De miljarden die een nieuwe invulling van Box 3 zou kosten kan niemand narekenen

JohnKnieriem 15-9-26
Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën. Hij is verantwoordelijk voor alle fiscale aangelegenheden. Beeld: rijksoverheid.nl

Artikel beluisteren

In Den Haag wordt gevochten over de 25 miljard euro die een nieuwe vermogenswinstbelasting zou kosten. De berekening is geheim. Een eerdere versie, die in juni wel openbaar werd, vond Financiën nog te voorlopig om aan de Kamer te sturen.

Op het ministerie van Financiën staat een getal dat de begrotingsonderhandelingen beheerst. Zestien miljard. Tweeëntwintig miljard. Misschien vijfentwintig. Het hangt ervan af welk medium de geheime stukken heeft ingezien. Zoveel zou Nederland mislopen wanneer beleggers in box 3 vanaf 2028 pas belasting over koerswinst betalen bij verkoop, in plaats van ieder jaar zolang die winst op papier bestaat.

Budgettaire derving

In Den Haag is de vertaling eenvoudiger. Het zijn miljarden die worden vrijgemaakt voor vermogenden. Alleen kan niemand buiten het ministerie vaststellen of die miljarden kloppen.

Het Financieele Dagblad komt op basis van de gelekte stukken uit op circa zestien miljard euro tussen 2028 en 2035 en tweeëntwintig miljard tot 2060. De NOS houdt het op elf tot vijfentwintig miljard. Oppositiepartij PRO eist openbaarmaking. De laatste openbare mededeling van het kabinet dateert van 30 juni: de budgettaire derving wordt nog onderzocht.

Minister Eelco Heinen dacht een uitweg te hebben gevonden. Volgens nieuwe ambtelijke berekeningen zou een vermogenswinstbelasting voor aandelen al in 2028 kunnen worden ingevoerd. Daarmee kwam een begrotingsdeal met JA21 en SGP binnen bereik. D66 en CDA trokken aan de noodrem. Bij de Prinsjesdagstukken is die knoop nog niet doorgehakt. Uit de uitgelekte Miljoenennota blijkt dat de coalitie het over box 3 opnieuw niet eens werd. In een brief bij die stukken schrijft Heinen dat het kabinet uiterlijk binnen een half jaar een keuze wil hebben gemaakt. 

Maar wat zijn die miljarden eigenlijk?

Geld dat niet wordt uitgegeven

Er gaat geen 25 miljard euro de deur uit. Het bedrag is het berekende verschil tussen twee manieren om vermogen te belasten, opgeteld over vele jaren. Onder de Wet werkelijk rendement die voor 2028 is voorzien, worden aandelen en andere vermogensbestanddelen met uitzondering van vastgoed in beginsel jaarlijks belast over hun waardestijging, ook als ze niet zijn verkocht. Bij een vermogenswinstbelasting gebeurt dat pas bij verkoop.

Dat veroorzaakt aanvankelijk een gat in de berekening. In de openbare berekening bedroeg dat ruim 4,3 miljard euro in het eerste jaar. Daarna liep het snel terug, tot structureel dertig miljoen euro per jaar.

De gemiste inkomsten uit de eerste jaren worden volgens Financiën later niet volledig ingehaald. Maar dat is iets anders dan 25 miljard euro die uit de schatkist wordt gehaald en aan vermogende Nederlanders wordt gegeven.

Enorme marges

Enige verhouding helpt. Box 3 moet dit jaar ongeveer 10,5 miljard euro opbrengen. Tweeëntwintig miljard over drieëndertig jaar is gemiddeld zo’n 670 miljoen per jaar. Ter vergelijking: alleen al het uiteindelijke begrotingstekort over 2024 bleek 21,6 miljard euro lager dan in de Miljoenennota was geraamd. Zo lijkt de 670 miljoen klein bier.

Ook binnen box 3 zijn de marges enorm. Voor de gevolgen van de arresten van de Hoge Raad, die het bestaande forfaitaire stelsel naar de prullenbak verwees, is circa 16,6 miljard euro aan derving in de begroting verwerkt. De ramingen gingen uit van ongeveer 1,56 miljoen formulieren Opgaaf Werkelijk Rendement over de jaren 2017 tot en met 2024. Tot 19 augustus kwamen er 863.600 binnen. Daarvan zijn er 537.800 inhoudelijk verwerkt, en dat leverde tot nu toe 969 miljoen euro aan teruggaven op. Dat steekt schril af tegen de totale reservering van 16,6 miljard.

