Biografie van Frits Bolkestein: een scherpzinnige houten klaas die taboes doorbrak, maar liever geen premier wilde worden
Artikel beluisteren
Valt er nog iets nieuws te melden over Frits Bolkestein? De betrokkene zelf meende van niet. Hij had immers in tal van artikelen, beschouwingen en terugblikken zijn belevenissen en opvattingen onder woorden gebracht. Ook liet hij zich door de jaren heen uitgebreid interviewen door journalisten. Zo voerden Max van Weezel en Leonard Ornstein van Vrij Nederland twee jaar lang intensieve gesprekken bij de VVD-leider thuis voor hun zeer informatieve, in 1999 verschenen boek Frits Bolkestein: Portret van een liberale vrijbuiter.
Biograaf Dik Verkuil klopte dan ook in eerste instantie vergeefs aan bij de hoogbejaarde staatsman. Dankzij bemiddeling van hun wederzijdse vriend de politicoloog Meindert Fennema kon Verkuil alsnog 31 keer Bolkestein bezoeken, tussen augustus 2020 en juni 2023. Op diens verzoek was bij veel van die gesprekken Soumaya Sahla aanwezig, het voormalige lid van de Hofstadgroep over wie Bolkestein zich als mentor had ontfermd. ‘Zij had een voor mij gunstige uitwerking op Bolkestein,’ schrijft Verkuil in zijn verantwoording. ‘Hij was op haar gesteld en voelde zich bij haar op zijn gemak, wat zijn geheugen leek te stimuleren, hem losser maakte en mogelijk ook meer geneigd te vertellen wat hij wist. De interviews werden een stuk aangenamer.’
Historicus en journalist Dik Verkuil (1960) publiceerde in 2019 een biografie over Joop den Uyl: De gedrevene. Hij werkte zes jaar aan De ongenaakbare Bolkestein, dat hij afgelopen donderdag onder grote belangstelling in Groningen als proefschrift verdedigde. Spectaculaire onthullingen heb ik in het boek niet aangetroffen; er vallen geen lijken uit de kast.
Geen feilloos oordeel
Toch is de biografie geslaagd. Bolkestein was – om het zacht uit te drukken – overtuigd van zijn eigen scherpzinnigheid. Verkuil laat zien dat zijn oordeel niet altijd feilloos was – en meer dan eens moest Bolkestein zijn biograaf alsnog gelijk geven. Omgekeerd verdedigt Verkuil Bolkestein met succes tegen aanvallen van zijn vele vijanden. Zo nuanceert Verkuil dat Bolkestein bij Shell mislukt zou zijn. Hij was zelf ontgoocheld over de met smeergeld gepaard gaande gang van zaken van de maatschappij in Indonesië. Van Pim Fortuyn en Geert Wilders, vaak gezien als zijn epigonen, moest Bolkestein niks hebben.
Verkuil sprak uitgebreid met familieleden, naaste medewerkers en voormalige vrienden en kennissen van Bolkestein. Daardoor komt zijn persoonlijke leven goed uit de verf. Blijft de vraag naar de bijdrage van de biografie aan de politieke geschiedschrijving van Nederland.
De doorbraak van Bolkestein als smaakmaker van het politieke bedrijf vond plaats op 12 september 1991 met zijn artikel in de Volkskrant, getiteld ‘Integratie van minderheden moet met lef worden aangepakt’. Bolkestein vertelde mij later: ‘Ik kreeg bijna honderd artikelen tegen mij, of moet ik zeggen, over mijn stuk.’
De Europese beschaving, betoogde Bolkestein, wordt gedragen door de waarden van rationalisme, humanisme en christendom. Uit deze waarden vloeien enkele politieke principes voort, zoals de scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, verdraagzaamheid en het verbod op discriminatie.
In de wereld van de islam, vervolgde Bolkestein, worden deze waarden regelmatig veronachtzaamd. ‘Hoeveel meisjes worden hier tegen hun zin uitgehuwelijkt? De wijze waarop vrouwen worden behandeld in de wereld van de islam, is een smet op het blazoen van die beschaving.’
