Het mag niet goed gaan met de Waddenzee, anders komt de miljardenbusiness van de ecolobby in gevaar

WW Jaspers 6 juni 2026
De Waddenzee mag niet in een goede toestand verkeren, want dan kun je gewoon de natuur zijn gang laten gaan, zonder ‘extra inzet’. Beeld: YouTube

Artikel beluisteren

Moeten studenten bestuurskunde ook een cursus statistiek doen? Bij psychologiestudenten is het vak statistiek een berucht struikelblok, maar bestuurskundigen-in-spe heb ik er nooit over gehoord. Ik vraag dat naar aanleiding van Staat van de Waddenzee 2025, een rapport van de Waddenacademie. Dat rapport wordt weer aangeroepen door de Ecologische Autoriteit om af te kondigen dat het Waddengebied ‘in zorgwekkende staat’ verkeert. Dat gaat er bij de ambtelijke top van het ministerie van LVVN in als koek, en dan moeten we vrezen dat de zeer onervaren D66-minister Jaimi van Essen, qua opleiding bestuurskundige, dat zonder slag of stoot gaat overnemen.

Het rapport bekijkt maar liefst 238 indicatoren voor de toestand van de Waddenzee, en slaat daarmee aan het rekenen. Conclusie: ‘Het ecosysteem van de Waddenzee kan anno 2025 nog niet als gezond aangemerkt worden en extra inzet is nodig.’

Het rapport doet geen uitspraken over wat die ‘extra inzet’ moet zijn – daarvoor moeten we wachten op het volgende rapport – maar wie het narratief van ecologen en biologen over de Waddenzee een beetje volgt, weet dat volgens hen de visserij, en eigenlijk bijna alle menselijke activiteit uit de Waddenzee verbannen moet worden. Rijkswaterstaat toonde al voorlopige plannen waarin grote delen van de Wadden worden afgesloten voor het publiek. Zelfs de letterlijke voetafdruk van de mens is al te groot voor de gewenste Waddennatuur.

Geen objectieve normen

Hoe komt de Waddenacademie aan die zorgelijke conclusie over de Waddenzee? Die ruim tweehonderd indicatoren lopen uiteen van het aantal zonuren tot het aantal zeehonden, maar van allemaal wordt een historische trend berekend over een zo lang mogelijke periode waarover data beschikbaar zijn. Maar dan komt de hamvraag bij elke indicator: wat is de referentiewaarde? In welk jaar was het aantal zonuren of zeehonden ‘goed’? In verreweg de meeste gevallen zijn hier geen objectieve normen voor. Al die indicatoren fluctueren ook enorm van jaar tot jaar.

Waar het op neerkomt, is dat de keuze van die referentiewaardes volledig bepaalt hoe de Waddenzee er nu aan toe is. Vorige week legde de Wageningse bioloog Jaap van der Meer aan een Kamercommissie uit welke demagogische truc (niet zijn woorden) de Waddenacademie hier toepast. Voor vissoorten kiezen ze als referentiewaarde het maximum van de afgelopen veertig jaar. Het gaat dus pas goed met de vis in de Waddenzee, als in 2025 al die vissoorten minstens zo talrijk geweest waren als het record per soort sinds 1985.

Iedereen die iets van natuurlijke variatie begrijpt, snapt dat dit een onmogelijke eis is voor een complex ecosysteem. Het is nooit zo dat alle soorten in een diergroep tegelijkertijd een recordomvang bereiken, al was het maar omdat ze elkaars concurrenten zijn en ook elkaar opeten. Het rapport stelt vast dat vijftien van zestien vissoorten in 2025 onder deze referentiewaarde zaten, wat op X en in de media gretig werd opgepikt: kijk, zó slecht gaat het met de Waddenzee! In feite is het statistisch zeer wel mogelijk, dat in een ecosysteem dat al veertig jaar stabiel is, in een gegeven jaar 39 van de veertig vissoorten onder hun maximum zitten. Je gooit ook maar een op de zes keer zes met een dobbelsteen.

Van der Meer is emeritus hoogleraar. Het is absoluut geen toeval, dat zulke harde kritiek op het rapport van een milieuclub van een gepensioneerde moet komen. Van wetenschappers die nog verder willen met hun carrière zullen we dat niet te horen krijgen, dat hebben we ook op het onderwerp stikstof telkens moeten vaststellen.

