Met dure bijlessen een slimmer kind kopen, kan dat?
Artikel beluisteren
In de media zien we ze geregeld naast elkaar: de wereldverbeteraar en zielige schoolkinderen, de redder en de slachtoffertjes van falend onderwijs. De diagnose is meestal verrassend simpel en adviezen worden als verse pepernoten rondgestrooid, vaak door mensen die zelf nooit één dag voor de klas hebben gestaan of een pedagogische opleiding hebben gevolgd. Het onderwijs is immers van ons allemaal, net als het voetbal. De nuance is dan ook vaak net zo groot als bij Ajax tegen Feyenoord.
Sinds enige tijd is het schaduwonderwijs de nieuwe steen des aanstoots. Bijlessen, examentrainingen en huiswerkbegeleiding buiten de gewone lessen om zouden aantonen dat scholen het verkeerd doen: hoogopgeleide ouders kopen kansen en commerciële bureaus verrijken zich aan een falend stelsel. Schaduwonderwijs als commerciële aanval op de kansengelijkheid?
De academic coach
Eerstejaars student Robin mag zich sinds vorige week academic coach noemen. Tegenover hem zit de leerling. De coach geeft eerlijk toe dat hij nog nooit les heeft gegeven. Van het huiswerkinstituut heeft hij een handleiding en een inlogcode meegekregen. Bovendien is er de geruststellende gedachte dat alle antwoorden achter in het boek staan.
‘Waar zullen we mee beginnen?’ vraagt coach Robin.
‘Nergens mee.’
‘Je ouders hebben je aangemeld omdat je moeite hebt met wiskunde.’
‘Nee, mijn ouders hebben moeite met m’n cijfers. Dat is iets anders.’
Met zichtbare tegenzin opent de leerling zijn boek. De coach kiest een vergelijking en begint die uit te leggen. Al na twee zinnen loopt hij vast.
‘Dat klopt niet,’ zegt de leerling.
‘Jawel, zo staat het bij de antwoorden achter in het boek.’
‘Dan kloppen de antwoorden niet.’
Coach Robin rekent opnieuw, krijgt een andere uitkomst en opent zijn laptop. De leerling zucht en legt uit waar het misgaat.
‘Kijk,’ zegt Robin, ‘nu zijn we er samen uitgekomen.’
De leerling zucht.
Volgens de Monitor Aanvullend Onderwijs maakte in het schooljaar 2024/2025 ongeveer 27 procent van de kinderen in het primair onderwijs en 36 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs gebruik van enige vorm van aanvullend onderwijs. Het gaat zowel om betaalde als onbetaalde begeleiding en ook om oefenmateriaal en ondersteuning bij bijzondere onderwijsbehoeften. In het voortgezet onderwijs is bijles met 12 procent de meest gebruikte vorm, gevolgd door huiswerkbegeleiding met 8 procent.
Het beeld van een hele generatie die dagelijks naar een commercieel instituut wordt gestuurd, lijkt dus enigszins overdreven. Bovendien vindt onbetaalde begeleiding meestal op school of thuis plaats.
Betaalde begeleiding wordt vaker door een extern bedrijf verzorgd. De commerciële markt is groot. De Monitor schatte in 2024 dat er ongeveer 6100 bedrijven zich met aanvullend onderwijs bezighielden. Van 38 procent was omzetinformatie beschikbaar: samen waren deze ondernemingen goed voor 101 miljoen euro. Omdat bijles vaak van btw is vrijgesteld en van veel bedrijven geen omzet bekend is, geeft dat bedrag geen volledig beeld van de markt.
Uiteenlopende resultaten
Internationaal onderzoek laat zien dat bijles de leerprestaties kan verbeteren, maar de resultaten lopen uiteen naar vorm, vak en context. Een meta-analyse van 22 experimentele studies vond gemiddeld positieve effecten, maar concludeerde dat er geen garantie is dat iedere vorm van commerciële bijles werkt. De opbrengsten hangen mede af van de kwaliteit en continuïteit van de begeleiding, de deskundigheid van de begeleider en de afstemming met de school en de behoeften van de leerling.
Dat betekent dat niet iedere vorm van begeleiding effectief is. Slecht georganiseerde of opgedrongen begeleiding kan juist frustratie en verlies van motivatie veroorzaken. Voor Nederland is nog weinig overtuigend onderzoek beschikbaar waarmee het zelfstandige effect van commercieel schaduwonderwijs kan worden vastgesteld.
Onderwijstaken in particuliere handen
Veel van wat de critici zeggen, is waar. Ouders zien de volle klassen, lesuitval, leraren die onvoldoende tijd hebben voor individuele begeleiding, en bedenken zelf oplossingen. Betaald schaduwonderwijs kan de kansenongelijkheid vergroten, omdat de toegang tot extra tijd, uitleg en toetsvoorbereiding ongelijk is verdeeld.
Kinderen van hoger opgeleide ouders maken vaker gebruik van betaald aanvullend onderwijs, terwijl kinderen van lager opgeleide ouders vaker zijn aangewezen op gratis ondersteuning. Kinderen van lager opgeleide ouders zijn meer afhankelijk van de ondersteuning die hun school of gemeente gratis beschikbaar stelt. Niet ieder gezin kan honderden euro’s per maand betalen voor huiswerkbegeleiding, bijles of examentraining. Wie geld heeft, koopt geen slimmer kind, maar wel tijd, rust, extra uitleg, oefening, vertrouwdheid met toetsen en kennis van de spelregels.