Staatssecretaris Eerenberg schreef er begin september bij dat de realisatiecijfers erop lijken te wijzen dat het totale budgettaire beslag van het herstel mogelijk lager kan uitvallen dan destijds geraamd. Conclusies noemt hij voorbarig, want er staan formulieren en bezwaren open en voor belastingjaar 2021 loopt de indieningstermijn nog tot eind dit jaar.

Eén keer per 4,5 jaar

Hoe ontstaat zo’n miljardenbedrag?

Financiën rekende in mei al een sterk vergelijkbare variant door. Die berekening staat in een ambtelijke nota van 29 mei die op 19 juni openbaar werd. Zij omvatte vastgoed en effecten; kapitaalverzekeringen zaten er nog niet in, waardoor de uitkomst volgens die nota een onderschatting is van de effecten van een volledige vermogenswinstbelasting.

Eén gedragsaanname springt eruit. Financiën veronderstelt dat een aandelenportefeuille gemiddeld eens per 4,5 jaar wordt verkocht. Dat getal heeft enorme gevolgen. Omdat bij een vermogenswinstbelasting pas bij verkoop wordt afgerekend, schuift volgens de nota in de eerste jaren ruim driekwart van de belastingopbrengst naar later. En juist deze berekening was nog niet af. De reeks moest worden verfijnd, niet alle vermogensbestanddelen waren meegenomen en er moesten nog diverse gevoeligheidsanalyses worden uitgevoerd.

De ambtenaren adviseerden daarom de volledige tentatieve budgettaire reeksen niet aan het parlement te sturen. Maar drie maanden later ligt een nieuwe versie van die route midden op de onderhandelingstafel. Wat er sindsdien aan het model is veranderd, kan niemand buiten het ministerie beoordelen.

De vermogenswinstbelasting wordt doorgerekend ten opzichte van de Wet werkelijk rendement die vanaf 2028 moet gaan gelden. Maar ook de opbrengst daarvan is geen natuurgegeven.

Financiën werkt met een basispad: grofweg de geraamde opbrengst van het box 3-stelsel dat tot en met 2022 gold, inclusief latere structurele wijzigingen en exclusief de hersteloperaties. Nieuwe stelsels worden budgettair zo ingericht dat ze bij die gewenste opbrengst aansluiten.

Eerst staat vast hoeveel box 3 moet opleveren

In een beslisnota van 8 september 2023 werd vastgelegd dat het nieuwe stelsel budgetneutraal moest aansluiten bij dit basispad. Een bedrag stond daarmee nog niet vast. Door latere ramingen groeide dat basispad voor 2028 naar circa negen miljard euro, en dat is de opbrengst waaraan het nieuwe stelsel moet voldoen.

Hard is die negen miljard niet. Volgens de reeks in de antwoorden op de Voorjaarsnota 2026 bracht box 3 4,3 miljard euro op in 2019 en 5,0 miljard in 2022, waarna de reeks opliep via 7,9 en 6,9 naar 8,6 miljard in 2025 en 10,5 miljard dit jaar. Die stijging komt uit een combinatie van groei van het box 3-vermogen, hogere forfaitaire rendementen na de rentestijging en beleidsmaatregelen, waaronder de verhoging van het tarief naar 36 procent via een amendement.

Het doel waaraan het nieuwe stelsel moet voldoen, bewoog dus mee met de rentecyclus, zonder dat de Tweede Kamer ooit heeft vastgesteld dat box 3 negen miljard moet opbrengen. Eerst staat dus vast hoeveel box 3 moet opleveren. Daarna worden de parameters van het nieuwe stelsel daarop afgesteld. Brengt een alternatief het geld later binnen, dan verschijnt het verschil als derving.

Financiën waarschuwde

GroenLinks-PvdA-Kamerlid Luc Stultiens vroeg wat het kost om vastgoed pas bij verkoop te belasten in plaats van jaarlijks over de waardestijging. Antwoord: circa 42 miljard euro over dertig jaar. Maar het ministerie waarschuwde onmiddellijk dat daaruit niet mocht worden geconcludeerd dat een vermogensaanwasbelasting daadwerkelijk 42 miljard euro méér zou opleveren. Bij een ander stelsel zouden tarieven en andere parameters anders zijn vastgesteld om de gewenste opbrengst te bereiken.