Het rapport heeft nog meer moois in de trucendoos zitten. Zo wordt voor tientallen andere indicatoren niet het maximum, maar het gemiddelde van de historische datareeks als referentiewaarde genomen. Dat klinkt een stuk redelijker, totdat je beseft dat hierdoor ook in een stabiel ecosysteem elk jaar 50 procent van de indicatoren onder de referentiewaarde zal zitten, puur door de natuurlijke variatie die er altijd is. Als je als referentiewaarde voor de lengte van een mens de gemiddelde lengte kiest, is altijd 50 procent van de mensen ‘te klein’.

En zo gaat het maar door.

Het rapport bekijkt ook 34 weer- en klimaatindicatoren, zoals zeewater- en luchttemperatuur en de hoogte van de zeespiegel op zeven plaatsen. Het is ook principieel al vrij bizar om zulke data als indicatoren voor de gezondheid van een ecosysteem op te nemen. Er wordt in het geheel niet onderbouwd waarom gemiddeld over een jaar iets meer of minder regen, iets meer of minder wind of uren zonneschijn enige invloed op het leven in de Waddenzee zou hebben. En we kunnen daar door maatregelen in de Wadden zelf uiteraard ook niets aan veranderen.

‘Verslechterende’ trend

Voor deze groep indicatoren wordt als referentiewaarde de waarde aan het begin van de meetreeks genomen. Aangezien het water in de Waddenzee in 2025 enige decimeters hoger stond dan rond 1900, staan deze zeven indicatoren allemaal op rood, en de trend is ‘verslechterend’ want de zeespiegel zal enige millimeters per jaar blijven stijgen.

Waarom deze zeer geleidelijke stijging een verslechtering zou zijn, wordt ook niet onderbouwd. Dat wordt ook heel lastig, voor een getijdengebied waar twee keer per dag de zeespiegel twee à drie meter stijgt en daalt, en het van de Noordzee in- en uitstromende water grote hoeveelheden zand en slib over de bodem verplaatst. Bovendien beheert Rijkswaterstaat al decennia actief het Waddengebied, met jaarlijks miljoenen tonnen zandsuppletie.

De invloed van zeespiegelstijging is in deze dynamische context volstrekt verwaarloosbaar. Maar toch worden deze indicatoren samengevoegd met alle andere om te kunnen concluderen dat de Waddenzee onvoldoende scoort op 92 van de 238 indicatoren. Daar komen dan nog 66 indicatoren bij waarvan de waarden in 2025 ‘onzeker’ zijn wegens gebrek aan data, en die worden op grond van het voorzorgsbeginsel dan ook maar de facto op rood gezet. Dit alles zonder degelijke wetenschappelijke onderbouwing, volgens Jaap van der Meer. Overigens: met de zeehond in de Waddenzee gaat het ook volgens dit rapport prima.

Miljarden aan subsidies

Het is allemaal nogal doorzichtig voor wie iets van ecologie en statistiek begrijpt. De Waddenacademie, ‘kennisregisseur van het Waddengebied’, betaald uit het Waddenfonds, keurt zijn eigen vlees, en dat is niet de natuur in de Waddenzee, maar de subsidiebehoefte van de milieuclubs die zich tegen de Waddenzee aan bemoeien. De Waddenzee mag niet in een goede toestand verkeren, want dan kun je gewoon de natuur zijn gang laten gaan, zonder ‘extra inzet’.

Dit is niets nieuws; dit is de core business van de ecolobby. Behalve de Waddenzee hebben we nog ruim honderd Natura2000-gebieden in Nederland, verdeeld over twaalf provincies, de bestuurslaag die verantwoordelijk is voor natuurbeheer. Voor die provincies zijn miljarden aan subsidies beschikbaar, maar daarvoor moeten ze wel elk een Gebiedsplan indienen, onderbouwd met een Natuurdoelanalyse (NDA). Cynisch geformuleerd: je moet als provincie eerst een heel verhaal ophangen over hoe slecht het met de natuur in je provincie gaat, anders krijg je geen geld van Van Essen.

Provincies betalen commerciële consultancies als Royal HaskoningDHV en Arcadis kapitalen om NDA’s op te stellen waarmee diezelfde provincies miljarden euro’s uit een herstelfonds voor de natuur hopen binnen te slepen. Wat kan daar nou fout mee gaan?

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!