Nee minister, de vraag naar elektriciteit groeit niet. U verhult de werkelijke oorzaak van het dreigende stroomtekort

WW Van Andel 18 juni 2026
Stientje van Veldhoven, de D66-minister van Klimaat en Groene Groei. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Stientje van Veldhoven, de D66-minister van Klimaat en Groene Groei, zei onlangs op X dat de vraag naar elektriciteit snel groeit. Het NOS journaal meldde dit ook. De aanleiding was de waarschuwing van netbeheerder Tennet dat we mogelijk al over twee jaar in plaats van vier jaar een tekort aan elektriciteit zullen hebben.

Dit is merkwaardig, want de vraag naar elektriciteit groeit helemaal niet. Die schommelt al twintig jaar rond 120 miljard kilowattuur per jaar, en is sinds 2018 zelfs licht gedaald. Er wordt wel groei verwacht in de komende jaren vanwege de elektrificatie van automobiliteit, verwarming en industrie, maar dat zeiden de minister en de NOS niet.

De suggestie dat de vraag naar elektriciteit nu al zou groeien is in elk geval misplaatst, en leidt de aandacht af van het werkelijke probleem. Het dreigende tekort vanaf 2028 komt helemaal niet door een stijgende vraag en ook niet door een overvol stroomnet, maar door afnemende regelbare capaciteit voor elektriciteitsopwekking. Naarmate er meer windmolens en zonnepanelen komen, moeten gascentrales hun vermogen steeds vaker afschalen, met name in de zomermaanden met veel zon en wind. Nu al kunnen windmolens ons volledige elektriciteitsverbruik opwekken als het flink waait. Zonnepanelen kunnen op zonnige zomermiddagen zelfs het dubbele van het totale nationale verbruik opwekken.

Afschalen kost geld

Het vaker afschalen van gascentrales gaat energiemaatschappijen steeds meer geld kosten. Die zien zich daardoor genoodzaakt om in de komende jaren gascentrales te sluiten. Daardoor dreigt tijdens kalme koude winterweken zoals afgelopen januari echter een tekort aan opwekcapaciteit, want windmolens en zonnepanelen doen dan niet veel. Bovendien is de vraag naar elektriciteit dan juist het hoogst, vanwege alle warmtepompen en de lagere efficiëntie van elektrische auto’s. De batterijen presteren bij kou minder goed dan bij warmte, en vergen ’s winters meer laadstroom per gereden kilometer dan ’s zomers.

Daar komt bij dat, volgens de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie, alle kolencentrales in Nederland uiterlijk in 2030 moeten sluiten of overstappen. De Brabantse Amercentrale is sinds vorig jaar al geheel op biomassa overgestapt, maar voor de Maasvlaktecentrale zou dat niet haalbaar zijn. De Onyx Centrale Rotterdam zal volgens een kabinetsbesluit van 2021 gaan sluiten, en de Groningse Eemscentrales zou in 2030 net als de Amercentrale helemaal op biomassa moeten overstappen. Dat is althans de ambitie van exploitant RWE, maar als subsidies voor biomassa dan aflopen is dat financieel niet haalbaar.

De Eemscentrale is met 1560 megawatt veruit de grootste van de vier nog operationele kolencentrales in ons land. Een volledige overstap van steenkool naar hout wordt zonder subsidies te duur voor RWE. Als de staat alsnog gaat bijspringen, komt dat uiteindelijk in de nu al sterk stijgende energiebelastingen, netwerktarieven en kilowattuurprijzen terecht. De hoeveelheid CO2 die dan elk jaar uit de schoorstenen van de Eemscentrale zou komen, neemt bovendien aanzienlijk toe, want bij het verbranden van hout komt per opgewekte kilowattuur ongeveer 20 procent meer CO2 vrij dan bij het verbranden van steenkool.

Die CO2 wordt officieel niet meegeteld, maar is er wel degelijk en wordt ook niet binnen twintig jaar weer door nieuw geplante bomen opgenomen. Dat brengt de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs weliswaar op papier dichterbij, maar in werkelijkheid verder weg. Houtverbranding stuwt de atmosferische CO2-concentratie tot na 2050 meer omhoog dan steenkoolverbranding.

