Waarom extreemlinks in de Dikke van Dale meer waardering krijgt dan extreemrechts
Artikel beluisteren
Volgens politicologen zijn zowel extreemrechts als extreemlinks ondemocratische stromingen. Maar het toonaangevende woordenboek van Nederland – de Dikke van Dale – denkt daar heel anders over. En dat is geen toeval.
Wie zich verdiept in taalactivisme ontdekt een vreemde tegenstelling. Binnen de gevestigde orde is links aan de macht, in elk geval op taalgebied. Maar wie het jargon van linkse taalactivisten leest, ziet voortdurend de overtuiging opduiken dat hun activisme van onderaf komt en een verzet is tegen de ‘rechtse’ macht. Vanuit die vermeende slachtofferpositie komen ze met steeds radicalere voorstellen. Die kunnen nog steeds op welwillendheid bij de macht rekenen, maar de weerstand van onderaf groeit.
Bij het inventariseren van taalactivisme in Nederland stuitte ik voortdurend op initiatieven die vooral instemming vinden aan de linkerkant van het politieke spectrum. Dan gaat het zowel om de woordenlijsten die verschillende overheden publiceren als om afgedwongen taalveranderingen in de media, het onderwijs en bij culturele instellingen.
Het begon me te storen dat al die voorbeelden politiek links leken te zijn, dus ging ik zoeken naar rechts taalactivisme. Dat was bijna niet te vinden.
Van bovenaf tegengewerkt
Natuurlijk zijn er rechtse pogingen tot taalverandering, zoals ‘deugpronker’, ‘klimaatdrammer’, ‘omvolking’ of ‘tsunami van asielzoekers’. Maar die komen niet vanuit de gevestigde orde; ze worden eerder van bovenaf tegengewerkt. Deze taalvondsten blijven meestal in kleine kring en doven vaak vanzelf weer uit.
Daarnaast is er taalactivisme dat in wezen een reactie is op links taalactivisme. Denk bijvoorbeeld aan het verzet tegen de term ‘wit’, die ineens geïntroduceerd werd voor de blanke huidskleur. Een ander voorbeeld is de reactie op de explosieve groei van het aantal ‘genders’, maar is de bewering dat er maar twee genders zijn dan rechts?
In feite gaat het in dergelijke gevallen om verzet tegen opgelegde veranderingen die vaak ook nog onplezierige gevolgen hebben in het dagelijks leven. Het lijkt een geïrriteerde reactie van mensen die niet noodzakelijk politiek geëngageerd zijn, al zullen de meest uitgesproken reacties wel van rechtse politici en opiniemakers komen, die de gelegenheid niet voorbij zullen laten gaan om te wijzen op de minder prettige kanten van links activisme.
Maar linkse taalactivisten zien dit anders. Ze hebben hun eigen wereld. Het is een universum waarin links taalactivisme broodnodig is als verzet tegen het patriarchaat dat minderheden onderdrukt en zelfs de taal ‘gekoloniseerd’ heeft om deze onderdrukking in stand te kunnen houden.
Wie de publicaties van linkse taalactivisten leest, zou niet denken dat wij al decennia in een maatschappij leven waarin gelijke rechten de norm zijn, en onderdrukking en uitbuiting de afwijking. Deze mensen lijken verliefd op de strijd van vroeger. Het is alsof zij verlangen naar het oude patriarchaat omdat dat hun activisme zin geeft, en als er niet genoeg werkelijke onderdrukking te vinden is, construeren ze die desnoods zelf.
Linguistic injury
Wist u dat er zoiets bestaat als taalkundig letsel? Deze term, linguistic injury, is belangrijk in het werk van de Amerikaanse filosoof en feminist Judith Butler.
De betekenis van injury is letterlijk verwonding of letsel, wat meteen de indruk geeft dat dit over iets ernstigs gaat, maar bij nadere beschouwing blijkt dat Butler hier de gevolgen van kwetsende taal mee bedoelt. Zo’n kwetsing – die overigens niet kwetsend bedoeld hoeft te zijn – kan volgens Butler schade toebrengen aan iemands zelfbeeld en zelfs aan iemands sociale positie.
Het ironische is dat taalactivisten het begrip linguistic injury als wapen inzetten tegen anderen. De Wikipediapagina van Judith Butler maakt duidelijk waar dit toe kan leiden. Butler heeft aangegeven dat zij non-binair is, en taalactivisten gebruiken daarom genderneutrale voornaamwoorden om naar haar te verwijzen. Zij stellen namelijk dat het kwetsend is – linguistic injury – om vrouwelijke voornaamwoorden voor haar te gebruiken. Wikipedia gebruikt voor Butler dus keurig genderneutrale versies.
