Mag er in 2026 nog gewoon, zonder poespas, doodgegaan worden?

WW Van Willigenburg 18 juni 2026
‘Over mijn lijk’ is het levende bewijs van een nieuw soort ego-cultuur, waarbij de eigen dood koste wat kost ‘bijzonder’ moet worden gemaakt. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

De eenentwingtigste-eeuwse mens blijft zich levenslang ontwikkelen, zo is althans het ideaalbeeld. Sla de hedendaagse interviews met Bekende Nederlanders er maar op na: alles is een leerervaring. Je kunt het zo ellendig niet bedenken (gevaar, ziekte, depressie, scheiding, burn-out, eenzaamheid) of de persoon in kwestie is er zogenaamd ‘sterker’ uitgekomen.

Elke ervaring biedt kansen om jezelf te vernieuwen, ergo, tot een nóg slimmer verdienmodel om te vormen. Wie kent niet het mechanisme dat mensen na een of meer burn-outs andere mensen gaan ‘coachen’ om een burn-out te helpen voorkomen?

Geen definitief einde

Ook de dood is niet langer het definitieve einde. En als het dat al is (hetgeen moeilijk kan worden ontkend), dan wordt er druk geïnvesteerd om dat te verdoezelen. In de moderne tijdgeest is de dood toegetreden tot de rijen der ‘events’. Alhoewel zelfs een stijfkoppige eenentwintigste-eeuwer moet toegeven dat het voor een dode te laat is om nog iets te leren, kan er tot aan de dood nog steeds geleerd worden, hetzij door de stervende zelf, hetzij door zijn of haar omgeving.

Hoe vaak horen we niet dat een terminale patiënt tot het inzicht is gekomen dat hij of zij, stervende, een veel betere kijk op persoonlijke prioriteiten heeft gekregen? Dat er iets van hem of haar is ‘afgevallen’, waardoor er een veel ‘puurdere’ beleving van het eigen leven is ontstaan? En niet zelden wordt dit inzicht via sociale media rond gepompt, zodat deze boodschap ook bij niet-stervenden aankomt. En zij worden aangespoord alsjeblieft niet met ‘puurder’ leven te wachten tot zijzelf een onheilstijding op hun brood krijgen geserveerd.

Het soms dwangmatig aandoende positivisme rond de dood kan extreme vormen aannemen. Hoewel een BNNVARA-programma als Over mijn lijk met de beste bedoelingen zal worden gemaakt en de terminaal zieken die erin optreden er schijnbaar vanuit het diepste van hun hart aan meewerken, mag het op zich, lijkt me, een merkwaardige reflex worden genoemd jezelf door een wildvreemde persoon (Tim Hofman) te laten volgen vanaf het moment dat je weet dat je binnenkort doodgaat.

Ik heb vaak genoeg naar Tim Hofman gekeken, en zijn uitleg over dit programma vaak genoeg aangehoord, om de goede intenties niet in twijfel te trekken. De nog-niet-overledene wil een herinnering of ‘monument’ voor zichzelf en de omgeving creëren, vaak aangevuld met de wens nog een keer voluit te leven, te doen wat hij of zij het liefste deed dan wel hem of haar kenmerkte. En Tim is daarbij dan behulpzaam, is de officiële lezing.

Tegelijkertijd is het programma het levende bewijs van een nieuw soort ego-cultuur, waarbij de eigen dood koste wat kost ‘bijzonder’ moet worden gemaakt. Hyper-persoonlijk. Het speelt zich weliswaar niet af op het niveau waarop een bank je uitnodigt je betaalpas of creditcard met een zelf gefabriceerde of favoriete afbeelding te ‘customizen’, maar wie een beetje doordenkt ziet in een programma als Over mijn lijk wel degelijk een verdere individualisering, net als bij de betaalpas, zich voltrekken.

Universeel verschijnsel

Als je naar Over mijn lijk kijkt zou je bijna vergeten dat iedereen doodgaat. Dat de dood een universeel verschijnsel is dat religies, filosofen, schrijvers en theologen door de eeuwen heen tot allerlei geschriften en rituelen heeft geïnspireerd om ermee om te gaan. Een veelheid aan cultuur en contemplatie die Tim Hofman, dat weet hij vast ook wel, niet in zijn eentje kan vervangen.

Zijn alibi, als je het zo wilt noemen, is dat zijn programma exclusief over jonge mensen gaat die slecht nieuws te horen krijgen. En daardoor een vorm van extreme onrechtvaardigheid ervaren, die middels het programma als het ware wordt ‘bestreden’ of ‘rechtgezet’, hoe onmogelijk dat vanuit je zorgeloze, luie stoel misschien ook lijkt.

Het mag een vorm van ultieme dubbelzinnigheid heten dat een progressieve omroep, en zich progressief noemende mensen, zich zozeer blijken te schikken in het idee dat alles ‘productief’ moet worden gemaakt. Dat je van je eigen dood een goed bekeken programma kunt maken (dankzij Tim Hofman). En vergis je niet: ook andere social media platforms, waaronder het door mij intens onder verdenking staande LinkedIn, laten zien dat de dood van gezicht aan het veranderen is.

Uit piëteit zal ik niet citeren uit teksten rond individuele gevallen, maar wat je op LinkedIn heden ten dage allemaal niet voorbij ziet komen aan superlatieven over mensen die gaan sterven of overleden zijn, doet vermoeden dat de maatschappij uit louter ‘kanjers’ en ‘parels’ bestaat. Niet zelden zie ik hoe er een hele opsomming wordt gepubliceerd van wat diegene tijdens zijn of haar leven voor elkaar heeft gekregen (aan prestaties, het verkrijgen van functies, het binnenhalen eventuele prijzen), alsof ook de dood nog een concurrentiestrijd is met andere overledenen die minder voor elkaar hebben gebokst.

Natuurlijk nodigt niet iedereen Tim Hofman uit bij zijn of haar stervensproces, en koestert ook lang niet iedereen die wens. Maar wie om zich heen kijkt kan de invloed van dergelijke programma’s en de hosanna-berichten over stervenden of gestorvenen op social media platforms, de wil om alles persoonlijk te maken (ook of vooral je eigen dood), ook niet ontkennen.

Mooiste project op aarde

Benieuwd hoe rouwdeskundigen de in dit artikel beschreven verschijnselen zelf beoordelen.
Als toekijkende leek denk ik heel vaak: mag er anno nu ook nog gewoon, zonder poespas, doodgegaan worden? Of is de dood inderdaad een onrechtvaardige spelbreker geworden van het mooiste project op aarde, namelijk jijzelf?

Wie een flinter aan religieus besef heeft meegekregen weet dat de mens misschien toch niet ‘het mooiste project op aarde’ is, maar erin geslaagd is dat besef te laten weglekken.

Nota bene: met de hulp van BNNVARA.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!