Waarom toch die overschatting van de wetenschappelijke prestaties van vrouwen?
Hoewel de term ‘icoon’ aan inflatie onderhevig is, overleed begin deze maand een echte: James Watson, die met Francis Crick en Maurice Wilkins de Nobelprijs kreeg voor hun ontdekking van de dubbele helix, de structuur van het DNA-molecuul. En wie die structuur doorziet, snapt in principe in één klap hoe genen en erfelijkheid werken, en hoe je daaraan kunt sleutelen. Vrijwel de hele moleculaire biologie, medische genetica en biotechnologie van nu waren zonder hun baanbrekende werk onmogelijk geweest.
Watson was de laatste van de vier legendarische pioniers van het DNA. Crick en Wilkins overleden in 2004, terwijl Rosalind Franklin maar 38 jaar oud geworden is, en al in 1958 overleed, nog voor de drie anderen hun Nobelprijs kregen.
Foto 51
Dat Franklin, als ze niet aan baarmoederhalskanker was gestorven, mede de Nobelprijs had moeten krijgen in plaats van Wilkins, is al geruime tijd een feministisch strijdpunt. Belangrijk bewijsstuk – iconisch, mogen we wel zeggen – is ‘foto 51’:

Over hoe dit precies gegaan is zijn al boeken vol geschreven, maar één zienswijze is, dat Wilkins deze röntgenfoto van gekristalliseerd DNA uit Franklins lab zonder haar toestemming aan Watson en Crick heeft laten zien. Die waren al maanden vruchteloos bezig om met karton en ijzerdraad modellen van een DNA-molecuul te bouwen, en pas door deze foto zouden ze op het idee van de ‘dubbele helix’ gekomen zijn: DNA bestaat uit twee complementaire strengen die in een wenteltrapvorm om elkaar heen gedraaid zitten.
Het zij u vergeven als u in bovenstaande foto niet meteen een dubbele helix herkent: ook Watson en Crick konden dat niet zomaar. Zo’n röntgenfoto is namelijk in de verste verte geen plaatje van een DNA-molecuul. Het is een soort QR-code die je alleen globale symmetrie-eigenschappen van een molecuul vertelt.
Niettemin, in de feministisch gereviseerde wetenschapsgeschiedenis bewijst foto 51 dat het eigenlijk Franklin is geweest die de structuur van het DNA ontdekt heeft, waarna haar geniale ontdekking door mannen is gestolen, die daarna natuurlijk alle eer kregen. Dat is rijkelijk vergezocht. Niets wijst erop dat Franklin aan deze foto tot in detail de structuur van het DNA-molecuul kon aflezen, of zelfs maar het belang van deze foto of van het project van Watson en Crick inzag. En pas recent is bekend geworden, dat zij die foto niet eens zelf gemaakt heeft: dat is gedaan door haar doctoraalstudent Raymond Gosling.
Katie Bouman
Franklin was onomstreden een voortreffelijke röntgenkristallograaf die ook aan DNA werkte, en of ze bij leven had moeten meedelen in deze Nobelprijs, daarover kun je op redelijke wijze van mening verschillen. Maar de feministische versie van de wetenschapsgeschiedenis kent inmiddels veel extremere voorbeelden van vrouwen die met flinterdunne onderbouwing tot icoon of miskend genie uitgeroepen worden.
Recent voorbeeld is Katie Bouman, die in 2019 een hype werd als de vrouw die de eerste foto van een zwart gat mogelijk had gemaakt door haar briljante beeldbewerkingsalgoritme. Die ‘foto’ was in feite een computerplaatje op basis van data uit een wereldomspannend netwerk van radiotelescopen, de Event Horizon Telescope (EHT). Zulke data zitten barstensvol ruis, en moeten daarom intensief bewerkt worden.
Op zich niets mis mee, en Bouman had prima werk geleverd, maar wel als radertje in een goed geoliede machine van honderden wetenschappers – grotendeels mannen, alsof dat er wat toe doet. Ook zijzelf benadrukte dat, maar toch werd ze door de media op het voetstuk gehesen van het vrouwelijke genie dat iets had gepresteerd waar al die mannen niet toe in staat waren.
Puur uitvoering
Op vergelijkbare wijze probeert het feministisch revisionisme de opkomst van de computer en de maanlandingen min of meer exclusief aan vrouwen toe te schrijven. De allereerste computers, eind jaren veertig en begin jaren vijftig, zoals de ENIAC, waren enorme bakbeesten die handmatig geprogrammeerd moesten worden; dat wil zeggen, dat er net als in een antieke telefooncentrale letterlijk allerlei stekkers in andere gaten gestoken moesten worden om zo’n computer een opdracht te geven. Dat programmeerwerk werd, zo blijkt uit foto’s uit die tijd, grotendeels door vrouwen gedaan.
Het is echter onzin om daaruit te concluderen dat we de digitale revolutie vooral aan vrouwen te danken hebben. De fundamentele principes van een computer zijn bedacht en voor het eerst concreet uitgewerkt door mensen als Alan Turing en John von Neumann. Het werk van die vrouwelijke programmeurs volgde jaren later, was puur uitvoering en lag twee of drie abstractieniveaus lager. Ook daar kun je best nog een hoop inventiviteit in kwijt, maar geniaal of baanbrekend is het niet.
