Wapenrevolutie voor de mariniers: Kaaimannen, torren en sneeuwscooters. LONGREAD!
Artikel beluisteren
Het Korps Mariniers bestaat sinds 1665 en de mannen zijn trots op die lange traditie. Mariniers zijn van oudsher ‘zeesoldaten’, die zich ontwikkelden tot superinfanteristen voor amfibische operaties. De afgelopen vijf jaar veranderde de doctrine. Het Korps krijgt binnen de NAVO een nieuw specialisme en neemt – zij aan zij met de Britse Royal Marines – de rol op zich van ‘vooruitgeschoven amfibische krachten’ (Specialized Advanced Amphibious Forces).
Daar horen nieuwe wapens, geavanceerde sensoren en supersnelle vervoermiddelen bij. We gaan het hier hebben over ruim 150 ‘Kaaimannen’ Joint Light Tactical Vehicles (JLTV), honderd Band Vagn’s die ook kunnen varen, een vloot 6×6 All-Terrain Vehicles CAN-AM Outlanders en heel veel Lynx Ranger sneeuwscooters.
Als militairen ergens naar toe moeten, zeggen ze altijd ‘verplaatsen’. Niet zomaar een stukje rijden, nee ‘verplaatsen’. Dat impliceert dat er nagedacht is over de tocht en dat de route zorgvuldig werd gepland. Nou, met de Kaaimannen van de Amerikaanse fabrikant Oshkosh, die varende BandVagn voertuigen uit Zweden, die CAN-AM Outlanders en de BRP Lynx sneeuwscooters uit Finland kunnen de mariniers zich verplaatsen! En ja, daar zijn ze ook trots op.
Doctrine
Eerst over de nieuwe doctrine. Vanaf 2020 – dus nog voor de Russische invasie in Oekraïne – begonnen Amerikaanse, Britse en Nederlandse mariniers daarover na te denken. D-day achtige landingsoperaties waren in een hedendaags conflict praktisch onuitvoerbaar geworden. Je kunt eenvoudig uitrekenen dat je met een in wezen beperkte hoeveelheid infanteristen een dergelijke actie niet overleeft. In een grootschalige oorlog zou bij een massale invasie over zee een complete mariniersbrigade binnen drie minuten zijn uitgeschakeld. Dit betekent dat je er niet zomaar aan kunt beginnen.
Het idee is nu dat de mariniers vooruit worden gestuurd en allerlei prikacties gaan uitvoeren op een vijandelijke kust of zelfs diep in vijandelijk gebied om zo de vijand te storen en gunstige omstandigheden te scheppen voor de geallieerde – lees: Amerikaanse – hoofdmacht die weldra een landingsoperatie op de vijandelijke kust kan uitvoeren. ‘Shaping the battlefield’ wordt het genoemd. Britse en Nederlandse mariniers moeten het slagveld vooraf zo gunstig mogelijk inrichten met allerlei gewaagde hit-and-run acties. Op die manier moeten ze de vijand dwingen tot een gevecht dat hij juist niet wil voeren.
Kleine groepen mariniers – exacte aantallen worden geheimgehouden – worden gedropt in de toekomstige oorlogszone. Het idee dat ze daar eerst verkenningen kunnen uitvoeren, is achterhaald. Met drones en geavanceerde sensoren heeft de vijand je meteen in de gaten. Elk slagveld is transparant geworden. De Oekraïne-oorlog leert dat ongezien optreden onmogelijk is.
Het is dus zaak om te landen, aangetroffen doelen direct aan te grijpen en je snel weer uit de voeten te maken. Toekomstige mariniersoperaties voltrekken zich in een ongekend hoog tempo. Verspreid over een groot gebied worden tegelijkertijd allerlei ‘raids’ (agressieve verrassingsaanvallen) uitgevoerd om de vijand in verwarring te brengen, zijn logistiek te verstoren en zijn bevelvoering te ontregelen. Alleen door chaos te scheppen bij de vijand, kom je er weer levend uit.
Als voorbeeld zijn wel eens de heldhaftige acties van de Oekraïense mariniers genoemd, die voorjaar 2022 maandenlang standhielden in havenstad Mariopoel tegenover een Russische overmacht. De 36ste mariniersbrigade van majoor Serhii Yaroslavovych Volynskyi werd door de Russen omsingeld en zat twee maanden vast in een staalfabriek. Ze vochten als leeuwen. Elke dag sneuvelden er jongens, maar ze gaven niet op.
