Met nationale vlaggen je eigen imago oppoetsen – is dat eigenlijk wel de bedoeling?

WW Van Willigenburg 2 juli 2026
Het verschijnsel nationale vlag wordt steeds vaker gepersonifieerd. Wil ik ermee gezien worden? Helpt het mijn imago? Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

De tijd dat een nationale vlag slechts een bepaald territorium aanduidde en alle vlaggen bij elkaar, afgebeeld in een aardrijkskundig werk, de bijna geruststellende veelomvattendheid van de wereld symboliseerde, ligt achter ons. De kinderlijke verwondering over al die verschillende kleuren, vlakverdelingen en dessins, het idee dat er evenveel volkeren als vlaggen bestaan die hun hart sneller voelen kloppen zoals miljoenen Nederlanders nog altijd bij het rood-wit-blauw, zou nu, naar gevreesd moet worden terecht, als naïef worden bestempeld.

De afkalvende waardering voor een nationale vlag gaat trouwens veel verder dan het oordeel dat je naïef of sentimenteel aangelegd zou zijn wanneer je bij visueel contact met zo’n identificatie opwekkende vlag inderdaad trots of verbondenheid voelt. Een veelgelezen essayist als Roxane van Iperen is er doorgaans als de kippen bij om nog een stapje verder te gaan. Elke vorm van liefde of voorkeur voor een vlag, territorium, taal of cultuur is bij haar al snel onderdeel van kwaadaardig ‘nativisme’, een negatieve term die duidelijk poogt te maken dat het niet oké is onderscheid te maken tussen ‘het oorspronkelijke’ en ‘het vreemde’. (Dat essayisten en denkers afwisselend het algemene en het specifieke verheerlijken, al naar gelang wat in hun straatje past, verdient een aparte beschouwing.)

Goedkeuringsstempeltje

Zien we voor onze ogen dus een generieke schroom ontstaan om al teveel waarde te hechten aan een nationale vlag, en wordt-ie als belichaming van een land, volk of territorium steeds vaker in het verdachtenbankje geplaatst: er is evenzeer sprake van een enorme comeback van diezelfde nationale vlag! Op sociale media-accounts zie je een explosieve toename aan nationale vlaggen. Vooral de Oekraïense en de Palestijnse vlag zijn heel erg in trek. En hoewel de populariteit van die vlaggen natuurlijk andere achtergronden heeft, lijkt er ook een gemeenschappelijke reden waarom zoveel mensen zich online willen profileren als Oekraïner of Palestijn: je zou ermee aantonen aan ‘de goede kant van de geschiedenis’ te staan, ofwel, ‘het hart op de juiste plaats te hebben zitten’. Een zelf opgeplakt goedkeuringsstempeltje, dus.

Gek genoeg vinden de mensen die een hekel hebben aan de ‘Blut und Bodem’-geur van een nationale vlag het doorgaans dan weer fantastisch als mensen, via het vrijblijvend monteren van zo’n nationaal vlaggetje in hun onlineprofiel, suggereren dat ze onderdeel zijn van een bepaald land. Of er op afstand hevig mee sympathiseren.

Het past in een bredere, anti-intellectuele trend om het verleden in alle toonaarden te verketteren of koste wat kost af te willen stoten en alles ondergeschikt te maken aan het hier en nu, aan het uitdragen van een mentaliteit waarmee je in-het-leven-staat, hetgeen in het geval van een Oekraïense of Palestijnse vlag natuurlijk een moreel superieure mentaliteit is ten opzichte van degenen die langs het wereldnieuws heen leven of, als ze het wereldnieuws wel volgen, niet de moeite nemen om, net als zij, de juiste vlag in hun onlineprofiel te monteren.

Tegen de ambiguïteit

Laatst was ik in een Vlaams cultuurhuis waar de cappuccino werd gefabriceerd door een koffiemachine waarop onderaan een stickertje met de Palestijnse vlag zat geplakt. Dergelijke uitingen fungeren als een soort associatieve geurvlaggen, die het signaal uitzenden dat je je in een prettige safe space bevindt, vol met ‘goede’ mensen die ook ‘mee lijden’ met het Palestijnse volk. Dat er uit naam van die vlag ongeboren kinderen uit baarmoeders worden gesneden, vrouwen in het bijzijn van hun familie worden verkracht en weerloze mensen op vingerlengte afstand door hun ogen worden geschoten, noemt men in die cultuurhuizen, met de warme cappuccinowolk nog in hun maag, meestal ‘verzet’ of ‘vrijheidsstrijd’.

Tja, wat activisten met patriotten gemeen hebben is dat ze geen trek hebben in de meerduidige betekenis, ofwel de ambiguïteit, van een nationale vlag. Beiden willen een vlag ongegeneerd voor hun eigen karretje spannen, waarbij ze de lelijke betekenissen of associaties het liefst weg filteren. Dat geldt ook voor degenen die hun online-account met een Russische vlag aankleden (als blijk van een conservatief of reactionair wereldbeeld) of een Israëlische (bij wijze van steun aan de Joodse staat).

