Drie eenvoudige voorstellen voor een beter vestigingsklimaat

Magnus
ASML in Velhoven. Beeld: morningstar.nl

Het verslechterende Nederlandse vestigingsklimaat is volop in het nieuws. Een aantal (grote) bedrijven is al naar het buitenland vertrokken, en andere (zoals ASML) dreigen te volgen. Iedereen die belang hecht aan een sterke economie met stijgende lonen zou zich hier zorgen om moeten maken.

Wat kan de overheid doen om het tij te keren? Een aantal beleidsthema’s hebben de laatste tijd de nodige aandacht gekregen.

Er bestaan bijvoorbeeld verschillende subsidies die onderzoek door bedrijven moeten stimuleren, zoals de Innovatiebox en het Nationaal Groeifonds. Maar zijn deze werkelijk het beste middel? Bedrijven zullen immers een goede prikkel voelen om te investeren in innovatie als – ten eerste –  een robuuste bescherming van intellectueel eigendom bestaat (in het bijzonder, patenten), en – ten tweede – het rendement op innovatie niet te hoog wordt belast.

Een andere subsidie is de 30%-regeling voor hoogopgeleide buitenlandse werknemers. Uiteraard maakt dit het gemakkelijker om expats naar Nederland te halen. Maar als de belastingen voor buitenlanders te hoog zijn, dan zijn ze toch zeker ook voor Nederlanders te hoog? Veel mensen vinden deze regeling terecht een vorm van oneerlijke concurrentie. Vergeet ook niet dat voor veel soorten werk fysieke aanwezigheid niet vereist is. Bedrijven kunnen er dus ook voor kiezen om buitenlanders in dienst te nemen in het buitenland.

Ten slotte is er een discussie over de voertaal op Nederlandse universiteiten: moet deze Nederlands of Engels zijn? Ik zeg: laat universiteiten dit zelf beslissen. Als sommige studenten geloven dat een Engelstalige opleiding gunstiger voor hen is dan een Nederlandse, bijvoorbeeld omdat ze een baan ambiëren in een internationaal bedrijf, dan zullen universiteiten op deze vraag inspelen. Als andere studenten daarentegen liever in het Nederlands onderwezen worden, dan zullen universiteiten colleges in het Nederlands aanbieden. Kortom, deze kwestie vergt geen top-down oplossing.

In plaats van meer overheidssturing, subsidies, en doekjes tegen het bloeden, stel ik een drietal eenvoudige veranderingen voor die een aantal spaken uit het wiel van onze economie kunnen verwijderen. Deze aanpassingen zullen de druk op investeren verlagen en het bedrijfsleven meer lucht geven.

Loop voorop met betere winstbelasting

Ten eerste: Een aanpassing van de vennootschapsbelasting, namelijk een overgang naar een zogenaamde kasstroombelasting. Dit betekent simpelweg dat bedrijven haast alle investeringen direct mogen aftrekken voor de belasting, en niet (zoals nu) moeten spreiden over een aantal jaren. Deze aanpassing zal de druk op investeringen in Nederland aanzienlijk verlagen. En met meer investeringen komt meer kapitaal, hogere arbeidsproductiviteit, en dus stijgende lonen. Het Verenigd Koninkrijk is onlangs overgestapt op dit systeem, zij het op een tijdelijke basis. Ook de Verenigde Staten hanteren al een aantal jaren een dergelijk stelsel. Het is niet ondenkbaar dat andere landen deze trend zullen volgen. Nederland zou er dus goed aan doen om voorop te lopen in deze trend, en zo haar concurrentiepositie te versterken.

Voer geen dubbele belastingen in

Ten tweede: Schaf zowel de dividendbelasting als de belasting op de inkoop van eigen aandelen af. Hier moeten we niet kinderachtig over doen. Gegeven de aanstaande hervorming van box 3 zullen Nederlanders binnenkort al belasting gaan betalen over ontvangen dividenden (en gerealiseerde vermogenswinsten); waarom is nog een belasting dan nodig? Bovendien levert de dividendbelasting relatief weinig op (ongeveer 0,2% van ons bruto nationaal product), maar maakt die Nederland geheel onnodig tot een onaantrekkelijke vestigingslocatie. Het is zelfs aannemelijk dat afschaffing de algehele belastingopbrengst zou kunnen verhogen.

Laat burgers vrijwillig afzien van regels

Ten slotte: Verlaag de regeldruk. Uiteraard zijn regels belangrijk, mits zij voorkomen dat mensen elkaar schade toebrengen (hoofdzakelijk letsel en fraude). Maar helaas voldoen veel regels niet aan dit criterium, en dienen daarentegen enkel om de voorkeuren van het collectief op te leggen aan het individu. Eén mogelijkheid is om dit type regels simpelweg af te schaffen. Maar dit is wellicht te ambitieus. Ik stel daarom iets eenvoudigers voor, namelijk dat mensen op eigen initiatief een verklaring van vrijwaring mogen tekenen, waarna zij niet langer onderhevig zijn aan een regel.

Neem als voorbeeld het arbeidsrecht. Iemand zou kunnen besluiten dat hij bereid is om te werken onder het minimumloon, of buiten een CAO, of met een soepele ontslagregeling. Let wel: mensen die de bestaande regels prettig vinden hoeven dus niets te vrezen. En voor populaire regels zullen weinig mensen een dispensatie aanvragen. Maar voor diegenen die dat willen, komt er een soort ‘noodluik’. Een samenleving die individuele vrijheid serieus neemt zal haar burgers zulke kansen niet willen ontnemen. Immers, wie bang is voor zijn eigen vrijheid hoeft toch niet bang te zijn voor andermans vrijheid?

Het is van dringend belang dat het Nederlandse vestigingsklimaat aantrekkelijker wordt. Door een overgang naar een kasstroombelasting, afschaffing van de dividendbelasting, en vermindering van de regeldruk kunnen we een belangrijke stap in deze richting zetten.

Gideon Magnus is econoom en Bayesiaanse statisticus met een Ph.D. van de University of Chicago. Hij heeft ruim tien jaar in de financiële sector gewerkt en is nu bezig een eigen bedrijf op te zetten. Hij woont in New York.

Wynia’s Week verschijnt 104 keer per jaar met even onafhankelijke als broodnodige berichtgeving. Plus video’s en podcasts. De donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!