De immigratielobby is sterker dan de kiezers: er wordt niets nagelaten om Nederland ‘internationaler’ te maken
Artikel beluisteren
De zware staatscommissie-Van Zwol adviseerde twee jaar geleden om grip te krijgen op de Nederlandse bevolkingsgroei door de aanhoudende immigratie in te perken. De Tweede Kamer en de regering zeiden het de staatscommissie na. Toch gaan alle vormen van immigratie onverminderd door. En dat is geen natuurverschijnsel: er wordt aan alle kanten succesvol gelobbyd vóór (meer) immigratie, of het nou asielmigratie, arbeidsmigratie of gezinsmigratie betreft.
In een korte serie inventariseerde Calvin Schukkink voor Wynia’s Week de reeks van pressiegroepen die de massale migratie naar Nederland gaande houden. De eerste vier afleveringen leest u hier, hier, hier en hier. In dit afrondende artikel: de lobbycratie achter de voortgaande immigratie is overal en is diepgeworteld in de Nederlandse politiek. Hoezo ‘grip op migratie’?
Eind februari van dit jaar schreef de koepelorganisatie Universiteiten van Nederland (UNL) samen met de Economic Boards (hierover straks meer) en de CEO’s van een aantal grote bedrijven – zoals Ahold Delhaize, Bol.com, Just Eat Takeaway, Marktplaats, Booking.com en Picnic – een brief aan het zojuist aangetreden kabinet-Jetten.
De opstellers verklaarden dat Nederland verwikkeld is in een ‘slag om talent’ en dat er ‘divers en internationaal talent’ nodig is om die slag te winnen. Volgens de briefschrijvers moet het bedrijfsleven daar ‘ruim baan’ voor krijgen en moet ook het ‘internationale karakter’ van het hoger onderwijs behouden blijven. Universiteiten zouden meer autonomie en regie moeten krijgen over de instroom van buitenlandse studenten.
Het is niet zomaar dat deze bedrijven en organisaties vragen om ander of beter beleid. In het geval van de UNL, de Economic Boards en enkele andere partijen is sprake van een zeer nauw en stevig netwerk dat voortdurend de politiek weet te beïnvloeden.
Te beginnen bij de rol voor de Universiteiten van Nederland (UNL) – de koepelorganisatie dus van alle Nederlandse universiteiten. Sinds juni 2024 is Caspar van den Berg voorzitter van de UNL. Van den Berg heeft zijn voorzitterschap enige tijd gecombineerd met zijn Eerste Kamerlidmaatschap voor de VVD.
Van den Berg heeft in het verleden vaker namens alle universiteiten gepleit voor meer ‘internationaal talent’. Niet alleen de werving ervan: hij ondersteunt ook het behouden van deze ‘internationals’ voor de arbeidsmarkt. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij een kort lijntje heeft naar de huidige onderwijsminister Rianne Letschert van D66. Letschert was rector magnificus – men noemde haar de ‘rector of diversity’ – van de Universiteit Maastricht. In die rol pleitte ze al voortdurend voor internationalisering, verengelsing en het ‘diverser’ worden van de universiteit.
Economic Boards van Nederland
Van den Berg was een van de grote pleitbezorgers van de ‘nationale talentstrategie’ die nu in Den Haag wordt uitgerold. Dat is een samenhangende visie om binnenlands en internationaal talent aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden. Daarvoor pleitte hij samen met de Economic Boards van Nederland – 19 regionale netwerken van grote bedrijven, kennisinstellingen en politiek bestuurders die met elkaar overleg voeren over hoe de regio ‘beter’ gemaakt kan worden.
Neem de Economic Board van Utrecht: die bestaat onder meer uit burgemeester Sharon Dijksma (Pro), wethouder van Utrecht Susanne Schilderman (D66), wethouder van Amersfoort Willem-Jan Stegeman (D66), directeuren van de Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht en Nyenrode, gedeputeerde André van Schie (VVD), KNMI-hoofddirecteur Maarten van Aalst en Rabobank-bestuurslid Janine Vos.
Beroepslobbyist
Van den Berg werkt vooral nauw samen met de voorzitter van de Economic Boards Nederland Michiel Dijkman. Dijkman heeft een rijk cv: zo heeft Dijkman ruim 7 jaar lang gewerkt bij de Europese tak van Samsung. Later was hij lid van de raad van bestuur bij Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs. En tot heden is hij ook lijsttrekker voor het CDA in Zuid-Holland, bestuurslid van Media Campus NL (de mediaorganisatie die bestaat uit NPO, RTL, Ster, Beeld & Geluid), voorzitter van de ledenraad van Rabobank in Rotterdam, afgevaardigde voor het ‘Healthy Cities Network’ van de WHO én afgevaardigde van de Davos Baukultur Alliance van het WEF van Klaus Schwab. Dijkman weet wel het een en ander van lobbyen.
