Hoezo plus 14 procent? De pensioenfondsen strooien met geld dat toch al van u was en daarna blijkt de minister niet te kunnen rekenen
Artikel beluisteren
U boft toch maar. Sinterklaas bestaat. De vakbonden en werkgevers die het in de pensioenwereld voor het zeggen hebben, laten de pepernoten thuis en strooien met écht geld. Waarom?
De zeldzaam grote herziening van de regels voor pensioenen, die op 1 juni 2023 definitief was, gaat nu van de tekentafel naar de praktische uitvoering. Van wetstekst naar werkelijkheid. Zo’n tien miljoen gepensioneerden en werkende pensioengerechtigden hebben ermee te maken. Nu en de komende jaren.
Modder en mist
Mocht u hoge verwachtingen hebben: de grote herziening is een poldercompromis van politici, vakbonden en werkgevers. Maar de polder is modderig, mistig en die beloofde gouden jaren vallen tegen.
Maar eerst het woord aan Sinterklaas. Ze heet Mariëlle Paul en is demissionair minister van Sociale Zaken (VVD). Ze strooit met goed nieuws. Gemiddeld zijn de pensioenen van de pensioenfondsen die in 2026 voor het eerst de nieuwe regels volgen met 14 procent gestegen, schreef zij afgelopen week in een brief aan de Tweede Kamer.
14 procent, toe maar. Verrassend? Niet als je weet dat deze verhoging gebaseerd is op de uitkering ineens van de meeste eerder opgebouwde reserves.
Uw pensioen bleek praktisch gesproken al een onzeker bezit. Pensioenen waren bevroren in de meeste jaren van het vorige decennium. Nu maken de nieuwe regels uw pensioen ook feitelijk een onzeker bezit. Pensioenen fluctueren in het vervolg met de resultaten op de beleggingen van uw pensioenfonds. Maar of dat ook echt zo zal gaan, daarover verderop in deze column.
De verhoging met 14 procent is niet meer dan een royaal gebaar met het kapitaal dat toch al aan de pensioendeelnemers toebehoorde. Nu krijgt u het kapitaal ook op uw pensioenoverzicht bijgeschreven.
Voor deze verhogingen was al ruimte gemakt in de grote herziening. Een voorganger van Paul had in de aanloop naar de herziening de regels versoepeld. Alleen een beurskrach zou het royale gebaar nog verstierd hebben.
Hoezo 14 procent?
Maar overigens… 14 procent, hoe komt de minister daaraan? In haar eerder genoemde Kamerbrief verwijst zij naar PensioenPro, een gespecialiseerde website die niet toegankelijk is voor niet-abonnees. PensioenPro baseert zich op becijferingen van adviesfirma Aon, die niet op diens website zijn te vinden. Deze becijferingen blijkt Aon te hebben gemaakt voor de NOS die er begin januari over heeft bericht. Daaruit blijkt ook dat Aon niet alle 24 pensioenfondsen heeft bekeken die per 2026 overstappen naar de nieuwe regels, maar alleen de twaalf grootste.
Op LinkedIn zag ik een screenshot daarvan. Daaruit bleek dat Aon op eigen gezag de verhoging bij het grootste van de twaalf, het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), op eigen gezag heeft becijferd op 11,7 procent. Het fonds zelf communiceert een verhoging van tussen 7 en 10 procent.
Het ministerie en de minister hebben geen eigen rekenwerk verricht. Dat bedoel ik met modderig en mistig. Datzelfde geldt ook voor ervaringen van de zes pensioenfondsen die al in 2025 zijn overgestapt. Maken zij de verwachtingen waar? Houden hun pensioenen de prijsstijgingen bij? Dat is de lakmoesproef.
Ook hier heeft de minister zelf geen cijferwerk gedaan. Ze verwijst naar de vakpers. De verhogingen variëren van 0,6 procent tot 2,7 procent. Deze verhogingen zouden misschien met de oude regels van De Nederlandsche Bank niet zijn toegestaan, maar ze zijn minder dan de inflatie (3,3 procent)
Dat bedoel ik met tegenvallende gouden jaren.
Nietszeggend perspectief
In haar Kamerbrief geeft Paul geen oordeel over de verhoging van de fondsen die al in het nieuwe stelsel werken. Maar ze wekt wel verwachtingen. Pensioenfondsen mogen in het herziene stelsel meer risico nemen met hun beleggingen ‘wat naar verwachting leidt tot hogere rendementen en daarmee tot perspectief op koopkrachbehoud’ (sic).
Let op het woord perspectief. Het kan, maar het kan ook niet. Hoe zou toezichthouder AFM, de Autoriteit Financiële Markten, die financiële producten moet toetsen op hun realiteitsgehalte, naar zo’n bewering kijken? Als een vermogensbeheerder ‘perspectief op koopkrachtbehoud’ vermeldt in zijn documentatie, zou de gemiddelde belegger dat begrijpen als wat het is, namelijk een nietszeggende uitspraak?
De tegenvallende uitkomsten bij de pensioenfondsen in het herziene stelsel hoeven niet te verbazen. De pensioenwereld was blij dat ze verlost was van de ‘bufferplicht’ van De Nederlandsche Bank, maar wat doet men nu? Extra buffers aanleggen.
De buffers worden gevuld door het pensioenvermogen bij de overgang naar het nieuwe stelsel af te romen én de behaalde rendementen deels te bestemmen voor deze buffers.
De belangrijkste buffer is de zogeheten solidariteitsreserve. Dat is het potje dat gebruikt wordt als de rendementen van de beleggingen onvoldoende zijn om de pensioenuitkeringen op peil te houden. De pensioenwereld wil namelijk voorkomen dat de pensioenen in de eerstkomende jaren omlaag gaan.
Toch wel eng
De pensioenpolder zag het herziene stelsel als het ei van Columbus, maar in de praktijk blijkt het toch wel eng. Dus doen de bestuurders van de pensioenfondsen wat ze in het oude pensioenstelsel verfoeiden. Ze sparen, ze bouwen buffers op. Helaas blijft er dan minder rendement over om uit te keren.
In goede beleggingstijden krijgt u minder dan u dacht op basis van de behaalde rendementen. En als in slechte tijden de bodem van de solidariteitspot in zicht is? Dan heeft Sinterklaas een functie elders.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















