Bij de bouw van windturbines en zonneparken wordt de lokale democratie omzeild. Wat zijn gemeenteraadsverkiezingen dan nog waard?
Artikel beluisteren
Nederland wil klimaatneutraal zijn in 2050. Fossiele brandstoffen worden in de ban gedaan en windturbines en zonnepanelen komen ervoor in de plaats. Vanuit Den Haag wordt zogeheten RES-regio’s opgedragen wind- en zonneparken te bouwen. Wat is het stemmen op een gemeenteraad nog waard met Haagse en provinciale dictaten?
Regionale Energiestrategie (RES)
In 2030 moet Nederland sinds de kabinetten-Rutte 49 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot zelfs met 95 procent zijn verminderd. Om ‘klimaatneutraal’ te worden doet Den Haag kolencentrales, fossiele brandstoffen en andere vervuilende zaken (zoals brandstofauto’s) in de ban. In de plaats daarvan komen onder meer windturbines, zonnepanelen en warmtenetten.
In 2019 boden de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen het kabinet aan mee te helpen om dit doel te bereiken. Samen met de rijksoverheid vormden gemeenten, provincies en waterschappen 30 regio’s om het doel van tenminste 35 Terawattuur (TWh) aan duurzame elektriciteit te realiseren. Zo werd de Regionale Energiestrategie, de RES, in het leven geroepen. Voortaan zouden in alle 30 RES-regio’s verschillende doelstellingen en plannen worden opgesteld om uiteindelijk gezamenlijk tenminste 35 TWh duurzame energie-opwekking op land te behalen.
De RES is een uitvoeringsagenda van het Nederlandse Klimaatakkoord uit 2019 – van het kabinet-Rutte 3, voorgezeten en geïnitieerd door VVD’er Ed Nijpels – op het gebied van duurzame energie en de warmtetransitie. In deze RES ‘werken overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders (voor gas, elektriciteit en warmte), het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit’, zo staat in het Klimaatakkoord. Iedere RES-regio heeft eigen taken en verantwoordelijkheden. De eerste bazen van de RES waren D66-minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren en VVD-minister van Economische Zaken en Klimaat – en sinds 1 februari 2026 staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State – Eric Wiebes.
In hoeverre er in het kader van de RES daadwerkelijk sprake is van samenwerking tussen overheden, bedrijven en bewoners – of van ‘regionaal gedragen keuzes’ – is op zijn minst twijfelachtig. Veel signalen wijzen er namelijk op dat windturbines en zonneparken er moeten komen en dat er voor lokale besluitvorming of tegengestelde belangen weinig ruimte is.
Minister Cramer (PvdA) versoepelt de geluidsnormen
In 2009 ging Nederland voor het eerst een internationale verplichting aan om duurzame energie te realiseren. In dat jaar werd de Europese Renewable Energy Directive (2009/28/EC) vastgesteld. Hierin werd afgesproken dat Nederland in 2020 minimaal 14 procent van zijn energie uit hernieuwbare bronnen moest halen. De toenmalige PvdA-minister Jacqueline Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) ging nog een stap verder. Ze stelde als doel dat in 2020 20 procent van de energievoorziening uit groene energie zou worden gehaald.
De uitrol van windturbines bleek, mede vanwege lokale weerstand en ‘belemmeringen in regelgeving’, moeizamer dan gedacht. Om de doelen te halen zouden er sneller méér windturbines moeten komen. Daarop besloot minister Cramer om de geluidsnormen voor windturbines te versoepelen. Er werd een jaargemiddelde norm van 47 decibel overdag en 41 decibel ’s nachts voorgesteld.
Inspectie VROM ontraadt geluidsnormen
De inspectie van het ministerie van VROM was echter zeer negatief over het idee van een jaargemiddelde geluidsnorm voor windturbines. De regeling zou burgers onder meer ‘onvoldoende’ beschermen tegen geluidsoverlast, er zou vanwege de hoogte van de norm (47 dB overdag en 41 ’s nachts) slaapverstoring door geluidspieken kunnen optreden, en overtredingen op de geluidsnormen zouden niet handhaafbaar zijn. Met de geluidsnormen zou namelijk pas aan het eind van het jaar duidelijk zijn of en wanneer de windturbines te veel lawaai hebben gemaakt.
Het vernietigende rapport van de inspectie is nooit openbaar gemaakt en ook niet naar de Tweede Kamer gestuurd, omdat er volgens Cramer veel ‘persoonlijke opvattingen’ in stonden. Tegen de adviezen van de inspectie in, en wetende dat de jaargemiddelde normen op veel weerstand zouden stuiten bij de bevolking, werden de geluidsnormen in 2011 tóch doorgevoerd. Deze normen worden nu nog steeds gebruikt bij de realisatie van windturbines door het hele land.
