Weerloos door schuldgevoel en zelfhaat heeft het Westen zich laten overspoelen door grote aantallen mensen die niets met het Westen gemeen willen hebben

TheodoreDalrymple 28-4-26
Beeld: nationalinterest.org

Artikel beluisteren

Dystopische romans zijn geen voorspellingen, maar projecties: ze schetsen hoe de wereld eruit zal zien als een huidige trend zich onverminderd voortzet. Het verschil tussen voorspelling en projectie is cruciaal, maar wordt vaak over het hoofd gezien. De eerste is een oproep tot fatalisme, de tweede een oproep tot actie.

In zekere zin zijn dystopische romans zowel optimistisch als conservatief. Ze zijn optimistisch omdat ze de beschreven toekomst niet als onvermijdelijk en onontkoombaar beschouwen. Ze zijn conservatief omdat ze een wereld schetsen die veel slechter is dan de onze, en daarom sporen ze aan tot politieke deugden zoals voorzichtigheid en realisme. Ze herinneren ons eraan dat we, afgezien van vernietigingskampen of andere totale rampen, altijd iets te verliezen én te winnen hebben en dat vooruitgang vaak een duistere – zelfs een zeer duistere – kant heeft. Perfectie bestaat niet in deze wereld.

Het kamp der heiligen

In 1973 publiceerde Jean Raspail, die in 2020 op 94-jarige leeftijd overleed, zijn dystopische roman Le camp des saints (‘Het kamp der heiligen’, in het Nederlands verschenen als De ontscheping, red.). Door dit boek is hij bekend geworden, zeker buiten Frankrijk, hoewel veel andere goede romans en interessante reisverslagen heeft geschreven, en hij op een haar na werd verkozen tot lid van de Académie FrançaiseHet kamp der heiligen is een boek dat zich niet zomaar aan de kant laat schuiven, ondanks pogingen om het onzichtbaar te maken of te laten verdwijnen.

Het verhaal is eenvoudig. Een enorme vloot rottende schepen, met aan boord een miljoen verarmde en halfverhongerde Bengalen die wanhopig proberen Europa te bereiken – een land dat volgens hen overvloeit van melk en honing – vertrekt vanuit Calcutta en bereikt uiteindelijk de zuidkust van Frankrijk. De lokale bevolking vlucht voor deze invasie, omdat er geen officiële pogingen worden ondernomen om die af te weren. De Franse samenleving stort in; het succes van de vloot betekent de ondergang van Europa en de hele westerse beschaving.

Onlangs is een nieuwe en uitstekende Engelse vertaling door Ethan Rundell verschenen van Raspails roman, uitgegeven door Vauban Books. De naam van de uitgever is een ​​verwijzing naar de grote 17de-eeuwse militaire ingenieur en architect, de markies de Vauban. Het lijkt me daarom redelijk te veronderstellen dat de hervertaling en heruitgave van het boek door zowel de uitgever als de vertaler worden gezien als een daad van verdediging van de beschaving tegen de gevaren waarvoor Raspail waarschuwde.

In het voorwoord vergelijkt Nathan Pinkoski het boek met zowel Aldous Huxleys Brave New World als George Orwells Nineteen Eighty-Four, maar ik denk niet dat het in die categorie thuishoort. Het is erg slecht geschreven, langdradig, breedsprakig en vaak saai. Een ideeënroman loopt altijd het gevaar dat het meer een idee dan een roman wordt, en dat is precies wat er met Raspails boek is gebeurd. Vaak heb je als lezer het gevoel alsof je op een feestje in het nauw wordt gedreven door een fanaticus die vastbesloten is zijn punt te maken en je niet loslaat voordat hij daarin geslaagd is. Je wordt aangeklampt, gevleid en toegesproken door de verteller (die zijn rol nooit helemaal duidelijk maakt) of door de personages, die eerder ideeën belichamen dan mensen van vlees en bloed zijn. Het kamp der heiligen is een gefictionaliseerd essay, waarvan je de ideeën in 20 of 30 pagina’s had kunnen weergeven.

