Gajes uit de banlieues dwingt het gezag op de knieën. Maar de échte Franse kwaal is de romantisering van links geweld
Artikel beluisteren
Na de gewelddadige chaos van zaterdag en zondag, ongekend zelfs voor Frankrijks meest ervaren relletjesvoyeurs, richt de wrevel van links zich eerder op de politie dan op de vandalen. Op hoge toon eisten zondagochtend de linkse en groene burgemeesters van Parijs, Marseille en Lyon opheldering over het in gebreke blijven van de ordetroepen.
Door vreedzame demonstranten streng in het gareel te houden, zouden ze de relschoppers vrij spel hebben gegeven. Daar zit wat in, maar het heeft iets onkies om de zwaarbeproefde agenten aan te wijzen als hoofdverantwoordelijken. Rond de duizend politiemensen en gendarmes raakten gewond op één dag.
De ultralinkse leider Jean-Luc Mélenchon verweet de politie ‘absurd’ optreden bij de vreedzaam begonnen demonstratie in Parijs, waarin hij meeliep en juichte dat de protestbeweging ‘nog sterker was’ dan in mei ’68, de heilige maand voor links Frankrijk. Zelfs de voor gematigd links doorgaande presidentskandidaat Raphaël Glucksmann achtte de politie medeverantwoordelijk voor de ellende.
Controle verloren
In werkelijkheid konden agenten van de oproerpolitie en de gendarmerie op veel plaatsen de stadsguerrilla niet of nauwelijks de baas. Agenten voor een politiebureau in Brest moesten zich terugtrekken voor de stenen- en vuurwerkregen, ook in Marseille konden agenten het gajes niet aan en bliezen de aftocht. Stadhuizen en historische gebouwen in tal van steden werden bestormd, vernield of in brand gestoken.
In Parijs negeerden gemaskerde relschoppers het demonstratieverbod rondom het Elysée en kwamen tot driehonderd meter van de daar verblijvende president Emmanuel Macron. Misschien kon hij hun gebral en de knalgranaten van de politie horen.
’De Staat heeft de controle verloren,’ constateerde de krant Le Monde. Het woord ‘schaamte’ duikt op in commentaren over de indruk die Frankrijk wereldwijd maakt. Net als ‘siddering’, die door het land waart nu het beseft dat groepen relschoppers, brandstichters en plunderaars een grote natie op de knieën kunnen krijgen.
Alleen al in Marseille waren dat er zo’n 30.000, volgens minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez. Hij gaf toe dat de ordetroepen op veel plaatsen het overwicht hadden verloren en bood zijn ontslag aan, dat president Macron weigerde te aanvaarden.
En dat allemaal in de maalstroom van het eind september begonnen scholierenprotest, waarbij zich studenten aansloten en dat zaterdag een hoogtepunt had moeten bereiken met de ‘convergence des luttes’, het samenkomen van de strijd tegen het lerarentekort, slecht onderhouden scholen en de hoge kosten van levensonderhoud, vooral de brandstofprijzen. Ook de Gele Hesjes weerden zich weer.
Het revolutionaire vuurtje werd opgepookt door een humorist op Radio Nova, die voorstelde om Frankrijks rijkste mannen, Bernard Arnault en Vincent Bolloré , te ‘pakken’. Eerstgenoemde, onder veel meer de baas van Luis Vuitton, verdiende een ‘nieuwe das’, die dan wel als een strop steeds strakker diende te worden aangetrokken. Dat was humor, verduidelijkte hij voor de zekerheid, maar de directie bood op het hoogtepunt van de onlusten toch excuses aan.
Diepe wortels
De haat tegen ‘rijken’ en de ‘flics’, politieagenten, is in Frankrijk diep geworteld, althans bij linkse politici en andere ‘bekende Fransen’. Gewone burgers ergeren zich daar groen en geel aan, zoals een mevrouw in Brest die zaterdag tot haar ontzetting zag hoe agenten op een haar na werden gelyncht door de tierende en met stenen gooiende meute.
Ze herinnerde, in een gesprek met de nieuwszender Franceinfo, aan de islamistische aanslagen in 2015 in Parijs en omgeving, toen politiemensen werden toegejuicht wegens hun bescherming van de zwaar getraumatiseerde burgers. De zanger Renaud kwam daarop met het lied ‘Ik omhelsde een flic, in plaats van stenen naar hem te gooien’. Hij doorbrak met die omhelzing een links taboe, maar weldra werd het stenen gooien weer de norm.
In het blad Causeur breekt de onderwijsspecialiste Lisa Hirsig de staf over de ‘kinderlijke revolutionaire romantiek’ die volgens haar Frankrijk in een even conformistische als verstikkende greep houdt. En die leidt tot een vergoelijking of verheerlijking van het geweld.
