Waarom ongelijkheid zo belangrijk is
Artikel beluisteren
Door Rik Torfs*
De strijd tegen ongelijkheid geldt als een nobel doel. Toch is niet ongelijkheid, maar gelijkheid het probleem.
Opgepast: volledige gelijkheid voor de wet is dat niet. Die moet er zijn. Het gaat niet op dat kunstenaars, vanwege hun ‘artistieke’ en ‘symbolische’ rol, over een ruimere vrijheid van meningsuiting beschikken dan kerkjuristen, grondwerkers of bakkers, die worden geacht een minder verfijnd inzicht in de toekomst van de mensheid te hebben. Iedereen beschikt over een gelijk recht om onzin uit te kramen.
Twee vuistregels
Dat men gelijken gelijk en ongelijken ongelijk dient te behandelen, is ook juist. Op een paar zonderlingen na zal niemand betwisten dat mindervaliden gereserveerde parkeerplaatsen verdienen. Afzonderlijke sportwedstrijden voor jongeren, gebaseerd op hun leeftijd? Alleen maar normaal. Vroeger waren onderscheiden competities tussen mannen en vrouwen dat ook.
Als gender nominalistisch wordt geïnterpreteerd – vrouw is wie zegt het te zijn – ontstaat hierover twijfel die er eerder niet was. Desondanks blijven de twee vuistregels overeind: iedereen is gelijk voor de wet en gelijken moeten gelijk, ongelijken ongelijk worden behandeld.
De uniforme mens
Maar gelijkheid kan te ver gaan. De onverdroten hunkering naar groeiende feitelijke gelijkheid schept de uniforme mens, tot in zijn gevoelens en verlangens toe, met inbegrip van de impliciete maatschappelijke dwang om hetzelfde te willen en niet te willen. De neoplatonische filosoof Sallustius zag in laatstgenoemde gedachte een basis voor ware vriendschap. Maar dat is precies het probleem. Alle mensen zijn geen vrienden, kunnen geen vrienden van elkaar zijn; daarvoor is vriendschap te kostbaar.
Hoewel ik er niet zo uitzie, ben ik graag bereid solidair te zijn met anderen die het nodig hebben. Tegelijk deins ik terug voor plakkerige verbondenheid. Beluister de woorden waarmee de Vlaamse minister-president Matthias Diependaele zich recent tot wielrenner Remco Evenepoel richtte: ‘Heel Vlaanderen is trots op jou!’ Heel Vlaanderen? Hopelijk behoudt iedereen het recht om dat niet te zijn.
Bijvoorbeeld omdat hij het woord ‘trots’ protserig vindt klinken. Of omdat trots zijn op prestaties van een wildvreemde die toevallig een land- of volksgenoot is, nooit een verplichting mag worden. Omdat het mogelijk moet blijven aan sport geen belang te hechten. Omdat obligate collectieve gevoelens de deur naar overdrijving, idolatrie en ontsporing op een kier zetten. Omdat een fuga mundi, de vlucht uit de ijdelheden van dit ondermaanse bestaan, een weliswaar uitzonderlijke, maar werkelijk bestaande mogelijkheid moet blijven, zelfs voor Vlamingen.
Woorden als ‘we’, ‘iedereen’, ‘met zijn allen’ veronderstellen een geestelijke eensgezindheid en, tijdens massamanifestaties, een lichamelijke nabijheid waaraan niet te ontkomen valt. Verstikkend. En in strijd met de mentale autonomie van het individu. Precies daarom is ongelijkheid belangrijk. Niet iedereen heeft dezelfde smaak, gedachten, gevoelens, dromen en verlangens. Het is zelfs toegelaten er geen te hebben.
Stel dat de regering ter uitvoering van haar gulhartige subsidiepolitiek elke burger een cadeaubon van 500 euro geeft. Iedereen krijgt exact hetzelfde bedrag, wordt volkomen gelijk behandeld. Toch zal niet iedereen even blij zijn met het geschenk.
Ziedaar een breder gevolg van subsidies en geschenken: ze sturen de ideeën en de smaak van burgers in een volgens de overheid wenselijke richting en dragen indirect bij aan uniforme leefgewoonten. Dikwijls wordt geopperd dat subsidies tot meer pluralisme leiden. Het is andersom: ze werken een gestroomlijnde collectieve smaak in de hand.
Index der gebreken
Dat blijkt ook uit de samenstelling van de producten en diensten die de index van de consumptieprijzen mee bepalen. Welke producten zijn dat, welke niet? In 2019 kwamen tatoeages in het pakket terecht. Zelf heb ik er geen. Ondanks hun intrinsieke schoonheid kunnen ze, in mijn geval, aan het esthetisch deficit dat ik sinds mijn jonge jaren torsen moet, weinig veranderen. Wellicht ben ik niet de enige die zo denkt.
Toch kan het best dat mensen zonder tatoeages stiekem hopen dat ze duurder worden. Daardoor stijgt immers hun loon. Het laat hen toe andere hobby’s die buiten de index blijven, zoals kwaliteitsvol bordeelbezoek, vrij van financiële zorgen te beoefenen. Zolang het nog kan. Vooraleer tatoeages verplicht en bordeelbezoeken verboden worden.
Het ergste van gelijkheid is dat we zelfs onze eigen gebreken niet langer zelf mogen kiezen.
*Kerkjurist Rik Torfs is emeritus-hoogleraar en oud-rector van de Katholieke Universiteit Leuven.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