Vijfhonderd overlevenden vochten zich uiteindelijk een weg door de Russische linies, verplaatsten zich naar een andere staalfabriek en verenigden zich daar met wat er nog over was van de Azov-brigade van de Oekraïense Nationale Garde. Opnieuw verscholen ze zich in kelders, kruipruimtes en fabrieksinstallaties en telkens weer wisten ze de Russen te verrassen en te pijnigen.
Het was een gevecht op het randje van kamikaze, maar tevens asymmetrische oorlogvoering. De Oekraïners konden havenstad Mariopoel in 2022 niet behouden, maar ze wisten ‘als vlooien op een wilde hond’ de Russische tegenstander zodanig te storen, dat hun optreden grote invloed had op het verloop van de oorlog. De Russen raakten verstrikt in hun eigen overmacht.
Creatieve Oekraïners
Luitenant-kolonel der Mariniers Jurjen Abma, stafofficier van de Operationele Eenheden, noemt een ander, volgens hem beter voorbeeld van de nieuwe manier van werken. ‘Bij het begin van de oorlog in Oekraïne waagden de Russen een aanval op Kiev en Hostomel. Ze rukten op vanuit Wit-Rusland en reden in lange colonnes over de weg. Daar werden ze aangevallen door hoog mobiele ghost-eenheden. Die vertraagden de opmars, schakelden essentiële middelen uit en vernietigden strategische assets van de Russen.’
De Oekraïense mariniers waren creatief, terwijl hun Russische tegenstander bureaucratisch en log reageerde. De Oekraïners waren beter gemotiveerd, want het voortbestaan van hun land stond op het spel. Ze waren ook beter voorbereid op dit soort acties dan de Russen. Vanaf 2020 werkten de Oekraïense mariniers al samen met het US Marine Corps en de Britse Royal Marines. Zeg maar gerust dat de nieuwe mariniersdoctrine van de NAVO-landen in Oekraïne werd onderworpen aan een praktijktest.
Natuurlijk hebben de Russen hiervan geleerd. Ze zullen zich nooit meer zo kwetsbaar opstellen. Moeten de Nederlandse mariniers hierop dan wel gaan plannen? Abma: ‘Het feit dat wij er zijn, is voor de Russen al een uitdaging. Het plaatst hen voor dilemma’s. Ze moeten rekening houden met aanvallen in de flank, waardoor ze een deel van hun troepen achter moeten houden om te verdedigen. Ze zullen voorzichtiger te werk moeten gaan en misschien zien ze daarom wel helemaal af van een aanval.’
Disrupten
‘Shaping the battlefield,’ zegt ook majoor der mariniers Huib Duijster, hoofd Wapensystemen Management van het Korps Mariniers. ‘Het accent komt te liggen op disrupten en specifieke doelen uitschakelen. We gaan zelf geen terrein bezetten en vormen zelfs geen bruggenhoofd. We focussen ons op de vijandelijke logistieke knooppunten, commandocentra en data-centra van de vijand. Als we die verlammen, scheppen we gunstige omstandigheden voor andere, grootschalige eenheden om een landing te kunnen uitvoeren en verder te kunnen oprukken.’
De mariniers worden daartoe tot zes weken voordat het de echte slag begint, vanuit een moederschip gelanceerd in landingsschepen of per helikopter. Vanuit het schip worden loitering munitie (zwevende munitie) en drones uitgestuurd om vervolgens door de mariniers met grote precisie naar het doel te worden geleid. Bevoorrading van de mariniers gebeurt via vliegende en varende drones. Het moederschip blijft op een zo veilig mogelijke afstand, maar dankzij de nieuwe technologie zijn de verbindingen kort.
Snelheid moet het winnen van bepantsering. Bij dit werk kun je je alleen redden door je na een actie meteen te verplaatsen. Het zou fijn zijn als je vervoermiddel bestand is tegen zwaar mitrailleurvuur en rocket propelled grenades, maar dan wordt de carrosserie te zwaar en ben je niet wendbaar genoeg.