Krampachtige constructies
Dat leidt tot krampachtige constructies zoals: ‘Op veertienjarige leeftijd maakte Butler kennis met filosofie doordat de rabbijn in de lokale synagoge over de denkwereld van Martin Buber en Baruch Spinoza vertelde. Die verdiepte zich in Spinoza en andere filosofen.’ In de tweede zin verwijst ‘die’ dus niet naar de rabbijn of een van de filosofen, maar naar Butler zelf, die volgens deze doctrine niet met ‘zij’ aangeduid mag worden. Deze grammaticale acrobatiek wringt taalkundig en zorgt ook nog eens voor onduidelijkheid.
Wie het heeft over macht en onderdrukking, zou moeten beseffen dat het voorschrijven van genderneutrale voornaamwoorden een kenmerkend voorbeeld is van machtsuitoefening. In een gesprek met Butler zelf zou namelijk nooit aan de orde komen wat de juiste voornaamwoorden zouden zijn, omdat niemand in een direct contact een ander aanspreekt met hij of zij. Mensen gebruiken die woorden alleen als ze over anderen spreken. Degenen die het gebruik van de juiste voornaamwoorden eisen, stellen die eis dus voor gesprekken waarbij zij zelf niet aanwezig zijn. Anderen moeten zich in hun afwezigheid aan hun regels houden.
Taal inzetten als wapen – een gebrekkige vertaling van het Engelse weaponizing – is kenmerkend voor links taalactivisme. Zo kwam ik een wetenschappelijke publicatie tegen waarin het gebruik van de term ‘woke’ door extreemrechtse (far-right) tegenstanders een vorm van linguistic injury werd genoemd. Maar degenen die dit jargon hanteren, vinden vast niet dat zij anderen taalkundig letsel toebrengen door hen ‘extreemrechts’ te noemen…
Volgens de schrijvers van deze publicatie – Sara Elloukmani en haar medeauteurs – hebben (extreemrechtse) politici, opiniemakers en academici de term ‘woke’ verdacht gemaakt. Citaat: ‘In arguing against “woke” these critics express the narrative that this homogeneous and radical group threatens enlightenment values such as rationality, detachment, disembodiment and neutrality, values which are considered essential to produce objective, universally applicable knowledge.’
Het valt op dat de schrijvers nergens inhoudelijk ingaan op het argument dat degenen die zich woke noemen een bedreiging zouden zijn voor de waarden van de Verlichting. Hun belangrijkste verweer is dat de kritiek taalkundig letsel zou toebrengen aan degenen die woke zijn. Ook in de publicaties die zij aanhalen zijn geen inhoudelijke argumenten te vinden: zo wijten Huw C. Davies en anderen de kritiek op woke aan ‘morele paniek’ en stellen zij dat hun critici een ‘anti-links establishmentnetwerk’ vormen. Het is een complot!
Waaruit blijkt nu de linguistic injury die zou ontstaan door kritiek op woke? Volgens Elloukmani en haar medeauteurs gaan mensen door deze kritiek denken dat iemand die woke is wel irrationeel en extremistisch zal zijn, en anderen morele oordelen zal opleggen. Daardoor zullen derden zo iemand minder serieus nemen, wat schadelijk is voor die persoon. Kortom: kritiek op woke is per definitie kwetsend en dus ontoelaatbaar, wat het verder onnodig maakt om er nog inhoudelijk op te reageren. Men zou kunnen stellen dat dit verweer irrationeel is en zelfs een moreel oordeel oplegt…
Links verzet tegen woke
Is er dan ‘op links’ helemaal geen weerstand tegen dit activisme? Zeker wel. In de Volkskrant verscheen eerder dit jaar een interview met de Duitse filosoof Hanno Sauer, die stelde dat er een ‘havermelkelite’ is die status probeert te ontlenen aan woke taalgebruik. Citaat: ‘Dit soort dwingende wokeness en identiteitspolitiek is een resultaat van de statuscompetitie binnen de hogere klassen, met grote maatschappelijke gevolgen. Ik denk dat je hieruit de radicaal-rechtse backlash in Europa kunt verklaren.’
Ook Volkskrant-columniste Jolande Withuis keerde zich onlangs tegen de dwingende aspecten van woke. Citaat: ‘Ik herkende daarin alle slechte eigenschappen van het oude communisme: het deugmonopolie, de dogma’s, de taalzuivering en -vervalsing (“wit”), de canceldrift, de morele intimidatie, de gedachtenpolitie, de valse tegenstelling zwart versus wit.’
En op 22 juli schreef Sander van Walsum, voormalig chef van de opinieredactie, in diezelfde Volkskrant: ‘Woorden die ooit neutraal waren of die een positieve connotatie hadden, krijgen een lading die de gebruiker nooit had beoogd. Dit proces leidt tot huiver om de verkeerde woorden te gebruiken, of juist tot een provocatief gebruik – door radicaal rechts – van die verkeerde woorden.’