Zo is er ook feministisch maanlandingsrevisionisme: juist dankzij door een vrouw geschreven software zouden de Apollo-maanlanders niet gecrasht zijn.
Nog een slag absurder is de claim, dat Hollywood-filmster Hedy Lamarr – haar hoogtijdagen lagen in de jaren dertig – een miskend wetenschappelijk genie was. Die claim wordt onder meer kritiekloos uitgevent in de documentaire Bombshell: the Hedy Lamarr story. Aan haar zouden wij wifi en dus draadloos internet te danken hebben, terwijl haar miljarden euro’s aan royalties op haar octrooi zouden zijn ontstolen.
Lamarr was niet meer dan een dilettant met af en toe een leuk ideetje, dat zelden verder kwam dan wat krabbels in een blocnootje. Alleen op frequency hopping verkreeg ze samen met een bevriende pianist in 1942 octrooi. Dit was een manier om zender en ontvanger van een radiosignaal schijnbaar willekeurig, maar synchroon telkens van frequentie te laten wisselen, zodat het signaal moeilijker te storen of af te luisteren is. Dit principe wordt nu inderdaad in wifi toegepast, maar het idee is zo elementair, dat het al diverse keren eerder bedacht was, onder andere door Nikolai Tesla in 1903.
Ada Lovelace
Ook bont maakt het feministisch revisionisme het in het geval van Ada Lovelace, een 19de-eeuwse adellijke dame die bevriend was met Charles Babbage. Babbage heeft jarenlang geprobeerd een Differential Engine, een mechanische voorloper van de computer, te bouwen. Hoewel zijn ideeën deugden, bleek het in die tijd technisch niet mogelijk om zo’n machine met honderden tandwielen te bouwen, zodat het project een kostbaar fiasco werd.
Lovelace was zeer geïnteresseerd in het project van Babbage, en kon daar intelligent over meepraten. Ook was ze speculatiever ingesteld dan Babbage. Die zag zijn Engine louter als een middel om efficiënt wiskundige formules door te rekenen, terwijl Lovelace al speculeerde over veel bredere toepassingen, zoals een Engine die muziek kon componeren. Daarentegen stelde ze zeer beslist dat zo’n machine nooit iets nieuws zou kunnen bedenken. Voor het feministisch revisionisme is dit al genoeg om Lovelace tot de werkelijke uitvinder van de computer uit te roepen – en voeg daar desgewenst aan toe, dat Babbage als man natuurlijk weer met de eer ging strijken.
Bouwman en de vrouwelijke NASA-programmeurs deden gewoon prima werk, net als hun mannelijke collega’s, dat ontkent niemand. Maar omdat het vrouwen waren, mag dat niet ‘gewoon’ gevonden worden, want een vrouw moet immers ’twee keer zo goed zijn als een man om dezelfde erkenning te krijgen’, zoals het woke-dogma luidt.
Feministen schijnen niet door te hebben dat dit alles als een boemerang terug kan slaan op vrouwen. Ook vrouwen kunnen goede software schrijven – nou en? Zulke overtrokken lofprijzingen krijgen onbedoeld het karakter van het prijzen van een hond omdat die zo goed op zijn achterpoten kan lopen.
Quasi-intelligente praatjes
De overschatting van vrouwen als Lamarr en Lovelace getuigt ook nog van iets anders: dat de kletsende klasse geen benul heeft hoe moeilijk het is om iets echt te laten werken. Voor de kletsende klasse – zogenaamd hoogopgeleide mensen die nooit zelf iets gemaakt hebben, nog geen vogelhuisje of schemerlamp – is quasi-intelligente praatjes verkopen hun hele werkelijkheid. In die werkelijkheid stellen de blocnootschetsjes van Lamarr haar op gelijke hoogte met erkende pioniers van het internet als Tim Berners Lee en Vint Cerf; de annotaties van Lovelace bij de bouwtekeningen van Babbage stellen haar op gelijke hoogte met de bedenkers en bouwers van de ENIAC.
En helaas wordt Nederland grotendeels geregeerd door de kletsende klasse, door mensen die nooit een echte baan gehad hebben, die hun hele werkende leven lang alleen maar praatjes verkopen. Ik vind eigenlijk dat niemand in de Tweede of Eerste Kamer gekozen mag worden die niet zijn eigen fietsband kan plakken en een stekker met randaarde kan repareren.
Het is de kletsende klasse die verkiezingsprogramma’s schrijft en campagneslogans bedenkt, en daar nog succes mee heeft ook: Het kan wél! We bouwen tien nieuwe steden!
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook straks in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!Â
Donateurs kunnen ook reageren op recente artikelen, video’s en podcasts en ter publicatie in Wynia’s Week aanbieden. Stuur uw publicabele reacties aan reacties@wyniasweek.nl. Vergeet niet uw naam en woonplaats te vermelden (en, alleen voor de redactie: telefoonnummer en adres). Niet korter dan 50 woorden, niet langer dan 150 woorden. Welkom!




