In het ‘extreme terrein’ van de ‘future littoral warfare’ speelt dat sterker als ooit tevoren. Je moet razendsnel manoeuvreren om het gevecht te kunnen overleven. Pantser maakt je minder beweeglijk en beperkt ook je uitzicht naar buiten, want je moet het doen met een voorruitje van hooguit 40 bij 20 centimeter. Je kijkt door het spreekwoordelijke ‘rietje’ en dat kost tijd die je niet hebt.
De Koninklijke Landmacht is bezig over te schakelen van de Duitse Mercedes-Benz (een pick-up versie van deze jeep, soldaten spreken over het ‘MB-bakkie’) naar de Italiaanse Manticore. Het nieuwe voertuig is veel zwaarder, steviger en vuurbestendiger dan de oude MB. Voor het Korps Commandotroepen en voor een deel van de Luchtmobiele Brigade komt er de Vector van de Nederlandse fabrikant Defenture. Dit terreinvoertuig weegt 2.800 kilo. Met modulaire bepantsering komt het op 3.800 kilo. Met vier soldaten en volledige bewapening plus uitrusting haalt de Vector bijna 5.000 kilo.
De Vector is voorzien van een Oostenrijkse 3.2 liter 6V Steyr-motor (220 pk) en bereikt op verharde wegen een topsnelheid van 130 kilometer. In ruig terrein haalt de Vector 90 kilometer per uur. Producent Defenture is ontstaan uit het bedrijf Pro-Dakar van een oud-motorcrosser en Dakar-veteraan, dus eigenlijk werd de militaire snelheidsduivel ontwikkeld voor de Dakar-rally. Stoer!
Voor de mariniers is de Manticore te zwaar en te groot. Hij past niet op de landingsvaartuigen waarmee de mariniers vanaf hun moederschip heimelijk op een vijandelijke kust worden afgezet. De Oshkosh ‘Kaaiman’ past er wel op, al is het nieuwe ‘werkpaard’ van de mariniers zelfs iets groter en zwaarder dan de Vector van de commando’s.
De mariniers hadden altijd Landrover-jeeps, in de volksmond ‘LARO’, omdat ze nu eenmaal altijd met de Britse Royal Marines moeten kunnen optreden. In de tijd van de bezuinigingen, werd bepaald dat ze hun geliefde ‘Larootjes’ moesten inleveren voor MB-bakkies, want standaardisatie leek goedkoper. Achter de schrijftafel was dat inderdaad het geval. Maar inmiddels is er budget en ziet iedereen wel in dat je het rijdend materieel moet afstemmen op de specifieke taken en behoeften van elke eenheid. Daarom krijgen de mariniers de Amerikaanse Oshkosh ‘Kaaiman’ als nieuwe patrouillewagen.
Klauw
Oshkosh is een stadje in Wisconsin, genoemd naar een opperhoofd van de Menominee-indianenstam. Oskkosh is in de inheemse taal ‘klauw’ en dat is een terechte benaming voor de fabrikant van het voertuig, dat is gemaakt om in een hoek van bijna 45 graden tegen hellingen op te rijden. Oshkosh Defence produceerde de Joint Light Tactical Vehicles (JLTV) in grote aantallen. Voor het Amerikaanse leger en het US Marine Corps is het voertuig de eerste opvolger van de legendarische Humvee (High Mobility Multipurpose Wheeled Vehicle).
Onder de motorkap van de nieuwe terreinwagen hangt een Caterpillar, die 250 tot 350 pk levert. Allemachtig, dat is praktisch het vermogen van een flinke vrachtwagen. De vier onafhankelijk verende wielen loodsen de JLTV als een behendige monstertruck door sterk geaccidenteerd terrein.
De fabrikant deed met dit voertuig niet mee aan de Dakar Rally, maar toonde het product wel aan het grote publiek tijdens de Baja 1000 Race in Mexico, de ultieme off-road challenge in één etappe over duizend mijl (1.600 kilometer). Defensie heeft in de Verenigde Staten 178 voertuigen besteld. Vanaf 2028 worden ze geleverd. Was hier nog iemand aanhanger van de VROEM-partij?
Het Korps Mariniers krijgt 150 stuks in de niet bepantserde Oshkohs Outlander DXPV-versie. De officiële benaming is FLATM-PV (Future Littoral All Terrain Mobility – Patrol Vehicle). Een handzame bijnaam in de trant van ‘LARO’ of ‘MB-bakkie’ laat nog even op zich wachten.
