Euro-president Christine Lagarde heeft het niet meer over duurzaamheid en gaat misschien terug, de Franse politiek in

Han de Jong080726
Christine Lagarde, president van de Europese Centrale Bank, na afloop van de jaarlijkse conferentie van haar bank in het Portugese Sintra. Beeld: Rita Franca SIPA/ANP

Artikel beluisteren

‘Back to Basics’, zo heette een speech die president Christine Lagarde van de Europese Centrale Bank (ECB) onlangs gaf bij een bijeenkomst in Sintra bij Lissabon. Een vooraanstaande Nederlandse econoom zei een paar dagen later op de radio bij BNR dat die titel aangaf dat de ECB zich in de toekomst meer op haar oorspronkelijke kerntaken zal richten en minder op andere zaken die de laatste jaren geleidelijk in haar schootsveld zijn gekomen.

Prijsstabiliteit en financiële stabiliteit handhaven, daar gaat het om. De bewuste econoom sprak zijn teleurstelling uit. Volgens hem trekt de ECB zich terug van terreinen als duurzaamheid en klimaat. Onterecht, oordeelde hij, want in zijn optiek vormt klimaatverandering, bijvoorbeeld, een bedreiging voor de prijsstabiliteit en de financiële stabiliteit.

Ik heb die speech van Lagarde ook gelezen, meerdere malen zelfs. Duurzaamheid en klimaat komen er helemaal niet voor. Maar misschien geeft ze daarmee juist het signaal af dat mijn aangehaalde collega-econoom erin leest. Ik had het er niet uit opgemaakt.

De ECB heeft sinds een aantal jaren een duidelijke klimaatagenda ontwikkeld. Ze motiveert dat door te betogen dat klimaatverandering invloed heeft op de inflatie en op de financiële stabiliteit. Hoe anders is dat in de VS. Vooral Fed-bestuurder Chris Waller is heel sceptisch. Volgens hem kan klimaatverandering economische schokken opleveren, maar wijkt dat niet af van andere schokken. Geen reden dus, zijns inziens, voor apart klimaatbeleid bij een centrale bank.

Ook op het punt van de financiële stabiliteit ziet Waller het anders dan de ECB. Al jaren wordt er bijvoorbeeld in het kader van financiële stabiliteit gesproken over ‘stranded assets’. Als banken langlopende kredieten verstrekken ter financiering van de fossiele industrie lopen zij het risico dat de assets van die projecten door de energietransitie hun economische waarde verliezen voordat de leningen zijn afgelost.

Waller betoogt dat als er al voor het systeem als geheel op relevante schaal sprake zal zijn van ‘stranded assets’ dat zover in de toekomst ligt, dat het voor de huidige kredietportefeuille van banken irrelevant is. Je kunt je trouwens ook afvragen of het niet een tikkeltje arrogant is om te veronderstellen dat een centrale bank beter zou kunnen oordelen over de kredietwaardigheid van fossiele investeringen dan het bankwezen als geheel. Welke superieure inzichten heeft een centrale bank hier ten opzichte van de markt?

Natuurlijk kan de winstgevendheid van projecten in gevaar komen door onvoorziene ontwikkelingen, zoals technologische doorbraken, een verandering van consumentenvoorkeuren, regelgeving of gesubsidieerde concurrentie. Maar dat is niet uniek voor fossiele projecten. Banken proberen zulke risico’s in te schatten en te beheersen door diversificatie in hun leningenportefeuille. Ik sluit mij daarom aan bij Waller.

Fossiel is nog lang niet weg

Onlangs publiceerde het ‘Energy Institute’ de toonaangevende, jaarlijkse ‘Statistical Review of World Energy’. We zijn voor onze totale energievoorziening nog altijd voor ruim 80% van fossiel afhankelijk. Of we het leuk vinden of niet, we blijven nog decennialang afhankelijk van fossiel. En aangezien bestaande olie- en gasvelden op een zeker moment minder produceren, zal er voortdurend geïnvesteerd moeten worden in de sector.

De cijfers van het ‘Energy Institute’ laten ook zien dat het verbruik van olie, gas en kolen nog altijd jaarlijks toeneemt, met uitzondering van jaren waarin de economie krimpt. Dat is ondanks de energietransitie. Al jaren hoor ik alarmerende waarschuwingen voor ‘stranded assets’, maar voorlopig zijn die niet in zicht.