Inmiddels zette de Tweede Kamer dat vastgoedspoor als achtervang klaar. Een aangenomen motie van JA21-Kamerlid Michiel Hoogeveen verzoekt de regering het realisatieregime voor onroerende zaken gereed te houden als zelfstandig wetsvoorstel, voor het geval de Wet werkelijk rendement in de Eerste Kamer sneuvelt.

Acht maanden later ligt opnieuw een cumulatief bedrag over tientallen jaren op tafel. Nu zestien, tweeëntwintig of vijfentwintig miljard.

Niemand kent het werkelijke rendement

Er is een fundamenteler probleem. Financiën weet niet precies wat individuele Nederlanders met hun vermogen verdienen. Bij de Wet tegenbewijsregeling moesten individueel behaalde rendementen worden gesimuleerd aan de hand van gemiddelde marktontwikkelingen. De raming is volgens de Memorie van Toelichting inherent onzeker.

Het CPB beoordeelde haar als redelijk en neutraal, maar met een hoge mate van onzekerheid, omdat over behaalde rendementen op huishoudniveau zeer beperkt gegevens beschikbaar zijn.

Ook deskundigen waarschuwden. Bij de behandeling van de tegenbewijsregeling noemde hoogleraar belastingrecht Edwin Heithuis de bedragen die toen circuleerden volstrekt oncontroleerbaar. Koos Boer, hoogleraar algemeen belastingrecht in Leiden, wees erop dat wat de wet ‘werkelijk rendement’ noemt afwijkt van wat daar normaal onder wordt verstaan. René Niessen, oud-advocaat-generaal bij de Hoge Raad, wees op de onvermijdelijke onzekerheid bij het reconstrueren van rendement onder het oude forfaitaire stelsel.

Dat is de kennisbasis waarop nu over tientallen miljarden wordt onderhandeld.

Daaruit volgt niet dat de nieuwe raming te hoog is.

Bas Jacobs, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit, kwam los van Financiën op een transitiederving van twaalf tot veertien miljard euro ten opzichte van een volledige vermogensaanwasbelasting, zonder gedragseffecten. Houden beleggers hun aandelen langer vast, dan loopt zijn berekening op tot een veelvoud daarvan.

Daarmee zijn we terug bij die 4,5 jaar. Hoe langer beleggers hun bezit vasthouden, hoe later de fiscus zijn geld krijgt. Juist het gedrag dat moeilijk te voorspellen is, bepaalt voor een belangrijk deel hoe groot de rekening wordt.

Wat andere landen doen

In een vergelijking van twaalf landen die PricewaterhouseCoopers in opdracht van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs maakte, kwam geen land naar voren dat een vermogensaanwasbelasting als algemene hoofdregel hanteert. België voerde per 1 januari 2026 als hoofdregel een belasting van tien procent op gerealiseerde vermogenswinsten in, onder meer op aandelen. Frankrijk belast gerealiseerde koerswinsten op aandelen in beginsel tegen 31,4 procent.

Intussen staat het dossier stil. De wet ligt aangehouden in de Eerste Kamer en beleggers betalen door onder het overgangsstelsel, dat afrekent over waardestijging die niet is gerealiseerd en geen aftrek van kosten kent. De tegenbewijsregeling die daarbij hoort kost de schatkist volgens het kabinet circa 2,4 miljard euro per jaar.

Niet sturen op bedragen

Op 25 juni wilde staatssecretaris Eelco Eerenberg geen bedrag noemen voor de kosten van de hervorming. Van sturen op bedragen, zei hij, krijg je niet de beste politieke discussie. Vijf dagen later schreef zijn ministerie aan de Eerste Kamer dat de budgettaire derving nog werd onderzocht. Tien weken later is een niet-openbare raming de inzet van de begrotingsonderhandelingen.

De realiteit is dat de opbrengst bepaald wordt aan de hand van de koersen, van de rendementen en van het moment waarop beleggers besluiten te verkopen. Dat laatste valt vooraf niet te meten.

In de politieke discussie is die raming inmiddels vertaald in miljarden die voor vermogenden zouden worden vrijgemaakt.

Wat aan dit dossier opvalt, is de volgorde. Eerst ligt vast wat box 3 moet opbrengen, daarna worden de tarieven daarop afgesteld, en wie van die uitkomst afwijkt krijgt een rekening gepresenteerd die buiten het ministerie niemand kan narekenen. Daarmee blijft één vraag open. Of het niet verstandiger is eerst een heffing te ontwerpen die de vergelijking met andere landen doorstaat en die vermogen in Nederland houdt, en pas daarna uit te rekenen wat zij opbrengt.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!