Waarom zetten we veroordeelde buitenlanders niet het land uit? Dan raken we meteen verlost van ons cellentekort

WW Schukkink 16 juli 2026
Naar verwachting zijn er eind dit jaar ongeveer driehonderd gevangeniscellen te weinig. In 2031 ligt het verwachte tekort zelfs op 1700 plekken. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Het recente geweld in het aanmeldcentrum in Ter Apel is onderdeel van een veel groter probleem. Volgens onderzoek van het ministerie van Justitie worden asielzoekers relatief vaak verdacht van een misdrijf. Tegelijk heeft liefst 71 procent van de gedetineerden een migratieachtergrond en kampt Nederland met een cellentekort, dat het kabinet wil opvangen met enkelbanden en vervroegde vrijlating. Is het uitzetten van veroordeelde buitenlanders niet een veel beter idee? Maar waarom gebeurt het dan niet?

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) publiceerde in juli een incidentenrapport over criminaliteit onder asielzoekers. Het rapport vergelijkt verdachtenregistraties van asielmigranten met die van de rest van de bevolking. Een van de conclusies is dat asielzoekers, en met name alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv’s), relatief vaak verdacht worden van een misdrijf.

In 2025 registreerde de politie 7515 verdachten die verbleven in een COA-opvang of tijdelijke gemeentelijke opvang (tgo), tegenover 6095 een jaar eerder (plus 23 procent). De meeste verdenkingen betreffen vermogensdelicten als (winkel)diefstal en inbraak, maar de opvallende stijging van verdachtenregistraties zit hem in vernielingen en gewelds- en zedendelicten. De meeste verdachten komen uit landen als Algerije, Marokko en Tunesië.

Afgezet tegen de totale Nederlandse bevolking zijn personen met een (vooral niet-westerse) migratieachtergrond oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. Somaliërs en Antillianen worden 5,7 keer vaker verdacht van een misdrijf dan Nederlanders. Marokkanen 4,5 keer, Irakezen 4,4 keer en Congolezen en Syriërs 3,8 keer.

Groeiend cellentekort

Deze oververtegenwoordiging vertaalt zich ook naar het gevangeniswezen. Ongeveer 71 procent van de gedetineerden heeft een migratieachtergrond, terwijl zij 28,5 procent van de totale bevolking vormen. 46,3 procent van de gedetineerden is geboren buiten Nederland (eerste generatie) en 24,7 procent heeft (een) ouder(s) die buiten Nederland zijn geboren (tweede generatie). Procentueel hebben de meeste gedetineerden een Marokkaanse, Surinaamse, Turkse of Antilliaanse achtergrond.

Tegelijk kampt Nederland al enkele jaren met een tekort aan gevangeniscellen. Dat tekort is dusdanig nijpend dat er eind 2026 naar verwachting ongeveer driehonderd cellen te weinig zullen zijn. In 2031 ligt het verwachte tekort zelfs op 1700 plekken.

D66-staatssecretaris Claudia van Bruggen (Rechtsbescherming en Gevangeniswezen) presenteerde onlangs een aantal maatregelen om het cellentekort aan te pakken. De belangrijkste: het vaker inzetten van enkelbanden en – in het ‘uiterste geval’ – gevangenen eerder vrijlaten zodat er ruimte komt voor nieuwe gedetineerden. Ook wil het kabinet dat de gevangenis van Almere wordt heropend. Maar de heropening staat pas gepland voor 2033, wanneer het verwachte tekort al circa 1700 plaatsen bedraagt, terwijl Almere slechts 320 cellen toevoegt.

De regeringspartijen spreken vaak over (aanvallen op) ‘de democratische rechtsstaat’ door vooral ‘populistische’ politici en opiniemakers. Maar hoe rechtsstatelijk is het groeiende cellentekort, en het gepresenteerde plan om celstraffen te vervangen door enkelbanden of zelfs gevangenen eerder vrij te laten?

Een gezonde rechtsstaat vereist dat strafvonnissen worden uitgevoerd, wetten consequent worden gehandhaafd en de overheid daarvoor voldoende capaciteit heeft. Daar lijkt steeds minder sprake van. Zou het uitzetten van veroordeelde buitenlanders geen remedie kunnen zijn?