Hirsig: ’Frankrijk cultiveert sinds twee eeuwen een revolutionaire vorm van romantiek. Van 1789 tot mei 1968, van de revolutie van 1848 tot de Commune van Parijs in 1871 hebben we de barricade verheven tot esthetisch symbool. Onze leerboeken, onze films, onze chansons zingen nog altijd de lof van de jongere die in opstand komt tegen een onrechtvaardige, kapitalistische, patriarchale en stigmatiserende orde. De school draagt daaraan haar steentje bij, door van de Franse revolutie de alfa en de omega van onze geschiedenis te maken en moedwillig de bloedige uitwassen van de Terreur te negeren.’
Het verzwijgen van de misdaden van revoluties, en uitsluitend de positieve kanten eruit te pikken, normaliseert volgens Hirsig ‘het gebruik van geweld om je doel te bereiken’.
Ook leraren krijgen een veeg uit de pan. Inderdaad, als journalisten dezer dagen quootjes vergaren bij ‘bezette’ scholen, houden leraren en leerlingen precies hetzelfde, schreeuwerige en van cliché’s vergeven discours. Het journaal van de publieke omroep toonde beelden van leraren die fysiek agenten te lijf gaan als ze tieners willen aanhouden. Jongeren hebben op hun protestborden vaak geestige verwijzingen gekalkt naar ‘Mai 68’ toen ze nog niet geboren waren, maar waarover hun oudste leraren zo gloedvol kunnen vertellen.
Lisa Hirsig gaat in haar mooie stuk die gemakkelijke karikatuur niet helemaal uit de weg; enige lof voor onderwijspersoneel in de ‘moeilijke’ en door niet-westerse immigratie versjteerde voorsteden en stadswijken zou niet hebben misstaan.
De mythe van mei 1968
Rechts klaagt sinds jaar en dag over de mythe van Mei ’68 en in een lange toespraak beloofde Nicolas Sarkozy in 2007, als succesvol presidentskandidaat, die erfenis ‘voor eens en voor altijd uit te roeien’. Hij betichtte het linkse relikwie van een lange reeks kwalen die Frankrijk teisteren, zoals een minachting voor gezag en kennis.
Daarmee bekrachtigde Sarkozy bij links zijn reputatie van een reactionaire onbenul, te simpel om de ‘verworvenheden’ van de Mei-revolutie te kunnen begrijpen. Zoals het gebruik van militant geweld om je zin te krijgen.
Het moet gezegd, in Frankrijk werkt dat. Zo zwichtten opeenvolgende regeringen voor vaak gewelddadige betogers tegen hogere brandstofprijzen en belastingen, snelheidslimieten op provinciale wegen, banenplannen voor jongeren en, veruit het belangrijkst, het plan om de Fransen ietsje langer te laten werken voor hun pensioen.
Machteloze president
Geïsoleerd in het Elysée onderstreepte president Macron zondagavond in een speciaal ingelaste toespraak zijn machteloosheid: ‘Hoe kunnen ze Frankrijk dit aandoen?’ Ook zei hij zich te ‘schamen’, en droeg de politie op om de methodes van ordehandhaving drastisch te herzien.
Macrons laatste maanden in functie – in april is de eerste ronde van de parlementsverkiezingen – vallen samen met steeds verontrustender cijfers over de Franse overheidsschulden. Zorgen daarover, vooral in Europa, zullen met het zoveelste oproer alleen maar zijn toegenomen. ‘France is Burning!‘ constateerde president Donald Trump, die Macron ongevraagd adviseerde om de grenzen te sluiten: ’De immigratie van mensen uit een geheel andere wereld, mensen met haat in hun hart, hebben deze ooit grootse natie kapotgemaakt.’
Herstel van de orde
Dat gaat zelfs rechts Frankrijk wat ver. Politicus en schrijver Eric Zemmour spreekt van een coalitie tussen ‘extreemlinks en het gajes’, codetaal voor jongeren uit de banlieues. In Le Figaro noteert de schrijver Pascal Bruckner dat in ‘zijn’ wijk in Parijs jongens ‘wallah, wallah!’ riepen tijdens hun rooftochten. Bruckner: ’En de politie was nergens te bekennen!’
Jordan Bardella, leider van het Rassemblement National, legde de schuld bij ‘delinquenten uit de banlieues’. En riep, na een bezoek aan een politiebureau in Parijs, de Fransen op om zijn mentor Marine Le Pen straks tot president te kiezen: ‘Dan gaan wij de orde herstellen.’
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


