De enige redding van de kernwaarden van Europa is een drastisch afgeslankte Europese Unie

JanJ.B.Kuipers 18-8-26
De Frans-Roemeense filosoof Emil Cioran in 1987: ‘Onlangs kreeg ik een brief met de vraag hoe ik de toekomst hier in het Westen zag. Ik schreef terug dat ik geen voorspellingen kon doen maar het enige duidelijke dat ik kon zeggen was dat, laten we zeggen, over vijftig jaar de Notre-Dame een moskee zal zijn.’ Beeld: pre-textos.com

Artikel beluisteren

Het zal toch niet waar zijn: de oudste vermelding van Europeanen (europenses) houdt verband met de oprukkende islam. Zij werd gemaakt naar aanleiding van de Slag van Poitiers in 732, toen Karel Martel het leger van Abd al-Rahman versloeg. De vermelding komt uit de anonieme ‘Kroniek van 754’. De naam van het continent Europa was toen natuurlijk al stokoud, maar de christenen in het islamitische Al-Andalus (Iberisch schiereiland) gebruikten europenses kennelijk voor hun noordelijke geloofsgenoten.

We lezen dit in Wij, Europeanen. Een onwaarschijnlijke ontstaansgeschiedenis, het nieuwe boek van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas (Omniboek), dat ‘niet de zoveelste geschiedenis van Europa’ wil zijn, maar een ander verhaal vertelt, want ‘de nieuwe tijd die op ons afkomt, vraagt om een nieuwe geschiedenis’. Nieuwe ontwikkelingen zijn dan bijvoorbeeld de aandacht voor het slavernijverleden.

Een nieuw begin

Hulspas stelt in zijn summiere inleiding vast dat Europa voor een nieuw begin staat. ‘Na decennia van veilig schuilen onder de Amerikaanse nucleaire paraplu, staan we er plotseling alleen voor.’ Om onszelf en de verdeeldheid van ons werelddeel te begrijpen moeten we terug naar onze middeleeuwse wortels. Daaruit ontstonden oorlog, rivaliteit, permanente versnippering van macht; maar juist dankzij die verdeeldheid ontstond ook de democratie, de kapitalistische economie, onafhankelijke rechtspraak, de internationale diplomatie en vrijheid van geloof en meningsuiting.

‘Zonder die verdeeldheid had Europa veel minder ketters en geen universiteiten en wetenschappelijke controversen gehad’, aldus de auteur. Rond 1600 was er de ‘spectaculaire val van de filosofie van Aristoteles, en de doorbraak van het besef dat wijsheid begint bij systematische twijfel – aan wat anderen beweren en wat je zelf denkt te weten’.

Hulspas heeft zeker een boeiend en waardevol, van talloze actoren, feiten en verbanden doordrenkt boek geschreven (dik ook, 540 pagina’s). Waaruit de nieuwe benadering van de Europese geschiedenis zou blijken, wordt mij echter niet duidelijk. Een inleiding en een nawoord van elk nog geen twee pagina’s zijn niet voldoende om het ‘andere’ van dit verhaal te belichten; een groot gemis is ook het ontbreken van een bronnen- en literatuuropgave (sporadisch wordt in de noten naar publicaties verwezen) en een register.

De brede scope is evenmin nieuw en herinnert me aan het nog vrij recente, met eenzelfde panache geschreven en evenzeer op de Middeleeuwen gerichte boek over de Noordzee van Michael Pye (Aan de rand van de wereld, 2014).

Islamitische expansie

De context van die eerste vermelding van europenses is natuurlijk zeer frappant, als we er de actualiteit van de massa-immigratie en daarmee gepaard gaande islamiseringstendens bij betrekken, die in dit magazine al zo vaak en van vele kanten is belicht, vrij onlangs nog hier en hier.

Hulspas besteedt ruime aandacht aan de verschillende golven van islamitische (Arabische en Turks-Ottomaanse) expansie in Europa vanaf de zevende eeuw tot de Turkse aanval op Wenen in 1683. En nee, de al even infame Kruistochten waren hier geen reactie op, alhoewel in de collectieve Europese herinnering de islamitische, ‘Saraceense’ agressie natuurlijk wel voortspookte.

Schoorvoetend

Herinnert u zich Samuel P. Huntington nog? In 1996 verscheen zijn The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order (Botsende beschavingen); een artikelversie dateerde al uit 1993. In de wereld na de Koude Oorlog zouden conflicten zich niet langer afspelen langs economische of strikt ideologische breuklijnen, maar vooral langs culturele, zoals de westerse, orthodoxe, islamitische en Chinese.

De wereldpolitiek zou steeds meer worden bepaald door de frictie tussen het Westen (de VS, Europa en hun invloedssferen) en de niet-westerse culturen. Grootschalige migratie, vooral in de VS, zag Huntington als serieuze bedreiging voor de nationale identiteit en interne cohesie.

