Stap naar de rechter met al uw linkse wensen en ook in 2026 zult u gelijk krijgen

WW Jaspers 3 januari 2026
In het Engelse taalgebied spreekt men onomwonden van ‘lawfare’, het misbruiken van de wet om de woke-oorlog te winnen. Foto: Pexels.

Het is een maar al te menselijke aandoening: op 1 januari word je eind van de ochtend of begin van de middag wakker en denkt: ‘Dit jaar wordt alles anders. Het afgelopen jaar met al zijn rottigheid, frustraties en grote en kleine nederlagen ligt achter ons, nu maken we een frisse start’.

U weet hoe dat gaat met persoonlijke goede voornemens: driekwart haalt het eind van januari niet eens. Gaan we dan misschien collectief een frisse start maken? Gaat de Nederlandse politiek zich ontdoen van de dogma’s die rationele oplossingen op al jaren slepende hoofdpijndossiers in de weg staan? Gaan rechters weer hun gezond verstand gebruiken in 2026, en rekening houden met het belang van Nederland?

Slappe compromissen

Helaas heb ik daar geen enkel vertrouwen in. Misschien lukt het u dit keer wel om uw goede voornemens tot de zomer op te rekken, maar de politiek is alleen goed in het oprekken van de kabinetsformatie tot de zomer. En waarom ook niet? Met de slappe compromissen die zulke formaties opleveren, kan er net zo goed geen missionair kabinet zitten.

Bovendien, in de korte intermezzo’s tussen de formaties in, zitten er missionaire kabinetten die voor alle belangrijke beslissingen eerst naar Brussel kijken, dan naar de Raad van State en daarna naar de meest recente vonnissen over milieu, klimaat en immigratie van de overige Nederlandse en Europese rechters. Onze politici mogen van zichzelf bijna niks meer, want hun overheersende zorg bij elk nieuw beleid is ‘de juridische houdbaarheid’, zoals ingeperkt door bovengenoemde rechters.

De tekenen wijzen erop, dat de houdgreep van die rechters op de politiek in 2026 nog strakker aangezet zal worden. Eerst een overzicht van recente ‘linkszaken’, waarin ze hun mandaat tot ver voorbij redelijke grenzen oprekten door de hypothetische risico’s van toekomstige klimaatverandering tot een acute schending van mensenrechten te verklaren.

  • Terug naar Nederland: afgelopen jaar diende het hoger beroep in de zaak van Milieudefensie, nog zo’n ondemocratische actiegroep. Die kregen in 2021 van de Haagse rechtbank gedaan dat Shell verplicht zou zijn om per 2030 zo ongeveer het eigen bedrijf te liquideren. Dat is namelijk de enige manier waarop een olie- en gasbedrijf ook zijn indirecte CO2-uitstoot – de scope 3 emissies – met de opgelegde 45 procent kan verminderen. Bij scope 3 emissies gaat het namelijk om de CO2-emissie van Shells klanten, bijvoorbeeld miljoenen automobilisten. Shell zou dan grotendeels moeten stoppen met aan hen benzine verkopen, terwijl dat voor de werkelijke CO2-emissie niets uitmaakt, omdat die automobilisten dan gewoon doorrijden naar het volgende tankstation.
  • In hoger beroep kwam Shell met de schrik vrij: het gerechtshof in Den Haag ging mee in de redenatie van de rechtbank dat die 45 procent minder uitstoot in 2030 mag opleggen, maar alleen aan hele landen, niet aan individuele bedrijven. De reden? De wetenschap van de emission reduction pathways toegepast op individuele bedrijfstakken zou nog niet voldoende ontwikkeld zijn. Hou dat even in gedachten, daar kom ik zometeen op terug.
  • Verder hadden we nog het International Court of Justice (ICJ) dat afkondigde dat landen die ‘onvoldoende’ doen tegen klimaatverandering een onrechtmatige daad tegen de mensheid begaan. Wat is ‘onvoldoende’ volgens dit ICJ-advies? Ga daar vooral over procederen bij nationale en internationale rechters!
  • Ook ‘onvoldoende’, volgens de Nederlandse rechter, is het om je als bedrijf keurig aan alle milieuvoorschriften te houden. Dan nog bega je een onrechtmatige daad jegens de naburige woonwijk als je niet, op grond van eigen onderzoek op internet, besluit om toegelaten bestrijdingsmiddelen toch niet te gebruiken, waardoor je in feite je bedrijf moet opdoeken.