Veel wijst erop dat een nationale vlag verder raakt ‘losgeweekt’ van geschiedenis überhaupt. Een vlag of nationaliteit is steeds vaker iets dat een actueel probleem kan oplossen, voor een individu of een heel land. In Estland, bijvoorbeeld, is het vanaf 1 december 2014 mogelijk om zogezegd ‘digitaal Est’ te worden. Dat wil zeggen: je bent dan een niet in Estland wonende ‘e-Resident’ van Estland, die voor zakelijke doeleinden gebruik mag maken van de zeer geavanceerde (en daardoor snelle) digitale infrastructuur die Estland heeft aangelegd.

Of elke ‘digitale Est’, het zijn er intussen zo’n 140.000, een Estse vlag zou herkennen, is nooit onderzocht. Maar dat er intussen Australiërs, Canadezen, Chilenen, Amerikanen en Turken bestaan die bij het hijsen van de Estse vlag iets speciaals voelen (al was het maar omdat het land hun zakelijke voorspoed heeft helpen faciliteren), is zeer waarschijnlijk.

Logo’s van uitzendbureaus

Tijdens het WK Voetbal 2026 dragen tientallen vrijwilligers bij aanvang van een wedstrijd gigantische vlaggen het stadion binnen (bijna de helft van het veld bestrijkend), maar zie je steeds vaker spelers opduiken die een of twee jaar eerder nooit hadden gedacht onder die vlag een interland af te werken. Om met de nationale voetbalploeg zo sterk mogelijk voor de dag te komen, beginnen landen in de archieven te grasduinen en getalenteerde spelers te benaderen bij wie een of meer voorouders wortels hebben in dat land.

Vaak zijn deze spelers zo vers ingevlogen dat ze niet eens de taal spreken van het land waarvoor ze uitkomen. Een Oranje-speler als Jeremie Frimpong spreekt nauwelijks Nederlands en antwoordt op vragen van voetbaljournalisten in het Engels. Meezingen met het volkslied wordt in dat geval sowieso lastig (en een toenemend aantal spelers lijkt de eigen interlandcarrière vooral te zien als een mogelijkheid zich ‘in de kijker te spelen’, ofwel een beter contract af te dwingen).

Oneerbiedig gezegd neigen vlaggen, zeker in het professionele voetbal, steeds meer naar het zijn van logo’s van een uitzendbureau dat naarstig op zoek is naar goede voetballers. En indien nodig alles uit de kast haalt voetbaltalenten via documenten met een zweem van legitimiteit onder een bepaalde vlag te laten spelen.

Kuspartijen

Hyper-ironisch is de toenemende neiging bij topsporters om nationale vlaggen juist weer op te waarderen en, in het geval van het scoren van een doelpunt, uitgebreid de op hun shirt zichtbare vlag te kussen. Dat kussen lijkt een triomfaal moment, maar is evenzeer een wanhoopsdaad; een theatraal gebaar voor de fans om iets te willen bevestigen wat kennelijk niet geheel vanzelf spreekt: de eigen loyaliteit aan het land waarvoor je uitkomt (‘vertrouw mij! ik hoor bij jullie!’). In de vorige eeuw bestonden dergelijke kuspartijen niet. Toen Paolo Rossi in 1982 in de WK-finale voor Italië scoorde, twijfelde geen Italiaan aan zijn Italiaan-zijn en voelde dan ook geen enkele noodzaak iets te kussen. Hetzelfde geldt voor Marco van Basten in de EK-finale van 1988, maar dan omtrent zijn Nederlanderschap.

Het oog voor de op zichzelf staande schoonheid van een vlag, de unieke betekenis van een ster, een kleur, een baan of een vlakverdeling lijkt af te nemen. In plaats daarvan wordt het verschijnsel nationale vlag in steeds meer gevallen gepersonifieerd: ‘wil ik ermee gezien worden? helpt het mijn imago?’. Zo heeft onze nationale driekleur de laatste jaren bepaald niet aan populariteit gewonnen. Dat de PVV de Nederlandse vlag tijdens campagnes en in partij-uitingen veelvuldig van stal haalt, is voor miljoenen landgenoten het signaal om de vlag voorgoed in de ban te doen en als een totem van ‘extreemrechts’ op te vatten, een gehaat symbool van ‘uitsluiting’.

Net als bij de neiging om de even rijke als brute, duistere, onbegrijpelijke en creatieve geschiedenis van de mens volgens de huidige maatstaven te willen her-modelleren, om onszelf ‘goed’ te voelen over wie we zijn, lijkt het erop dat vlaggen tegenwoordig iets moeten bijdragen aan ons individuele imago, of aan ons individuele welzijn. Anders gezegd, er moet sprake zijn van consent (toestemming) tussen jou en de vlag waarmee je gezien wordt.

Zoals met meer zaken het geval is: een vlag is niet meer wat je ziet, maar wat jij erin ziet.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!