Uitzetting was in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd een normale sanctie in het Nederlandse strafrecht. Nu gebeurt het nog maar weinig. Zelfs criminele migranten zonder (geldige) verblijfsvergunning worden niet altijd uitgezet: tussen 2011 en 2017 gebeurde het in totaal 5290 keer. Recentere cijfers wil het ministerie van Asiel en Migratie ook bij navraag niet geven.

Glijdende schaal

Volgens de huidige regelgeving kan een criminele vreemdeling zonder Nederlands paspoort pas worden uitgezet nadat zijn verblijfsvergunning is verlopen of ingetrokken. Voor die intrekking geldt een glijdende schaal: hoe langer iemand rechtmatig in Nederland verblijft, hoe zwaarder de veroordeling moet zijn om intrekking te rechtvaardigen.

Een enkele strafrechtelijke veroordeling leidt in de praktijk niet tot intrekking van de verblijfsvergunning en uitzetting. In principe kan een verblijfsvergunning van een criminele vreemdeling pas worden ingetrokken na ten minste drie onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen. En dan gaat het niet om lichte vergrijpen, maar om onherroepelijke gevangenisstraffen. Het is de IND die per geval beoordeelt of het verblijfsrecht moet worden beëindigd. In uitzonderlijke situaties kan ook één onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling leiden tot intrekking van de verblijfsvergunning, maar daarvan is geen geval bekend.

Een belangrijke nuance is dat intrekking niet automatisch uitzetting betekent. Uitzetting mag namelijk niet in strijd zijn met internationale mensenrechtenverdragen zoals het verbod om iemand terug te sturen naar een land waar de betrokkene een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling.

Voor het uitzetten van een veroordeelde crimineel met een dubbel paspoort gelden nog strengere regels. Internationaal recht, waaronder artikel 3 van het Vierde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), verbiedt Nederland om eigen onderdanen het land uit te zetten.

Daarom moet eerst de nationaliteit worden ontnomen, en daarvoor gelden strikte wettelijke voorwaarden. Het mag alleen als er geen staatloosheid ontstaat, er een wettelijke grondslag is voor het intrekken van het Nederlanderschap én de intrekking evenredig en proportioneel is.

Die strikte toetsing komt mede door EU-recht. Het verlies van de Nederlandse nationaliteit betekent namelijk ook verlies van het burgerschap van de EU. Het Hof van Justitie van de EU heeft geoordeeld dat dit een zeer ingrijpend rechtsgevolg is en dus een strikte proportionaliteitstoets vereist. Daarbovenop biedt de Rijkswet op het Nederlanderschap slechts in uitzonderlijke gevallen – zoals fraude bij naturalisatie of terroristische misdrijven – de mogelijkheid om het Nederlanderschap in te trekken.

Schadelijk voor de rechtsstaat

Onze rechtsstaat heeft in feite afstand genomen van uitzetting als straf. Een modern land, zo werd de leidende gedachte, neemt zelf de verantwoordelijkheid voor zijn criminelen, en schuift die niet af op een andere staat. Maar hoe houdbaar en rechtsstatelijk is het huidige systeem nog, als over vijf jaar minstens duizend gevangenisplekken ontbreken, overwegend allochtonen de gevangenissen bevolken en gedetineerden vervroegd worden vrijgelaten om plaats te maken voor andere criminelen?

Staatssecretaris Van Bruggen geeft zelf toe dat vervroegde vrijlating van gevangenen ‘schadelijk’ is voor de rechtsstaat. Zou die rechtsstaat dan niet gebaat zijn bij het vaker uitzetten van veroordeelde buitenlanders, vooral nu blijkt dat de meeste gedetineerden een migratieachtergrond hebben?

Als het antwoord op die vraag bevestigend luidt, moet het uitzetten van veroordeelden makkelijker worden. En dat kan, in de eerste plaats door de grondslag voor intrekking van het Nederlanderschap of een verblijfsvergunning uit te breiden. Maar ook door de landen van herkomst onder druk te zetten om mee te werken aan het aannemen van hun in Nederland veroordeelde landgenoten.

Wynia’s Week is permanent op vrije voeten, verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!