Geschrokken van de hogere inflatie? Dat is niet alleen de olieprijs. Het kabinet weet ook van wanten, met politieke inflatie

Menno column WW 23 juni Politieke inflatie
Beeld: fontys

Artikel beluisteren

Inflatie ondermijnt het vertrouwen van burgers in het economisch beleid van elke regering. Prijsverhogingen vreten aan het besteedbaar inkomen. Plotseling duurdere dagelijkse boodschappen (voedsel) en andere aankopen (benzine, treinkaartjes) bezorgen burgers niet alleen een slechte stemming. Ze stimuleren mensen om de stijgende prijzen op een of andere manier gecompenseerd te krijgen. Wij eisen hogere lonen!

Voor je het weet krijg je een haasje-over van stijgende prijzen, stijgende lonen enzovoort.

Miserabel

Elke regering heeft er daarom belang bij om zich maximaal in te spannen om inflatie én inflatieverwachtingen van burgers en bedrijven te beteugelen. De praktijk is anders. En dat is zeker nu de inflatie sprongsgewijs oploopt een miserabele gewaarwording.

In mei waren de prijzen van consumentengoederen en -diensten 3,5 procent hoger dan een jaar eerder, becijfert statistiekbureau CBS. In april was ‘t 2,8 procent. En dát was al aan de hoge kant. De Europese waakhond tegen inflatie, de Europese Centrale Bank, streeft bijvoorbeeld naar een inflatie van rondom 2 procent.

Economische schokken

De oorzaak van de inflatiesprong ligt in het Midden-Oosten. De blokkade van de Straat van Hormuz. Maar er is méér dan stijgende olieprijzen. Ook producten en diensten die nauw verweven zijn met olie en gas, van kunstmest en voeding tot vliegtickets, zijn meteen duurder geworden.

Alle hens aan dek, zou je zeggen. Niet alleen bij de ECB in Frankfurt die vorige week de rente met een kwartprocent heeft verhoogd tot 2,25 procent. Maar óók in Den Haag.

Bij de oorzaken van inflatie gaat het doorgaans om prijsstijgingen die voortvloeien uit economische schokken, zoals afgeknepen aanbod van gas in 2021/’22 rond de inval van Poetin in Oekraïne. Of er is sociaaleconomische inflatie: vakbonden halen looneisen binnen om de koopkracht op peil te houden.

Politieke inflatie

Maar er is nog een oorzaak. Eentje die meestal ongenoemd blijft. Politíeke inflatie. Dat zijn prijsverhogingen die veroorzaakt worden door politieke maatregelen. Door regeringsbeleid. Ook in de huidige inflatiestijging speelt dat een rol.

De eerste bron van politieke inflatie is het Nederlandse begrotingsbeleid. Dat is een permanente aanjager van economische spanningen die tot inflatie leiden. Ook het kabinet-Jetten maakt zich daaraan schuldig. Het kabinet geeft meer geld dan er aan belastingen en premies wordt geïncasseerd.

Koppel dat begrotingstekort aan de spanning op de arbeidsmarkt en je ziet dat de schaarste aan mankracht vanzelf de lonen opdrijft. En dus ook de prijzen van diensten, want veel diensten worden niet uitgevoerd door robots of AI, maar door mensen.

De tweede vorm van politieke inflatie zie je in de loonstijgingen in de publieke sector, zoals de rijksoverheid, en in de sectoren die voor hun inkomsten (deels) afhankelijk zijn van de overheid, zoals de gezondheidszorg.

Het vorige kabinet wilde de rijksambtenaren op de nullijn zetten. De ambtenaren voerden actie. Het resultaat? Het kabinet-Jetten ging akkoord met een loonsverhoging van 2,7 procent plus eenmalige uitkeringen van tussen de 1.000 en 1.400 euro. Gefeliciteerd, maar het zorgt wel voor politieke inflatie.

De derde exponent van politieke inflatie zijn lastenverhogingen. Dit jaar is bijvoorbeeld de BTW op overnachtingen van 9 naar 21 procent opgeschroefd. De lastenverhogingen hebben maar één doel: inkomsten voor de overheid om het begrotingstekort te dempen.

Goede bedoelingen

De verhogingen komen in vele varianten, soms met goede bedoelingen die juist het tegendeel bereiken van wat de bedoeling was. Hogere accijnzen op benzine, op tabaksproducten en hogere belastingen op gokken zijn voorbeelden van goed bedoeld ontmoedigingsbeleid met averechtse uitwerking. Mensen gaan dan de grens over om te winkelen. Of ze stappen over naar een buitenlandse goksite. In de categorie goede bedoelingen komen er ook een suikertaks en een vliegtaks.

Klimaatpolitiek en veiligheidspolitiek brengen ook politieke inflatie met zich mee. Om een deel van de hogere defensie-uitgaven te bekostigen verhoogt het kabinet de sociale lasten voor werknemers en werkgevers. Wat gebeurt er dan? Betalen de werknemers dat zelf door hun looneisen te matigen? Of neemt de werkgever de hogere lasten voor zijn rekening door wat winstmarge op te offeren? Dat is mogelijk, maar het ligt meer voor de hand dat bonden hogere lonen eisen en dat werkgevers prijzen verhogen, zeker als de inflatie toch al oploopt.

Geniepig

Ook klimaatpolitiek is een bron van inflatie. In 2028 is de invoering van de Europese CO2-heffing voorzien voor consumenten (zogeheten ETS2). Deze belasting is in 2005 al is ingevoerd voor de industrie. Consumenten betalen de heffing niet zelf. De leveranciers van aardgas, benzine en diesel berekenen het door in de prijs.

Hoeveel dat wordt is onduidelijk. Het kan zomaar driehonderd euro extra kosten voor een gemiddeld huishouden. Plús de BTW daarop. Dat is de meest geniepige vorm van politieke inflatie. Bovenop verhoogde accijnzen en heffingen komt altijd nog weer BTW. De overheid incasseert niet één verhoging, maar twee.

Troost

Doet de overheid dan helemaal niets om de inflatie te remmen? Jawel. De accijns op benzine blijft dit jaar nog laag. Soms is er ook geen politieke inflatie, maar déflatie, oftewel: een prijsdaling. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de premies voor de zorgverzekeringen. Omdat het eigen risico niet verlaagd wordt, maar juist wordt verhoogd, dalen de zorgpremies.

Dat is een welkome, maar schrale troost in tijden van oplopende politieke inflatie.

Menno Tamminga praat u iedere dinsdag in Wynia’s Week bij over actuele economische ontwikkelingen. Bent u al betalend abonnee van Wynia’s Week? Zo maakt u onze unieke formule mogelijk. Hartelijk dank!