De Volkskrant staat bekend als een vrij linkse krant, maar blijkbaar gaat woke taalactivisme ook in de ogen van linkse mensen vaak te ver. Dat roept de vraag op of woke activisme wellicht extreemlinks is. Maar wat is eigenlijk extreemlinks?
Als we het hebben over de betekenis en lading van woorden, zou extreemlinks ongeveer vergelijkbaar moeten zijn met extreemrechts. Maar het toonaangevende woordenboek van Nederland – de Dikke van Dale – denkt daar anders over.
Bij de term extreemlinks staat als betekenis alleen maar: ‘radicaal-links.’ Wie vervolgens gaat kijken wat radicaal-links volgens Van Dale is, vindt daar: ‘uiterst linkse politieke stroming die streeft naar herverdeling en die zich kenmerkt door antikapitalisme en anti-imperialisme.’ Extreemlinks is dus – volgens het woordenboek – een verzetsbeweging. En wie zou dan de kapitalistische en imperialistische machthebber zijn die zorgt dat alles niet eerlijk verdeeld is? De gedachte aan het patriarchaat dringt zich op.
Heel andere uitleg
U voelt hem al aankomen: extreemrechts krijgt een heel andere uitleg. ‘Uiterst rechtse, antidemocratische politieke stroming die zich kenmerkt door nativisme (2), populisme (2) en autoritarisme (eerder geassocieerd met (neo)fascisme dan met conservatisme).’
Wie doorklikt op nativisme en populisme, leest dat die begrippen staan voor racisme, xenofobie en de roep om een sterke leider. Bij radicaal-rechts staat: ‘Uiterst rechtse politieke stroming die zich kenmerkt door nativisme (2), populisme (2) en autoritarisme, binnen de grenzen van de democratie.’
Hier gebeurt iets merkwaardigs. Politicologen maken consequent onderscheid tussen extreem en radicaal, zowel op links als op rechts. Nu heeft Van Dale voor de rechtse ideologieën vrijwel letterlijk de wetenschappelijke definities overgenomen: het kenmerkende verschil tussen extreemrechts en radicaal-rechts is dat extreemrechts de democratie principieel verwerpt, terwijl radicaal-rechts binnen de grenzen van de democratie opereert.
Voor extreemlinks en radicaal-links geldt in de politicologie precies hetzelfde onderscheid, maar Van Dale stelt deze twee gelijk aan elkaar en vermeldt nergens dat extreemlinks eveneens antidemocratisch is.
En ook bij andere linkse en rechtse ideologieën valt deze discrepantie op. Wie bij Van Dale verder zoekt op fascisme en communisme, vindt daar eveneens de gewelddadige, dictatoriale en antidemocratische aspecten van rechtse ideologieën, maar niet diezelfde aspecten van linkse ideologieën. Wie deze begrippen opzoekt, zou niet denken dat de linkse dictaturen onder Mao en Stalin tientallen miljoenen slachtoffers hebben gemaakt: veel meer dan onder welke rechtse dictator ook.
Links verzet of linkse macht
Als linkse mensen meer met taal bezig zijn dan rechtse mensen, is het natuurlijk logisch dat dit merkbaar is in de taal zelf. Links heeft een veel betere reputatie dan rechts, zelfs als het gaat om extreemlinks. Tegelijkertijd maakt dit overwicht duidelijk dat het zogenaamde linkse verzet tegen de rechtse macht op het gebied van taal een fictie is. Als rechts taalkundig werkelijk aan de macht zou zijn, zouden de woordenboeken andere definities geven en zou links taalactivisme doodlopen op de rechtse definitiemacht.
Om terug te komen op het begin van dit artikel: linkse taalactivisten presenteren zichzelf graag als verzetsstrijders tegen het machtige patriarchaat, maar die strijd is allang beslist. De voornaamste reden dat rechtse mensen zich weleens met taal bezighouden, is om zich te verzetten tegen nieuwe voorschriften vanuit linkse hoek als die inbreuk maken op hun leven.
En in dit linkse wereldbeeld schuilt een gevaar. Vanuit hun vermeende slachtofferschap zien linkse taalactivisten hun eigen macht niet, en zij zijn dus ook blind voor hun eigen machtsmisbruik. Wie zo graag een rebel wil zijn dat hij zelfs ‘verzet’ blijft plegen na het verwerven van de macht, is in feite aan het radicaliseren. En in tegenstelling tot de verhullende omschrijvingen in onze woordenboeken, is radicalisering van links minstens zo gevaarlijk als radicalisering van rechts. Zeker als de radicalen machtsposities bezetten.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


