Minister Van Veldhoven (D66) houdt de burger voor het lapje. Zelfs als gasleveringen zeker zijn, is de prijs volstrekt ongewis.
Artikel beluisteren
Nederland heeft zich in 2022 een oor laten aannaaien. Na Poetins inval in Oekraïne viel de aanvoer van Russisch aardgas weg. In reactie daarop besloot de Europese Commissie dat landen in de Europese Unie hun weerbaarheid moesten versterken door een stevige fysieke gasvoorraad aan te leggen voor de winter van 2022/23.
Hoeveel moest dat zijn? Een percentage van de beschikbare opslagcapaciteit.
Wie was de klos, maar kwam daar pas later achter? Nederland.
Gasrotonde
Nu is Nederland wat het altijd graag had willen zijn als de gaswinning op zijn einde zou lopen, namelijk: de gasrotonde van Europa. Nederland zou de draaischijf zijn van aardgas door pijpleidingen vanuit Rusland en Noorwegen naar landen die gas nodig hebben, zoals het Verenigd Koninkrijk en België.
Als beheerder van de rotonde en de infrastructuur zou Nederland een doorvoertarief rekenen. Kassa! De voorvechter was D66-er Laurens Jan Brinkhorst, minister van Economische Zaken.
Nederland dacht er geld aan te verdienen, maar inmiddels kost het ons juist kapitalen. Een van Brinkhorsts opvolgers, Stientje van Veldhoven, ook D66, minister van Klimaat en Groene Groei, wil er vanaf. Omdat Nederland zoveel opslagcapaciteit heeft dankzij de aardgaswinning moet er zoveel gevuld worden. Dat is peperduur.
Staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) heeft een kredietfaciliteit bij het ministerie van Financiën van maar liefst 21 miljard euro om aardgas in te kopen. Verder krijgt EBN een subsidie van de overheid van 993 miljoen euro voor bijkomende kosten.
Maar wat blijkt nu? Onze Europese partners die aardgas afnemen uit de Nederlandse opslagen willen niet betalen voor de bijkomende kosten, althans dat schreef Van Veldhoven afgelopen week aan de Tweede Kamer. Nederland wil af van de huidige vulplicht. Maar de andere landen zitten op hun handen en kijken naar buiten.
Demasqué
Zie hier het demasqué van bijna vier jaar Europese en Nederlandse aardgaspolitiek. In de zomer van 2022 sprong de aardgasprijs naar ongekende hoogte toen elk Europese land gas sprokkelde. Dat was de eerste gascrisis. Dit jaar veroorzaakte de oorlog in Iran de tweede crisis.
De oude zekerheden gelden niet meer. De aardgasprijzen kenden een seizoenpatroon. Commerciële leveranciers kochten aardgas in de zomer, sloegen het op en verkochten het tegen gestegen prijzen in de winter. Inmiddels is aardgas in de zomer duurder dan in de winter, schrijft minister Van Veldhoven.
Is dat zo? Nee. Op 1 juli was de prijs op de gasbeurs 43 euro per megawatt. Afgelopen week 72 euro.
Ouwe truc
Maar het kabinet wil af van de verplichting om de gasbergingen te vullen. Te duur. Twee weken geleden had Van Veldhoven de verlaging van de Europese verplichting al gretig aangegrepen om de Nederlandse bergingen ook minder vol te laten lopen. Ouwe truc. Als je de doelstellingen niet kunt of wilt halen, verlaag je de criteria en… toch gelukt.
Ondertussen bezweert de minister dat het voor de leveringszekerheid van aardgas niks uitmaakt dat de doelstellingen zijn verlaagd. Je vraagt je als burger wel af: waarom hebben zij en haar voorgangers Mickey Adriaansens (VVD) en Sophie Hermans (VVD) deze doelstellingen op advies van staatsbedrijf Gasunie dan eerder wel ingevoerd?
Afschuiven
Ook het loslaten van de rol van de overheid bij het vullen van de gasbergingen zal geen verschil maken, bezweert Van Veldhoven. Ze wil de vulplicht namelijk afschuiven naar de commerciële leveranciers van het aardgas. Nergens in haar brief schrijft ze over de reactie van deze aanbieders. Die bleken compleet overvallen.
Deze extra plicht voor marktpartijen staat haaks op de oplossing die minister Van Veldhoven aandraagt, namelijk: een goed functionerende gasmarkt. Gaan commerciële partijen met een vulplicht wél gas opslaan? De vraag stellen is ’m beantwoorden. Wie als leverancier kan kiezen zegt: ik verkoop het aardgas wel elders, waar geen vulplicht geldt. Klanten genoeg.
De minister geeft hoog op van het feit dat de zekerheid van levering van aardgas dankzij de aanvoer van vloeibaar gas (LNG) wel snor zit. Daarbij negeert ze twee consequenties.
Allereerst ‘vergeet’ ze dat Nederland als het erom spant afhankelijk wordt van slechts enkele grote leveranciers, met name van de wispelturige Verenigde Staten. De angst voor afhankelijkheid gebruikt dezelfde minister wél om windmolens op zee te verkopen aan het publiek. Meer molens maken Nederland minder afhankelijk van snode regimes is haar verhaal. Maar bij aardgas maakt het niks uit? Het is een inconsistent verhaal.
Koopkracht
De tweede ontkenning: de levering van aardgas is misschien zeker, maar tegen welke prijs? De prijs kent inmiddels een duidelijke richting: omhoog. Dat veegt de minister achteloos van tafel. Dan moet u maar minder aardgas gebruiken en meer verduurzamen, zegt de minister. Alsof ook dat geen prijs heeft. De eerste oplossing kost comfort, de tweede vergt hoge investeringen, subsidies en zorgt voor voortdurend stijgende kosten voor consumenten.
Op alle mogelijke manieren minimaliseert de minister haar eigen rol en die van de overheid. Ze houdt zichzelf en de kiezers voor het lapje. Aardgasprijzen zijn gewoon koopkracht. Hogere prijzen komen terug in de portemonnee van de burger. Elke dag.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