Voorlopig zegt iedereen ‘Oshkosh’ en dat klinkt als een geheime code. ‘Kaaiman’ ligt makkelijker in het gehoor. ‘Daarmee leg je ook de nadruk op het amfibische karakter van dit voertuig,’ zegt kapitein der mariniers Sterk, de voertuigspecialist van het Korps. ‘Een kaaiman is op land en in het water snel, wendbaar en krachtig. Het voertuig is sterk en veelzijdig. Het past zich onmiddellijk aan bij een nieuwe omgeving.’
Chauffeurs
Waar voorheen gewerkt werd met speciale chauffeurs – bijvoorbeeld op de befaamde Viking rupsvoertuigen – is het de bedoeling dat alle mariniers straks met een Oshkosh kunnen rijden. In verband met het aantal beschikbare instructeurs kan dat overigens nog even duren.
Na veertig jaar zijn die oude Vikings inmiddels uitgefaseerd. Op het kazerneterrein van de mariniers in Doorn staan er nog een paar, maar de meeste Vikings werden de afgelopen jaren geschonken aan Oekraïne. De vervanger is in aantocht: de BvS10 Beowulf met plek voor maximaal 12 mariniers. Net als de Viking is dit nieuwe voertuig van Zweedse makelij. De BvS10 is inzetbaar bij temperaturen van min 46 graden tot plus 49 graden Celsius. (Vraag je niet af wat er bij dergelijke temperaturen met de mariniers zelf gebeurt).
Het voertuig raast met 65 kilometer over het terrein, maar kan – net als de Viking – ook varen. De rupsbanden en het onderstel zakken dan onder water. Vanaf de voorruiten blijft de Bandvagn net boven de waterlijn. Ideaal voor het militaire werk in moerassig gebied. Je kunt nog eens met droge voeten een meer of een rivier oversteken. Erg hard gaat dat varen overigens niet: 5 kilometer per uur. Dat maakt je kwetsbaar, want de Beowulf is niet gepantserd. Sowieso zit naast de chauffeur een bijrijder, die via een dakluik in de cabine de omgeving in de gaten houdt.
Luitenant-kolonel Abma noemt die capaciteit om te varen niet zo essentieel voor de mariniers. Fijn dat het kan, maar volgens de nieuwe doctrine komt het vooral aan op snelle verplaatsingen. Als marinier bevind je je in een vijandelijke zone en weet je zeker dat de tegenstander je elektronisch kan uitpeilen. Wat te doen? De onderlinge communicatie zoveel mogelijk beperken en nog sneller verplaatsen. Het korps vertrouwt daarvoor sterker op de ATV6x6 en de sneeuwscooters, dan op de Beowulf.
Small mobility
Voor de ‘small mobility’ krijgen de mariniers aanzienlijke aantallen quads, beter gezegd zeswielige All-Terrain Vehicles. Een quad heeft vier wielen, maar de CAN-AM Outlander heeft er zes. De leverancier is BRP in Finland, een bedrijf dat onderdeel is van een Canadees concern dat de merknaam CAN-AM hanteert voor voertuigen en Lynx voor sneeuwscooters. Met de Outlander jakker je door elk terrein. Met twee mariniers op één 6×6. Achterop is ook nog plek voor je wapen en je bagage. Defensie gaat het vehikel ‘Tor’ noemen. ‘Een knipoog naar het Korps,’ zegt kapitein Schenk. Tor is een oude bijnaam voor de mariniers, vanwege het embleem op hun uniform dat van een afstand wel iets wegheeft van een of ander kevertje.
Van origine is de CAN-AM geen militair ontwerp. Hij wordt in Europa en Noord-Amerika volop verkocht aan off-the road recreanten. ‘Voorheen werden militaire middelen speciaal ontworpen, maar tegenwoordig kopen we uit het schap. Dat is sneller en goedkoper. Voorheen moest een platform 15 tot 20 jaar meegaan, nu rekenen we met 5 tot 7 jaar,’ zegt majoor Duijster. ‘Als een civiel product voor 80 procent matcht met wat we nodig hebben, dan zeggen we: kopen.’
De aanpassingen voor de mariniers – groen spuiten en oorlogsverlichting – zijn minimaal. De Tor is niet ontworpen om er een mitrailleur op te monteren. Dat zou een ingewikkelde certificatie-procedure vergen. Maar zou de oorlog uitbreken, dan breekt nood alle wetten. ‘Dan lassen we er heus wel een affuit op,’ zegt Duijster.