Kassa voor Greenpeace

Geen van deze vonnissen geeft aanleiding om te denken dat de juridische kous hiermee wel zo’n beetje af is; dit is nog maar het begin. Actiegroepen en rechters zijn eendrachtig in overwinningsroes. Wat staat er in ieder geval op de rol voor komend jaar? Dan dient, opnieuw bij het gerechtshof in Den Haag, het hoger beroep in de zaak van Greenpeace tegen de Nederlandse staat om het halen van de ‘stikstofdoelen’ voor Natura2000-gebieden in 2030 af te dwingen. Kassa voor Greenpeace – een propagandaclub die geen snipper natuur beheert – als het niet lukt, want dan krijgen ze een dwangsom van 10 miljoen euro uitbetaald.

In het Engelse taalgebied spreekt men onomwonden van lawfare, het misbruiken van de wet om de woke-oorlog te winnen, al noemen de actiegroepen dat zelf natuurlijk anders, namelijk climate justice (klimaatrechtvaardigheid). En het moet gezegd: Nederland is hierin gidsland. 

Deze week stond in vakblad Science een artikel in de rubriek Policy Forum over klimaatrechtszaken met prominente plekken voor de zaak van Urgenda en die van Milieudefensie. In zo’n Policy Forum buigen door het blad erkende experts zich over de wetenschappelijke onderbouwing van een bepaald beleidsterrein. Hier zijn dat onderzoekers van een paar in Londen gevestigde instituten op het gebied van klimaatbeleid.

Die maken er geen geheim van dat het gerechtshof in Den Haag wat hun betreft die 45 procent uitstootreductie in 2030 door Shell overeind had kunnen houden. Maar helaas, het hof ‘worstelde’ met de wetenschappelijke onderbouwing van de min 45 procent voor individuele bedrijven.

Ook als het doel – netto nul in 2050 – een dogma is waar niet aan getwijfeld mag worden, zijn er talloze emissiereductiepaden waarmee dit bereikt kan worden, dus wat moet dan het wettelijk afdwingbare doel in 2030 zijn?

Schijnzekerheid

De VN-klimaatorganisatie IPCC gebruikt hiervoor toekomstscenario’s, de zogeheten integrated assessment models (IAMs), modellen die vol zitten met aannames over de ontwikkeling van de economie, de technologie, bevolkingsaantallen en nog veel meer, die een schijnzekerheid creëren over wat er per land in 2030, 2040 en verder bereikt moet zijn. Ze zijn enigszins vergelijkbaar met de modellen die het CPB gebruikt om verkiezingsprogramma’s door te rekenen, maar dan op mondiale schaal en 25 jaar vooruit.

Gek genoeg werken die IAMs met uitstootscenario’s per land, hoewel een land op zich strikt genomen niets uitstoot; dat doen industrieën, landbouw, vervoer en consumenten die voor een flink deel transnationaal zijn. Niettemin, elke twijfel aan de betrouwbaarheid van die IAMs ontbreekt bij de klimaatbeleidexperts uit Londen. Er is uitvoerig gerekend aan allerlei IAMs, dus dit is wat ‘de wetenschap’ zegt over het klimaatbeleid per land dat nodig is.

Helaas, constateren zij, is er nauwelijks gerekend aan IAMs per bedrijfstak. Bijvoorbeeld: moet, om met z’n allen op netto-nul in 2050 uit te komen, de elektriciteitssector in 2030 al meer dan 45 procent gereduceerd hebben, terwijl vliegtuigen dan nog bijna volledig fossiel mogen vliegen? Een pareltje in deze context is dan hun opmerking: ‘Met minder modellen is de analyse minder robuust.’

Alle grote bedrijven de klos

Deze Londense klimaatbeleidexperts denken dus dat toekomstscenario’s betrouwbaarder worden door nog wat modellen erbij te verzinnen en dan van al die modellen een soort gemiddelde te nemen. Als de klimaatwetenschap dat maar snel doet, dan worden de IAMs ook per bedrijfstak zo betrouwbaar, dat de rechter er niet meer omheen kan, stellen zij.

Dan is niet alleen Shell alsnog de klos in 2030, maar elk bedrijf waar Extinction Rebellion-achtigen hun vizier op wensen te richten. Elk groot bedrijf stoot immers grote hoeveelheden CO2 uit als je hun scope 3 emissies meerekent, en dat zijn emissies waar zo’n bedrijf weinig tot niets aan kan doen zonder zichzelf op te heffen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!