Duurzaamheidsdoelen verder opgeschroefd
Sinds de grootschalige uitrol van groene stroom ruim dertig jaar geleden is het maatschappelijk verzet tegen onder meer windturbines wijdverbreid. Het onderzoeksinstituut TNO schreef er in 2005 al een rapport over, en later, in 2017, kwam de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) eveneens tot de conclusie dat in ons land ‘meer zelfs dan in andere landen – zo vaak sprake is van weerstand en confrontatie bij plannen voor de uitbouw van windenergie op land’.
Desondanks worden de duurzaamheidsdoelen steeds verder opgeschroefd. In het Energieakkoord uit 2013 werd het doel gesteld om 6 Gigawatt (GW) windvermogen op land te realiseren in 2020. In 2022 stelde kabinet-Rutte IV het doel om in 2030 16 GW windenergie op land te behalen – waarvan anno 2026 slechts 7 GW gerealiseerd is. Om het doel van 16 GW te behalen in 2030 zouden welgeteld 3000 windturbines van 3 MW vermogen moeten worden bijgebouwd. Het nieuwe kabinet-Jetten zet de trend van de Rutte-kabinetten onverminderd voort: ‘Door vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak doen we alles wat nodig is om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen.’
Van bovenaf opgelegd
De realisatie van al deze windturbines, windparken en zonneparken belandt op het bordje van alle 30 RES-regio’s. Het bestaan van deze regio’s wekt de suggestie dat gemeenten en lokale bevolking zeggenschap hebben over het vraagstuk van duurzame energie. De realiteit is dat de RES-regio’s vrijwel geen keuze hebben wat de bouw van wind- en zonneparken betreft. Autonomie is beperkt tot locatiekeuze, welke specifieke warmtestrategie wordt gehanteerd en hoe de lokale bevolking wordt betrokken bij de energiestrategie. Landelijk zijn de doelen vastgelegd en opgelegd aan de verschillende regio’s. Zoals ook bij de Spreidingswet inzake asielzoekers het geval is, is het voor gemeenten niet mogelijk volledig af te zien van windturbines.
Moeilijke gemeenten omzeilen
Want als gemeenten de windturbines en zonneparken zelf niet regelen, doet de provincie of het Rijk het wel voor ze. Dat doen ze langs de weg van ‘provinciale inpassingsplannen’ en ‘rijksinpassingsplannen’: in die gevallen stellen de provincie of het Rijk zelf een bestemmingsplan vast voor een project. Daardoor kan een project doorgaan, zelfs als een gemeente er niet aan wil meewerken.
Het meest bijzondere voorbeeld is windpark Greenport Venlo (provincie Limburg). Het windpark van 9 grote windturbines lag bij de gemeenteraad Venlo voor goedkeuring. De raad stemde in 2018 in meerderheid echter tegen het voorgestelde windpark, vanwege geluidshinder en een gebrek aan draagvlak. Daardoor dreigde de provincie haar doelstellingen voor duurzame energie niet te behalen. Zo besloot de provincie Limburg de gemeente te omzeilen door zelf een inpassingsprocedure voor het windpark te starten.
Windpark Spui in de Hoeksche Waard is eveneens tot stand gekomen door een provinciaal inpassingsplan, nadat de gemeente Korendijk (nu Hoeksche Waard) in 2014 aangaf geen medewerking te verlenen aan de bouw van een windpark. Uit een rapport van de Randstedelijke Rekenkamer uit 2024 is later gebleken dat de provincie zelf grote steken heeft laten vallen in het inspraakproces. Zo stond de beoogde locatie van het windpark al vast voordat participatiegesprekken plaatsvonden, de provincie woog de stille omgeving en het aantal woningen dichtbij het windpark niet mee in de belangenafweging en hanteerde geen strengere geluidsnormen toen daartoe vanuit verschillende hoeken werd opgeroepen.
Geen belang groter dan meer turbines en zonnepanelen
Gemeenten zijn zo meer en meer uitvoeringsorganisaties van Haags beleid geworden; gemeenteraden mogen alleen nog tekenen bij het kruisje. Dat geldt niet alleen voor allerlei sociaal beleid en voor het asielbeleid waarbij gemeenten door de Rijksoverheid gedwongen worden om azc’s te accepteren en statushouders onderdak te verschaffen, maar ook voor het klimaat- en energiebeleid dat over de schutting van de lokale overheid wordt gegooid. Net als bij de Spreidingswet fungeert de gemeente als de lange arm van Den Haag. Wat zijn gemeenteraadsverkiezingen dan nog waard?
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!Â






