Kudde-instincten

Van begin af aan werd het boek aangevallen als racistisch en zelfs als vertolker van blanke superioriteit. De auteur heeft een groot deel van zijn leven besteed aan het beschrijven van en het diep meevoelen met afgelegen niet-blanke bevolkingsgroepen, dus die beschuldigingen kunnen wat zijn persoon betreft niet staande worden gehouden. Maar het is niet moeilijk te begrijpen waarom zijn boek op deze manier werd aangevallen. De wanhopige emigranten uit Bengalen zijn vies, ze stinken, zijn bijgelovig, wellustig, fatalistisch, heidens en ze lijken gewetenloos. Het zijn geen individuen, het is een massa, een enorme kudde, zoals de gnoes tijdens hun trektocht door de Serengeti. Het zijn meer biologische verschijnselen dan mensen. Als ik Bengaals was, zou ik het niet op prijs hebben gesteld dat mijn landgenoten op deze manier werden afgeschilderd.

Maar Raspails ware doelwit is de Franse intelligentsia en uiteindelijk die van de hele westerse wereld. Hij schildert die af als laf, sentimenteel, opportunistisch, oneerlijk, oppervlakkig, ijdel en zelfvoldaan. Hoewel van de intellectuele klasse wordt verondersteld dat ze leeft van ideeën, heeft ze wel degelijk kudde-instincten, en het heeft enig historisch belang om te lezen dat Raspail al in 1973 dacht dat politieke correctheid en woke-ideologie (die hij natuurlijk niet zo noemt) het intellectuele leven hadden verwoest.

Verwoeste geesten

Hij portretteert de intelligentsia – waaronder de politieke klasse – als verscheurd door schuldgevoel en culturele zelfhaat. Ze aanvaardt kritiekloos het idee dat de Eerste Wereld rijk is omdat de Derde Wereld arm is. De Eerste Wereld verdient het daarom niet om te overleven; ze heeft geen moreel standpunt van waaruit ze zich kan verzetten tegen de invasie van mensen uit de Derde Wereld, wier wanhopige situatie een gevolg is van het gewelddadige verleden en de huidige hebzucht van het Westen.

Overspoeld worden door indringers is zo bezien een vorm van moreel gerechtvaardigde en noodzakelijke genoegdoening. De slechtheid van het Westen wordt op het verleden geprojecteerd, waardoor gehechtheid aan zijn tradities en levenswijze zondig en ontoelaatbaar wordt. De katholieke kerk en de protestantse kerken zijn in feite opgehouden religieus te zijn. De fictieve paus heeft alle schatten van het Vaticaan verkocht en de opbrengst aan de armen gegeven, hoewel die opbrengst nog niet eens genoeg is om de behoeften van het platteland van Pakistan een jaar lang te dekken. De paus is niet alleen elk besef kwijtgeraakt dat zijn rol spiritueel in plaats van seculier is, maar is ook alle verbondenheid met de cultuur waarvan hij de erfgenaam is, kwijtgeraakt. Een semi-marxistische opvatting van sociale rechtvaardigheid als het hoogste goed, met uitsluiting van alle andere behoeften, heeft de overhand gekregen en de geesten verwoest, zoals een neurotroop virus de hersenen verwoest.

Volgens Raspail is de Franse bevolking week gemaakt, verdoofd, passief, onverschillig en niet in staat om zich tegen enig gevaar te verzetten door een langdurige intellectuele propaganda. Twee commentatoren op de populairste radiostations in het boek, de ene heet Durfort en de andere Vilsberg, gieten een soort verlammend gif in de oren van hun luisteraars.

Durfort is een notoire strijder voor goede, of zogenaamd goede, zaken. Wanneer hij de ene zaak laat vallen, is dat alleen maar om een ​​andere te steunen en zo zijn morele verontwaardiging, en die van zijn toehoorders, op peil te houden. Hij ziet de vloot die vanuit Bengalen naar Frankrijk vaart als een goede zaak, omdat de Fransen verantwoordelijk zijn voor de armoede en ellende die de miljoen mensen aan boord ertoe hebben aangezet te vluchten. Die armoede en ellende vormen een flagrante onrechtvaardigheid:

‘Vergeef me dat ik zeg dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor die onrechtvaardigheid. De rijke landen hebben de Derde Wereld veroordeeld. Ze hebben allerlei barrières opgeworpen – morele, economische, politieke – en daarachter driekwart van de wereldbevolking opgesloten. Niet voor het leven, maar voor vele opeenvolgende levens… niemand zal me van mijn overtuiging afbrengen dat er, om zo te zeggen, een uitbuiter en een uitgebuitene bestaan.’

