Een feestje, zo’n minderheidskabinet. Maar is het ook goed voor de kiezer?
Artikel beluisteren
Een zegen voor de parlementaire democratie, dit minderheidskabinet. Een feestje voor de journalistiek. Maar is het ook in staat de pijn te verdelen, en voor de kiezer concrete resultaten te boeken?
‘Dat zullen we wel zien in de Kamer’, zeiden Rob Jetten en Eelco Heinen tegen Mirjam Bikker en haar financiële whizzkid Pieter Grinwis (CU). Een week geleden, op zaterdag, waren zij bij de CU-fractie op bezoek om de financiering van de veranderingen in box-3 te bespreken. ‘Doe dat nu niet door mensen met een klein vermogen ook aan te gaan slaan’, zeiden Bikker en Grinwis tegen Jetten en Heinen (Bikker vertelde dit donderdag bij Pauw & De Wit). Zowel op rechts als op links bestaan onoverkomelijke bezwaren tegen de plannen om de rekening bij zo’n 1 miljoen ‘kleine spaarders en beleggers’ neer te leggen.
Maar Jetten en Heinen hielden vast aan hun plan en zagen het inderdaad in de Kamer: Heinen moest, geconfronteerd met de realiteit aldaar, zijn plannen intrekken en moet nu een nieuwe list gaan verzinnen om de vermogenswinstbelasting te gaan bekostigen. Zoals hij ook nog altijd iets moet verzinnen om het schrappen van de bezuinigingen op de sociale zekerheid te betalen. De steun voor het Belastingplan is nog lang niet geregeld. En alleen voor de begrotingen van Sociale Zaken en Landbouw is er inmiddels een meerderheid: bij alle andere begrotingen ligt de uitkomst nog open, en vooral voor de ministeries van Onderwijs en Volksgezondheid breken er spannende maanden aan.
Dat was politiek in Nederland
Het getouwtrek rondom de financiering van het wetsvoorstel voor de nieuwe box 3-belasting is interessant en spannend zelfs (voor 31 december moet het beide Kamers gepasseerd zijn) en hoe de komende begrotingsplannen gaan verlopen is dat niet minder. Maar dat ene zinnetje van Jetten en Heinen verdient minstens zoveel aandacht. ‘Dat zullen we wel zien in de Kamer.’ Het zijn historische woorden. Want als een ministersploeg tot nog toe iets niet wilde, dan was het wel dat ‘wel zien in de Kamer’. Een open confrontatie met de volksvertegenwoordiging werd altijd zorgvuldig vermeden. Een meerderheid voor de plannen moest bij voorbaat vaststaan, of werd achter de schermen bij elkaar gekonkeld. Alle debatten waren in feite schijndebatten: de kracht van argumenten werd niet door de inhoud van die argumenten maar door het aantal aanhangers van die argumenten bepaald. Als oppositie stuitte je op een hermetisch gesloten deur.
Want dat was politiek in Nederland. De bevolking kiest een volksvertegenwoordiging en enkele partijen uit die volksvertegenwoordiging smeedden vervolgens een meerderheidscoalitie die een jaar of vier kon gaan regeren, en die daar over het algemeen alleen mee stopte als het onderlinge chagrijn te groot werd of als er electorale winst werd geroken. Monisme heette dat, deze al te hechte band tussen regering en een meerderheid in de Kamer, op basis van gedetailleerde en vastgeroeste regeerakkoorden die de coalitiefracties moesten ondertekenen voordat er in het parlement één woord over was gewisseld. En we zeiden te snakken naar meer dualisme, naar een open debat waarvan de uitslag niet al bij voorbaat vaststond.
Je kunt veel van dit nieuwe kabinet zeggen, maar niet ontkennen dat het dualisme terug is, in een tot voor kort ondenkbare hevigheid. Keer op keer loopt dit kabinet een blauwtje in de Kamer en moet het terug naar de tekentafel. En de politieke toekomst van alle nieuwe ontwerpen is nooit verzekerd.
En we moeten ervan uitgaan, dat deze nieuwe regeerstijl de toekomst heeft. Minderheidskabinetten zullen veel vaker gaan voorkomen, met zoveel fracties in de Kamer en zoveel fracties die elkaar bij voorbaat uitsluiten.
Tegen het messiaanse perspectief
Het dualisme dat het experiment met een minderheidskabinet met zich meebrengt, brengt ons dus dichter bij het conservatieve ideaal van politiek bedrijven: gewoon doormodderen (keep muddling through), zoals Winston Churchill zijn politieke filosofie ooit magistraal samenvatte. Het is het beste medicijn tegen het messiaanse perspectief dat politici nogal eens willen aanreiken. In een interview over zijn nieuwe boek zegt Paul Scheffer in de NRC dat hij ooit diep onder de indruk was van Tony Blair, die na een verkiezingswinst een half uur lang vanaf een dak (en uit het hoofd!) een samengestroomde menigte toesprak. Scheffer was onder de indruk. ‘Een nieuwe ochtendstond is aangebroken’, had Blair geroepen.
Zulke politici zouden eigenlijk moeten worden opgepakt en journalisten die bij dit soort uitspraken beginnen te zwijmelen, zouden een schrijfverbod opgelegd moeten krijgen. Want politiek is niet de aankondiging van de spoedige totstandkoming van een aards paradijs. Het is boren in hard hout, het verdelen van schaarste, het verdelen van pijn, lange onderhandelingen, lelijke compromissen.
Opwindend!
Het nieuwe dualisme is een feestje voor de parlementaire democratie. De macht ligt weer waar zij behoort te liggen: bij de volksvertegenwoordiging. Het is ook een feestje voor de journalistiek. Er zijn veel gesprekken achter gesloten deuren, er worden bondjes gesmeed, in achterkamertjes allianties en tijdelijke vriendschappen (PRO/Volt, SGP/JA21) gesloten. Dat is spannend en opwindend.
Maar is het ook goed voor de bevolking, de kiezers? Dit eerste experiment met een minderheidheidskabinet blijkt complex – vooral omdat er niet alleen in de Tweede maar ook in de Eerste Kamer meerderheden moeten worden gewonnen. De duidelijkheid en voorspelbaarheid waar boeren en andere ondernemers om smeken, blijven uit. De zaken gaan traag. Belangrijke beslissingen blijven uit. Wat de kiezer ziet is geruzie, gescherm en spiegelgevechten, terwijl hij resultaten wil.
En die kunnen nog wel eens lang uitblijven. Want een minderheidskabinet kan onder druk van de Kamer wel bezuinigingen schrappen, maar geen meerderheden voor andere bezuinigingen vinden. Fracties willen de pijn niet verdelen; ze willen wel de lusten maar niet de lasten. Zij dwingen het kabinet om hervormingen terug te draaien, maar geven niet thuis als het erom gaat elders het geld te vinden om investeringen mogelijk te maken.
Boren in de harde werkelijkheid
Jettens kabinet heeft dus een Januskop. En het ziet het wel in de Kamer. Maar daar heeft zich nog lang niet de mentaliteitsomslag voltrokken, waarvan Henri Bontenbal terecht vaststelde dat die noodzakelijk is om van het experiment een succes te maken. De omslag van nieuwe ochtendstonden naar het boren in de harde werkelijkheid op het midden van de dag.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