Poolcirkel
Het eeuwenoude motto van het Korps is Qua Patet Orbis, zo wijd de wereld strekt. De 2.500 mariniers vormen een amfibische elite-eenheid en kunnen overal ter wereld worden ingezet. De afgelopen decennia dienden ze in de jungle van Cambodja, de bergen van de Balkan, de woestijn van Irak en de rotsachtige valleien van Afghanistan. Inmiddels hebben ze vooral het noorden van Noorwegen op het oog als mogelijk inzetgebied.
In de Koude Oorlog was dit ook het geval. Nederlandse mariniers bewaakten in het uiterste Noorden, zo’n 300 kilometer boven de Poolcirkel, de Noors-Russische grens. Het was de enige plek waar het NAVO-territoir direct grensde aan dat van de Sovjet-Unie. Bovendien was het strategisch belangrijk gebied, omdat je eerste rang zit als Russische oorlogsbodems en onderzeeboten zich van en naar de haven van Moermansk verplaatsen.
In deze arctische omstandigheden voeren de Nederlandse mariniers een essentiële taak uit voor de NAVO. De wintertrainingen van het Korps in het uiterste Noorden van Noorwegen – als de mariniers ’s nachts op matjes in tenten slapen en ze slaapzakken aan elkaar ritsen om elkaars voeten onder elkaars oksels warm te houden – zijn een vast onderdeel van de mariniersopleiding. Met de nieuwe dreiging uit het oosten zijn ze extra actueel.
De mariniers hadden al een handjevol sneeuwscooters om in Noorwegen door de sneeuw te rijden, maar de vloot wordt de komende jaren flink uitgebreid. Het Korps krijgt de Lynx Ranger, ook van de Finse maker BRP. Ook de Ranger is een civiel product, dat slechts kleine modificaties hoeft te ondergaan voor gebruik door de mariniers.
Op de website van de fabrikant kan elke avonturier zich aan deze snowmobile vergapen. ‘License to thrill,’ juicht het bedrijf. Je ziet allerlei uitvoeringen. De mariniers hoeven hem alleen maar wit te spuiten en een extra knopje te installeren om de voor- en achterlichten sterk te dimmen of uit te zetten. ‘Oorlogsverlichting’ is niet gezien worden. Ook voor de sneeuwscooters is het de bedoeling dat elke marinier straks de machine kan besturen. Het staat nu reeds vast dat de mannen met een enige gretigheid hun rijlessen op de Lynx Ranger zullen aanvangen.
‘Maar essentieel voor de mariniers blijft het optreden te voet en op langlaufski’s,’ waarschuwen de officieren Abma en Duijster. Je brandstof kan immers opraken, het terrein kan onbegaanbaar worden, je materieel kan defect raken. Ook dan moet een marinier ‘snel, mobiel en zelfstandig’ verder. Het komt nooit zover dat mariniers alleen maar op hun voertuig blijven zitten en rustig achteroverleunen. ‘Als dat zou gebeuren, dan vecht je niet om te winnen en dat is niet Korpswaardig. Dan houd ik er meteen mee op,’ zegt Duijster zelfverzekerd. Een marinier moet immers ook zonder technische ondersteuning kunnen vechten en zal daarom altijd zuinig blijven op zijn voeten
Collega Abma voorziet dat de nieuwe wapentechnologie het in de nabije toekomst mogelijk maakt om de gevaarlijkste, moeilijkste en zelfs meest bepalende acties te laten uitvoeren door onbemande systemen. De mariniers van de toekomst lanceren dan diep in vijandelijk gebied hun drones, bedienen op afstand hun mitrailleurs en mortieren. Maar ze blijven infanteristen voor de close combat, zeesoldaten, mariniers in de oorspronkelijke betekenis van het woord.
Journalist en defensiespecialist Eric Vrijsen inventariseert voor Wynia’s Week de revolutie die er gaande is in de Nederlandse krijgsmacht, nu er nieuwe gevaren zijn, maar ook veel ruimere middelen dan voorheen. Wynia’s Week is er 156 keer per jaar, met altijd verrassende artikelen, columns en podcasts. U maakt dat mogelijk! Hartelijk dank!


