zit er weinig schot in de samenwerking en dreigt voor België en Nederland een eigen debacle á la het Frans-Duitse FCAS-gevechtsvliegtuig, doordat de voor beide marines te bouwen – maar door Nederland te ontwerpen – onderzeebootjagers (ASW-fregatten) meerdere jaren vertraagd zijn en bovendien veel duurder worden. Dat komt, zo bleek tijdens een recent politiek debat in Brussel (weergegeven in een artikel op de website marineschepen.nl), door verkeerde inschattingen van Nederlandse ambtenaren voor wat betreft de integratie van diverse systemen, waardoor het ontwerp terug moest naar de tekentafel en worden vergroot.

Hoe nu verder met de nieuwe Belgisch-Nederlandse fregatten?

Door de vertraging breken onzekere tijden aan, met name voor de Belgische marine, die haar twee snel verouderende fregatten echt niet veel langer met goed fatsoen in de vaart kan houden. Er zal dan ook snel een werkbare en niet al te dure oplossing voor hetzij tijdelijke vervanging gevonden moeten worden, dan wel voor een laatste moderniseringsronde van de huidige fregatten. Het project van de ASW-fregatten zelf is nog steeds de moeite waard, want uiteindelijk zullen België en Nederland in totaal zeven stuks aanschaffen. Komen beide landen er niet uit, dan moet je niet uitsluiten dat België kiest voor een off the shelf fregat van bijvoorbeeld Franse makelij dat snel geleverd kan worden.

De fregatten-crisis dreigt zo een stresstest te worden van de Belgisch-Nederlandse marine samenwerking (BENESAM), dit terwijl de Belgische regeringspartij N-VA van premier Bart de Wever en defensieminister Theo Francken niet alleen nog eens extra hard oproept tot verdere versterking van de militaire samenwerking binnen de Benelux, maar zelfs tot een voortrekkersrol binnen Europa.

Volgens N-VA-kamerlid Koen Metsu moeten de landen inzetten op efficiëntere samenwerking: ‘We kunnen het ons niet permitteren om alles drie keer apart te organiseren. Door samen te werken verlagen we kosten, verhogen we onze slagkracht en versnellen we de modernisering”. Daarnaast wil de N-VA dat de Benelux-landen meer met één stem spreken in Europese en NAVO-fora. “Drie landen die samen optreden, wegen zwaarder dan drie landen apart. Zo versterken we onze invloed en vermijden we afhankelijkheid van grotere spelers’, aldus Metsu.

Zoals eerder gesteld is de financiële ruimte voor zo’n samenwerking binnen de beoogde defensieopgaven zeker aanwezig. Zowel Nederland als België halen op dit moment de NAVO-norm voor defensie-uitgaven van 2% en spenderen daarnaast elk nog zo’n 1,4 % aan andere zaken in het kader van weerbaarheid en infrastructuur. Maar waar Nederland de investeringen in defensie zelf wil ophoesten, maakt België – net als veel andere lidstaten – goed gebruik van de zachte EU-leningen uit het SAFE-programma. Die leningen hebben een lange looptijd, een lage rente en een aflossingsvrije periode van tien jaar.

De Belgische regering heeft vorige maand in dat kader een leningsovereenkomst met de Europese Commissie ter waarde van € 8,34 miljard. België behoort hiermee tot de eerste groep EU-landen die het SAFE-programma daadwerkelijk gaan gebruiken. Wat doet België met het geld? De lening wordt via het Belgische Nationale Investeringsplan ingezet voor strategische projecten tussen 2026 en 2030, maar specifiek – het blijft immers Europees geld – voor grensoverschrijdende Europese samenwerking. Die plant België met Nederland voor gezamenlijke luchtafweersystemen en met Luxemburg voor een gezamenlijk ruimtevaart- en satellietinitiatief voor observatie en communicatie.

Belgen lopen voorop

Het momentum voor meer Belgisch-Nederlandse of Benelux samenwerking op defensiegebied is er nog steeds, maar de wens tot samenwerking lijkt vooral van onze zuiderburen te komen. De Belgen willen meer samenwerking, ze hebben de financiering op orde en zijn verder goed bezig. Zo lopen ze hun achterstanden snel in, maken ze gebruik van Europese fondsen waar mogelijk, richten ze nieuwe eenheden op (zoals de marine fuseliers die tal van taken aankunnen op het vlak van maritieme veiligheid, drone-eenheden en een extra para-commando bataljon) en hebben ze de enige parate eenheid van het Luxemburgse leger geïntegreerd in een Belgisch-Luxemburgs verkenningsbataljon. Ter zee is een extra patrouillevaartuig te water gelaten en is het land klaar om drie fregatten naar Nederlands ontwerp in dienst te nemen – conform de afspraak.

In het licht van de oplaaiende argwaan en rivaliteiten in Europa, is intense militaire samenwerking binnen de Benelux van groot strategisch belang, ook voor Nederland. Maar de liefde moet van twee kanten komen. Als de Nederlandse militaire bureaucratie er niet in slaagt het fregatten-plan tot een goed einde te brengen, zal dat België voor een lastige keuze plaatsen en is een breuk in een decennia-oude marine samenwerking die van groter, strategisch belang is, niet uit te sluiten.

De auteurs van Wynia’s Week onderscheiden zich door hun nuchtere benadering, waar anderen panikeren of achter hypes aanlopen. Wynia’s Week is er drie maal per week, 156 keer per jaar. Dat wordt mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Hartelijk dank!