Cioran

Er is terecht veel kritiek geuit op Huntington (te schematisch, te simplistisch), maar het trauma van 9/11 was niet eens nodig om de waarde van zijn bijdrage aan het debat te toetsen. Over de islamitische en Afrikaans-Aziatische demografische en culturele impact op het moderne Europa klonk al veel eerder een koor van stemmen. Bijvoorbeeld van de geniale zwartkijker Emil Cioran. In juni 1987 besteeg Rudi Wester ‘schoorvoetend de ontelbare trappen’ naar zijn Parijse appartement om hem een interview af te nemen voor de boekenbijlage van Vrij Nederland.

Cioran liet zich niet onbetuigd. ‘Hoe komt het dat Europa zo overspoeld wordt door Afrikanen? Ze voelen dat het hier naar de afgrond gaat. Onlangs kreeg ik een brief met de vraag hoe ik de toekomst hier in het Westen zag. Ik schreef terug dat ik geen voorspellingen kon doen maar het enige duidelijke dat ik kon zeggen was dat, laten we zeggen, over vijftig jaar de Notre-Dame een moskee zal zijn.’ En: ‘Het Westen is versleten, zoals met oude mensen gebeurt. Het gelooft niet meer in zichzelf en glijdt naar de afgrond. En in zijn val sleept het het christendom mee.’

Erfenis

Bij Hulspas geen expliciet besef van de slijtage van Europa. In zijn nawoord legt hij de nadruk op de positieve aspecten, ondanks Europa’s door haar technologische voorsprong mogelijk gemaakte botte, meedogenloze en materialistische expansie, ‘de duistere erfenis van Europa’. Hij wijst op het daarnaast bestaande positieve Europese uitgangspunt van de samenleving: ‘de fundamentele rechten van individuele mensen’. Met behoud van deze kernwaarden moeten we ons ‘verenigen om ons te kunnen verdedigen’.

Het zijn echter juist die kernwaarden die door overmatige verenigingsdrift zijn geërodeerd. De Europese schaalvergroting, vooral na het ondanks de uitkomst van verschillende nationale referenda doorgedrukte Verdrag van Lissabon (2009), doet werkelijke democratie, anders dan in de eindeloze lippendienst van Brusselse stuurlui, steeds verder uit het zicht verdwijnen ten gunste van een ongekozen bureaucratische horde en een dito nomenklatoera.

Door het immense trauma van de Tweede Wereldoorlog keerde het westerse superioriteitsgevoel (Kiplings White Man’s Burden) zich tegen zichzelf, in de vorm van een binnenwaarts gerichte morele agressie: de gretige omarming van onze imperialistische en koloniale, ‘witte’ schuld. Deze is uiteraard niets anders dan een specifieke uiting van het universele menselijke tekort. In hoeverre verschilden de door de Turks-Mongoolse krijgsheer Timoer Lenk rond 1400 opgerichte ‘torens van schedels’ van tienduizenden afgeslachte mensen, om een willekeurig voorbeeld te noemen, qua moraliteit van de slachting in Jeruzalem door de kruisvaarders in 1099?

Hulspas’ ‘systematische twijfel’, ooit de schitterende vrucht van Europa’s kritische geest, heeft zich sinds de jaren zestig eveneens tegen zichzelf gekeerd, gezien de impact van Jacques Derrida’s labyrintische opvattingen over ‘deconstructie’ – ‘Er is niets buiten de tekst.’ Deze sloegen de vaste grond onder alle begrippen weg en verwezen elke claim op fundamentele waarheid naar de prullenbak. De grens tussen feit en opvatting, bewering en bewijs vervaagde. Vaarwel Hugo de Groot, John Locke, Montesquieu, Cesare Beccaria, we zullen jullie missen.

Vingertje

Om de Brusselse moloch af te remmen lijkt een mirakel nodig. Toch zou de enige redding van het Europese project, dat wil zeggen van zijn kernwaarden, een drastisch afgeslankte Unie zijn, die zich bovenal bezighoudt met gemeenschappelijke belangen aangaande de buitengrenzen en defensie; en met delegatie van politieke, economische en sociale bevoegdheden terug naar de lidstaten, zodat ze elk in eigen tempo de weg naar een deels gemeenschappelijke toekomst kunnen gaan.

Tegelijkertijd, het lijkt nu wel een utopische droom, kan dan eindelijk dat wereldwijd verafschuwde, zwaaiende vingertje van morele superioriteit en ideologische missiedrang worden ingetrokken. Laten we na anderhalve eeuw de woorden van de Portugese schrijver Ramalho Ortigão ter harte nemen, die in 1883 Nederland bezocht om de Wereldtentoonstelling te verslaan: ‘Verheven denkbeelden gelijken in hun ontwikkeling op gebruikte borstels: eerst reinigen zij, dan worden zij smerig, ten slotte besmeuren zij de dingen die zij aanraken’ (A Holanda, 1883).

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!