Onze kelderende PISA-scores zijn zelfs nog te rooskleurig, want te weinig kinderen van migranten doen mee

WW Jaspers 12 september 2026
De duiders buitelen over elkaar heen om de alarmerende PISA-resultaten te verklaren. Foto: Pexels.

Artikel beluisteren

De PISA-scores, de internationaal vergelijkbare ‘rapportcijfers’ van 15-jarige scholieren, nemen in vrijwel alle OECD-landen een duikvlucht (de 38 OECD lidstaten omvatten alle westerse landen, plus enkele landen in Zuid-Amerika, Turkije, Japan en Zuid-Korea). PISA test elke drie jaar in al die landen duizenden scholieren op hun kennis en begrip van wiskunde en wetenschap, en hun leesvaardigheid.

De gemiddelde score nam van 2006 tot 2025 af van 500 tot 473. In Nederland was de duikvlucht nog veel dieper: van hoogvlieger met score 521, naar onder het OECD-gemiddelde met een score van 470. (*)

Als je dat zou vertalen naar de bij ons gebruikelijke rapportcijfers lijkt dat niet eens zoveel: als je 500 gelijk stelt aan rapportcijfer acht, dan is 470 nog een zevenenhalf. Dat is toch niet alarmerend?

Maar zo zitten die PISA-scores niet in elkaar; in 2003 is de gemiddelde score per definitie gelijk gesteld aan 500, en leerlingen doen per leerjaar ongeveer twintig punten aan nieuwe kennis op. Deze teruggang van 500 naar 473 vertegenwoordigt in de hele OECD dus ruim een jaar leerachterstand, en Nederlandse scholieren zijn ruim twee jaar achterop geraakt.

Wegkijken van immigratie

Als u het tot zover heeft kunnen volgen, scoort u al beter dan de 39 procent van de Nederlandse 15-jarigen die in de categorie ‘functioneel analfabeet’ valt.

De duiders buitelen over elkaar heen om deze alarmerende resultaten te verklaren. De smartphone, de covid-lockdowns, het met woke bijzaken overladen onderwijs, scholieren die hun huiswerk door AI laten doen – waarschijnlijk hebben ze allemaal een beetje gelijk, en het telt allemaal op.

Maar wat de scores ook erodeert, en waar menige duider uiteraard preuts van wegkijkt: immigratie. Het volledige PISA-rapport bevat voor elk land en jaartal gegevens over het percentage autochtone, eerste en tweede generatie migrantenkinderen die aan de test heeft meegedaan, en hoe die groepen afzonderlijk scoorden op de test (eerste generatie migranten zijn zelf in het buitenland geboren, de twee generatie is in Nederland geboren maar heeft in het buitenland geboren ouders).

Het beeld is duidelijk: de eerste generatie scoort veel slechter dan autochtone scholieren, en de tweede generatie nog steeds heel wat slechter.

Het is natuurlijk niet verrassend, laat staan verwijtbaar, dat een 15-jarige scholier die misschien pas een paar jaar in Nederland is en de taal nog goed moet leren, grote moeite heeft met de PISA-test. Veel verontrustender is dat migranten die achterstand nooit meer in lijken te lopen. Scholieren die in Nederland zijn geboren en opgegroeid, lopen slechts een derde van de achterstand in die eerste generatie migrantenkinderen hebben op autochtonen.

Dat is in onderstaande grafiek in beeld gebracht:

De PISA-scores voor wiskunde, wetenschap en lezen van 2003 tot 2025. Blauwe lijnen: OECD-gemiddelde. Rood/paars/oranje: Nederland. De pijlen geven de gemiddelde score aan – (wiskunde+wetenschap+lezen)/3 – in 2025 in Nederland van: autochtone leerlingen, tweede generatie leerlingen met migratie-achtergrond en eerste generatie leerlingen met migratie-achtergrond. Bron voor alle cijfers in deze grafiek en in de tekst: https://www.oecd.org/en/publications/2026/09/pisa-2025-results-volume-i_5265bfb1.html, met name tabellen 1B12d1 t/m 1B12d9.

In het PISA-rapport krijgen de resultaten van Nederland een sterretje, wat betekent dat er twijfels zijn over de representativiteit van de test. Scholen beslissen namelijk zelf of ze mee willen doen aan de PISA-test, en lang niet alle scholen doen dat.

Te rooskleurig beeld

Volgens PISA had in 2025 ruim 13 procent van de deelnemende scholieren een migratie-achtergrond. Dat is aanzienlijk minder dan de populatie als geheel, die tegenwoordig al voor 30 procent uit scholieren met een migratie-achtergrond bestaat.

Dat resulteert in een te rooskleurig beeld van de Nederlandse onderwijsprestaties. Immers, als 30 procent van de deelnemers aan de PISA-test een migratie-achtergrond had gehad, zouden hun lage scores het totaal verder omlaag getrokken hebben.