De grote bedrijvenlobby van VNO-NCW heeft ook een groot aandeel in het ijveren voor arbeidsmigranten. Voormalig voorzitter Ingrid Thijssen stond bekend als de ‘meest invloedrijke lobbyist van Nederland’. In 2022 deed ze nog de uitspraak dat ‘er geen tomaat op je bord ligt zonder arbeidsmigranten’. Ze heeft ook hard geijverd voor het behoud van de omstreden 30-procentregeling voor expats.
‘Young Global Leader’ als voorzitter VNO-NCW
Sinds 1 mei 2026 is Coen van Oostrom de voorzitter van VNO-NCW. Hij is al sinds 2011 betrokken bij het globalistische WEF: hij was begonnen als ‘Young Global Leader Alumni’ en is nu lid van de stuurgroep van ‘Net Zero Carbon Cities’.
Ook zit Van Oostrom in de raad van de European Council on Foreign Relations (ECFR), een internationale denktank die tot doel heeft om ‘een veilige ontmoetingsplaats te bieden waar beleidsmakers, activisten en opinieleiders ideeën kunnen uitwisselen’. Vanuit Nederland zitten ook Sigrid Kaag (D66), Kati Piri (Pro), Lilianne Ploumen (Pro) en Karien van Gennip (CDA) in de ECFR. Allemaal politici uit de pro-globalisatie en pro-immigratiehoek.
Rol voor LTO Nederland
De agrarische sector – waar relatief veel (goedkope) buitenlandse werknemers actief zijn – heeft eveneens een aandeel in het pleidooi voor meer arbeidsmigranten. Met name voor LTO (Land- en Tuinbouworganisatie Nederland) is een grote rol weggelegd. In een ouder interview met de ABU zei voormalig LTO-voorzitter en oud-CDA’er Sjaak van der Tak nog dat ‘arbeidsmigratie een noodzaak is en blijft om onze economie draaiende en onze welvaart op peil te houden’.
In hetzelfde interview pleitte Van der Tak er zelfs voor dat tegen de wil van de gemeenteraad in moet worden gezorgd voor huisvesting voor arbeidsmigranten: ‘Toen ik burgemeester van Westland was, hadden we als College van B&W zeventien mogelijke huisvestingslocaties voorgesteld. Die werden allemaal afgewezen door de gemeenteraad. In dat soort gevallen moet de provincie zijn verantwoordelijkheid nemen om in te grijpen. Want ook arbeidsmigranten […] hebben recht op goede huisvesting.’
Spin in het web: Van Gool
Centraal in de ‘huisvesting voor arbeidsmigranten’-lobby staat overigens de invloedrijke arbeidsmigratie-ondernemer Frank van Gool over wie Wynia’s Week al eerdere enkele malen berichtte, zoals hier. Van Gool was of is niet alleen groot in het binnenhalen van buitenlandse arbeid, maar inmiddels ook in het onderbrengen van die buitenlandse werknemers. Hij heeft nauwe banden met politiek en media.
Zo is Van Gool als lid (dan wel voorzitter) van de Raad van Toezicht ook weer betrokken bij de een jaar geleden opgerichte ‘anti-populistische’ beweging ‘Voor Ons Nederland’ van VVD-prominent Klaas Dijkhoff en enkele (andere) ex-campagnevoerders van de VVD, aangevuld met politici van andere partijen, onder wie Van Gools medewerker Gert-Jan Segers, die als leider van de ChristenUnie nog gekant was tegen arbeidsmigratie.
In het Comité van Aanbeveling van de beweging van Dijkhoff en Van Gool zit ook Lodewijk Asscher, die als PvdA-minister van Sociale Zaken juist nog – zij het vergeefs – ijverde voor de inperking van arbeidsmigratie.
Pikant: acht jaar geleden nam de Tweede Kamer de breed gesteunde motie-Dijkhoff van de toenmalige VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff aan, waarin de regering om onderzoek naar de bevolkingsgroei en immigratie werd gevraagd. Die motie legde de basis voor de staatscommissie-Van Zwol, die ruim twee jaar geleden pleitte voor ‘grip op migratie’.
Twee jaar na de motie kondigde Dijkhoff aan uit de politiek te stappen. Nadat hij dat begin 2021 daadwerkelijk deed kreeg hij meteen functies in de onderneming van Frank van Gool en nam zijn nieuwe lobby- en campagnebureau opdrachten aan van Van Gool, onder meer bij het bewerken van gemeenten om onderdak voor arbeidsmigranten mogelijk te maken.
Veel van de hiervoor genoemde organisaties zijn in verschillende mate betrokken bij de succesvolle lobby voor verdere ‘internationalisering’ van Nederland. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het debat rondom de voor expats zeer aantrekkelijke 30-procentregeling. Expats hoeven over 30 procent van hun inkomen geen belasting te betalen. Op een gemiddeld jaarsalaris scheelt dat enkele duizenden euro’s aan belasting.