Toenmalig onderwijsminister Arie Slob uitte in 2018 al zorgen over de gevolgen voor de kansengelijkheid. Op het moment dat scholen leerlingen voor ondersteuning naar betaalde aanbieders verwezen, raakte volgens hem de verantwoordelijkheid van de school in het gedrang. Onderwijstaken kunnen zo ongemerkt in particuliere handen terechtkomen en daarin schuilt een wezenlijk gevaar. De kwaliteit van het commerciële aanbod is bovendien niet altijd inzichtelijk. Op begeleiding buiten school bestaat niet hetzelfde toezicht als op het bekostigde onderwijs.
De vraag naar aanvullend onderwijs heeft verschillende oorzaken. Ouders die vrezen dat hun kind achteropraakt wachten niet altijd geduldig af tot het onderwijs zichzelf heeft gerepareerd.
De coronacrisis gaf het aanvullende onderwijs vervolgens een krachtige financiële impuls. In februari 2021 stelde het kabinet via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) ruim 8,5 miljard euro beschikbaar voor herstel en ontwikkeling, waarvan ongeveer 5,8 miljard bestemd was voor het primair en voortgezet onderwijs. Van de scholen die zelf aanvullend onderwijs bekostigden, zette 40 procent in het primair onderwijs en 74 procent in het voortgezet onderwijs daarvoor NPO-middelen in.
Twee gezichten
Schaduwonderwijs heeft twee gezichten. Proponenten wijzen erop dat extra begeleiding zwakke leerlingen kan helpen om mee te komen in de klas. Gratis bijles na schooltijd is daarvan een goed voorbeeld. Idealiter wordt de stof dezelfde dag opnieuw behandeld, volgens dezelfde methode die in de klas wordt gevolgd en door een getrainde tutor onderwezen. Een leerling krijgt zo de aandacht waarvoor tijdens de reguliere les onvoldoende tijd was.
Betaalde begeleiding en examentraining kunnen worden ingezet om toegang te krijgen tot een gewenste onderwijsroute of om afstroom te voorkomen. Critici betogen dat het laatste bijdraagt aan sociale en economische ongelijkheid. Schaduwonderwijs vervult zo een competitieve functie in plaats van een remediërende. De beschikbare begeleiding komt niet vanzelfsprekend terecht bij de leerling met de grootste achterstand, maar eerder bij de toch al bevoorrechte leerling. Bijles kan dus voor het ene kind een reddingsboei zijn om niet verder achterop te raken en voor het andere een extra duwtje richting een hoger onderwijsniveau.
Ongelijkheid naar sociale herkomst
Internationaal onderzoek laat zien dat vroege selectie samenhangt met een sterkere scheiding tussen leerlingen uit verschillende sociaaleconomische milieus. In onderwijsstelsels waarin leerlingen later over schooltypen worden verdeeld, zijn sociaal bevoordeelde en achtergestelde leerlingen doorgaans minder sterk over afzonderlijke scholen gescheiden.
Onderzoek naar onderwijshervormingen in eenentwintig Europese landen laat bovendien zien dat uitstel van het selectiemoment gepaard ging met een afname van de ongelijkheid naar sociale herkomst, al gold dit niet voor iedere onderzochte maatstaf.
Uitstel kan de invloed van de gezinsachtergrond op het uiteindelijk bereikte onderwijsniveau verkleinen. Maar wanneer hervorming ook leidt tot het verdwijnen van goede beroepsgerichte routes, kunnen leerlingen uit minder kansrijke milieus juist minder mogelijkheden krijgen om praktische competenties te ontwikkelen en aansluiting te vinden bij vervolgscholing en werk. Latere selectie heft verschillen dus niet op, maar laat wel zien dat de inrichting van het onderwijsstelsel ertoe doet.
De paradox van een vroege selectie
Nederland selecteert leerlingen internationaal gezien relatief vroeg voor verschillende routes in het voortgezet onderwijs. Juist doordat het schooladvies grote gevolgen kan hebben voor de verdere schoolloopbaan, legt dat druk op kind en gezin. Daar komt het schaduwonderwijs om de hoek kijken. Extra begeleiding kan de prestaties verbeteren die vervolgens meewegen in het schooladvies. Na de overgang kan die begeleiding opnieuw worden ingezet om het bereikte onderwijsniveau vast te houden.
Schaduwonderwijs is daarom niet alleen een reactie op tekortschietende lessen, maar ook op een stelsel waarin vroeg genomen beslissingen langdurige gevolgen kunnen hebben. Sommige ouders proberen die onzekerheid te verkleinen door extra begeleiding in te kopen. De vroege Nederlandse selectie belooft verschillen tussen kinderen te herkennen, maar mobiliseert tegelijkertijd de verschillen tussen hun ouders.
Daar ligt de paradox: bij de verdeling van onderwijskansen telt niet alleen het talent van het kind, maar ook de slagkracht van zijn ouders.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