Bron: Energy Institute: 2026 Statistical Review of World Energy
Bron: Energy Institute: 2026 Statistical Review of World Energy
Bron: Energy Institute: 2026 Statistical Review of World Energy

Waarom klimaatverandering de inflatie zou aanjagen, begrijp ik evenmin. Inflatie is een aanhoudende stijging van het algemene prijspeil. Ik ontken niet dat een veranderend klimaat sommige prijzen kan opstuwen, maar dat is nog geen aanhoudende stijging van het algemene prijspeil, nog los van het feit dat door klimaatverandering andere zaken goedkoper kunnen worden.

Terug naar Parijs?

Als Lagarde met haar speech een signaal wilde geven dat de ECB minder nadruk op duurzaamheid en klimaat zal leggen, lijkt me dat een goede ontwikkeling. Kevin Warsh, de nieuwe baas van de Amerikaanse Federal Reserve, heeft, toen hij in de Senaat werd gehoord voorafgaand aan zijn benoeming, nadrukkelijk aangegeven dat hij de Fed op een spoor van ‘terug naar de kerntaken’ zal zetten. En dat terwijl de Fed zich de laatste jaren, vergeleken met de ECB, veel minder met zaken als duurzaamheid en klimaat is gaan bezighouden.

Een paar dagen na haar Sintra-speech gaf Lagarde een interview aan een Franse krant waardoor het concept ‘Back to Basics’ voor mij plotseling in een heel ander daglicht kwam te staan. Al eerder deden geruchten de ronde dat Lagarde haar termijn bij de ECB, die tot en met oktober volgend jaar loopt, niet zal uitdienen. Toen was het verhaal dat president Macron graag nog een stem zou hebben in de opvolging van Lagarde. De presidentsverkiezingen in Frankrijk zijn in april en mei 2027. Lagarde heeft een voortijdig vertrek bij de ECB echter steeds ontkend.

Maar nu is er een nieuw narratief dat door Lagarde zelf de wereld is in geholpen. Ze zou haar termijn misschien niet uit willen dienen om een rol in die verkiezingen te gaan spelen. Over welke rol dat zou zijn, was ze niet heel expliciet. Nu ze er zelf mee komt, moeten we de mogelijkheid van een vroegtijdig vertrek serieus nemen.

Transfers tussen de wereld van centrale bankiers en de politiek zijn niet zonder precedent. Wim Duisenberg was eerst minister van Financiën en werd, na een periode bij de Rabobank, president van DNB en later van de ECB. De huidige president van de Spaanse centrale bank, José-Luis Escrivá was voordat hij die functie kreeg minister in de regering-Sanchez. Beiden gingen van de politiek naar de centrale bank.

Mario Draghi bewandelde de omgekeerde weg. Hij werd na zijn presidentschap bij de ECB kortstondig premier in Italië. Ook de Griekse Lucas Papademos werd premier nadat hij lang centrale bankier was geweest, inclusief vicepresident van de ECB. Wat Draghi en Papademos onderscheidt van Lagarde is dat zij een soort zakenkabinet leidden zonder verkiezingsmandaat. Bovendien namen ze het ambt van premier aan toen ze al weg waren bij de ECB.

Lagarde lijkt daarentegen duidelijk politieke ambities te hebben. Dat lijkt me nogal een verschil. Het werpt voor mij de vraag op of ze daarmee nog wel naar behoren kan functioneren als ECB-president. Ik vind eigenlijk van niet en verbaas me erover dat die vraag niet breed wordt gesteld. Lagarde komt oorspronkelijk natuurlijk uit de politiek. Voor haar zou het dus echt ‘Back to Basics’ zijn. Droeg haar Sintra-speech daarom die titel?

Econoom Han de Jong schrijft om de week op donderdag in Wynia’s Week zijn heldere columns over (internationale) economie.

Wynia’s Week is een onmisbare, onafhankelijke bron voor nieuws en achtergronden op het gebied van politiek, economie, cultuur en samenleving. Wynia’s Week heeft een unieke formule: alle 5000 artikelen en dossiers en 200 video’s zijn vrij beschikbaar, te allen tijde en voor iedereen. Dat wordt mogelijk gemaakt door de duizenden donateurs. Doet u al mee? Hartelijk dank!