Bolkestein concludeerde: ‘Kiezers vinden dat de politiek onvoldoende kennis neemt van hun problemen. Het vraagstuk van minderheden is een probleem dat voortdurend over de tong gaat in kroeg en kerk. Als dat niet genoeg wordt weerspiegeld in Den Haag, dan zeggen de kiezers: waarom zou ik nog stemmen?’
Tegenstanders in de gordijnen
De VVD-leider werd door alles wat links was, maar ook door christenen, inclusief CDA-premier Ruud Lubbers, en liberale partijgenoten beschuldigd van het aanwakkeren van negatieve gevoelens ten aanzien van minderheden. Maar in 1994 won Bolkestein zeven Tweede Kamerzetels en in 1995 werd de VVD bij de Provinciale Statenverkiezingen zelfs de grootste partij.
Roelof Bouwman herinnerde de lezers van Wynia’s Week er onlangs aan dat Bolkestein in de campagne van 1995 de aanzuigende werking van ons ruimhartige asielbeleid nadrukkelijk aan de kaak stelde. Nederland had relatief drie tot tien keer zoveel asielzoekers toegelaten als al onze Europese partners, hield Bolkestein de kiezers voor. Daarmee joeg hij opnieuw zijn politieke tegenstanders in de gordijnen. Het leverde 27,2 procent van de stemmen op, een score die zelfs Mark Rutte nooit heeft geëvenaard.
Maar in 1998 versloeg de PvdA onder Wim Kok de VVD van Bolkestein royaal met 45 tegen 38 zetels. Vlak na die verkiezingen droeg Bolkestein het fractievoorzitterschap over aan Hans Dijkstal. Die had geen enkele affiniteit met het minderhedenvraagstuk en bleek in 2002 totaal niet opgewassen tegen de aanstormende Pim Fortuyn.
Wat was hier aan de hand? Waarom was de campagne van 1998 een slaapverwekkende vertoning? Waarom verknalde Bolkestein een unieke kans om als premier zijn intrek in het Catshuis te nemen? Dat waren de kwesties die Bouwman graag door Verkuil in De ongenaakbare Bolkestein opgehelderd wilde zien.
Bolkestein zelf verklaarde in zijn memoires Cassandra tegen wil en dank (2013): ‘Ik heb na de formatie van het kabinet-Kok II de Nederlandse politiek verlaten, ten eerste omdat ik mij wilde bezighouden met de Europese politiek, en ten tweede omdat ik het gevoel had dat het electoraat op mij was uitgekeken.’
Maar Verkuil heeft wel wat meer te zeggen over de verkiezingscampagne van 1998. Hij constateert dat de PvdA onder Kok richting VVD was opgeschoven en volop inzette op voortzetting van Paars, ten koste van het CDA. Maar de VVD was ook opgeschoven richting PvdA. De algemene ledenvergadering van de VVD schrapte het ministelsel voor sociale zekerheid, de verlaging van het wettelijk minimumloon en verkorting van de WW-duur. Dit was volgens Verkuil ‘een nederlaag van Bolkestein in zijn eigen partij’.
Houten klaas
Een maand voor de verkiezingen trad Bolkestein met zijn vrouw, de actrice Femke Boersma, op in het populaire televisieprogramma Karel. ‘Femke maakte’, schrijft Verkuil, ‘een spontane, prettige indruk, en juist daarom viel op hoe geremd Bolkestein was en hoe ongemakkelijk hij zich daarbij voelde. Toen presentator Karel van der Graaf zei dat hij als een houten klaas de politiek was ingegaan, sprak Femke dat niet tegen.’
Pas twee weken voor de verkiezingen bepleitte Bolkestein in de Volkskrant verscherping en verkorting van de asielprocedures, versobering van de opvang, beperking van de gezinshereniging en andere maatregelen om de asielstroom af te remmen. De andere partijen reageerden, door ervaring wijs geworden, niet.
