Wie zeker weet dat Trump-aanhangers dik, dom en dorps zijn is een racist

President Trump is geen fan van The New York Times en The Washington Post. Het gebrek aan warmte is wederzijds.

Stedelingen kijken al tweeduizend jaar neer op boeren en buitenlui. Dat blijkt ook uit de taal:  geen “boertige” grappen in de salons van de grachtengordel, geen ”rustieke” meubels   (latijn: rus=platteland) bij Jean des Bouvrie. Zo ook in het Engels waar “bumpkin” (van ons “boompje” ) staat voor boertig en “astute” (van een Grieks woord voor stedelijk) voor schrander, sophisticated en goed-geïnformeerd.

Hillary Clinton ging bij de vorige Amerikaanse presidentsverkiezing  een paar stappen verder met het label  “basket of deplorables”.  Met haar harde oordeel  “dat is niet Amerika” verwierp zij landgenoten uit de “red states” die een voorkeur hadden voor haar opponent.

Na de verkiezing is de polarisatie nog veel erger geworden, want de New York Times, de Washington Post en CNN hebben ontdekt dat hun verdienmodel het best werkt met onophoudelijke campagnes tegen de president.

Jaren van campagnejournalistiek

Ik heb vorige week mijn abonnement op de Times toch maar verlengd, niet omdat ik veel opsteek van de dagelijkse scheldstukken van de columnisten, maar omdat de Times met 5,8 miljoen betalende abonnees rijk genoeg is voor serieuze en uitstekende rapportages, recent bij voorbeeld over Covid-19 in Mexico en Brazilië, onderwerpen die vaak buiten bereik blijven voor Nederlandse kranten met nauwelijks advertenties en te weinig internet-abonnees.

In de Times, de Post en bij CNN is het binnenlandse nieuws sinds de verrassings-overwinning van Trump al drie jaar vergiftigd door haat tegen de president en zijn aanhangers. Een paar voorbeelden van zomaar één week.

Zomaar een week

Afgelopen maandag zou de president opdracht hebben gegeven om de betogers in het park tegenover het Witte Huis met traangas weg te jagen, zodat hij naar de St. John’s Church kon wandelen. Niet waar: zie.

Woensdag had de Times op de voorpagina ‘de president wakkert een giftige leugencampagne aan op het internet – zie pagina 6’. In een lang artikel op die pagina 6 is de enige verwijzing naar de president is dat hij Antifa noemde als links-radicale groep die medeverantwoordelijk is voor gewelddadige aanvallen op de politie en plunderingen. Dat telt dan als een “giftige leugen”, maar zie. De auteur, Prof Jonathan Turley, is hoogleraar constitutioneel recht en zeker geen Trump-fan; hij legt elders uit waarom hij er om juridische redenen  tegen is om Antifa officieel te bestempelen als een terroristische organisatie. Hier beschrijft hij overtuigend dat de groep al lang bestaat en een verwoestende rol speelt.

Valse studie tegen HCQ

En dan het nieuws over hydroxychloroquine (HCQ), een medicijn tegen malaria dat in combinatie met zink en azitromycine helpt tegen Covid-19, wanneer het tijdig wordt toegediend. Het Engelse medische tijdschrift The Lancet publiceerde in maart een hoofdartikel over de (medisch geïndiceerde?) wenselijkheid om president Trump te verslaan, en daarna op 22 mei een lange studie tegen HCQ. Groot nieuws voor de Times, de Post en CNN omdat de president zelf HCQ als voorzorg had ingenomen en de hoop had uitgesproken dat het profylactisch kon helpen.

Een week na publicatie bleek werd al duidelijk dat de gegevens voor de studie tegen HCQ niet uit ziekenhuizen kwamen, maar uit de duim van een van de auteurs. De anti-Trump-media hadden nog zes dagen nodig voordat ze het artikel uit The Lancet definitief lieten vallen en zelfs toen nog met een sneer naar de president die gelijk kreeg, maar zich niet met de medische wetenschap had mogen inlaten.

Intussen verscheen een positieve studie over HCQ van Yale-hoogleraar Harvey Risch: HCQ moet vanaf nu onmiddellijk worden toegediend aan patiënten met beginnende symptomen. De lezers van de Times en de Post of de kijkers van CNN hebben dat belangrijke nieuws nog niet ontvangen, evenmin als eerdere aanbevelingen van HCQ als prophylactisch middel van de Franse expert professor Didier Raoult.

Niets geleerd van eerdere valse maar toch eindeloos herhaalde leugens over Trump (hij zou nazi’s geprezen hebben in Charlottesville; hij zou hebben aanbevolen om Dettol te drinken) en niets geleerd over de twee mislukte pogingen om een gekozen president weg te werken: het Rusland-verhaal en de impeachment. Of beter: één ding geleerd, namelijk dat haat tegen Trump en zijn aanhang abonnees en kijkers binnenhaalt.

Meelopen met de Times

Wie meeloopt  met de Times, de Post en CNN moet wel geloven dat Amerikanen die geen spijt hebben van een stem voor  Trump in 2016 met hun pick-up trucks, hun overgewicht en tekort aan urbane sofisticatie inderdaad beklagenswaardig en onverbeterlijk zijn.

Het vergif gaat over de grenzen: journalisten die het al te druk hebben om bij voorbeeld de Wall Street Journal te lezen (vaak, ook deze week, heel kritisch op Trump, maar met een scheiding tussen nieuws en opinie) en alleen de Times, de Post en CNN opslurpen, vergiftigen ook in Nederland de meningsvorming met hun haat jegens Trump en hun minachting voor zijn aanhang.

Daarom na zo veel vergif in de media deze simpele anti-racisme test: nog steeds eens met Hillary Clinton in 2016 over de deplorables en de irredeemables? Wie daar ja op zegt, is ook een slecht geïnformeerde racist.