Nog duurdere energie

De energiebelastingen, netwerktarieven en kilowattuurprijzen zullen verder stijgen als de staat – dat wil zeggen wij allen – een zogenaamde capaciteitsmarkt voor elektriciteit gaat financieren. In een capaciteitsmarkt – zoals bijvoorbeeld in België – krijgen energiemaatschappijen een vergoeding van de overheid om onderbenutte capaciteit voor regelbare elektriciteitsopwekking beschikbaar te houden die anders te onrendabel zou zijn. Tevens krijgen grootverbruikers een vergoeding voor een lagere stroomafname tijdens schaarste.

Duitsland en Nederland hebben zo’n capaciteitsmarkt gelukkig nog niet, maar willen die wel gaan invoeren om de door Tennet aangegeven stroomtekorten het hoofd te bieden. Dat leidt onvermijdelijk tot meer stilstand van gascentrales, en dus tot duurdere elektriciteit. De netwerktarieven stijgen sinds 2022 al explosief, en dat gaat met een capaciteitsmarkt niet beter worden. Die netwerktarieven gingen in de periode 2011-2022 met gemiddeld 2,6 procent per jaar omhoog, iets boven de gemiddelde inflatie. Sinds 2022 is dat groeipercentage echter plotseling verzevenvoudigd, naar gemiddeld 18 procent per jaar.

Voor aardgas stijgen de netwerkkosten sinds 2022 met gemiddeld 9,4 procent per jaar, terwijl dat in de tien jaar daarvoor gemiddeld 2,4 procent per jaar was. Ook dat zal met een capaciteitsmarkt en in het algemeen een toenemende afhankelijkheid van onderbenutte aardgascentrales niet beter worden. Iedereen die nu op de golven van hoge aardgasprijzen een warmtepomp wil aanschaffen, zal in een toekomstige capaciteitsmarkt voor elektriciteit met toenemende netcongestie alsnog een hoge energierekening krijgen. Die warmtepomp zal dan met name ’s winters en in de avonden grotendeels op met aardgas opgewekte elektriciteit draaien, omdat er dan minder wind- en zonne-energie is terwijl het stroomverbruik juist hoog is.

Het is niet verwonderlijk dat een Kamermeerderheid – waaronder coalitiepartijen VVD en CDA – inmiddels pleit voor het langer open houden van bestaande kolencentrales. Daartoe zou wel de huidige Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie moeten worden opgeschort of aangepast. Die wet werd 2019 ingediend en aangenomen door het parlement, als reactie op het Urgenda-vonnis uit 2015 dat de staat verplicht om meer CO2 te reduceren. We konden zeven jaar geleden echter met geen mogelijkheid voorzien dat er een pandemie en vervolgens twee oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten zouden uitbreken.

Onzindelijke klimaatwetten

Evenzo kunnen we met geen mogelijkheid voorzien wat er na 2030 zal gebeuren in de wereld van energie, fossiele brandstoffen en zeldzame metalen zoals lithium. Dat illustreert de onzindelijkheid van de huidige klimaatwetten en van het Urgenda-vonnis. Die dwingen een zeer complex collectief resultaat in de verre toekomst af, waarvan niemand in binnen- of buitenland kan bepalen of en hoe dat technisch, financieel, economisch en politiek ook maar enigszins haalbaar is. Dit ondermijnt het gezag en het functioneren van de parlementaire democratie, en het vertrouwen in de politiek.

Het is hoog tijd dat Kamer en kabinet terugkomen van deze dwaasheid, door wettelijke verplichtingen om CO2 te reduceren en kolencentrales te sluiten op zijn minst op te schorten. Dat geeft tijd en ruimte om de klimaatdoelstellingen in het licht van de actualiteit diepgaand te heroverwegen, en waar nodig in een gedegen politiek proces aan te passen.

Dat is zoals het hoort te gaan in een gezonde parlementaire democratie die de belangen van alle burgers dient. In plaats daarvan laten de voltallige regering en volksvertegenwoordiging zich nu door een rechterlijk bevel dicteren wat ze moeten doen in een kwestie van nationaal belang.

Wynia’s Week staat permanent onder hoogspanning en brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!