Fijn dat Silvio Erkens 300 wolven veel te veel vindt. Maar een goeie oplossing heeft hij niet

WW Schneeweisz 10 september 2026
Staatssecretaris Silvio Erkens (VVD) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Foto: ANP/John Beckmann.

Artikel beluisteren

In ons boek Nederwolf schreven we het al, en nu is ook landbouwstaatssecretaris Silvio Erkens (VVD) om. Vorige week liet hij weten dat het wetenschappelijke advies om te groeien naar maximaal 56 Nederlandse wolvenroedels hem veel te ver gaat.

Nederland telt nu zo’n dertien à veertien roedels en meer dan honderd wolven. Bij 56 roedels zou Nederland volgens Erkens uiteindelijk ruim boven de driehonderd wolven uitkomen en dat vindt hij ‘echt te veel’.

Volgens Erkens moet over de grenzen heen worden gekeken naar de wolvenpopulatie. ‘Het is natuurlijk vreemd als wij in ons kleine land grote groepen wolven moeten verwelkomen, terwijl ze tot dezelfde populatie behoren als die in buurlanden. Tellen ze net over de grens dan niet mee?’ De staatssecretaris wil daarom met buurlanden afspraken maken over een gezamenlijke aanpak en een ‘eerlijk aandeel’ voor Nederland. Dat zou een grote stap zijn in de goede richting.

Hoge juridische drempel

Het Nederlandse beleid draaide lange tijd om de vraag: hoe beschermen we de wolf in Nederland en wanneer mogen we een probleemwolf verwijderen? Dat leidde tot een zeer hoge juridische drempel voor afschot. Er moesten onder meer een concreet wettelijk doel, het ontbreken van bevredigende alternatieven én het behoud van een gunstige staat van instandhouding worden aangetoond.

Vooral dat laatste is problematisch. Als je een individuele wolf wilt doden, moet je kunnen aantonen dat dit geen gevaar oplevert voor de instandhouding van de populatie. Daarmee ontstond een bizarre situatie: Nederland had een groeiende wolvenpopulatie, maar iedere wolf moest juridisch afzonderlijk worden bekeken.

De route die de staatssecretaris nu neemt is vermoedelijk de enige manier om aan deze situatie een einde te maken en om door het woud aan Europese regelgeving te manoeuvreren richting een vorm van beheer. Het is ecologisch immers moeilijk vol te houden dat de wolven in Nederland een zelfstandige populatie vormen waarvan de gunstige staat van instandhouding in het geding is.

Zelfs expertisecentrum BIJ12 stelt expliciet dat Nederlandse wolven naar het oosten deel uitmaken van de Centraal-Europese populatie en naar het zuiden van de Alpiene populatie. Ook de Europese Commissie spreekt van een Centraal-Europese populatie die inmiddels sterk is uitgebreid. Dat maakt het volkomen onzinnig dat wolven die in Duitsland, Nederland en België rondzwerven voor de beoordeling van zijn of haar instandhouding plotseling in drie afzonderlijke nationale populaties moeten worden opgeknipt.

Erkens heeft in dit dossier dus best goede kaarten in handen en hij doet een moedige stap voorwaarts. Maar of dit ook zal leiden tot een gezamenlijk Europees beheerregiem met dito afschot is maar zeer de vraag. Silvio’s wolf zou weleens een dooie mus kunnen blijken. Een grensoverschrijdende ecologische populatie betekent namelijk niet automatisch dat Nederland, België en Duitsland juridisch één beheereenheid mogen vormen.

De Europese Commissie zegt dat lidstaten verantwoordelijk blijven voor het bereiken en behouden van een gunstige staat van instandhouding. De verlaging van de beschermingsstatus geeft vooral meer flexibiliteit voor lokaal beheer. Het geeft niet automatisch toestemming om een nationale verantwoordelijkheid af te schuiven naar de buurlanden. Daarom zal Erkens waarschijnlijk niet kunnen volstaan met de inkopper: Nederland + België + Duitsland = één populatie = afschot. Hij zal met meer moeten komen.

Gedonder over afschot

De staatssecretaris zal de genetische en ecologische samenhang van de Europese wolven moeten aantonen. Hij zal met cijfers moeten komen. Hij zal moeten bewijzen dat de populatie als geheel een gunstige staat van instandhouding heeft en moeten bepalen hoeveel wolven de drie landen kunnen dragen. Er zullen afspraken moeten komen over monitoring, migratie en verspreiding.

Maar het echte gedonder begint natuurlijk bij de verdeling van het afschot. Elke wolf die in Nederland geschoten wordt, zal immers niet in Duitsland of België geschoten kunnen worden. En daar schreeuwen boeren, schapenhouders en paardenhouders ook om maatregelen.

Sterker nog, Duitsland voegde het dier recent toe aan de jachtwet. Volgens de regels mogen jagers daar nu jaarlijks van 1 juli tot en met 31 oktober op wolven jagen. Dit geldt specifiek voor gebieden waar relatief veel wolven leven en waar de spanningen of vee-aanvallen hoog zijn. Kom daar eens om in Nederland.

Er zit bovendien een interessante paradox in de Nederlandse strategie. Hoe meer Nederland kan aantonen dat de wolf niet Nederlands, maar Europees en grensoverschrijdend is, hoe sterker het ecologische argument wordt. Maar hoe meer landen hun beheer op elkaar afstemmen, hoe moeilijker het ook wordt om uitsluitend vanuit de Nederlandse problematiek een groot aantal wolven te verwijderen.

Erkens kan in Brussel en Berlijn wel heel hard roepen dat Nederland te klein is – en daar heeft-ie ook gelijk in. Sterker nog, als maatschappelijke argumenten de doorslag zouden geven is er in Nederland helemáál geen plek voor roedels wolven. De huidige dertien à veertien roedels zorgen al voor een grote dosis angst, discussie, polarisatie, maatschappelijke ontwrichting en voortdurende aanvallen op vee.

Ecologische wensdroom

Dat Nederland volgens de modellen van de Wageningen University & Research (WUR) geschikt is voor 56 roedels, is niet meer dan een ecologische wensdroom die geen enkele rekening houdt met de belangen van de mensen die in dit land wonen. Nederland is te klein. Erkens is het daarmee eens en schreeuwt het moedig van de daken, maar in feite is het vooral een argument over ruimtelijke draagkracht en maatschappelijke wenselijkheid, niet over de biologische of juridische staat van instandhouding.

En dat is jammer, want de enige weg om in Brussel tot noodzakelijk beheer te komen is via de ecologie. En dan is een beter argument voor Erkens: de wolf is Europees, maar de overlast is lokaal. Daarom moet noodzakelijk toekomstig (preventief) beheer op de Nederlandse situatie worden afgestemd. Dan eindigt het wolvenbeleid van Erkens misschien niet met een dode mus.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!