Verkuil onthult dat Bolkestein het stuk nu eens niet op eigen houtje had geschreven, maar in overleg met Dijkstal. Bovendien had hij in december 1997 onder vier ogen gesproken met premier Kok over het asielbeleid. Bolkestein zei later dat hij ‘permanent zeker wist’ dat Kok en hij het ‘geestelijk met elkaar eens waren’. Hij ging er dus van uit dat Kok II werk zou maken van het asielbeleid en dat het daarom geen speerpunt in de campagne zou hoeven te zijn. Dat was een misrekening.
Geen premier
Vanaf de avond van de Statenverkiezingen van 1995 vroegen journalisten steeds weer aan Bolkestein of hij premier wilde worden als de VVD in 1998 de grootste partij zou worden. De antwoorden waren steeds ontwijkend. Nu eens zei hij ‘dat is niet mijn wens’ en ‘het is niet vanzelfsprekend dat de grootste partij de premier levert’. Dan weer ‘dan hang ik’ of ‘als het moet, dan moet het’. Zijn standaardantwoord werd: ‘ik loop over die brug als ik ervoor sta’.
Eind 1997 besloot de VVD-top dat de partij moest proberen de grootste te worden en ‘een liberale premier leveren’. Uit onderzoek bleek echter dat Kok veel populairder was dan Bolkestein. Zelfs VVD-stemmers en ondernemers zagen liever Kok als premier dan Bolkestein.
Anderhalve week voor de verkiezingen zei Bolkestein aan het begin van een RTL-debat met Kok alsnog dat hij de kandidaat-premier van de VVD was. Een uur later, aan het eind, zei Bolkestein opeens dat Kok wat hem betrof premier kon blijven als de VVD met een verschil van één of twee zetels de grootste zou worden. Waarop Kok meteen toesloeg: ‘Meneer Bolkestein, wat een metamorfose. In het begin van deze avond, de eerste minuut, was het al meteen bingo, het grote nieuws: Bolkestein kandidaat-premier. En een uur later heeft u daar al spijt van.’
Een kwart eeuw later vertelde Bolkestein aan Verkuil dat hij opgelucht was dat hij het RTL-debat had verloren. Want hij hoopte werkelijk dat Kok premier bleef: ‘een baan zonder vrijheid en met veel formaliteiten en sociale verplichtingen en permanente druk van de media’.
Na de winst van Pim Fortuyn voor Leefbaar Rotterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002 ging Hans Dijkstal onderuit in het legendarische lijsttrekkersdebat onder leiding van Paul Witteman. Bolkestein, inmiddels Eurocommissaris, viel Dijkstal openlijk af. Dijkstal wist niet hoe hij Fortuyn moest aanpakken. Dijkstal wist niet duidelijk te maken wat de verschillen tussen VVD en PvdA waren. En Fortuyn kon scoren omdat Dijkstal de rechterflank niet had afgedekt.
Maar, onderstreept Verkuil, Bolkestein had zelf altijd gezegd dat het kiezen van een goede opvolger het belangrijkste besluit van een leider was. ‘Dat zou dan ook een vernietigend oordeel over zichzelf impliceren’, schrijft de biograaf. Bolkestein zag het anders: ‘Wie was het alternatief? Ik wilde toen iemand die in het kabinet had gezeten én die de Kamer kende. Annemarie? Had die het beter gedaan tegen Pim? Misschien.’ Volgens Annemarie Jorritsma zelf zei hij tegen haar dat hij beter haar had kunnen kiezen. Waarop zij antwoordde dat hij dat dan eerder had moeten zeggen.
Winst verloren
Vier dagen voor de verkiezingen ging Bolkestein naar Den Haag voor overleg met de partijtop. Op zijn voorstel werd besloten dat Gerrit Zalm fractievoorzitter en partijleider zou worden, ongeacht de verkiezingsuitslag. Op 15 mei 2002 viel de VVD terug van 38 naar 24 zetels. Daarmee was bijna alle winst uit de periode-Bolkestein verloren gegaan.
Dik Verkuil: De ongenaakbare Bolkestein 1933-2025. Prometheus, 776 pagina’s, € 39,99.





