Ondermijnen en profiteren

Het soort schuldgevoel dat dit oproept, is grotendeels nep en exhibitionistisch. Het is bedoeld voor publieke consumptie en persoonlijk gewin en niet voor een oprecht gewenste verandering in het leven van de spreker. Het duidt ook op de arrogante, maar onterechte overtuiging van de spreker dat zijn samenleving zo sterk is dat hij van de voordelen ervan kan blijven genieten, terwijl hij tegelijkertijd het zelfvertrouwen ervan ondermijnt – of doet alsof hij het ondermijnt. Durfort wordt zeer goed betaald voor zijn pogingen tot ondermijning, terwijl de effecten of gevolgen daarvan hem niet interesseren. Zijn doel is persoonlijk gewin en niet maatschappelijke vooruitgang.

De andere persoon die gif in de oren giet, is Vilsberg, een relativist die ‘zijn twijfel met zich meedroeg als een kruis van verlossing’:

‘Dag na dag, maand na maand, twijfel na twijfel (in zijn uitzendingen), werd orde een soort fascisme; onderwijs, een dwangmiddel; werk, een vorm van vervreemding; revolutie, louter vermaak; vrije tijd, een klassenvoorrecht; marihuana, gewoon een andere vorm van tabak; het gezin, een belemmering; consumptie, een vorm van onderdrukking; succes, een schandelijke ziekte; seks, een onschuldige vrijetijdsbesteding; jeugd, een permanent tribunaal; volwassenheid, de nieuwe seniliteit; discipline, een belediging van de menselijke persoonlijkheid; de christelijke religie…en het Westen…en een blanke huid… Boris Vilsberg onderzocht, Boris Vilsberg twijfelde.’

Vreemd genoeg is dit soort relativisme perfect verenigbaar gebleken met de meest absolute en rigide morele oordelen: dat alles wat westers is, verrot, gedegenereerd en slecht is, en dat de ineenstorting van de westerse samenleving daarom vooruitgang betekent.

Geen sterk uitgangspunt

Terwijl de autochtone bevolking van Zuid-Frankrijk naar het noorden vlucht voor de komst van de invallende hordes, dringt de realiteit van de situatie plotseling door. Grote aantallen intellectuelen haasten zich naar het zuiden om de indringers te verwelkomen als degenen die hen bevrijden van hun ongeoorloofde welvarende bestaan. Het moreel van het leger, dat aanvankelijk naar het zuiden was gestuurd om de ontscheping van de immigranten te voorkomen, is door Durfort en Vilsberg net zo grondig gecorrumpeerd als het moreel van de burgers.

De machtsongelijkheid tussen de Franse staat en de miljoen uitgehongerde emigranten is een illusie. In feite verkeren de laatsten in een sterkere positie, want niemand durft hen tegen te houden. Nietzsche had dit wellicht precies kunnen voorspellen. Ons relativisme is zowel absoluut als universalistisch. Absoluut relativistisch universalisme is geen sterk uitgangspunt om een ​​levenswijze, of wat dan ook, te verdedigen.

Is Raspails boek visionair? Het antwoord hangt af van de mate waarin een visionair boek overeenkomt met de realiteit die na de publicatie ervan ontstaat. Massale immigratie heeft ongetwijfeld het uiterlijk, de cultuur en de politiek van verschillende Europese landen veranderd. Minder dan 40 procent van de Londenaren is nu blank Brits; in 1961 was dat bijna 98 procent. Minstens een kwart van de Brusselse bevolking is moslim. Meer dan 40 procent van de leerlingen op basisschool en middelbare school in Wenen is moslim. Zweden, dat niet zo lang geleden zo goed als geen criminaliteit kende, is nu het meest criminele land van Europa, wat vrijwel volledig te wijten is aan de immigratie.

In de metro naar het station dat het dichtst bij mijn Parijse appartement ligt, behoor ik vaak tot een raciale minderheid, hoewel het onmogelijk is te zeggen welke etnische groep in de meerderheid is. Frans is slechts een van de vele talen die er gesproken worden.

‘Niemand is illegaal’

Niets van dit alles zou Raspail hebben verbaasd. In plaats van de problemen die massale immigratie met zich meebracht te voorzien, deden regeringen ofwel niets om haar te ontmoedigen ofwel ze moedigden haar actief aan. In Frankrijk stond de zogenaamd conservatieve regering van Valéry Giscard d’Estaing gezinshereniging toe, waardoor gastarbeiders permanente inwoners werden, gettoïsering werd bevorderd en een machtig instrument in handen kwam van mensen die geloofden dat Frankrijk de plicht had om een ​​onbeperkt aantal immigranten uit de Derde Wereld te verwelkomen.