De 13 procent scholieren met een immigratie-achtergrond trekken in de test nu het totaal op de competenties wiskunde, wetenschap en lezen met respectievelijk veertien, vijftien en veertien punten omlaag. Als je de resultaten doorrekent onder de aanname dat 30 procent een immigratie-achtergrond heeft (en gemiddeld hetzelfde scoort als die 13 procent), dan gaan daar op alle drie de competenties nog eens tien punten af.

Realistischer is dus, dat de Nederlandse PISA-duikvlucht inmiddels al tot 460 is gedaald.

Dat is nog een voorzichtige schatting: het ligt voor de hand dat ‘slechte’ scholen – en dat zijn in de praktijk vaak scholen met heel veel immigrantenkinderen – juist huiverig zijn om aan de PISA-test mee te doen. Ook blijft het effect op de scores van derde en vierde generatie immigrantenkinderen buiten beeld, want die tellen mee als autochtoon. Het idee daarachter is, dat zij en hun families al zo lang in Nederland zijn, dat ze hetzelfde scoren als autochtone scholieren, wat onjuist gebleken is.

Uitzoomend van dit gecijfer: wat moet de politiek hiermee? De realiteit is momenteel dat ons onderwijs er maar voor een vrij klein deel in slaagt om migrantenkinderen op autochtoon schoolniveau te krijgen. De tweede generatie scoort weliswaar beter dan de eerste, maar ze blijven op flinke achterstand. Die groep omvat nu een derde van alle scholieren, en dat zal met de aanhoudende instroom alleen maar meer worden. De PISA-scores, en schoolprestaties in het algemeen, zullen dus blijven afkalven.

Ontkennen van het probleem

Voor een gelijkheidsideoloog als Tweede Kamerlid Marjolein Moorman (PRO) is de remedie duidelijk, en die begint bij het ontkennen van het probleem: slechte scores hebben niets met migratieachtergrond te maken, maar met kansarmoede. Op scholen die slecht presteren krijgen de leerlingen geen eerlijke kans om goed te presteren, dus moeten er miljarden aan onderwijseuro’s worden overgeheveld van goed presterende (in de praktijk vaak ‘witte’) scholen naar slecht presterende (in de praktijk vaak ‘zwarte’) scholen. Zo zei ze dat ongeveer, onlangs in de Tweede Kamer.

In haar ideologie komt iedereen als een onbeschreven blad ter wereld, en zolang de onderwijsuitkomsten per school ongelijk zijn, moet er meer geld, menskracht en alle overige ondersteuning naar de slecht presterende scholen, totdat die uitkomsten wel gelijk zijn.

Als je aan Moorman zou voorleggen dat de hardnekkige verschillen in onderwijsprestaties ook kunnen liggen aan de etnische herkomst van leerlingen krijgt ze vast antiracistische stuiptrekkingen. Terwijl er toch alle reden is om aan te nemen dat de mensheid geen eenheidsworst is.

Genetische bagage

Mensen uit het Midden-Oosten of Noord-Afrika komen uit culturen waar neef-nichthuwelijken endemisch zijn. Dit patroon blijft, eenmaal gevestigd in Nederland, voortbestaan, en sowieso draagt de hele bevolkingsgroep die genetische bagage van eeuwen met zich mee.

Dat leidt tot een bewezen, aanzienlijk hogere kans op genetische defecten en geestesziekten, en hoewel degelijk onderzoek op dit gebied ontbreekt – want taboe – zal die eeuwenlange inteelt ook zijn weerslag hebben op de gemiddelde intelligentie, en dus de gemiddelde schoolprestaties.

Het is principieel al onjuist om voorkeursbeleid door te willen drukken dat er op gericht is de uitkomst voor hele groepen gelijk te trekken, maar als die groepen ook nog eens niet hetzelfde potentieel hebben, is het zeker weggegooid geld.

Eerlijke kansen

In plaats daarvan moet beleid altijd gericht zijn op het creëren van eerlijke kansen voor elk individu, ongeacht afkomst of wat dan ook. Zulk beleid hoeft niet eens geld te kosten. En het goede nieuws is: dat doet het Nederlandse onderwijs al. Niet perfect natuurlijk, maar iedereen met een goede intelligentie en echte motivatie kan in Nederland vrijwel gratis naar universiteit of hoger beroepsonderwijs en doorstromen naar de hoogste functies in bedrijfsleven of overheid.

Het idee dat er op ‘zwarte’ scholen een hele klasse van kansarmen rondloopt wier potentieel door ‘het systeem’ wordt onderdrukt is een mythe, een mythe waarop Moorman zo ongeveer haar hele carrière heeft gebouwd.

(*) In deze column rekenen we met een simpel gemiddelde van de drie PISA-scores voor de drie competenties ‘wetenschap’, ‘wiskunde’ en ‘lezen’ (namelijk: de drie scores optellen en door drie delen). PISA zelf vergelijkt landen en groepen leerlingen alleen per competentie en rekent niet één totaalscore uit. Dat is methodologisch te rechtvaardigen, want waarom zou je die drie competenties precies even zwaar wegen? Met deze kanttekening in gedachten, doen we dit nu toch).

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!