Met name op de woningmarkt levert dat expats een groot voordeel op. Makelaarsvereniging NVM rapporteerde in 2025 dat internationals, mede vanwege de expatregeling, ‘met hetzelfde bruto inkomen een hogere hypotheek kunnen krijgen dan niet-internationals’.
Versobering expatregeling teruggedraaid
Pieter Omtzigt, toen nog een van de populairste Kamerleden, pleitte voor het stevig afbouwen van de expatregeling. Hij stelde de bekende 30-20-10-regeling voor, die in 2023 in de Tweede Kamer werd aangenomen. De politieke plannen voor het versoberen van de expatregeling kregen echter veel kritiek vanuit de grote bedrijven. Toenmalig ASML-topman Peter Wennink dreigde met het verhuizen van zijn bedrijf. Toenmalig VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen noemde de 30-procentregeling ‘onmisbaar’ voor de kenniseconomie.
In 2024 draaide kabinet-Schoof, dat nota bene juist het mandaat van de kiezer kreeg om de migratiestromen en vergaande verengelsing te beperken, de versobering terug. De onbelaste vergoeding voor expats zal wel vanaf 2027 naar 27 procent dalen.
Lobby tegen de taaltoets
Een ander succesverhaal is dat van de Wet Internationalisering in Balans (WIB) van oud-Onderwijsminister Robbert Dijkgraaf. Deze wet was in het leven geroepen om de internationalisering in toom te houden vanwege de aanhoudende woningnood, verengelsing van opleidingen en de druk op toegankelijkheid voor Nederlandse studenten.
Onder de WIB zou de minister meer mogelijkheden krijgen om anderstalige trajecten te begrenzen en internationale studentenstromen te reguleren. Daarnaast moesten universiteiten met de nieuwe wet aantonen waarom een bepaalde opleiding Engelstalig is, en niet Nederlands – de zogeheten Toets Anderstalig Onderwijs (TAO).
Hier moesten de VNO-NCW en de koepelorganisatie Universiteiten van Nederland (UNL) niets van hebben. In een reactie op het wetsvoorstel van de WIB adviseerde de VNO-NCW om de Nederlandse taaleis te schrappen. De UNL reageerde met ‘zorgen’ over de uitvoering van de TAO en het ‘verlies van de voordelen van internationalisering’.
Ook acht provincies riepen kabinet-Schoof op om de WIB ‘af te zwakken’. Ze vrezen dat het vertrek van buitenlandse studenten het hele onderwijsaanbod in de provincie kan ‘verschralen’ omdat opleidingen niet rendabel zouden zijn met louter binnenlandse instroom.
Tweede Kamer haalt de taaltoets van tafel
Enkele universiteiten lieten door het SEO onderzoeken wat de economische gevolgen zouden zijn van de WIB. De conclusie: de economische impact van minder internationale studenten in de Randstad zou een bbp-verlies betekenen van 3,9 tot 4,8 miljard euro.
Met die gegevens gingen de universiteiten en de media aan de haal. ‘Miljardenverlies samenleving bij inperking internationale studenten,’ klinkt een nieuwsbericht van de Universiteit Utrecht en Universiteit Leiden. BNR kopte: ‘Daling buitenlandse studenten kost Nederland miljarden, waarschuwen universiteiten’. Het leidde tot nieuwe debatten in de Tweede Kamer. In mei 2025 nam de Tweede Kamer een motie aan om de TAO voor bestaande opleidingen uit de WIB te halen.
Beleid ten gunste van verdere ‘internationalisering’
De Nederlandse bevolking laat voortdurend weten alle vormen van migratie te willen beperken. Daartegenover staat een machtige lobby die baat heeft bij internationale studenten en arbeiders. Niet alleen de uitzendorganisaties, maar ook de Nederlandse universiteiten, Economic Boards en werkgeversorganisatie VNO-NCW weten met succes beleid te realiseren dat juist gericht is op verdere ‘internationalisering’ van Nederland.
Samengevoegd met de eveneens succesvolle lobby’s voor asiel, studiemigratie en gezinsmigratie staat dat haaks op de wens van kiezers en van de staatscommissie Van Zwol en op wat er door de regering en de volksvertegenwoordiging met de mond wordt beleden.
Maar de lobbycratie blijkt sterker dan de democratie: van grip op migratie is in Nederland geen enkele sprake. Wat de Nederlanders willen lijkt uiteindelijk nauwelijks een rol te spelen. Sectorale en particuliere belangen wegen zwaarder.
Wynia’s Week kijkt verder als anderen aarzelen. Steunt u deze onafhankelijke journalistiek? Hartelijk dank!





