Ik ken hoogopgeleide jongeren in Frankrijk die geloven dat er geen illegale immigranten kunnen bestaan, omdat niemand op aarde illegaal ís en de hele mensheid één is. Dit is precies het sentimentele (en zelfgenoegzame) humanitarisme dat Raspail in Het kamp der heiligen betreurde en bespotte, en waarvan hij wist dat het zo’n diepgaand bijtend effect zou hebben dat het uiteindelijk de levensvatbaarheid van hele landen zou bedreigen.

Bron van alle kwaad

Raspail doet geen poging om te verklaren waarom deze sentimentele ondermijning de geest van de West-Europeaan zo is gaan overheersen. Of deze nu is ontstaan ​​als reactie op catastrofes uit het recente verleden of als reactie op het verlies van de Europese macht en superioriteit, die een soort Gestalt-omschakeling vereiste om een ​​gevoel van eigenwaarde te kunnen behouden.

In de tijd van die superioriteit was West-Europa er trots op de bron te zijn van alle vooruitgang in de wereld. Vandaag de dag zou het er in ieder geval trots op kunnen zijn de bron van al het kwaad te zijn. Op deze manier behoudt het een gevoel belangrijk te zijn, zelfs als dat inhoudt dat anderen worden ontmenselijkt alsof die zelf niet in staat zijn tot wangedrag.

Moslimimmigratie niet voorzien

Maar sommige dingen heeft Raspail niet voorzien – of, als hij ze wel heeft voorzien, heeft hij ze niet vermeld. De voornaamste daarvan is dat hij niet in staat is geweest te voorzien of te benoemen welke specifieke moeilijkheden westerse landen zouden krijgen als gevolg van de grootschalige moslimimmigratie.

Door de hindoeïstische Bengalen als Trojaans paard af te schilderen, zat hij er verrassend genoeg, bijna diametraal, naast. Hindoeïstische immigranten hebben nooit ergens problemen veroorzaakt; en, vreemd genoeg, zijn het de oosterse, moslim-Bengalen, en niet de westerse, hindoeïstische Bengalen, die een enorm getto in de East End van Londen hebben gesticht en de lokale politiek diepgaand hebben gecorrumpeerd. Een lid van het Britse parlement, dat was verkozen in een kiesdistrict waar moslims in de meerderheid waren, op een verkiezingsprogramma waarin Gaza de belangrijkste kwestie was, hield onlangs een toespraak waarin hij moslims opriep om verenigd te blijven tegenover de vijand – en dat was nou juist het Westen waarheen ze waren geëmigreerd.

Immigranten zijn niet zomaar immigranten. Wat ze meebrengen is net zo belangrijk als wat het gastland hun te bieden heeft. Als ze bijvoorbeeld een evangeliserende religie meebrengen die, hoe onzinnig ook, beweert de oplossing te zijn voor alle kleine problemen van de mensheid, een religie die bovendien een zeer sterke greep op hen heeft en die in stand wordt gehouden door een effectief systeem van sociale uitsluiting bij afwijkende meningen, dan zullen ze uiteraard meer moeite hebben met integreren dan wanneer ze niet zo’n religie aanhangen.

Raspails gebrekkige roman illustreert een elementair politiek principe. Wil een liberale democratie functioneren, dan is er een demos (volk) nodig; en om een demos te zijn, moeten ze iets meer gemeenschappelijk hebben dan geografisch dicht op elkaar te wonen (zonder tegelijkertijd absolute uniformiteit te eisen). Het importeren van grote aantallen mensen die niets delen, en zich zelfs verzetten tegen het delen van het minimum dat een demos bijeenhoudt, is zeer schadelijk voor een liberale democratie.

Een rampzalige gespletenheid

In deze allerbelangrijkste zin was Jean Raspail een visionair, ook al identificeerde hij de bron van de grootste bedreiging niet correct. Misschien wel het meest onthullende in het boek is zijn beschrijving, in het essay dat aan de roman voorafgaat, van hoe prominente politieke figuren zijn boek in het openbaar negeerden of verwierpen, maar er privé wel mee instemden. Het is een rampzalige gespletenheid gebleken.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in de Claremont Review of Books, Spring 2026. Vertaling Chris Rutenfrans

Jean Raspail, The camp of the Saints, Vauban Books, 2025, $38,95

Van Theodore Dalrymple verscheen onlangs Nothing But Wickedness: The Delusions of Our Culture (Gibson Square Books).

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!