De woke ‘wetenschap’ van charlatan Jason Arday kent ook in Nederland prominente beoefenaars
Artikel beluisteren
Drie weken geleden schreef ik in Wynia’s Week over Jason Arday, de jongste zwarte professor ooit aan de universiteit van Cambridge. Arday bleek een pathologische leugenaar die vrijwel zijn complete CV had verzonnen en plagiaat pleegde in zijn proefschrift.
Nathan Cofnas, een post-doc aan de universiteit van Gent, toonde als eerste aan dat de keizer geen kleren aanhad. Het zal vrijwel niemand zijn ontgaan dat Arday na zijn ontmaskering en de mediastorm die dat veroorzaakte, een tragisch besluit nam en zelfmoord pleegde.
Arday was een love baby van de DEI-beweging aan de universiteiten (DEI = Diversity, Equity and Inclusion), die door hen op grond van zijn huidskleur en neurodiversiteit – hij claimde autistisch te zijn – juichend was binnengehaald en op een voetstuk geplaatst. De persoonlijke tragedie waar dat op uitliep, is onbedoeld nog een laatste geschenk van Arday aan die DEI-beweging.
‘Gelynched door de media’
De framing van ‘woke’ is nu namelijk dat Arday is gelynched door de media onder aanvoering van de ‘racist’ Cofnas. Er kwamen in Londen 15.000 woke verdwaasden en extremisten naar een herdenkingsbijeenkomst voor Arday, waarop door sprekers geproclameerd werd dat Arday was vermoord.
Uiteraard volgde de Volkskrant met een uitgebreide apologie voor Arday, en eigenlijk alle academici ‘van kleur’: die zouden veel harder worden afgerekend op fouten ‘die iedereen kunnen overkomen’ dan blanke academici. Onthullend is die term ‘overkomen’: plagiaat plegen ‘overkomt’ je, net als liegen over je zielige jeugd, sportieve prestaties en CV.
Bij gebleken wangedrag kan dit namelijk nooit de eigen schuld van mensen ‘van kleur’ zijn, ze zijn altijd slechts slachtoffer van witte suprematie en systemisch racisme. Wie zijn of haar gezond verstand nog niet helemaal kwijt is geraakt aan de woke breinrot, beseft hoe neerbuigend en discriminerend dit is voor ‘mensen van kleur’: die hebben in dit narratief geen agency, geen eigen verantwoordelijkheid voor hun gedrag, net zo min als huisdieren of kleine kinderen.
Zoals gewoonlijk vormen feiten geen struikelblok voor zo’n woke geloofsbelijdenis: Diederik Stapel (Radboud Universiteit), René Diekstra (Universiteit Leiden) en zeer recent nog Yannick Griep (Radboud Universiteit), zijn roomblank en werden keihard afgerekend op soortgelijk wangedrag, ook in de media. Ze leven weliswaar nog, maar hun wangedrag was de doodsteek voor hun reputaties en carrières – terecht.
In de affaire Arday gaat de afrekening juist de andere kant op: de boodschapper van het slechte nieuws, Nathan Cofnas, werd door de extreem woke rector Petra de Sutter van de Universiteit Gent geschorst wegens vermeend academisch wangedrag, in aanloop naar zijn ontslag. Inmiddels is die schorsing ongedaan gemaakt, niet omdat De Sutter de onredelijkheid er van inzag, maar omdat de Amerikaanse ambassadeur in België dreigde om alle Amerikaanse contracten met haar universiteit op te zeggen.
Als de publieke rouw over Jason Arday voorbij is getrokken, moet het debat weer gaan over de grondoorzaak van dit drama: de verdwazing en wereldvreemdheid van woke academici. Die maakte het mogelijk dat een charlatan die alleen maar DEI-vinkjes op zijn CV had, door de universiteit van Cambridge werd aangesteld als hoogleraar in de sociologie.
Andere grondhouding
Relevant is dat dit in een bèta-faculteit nooit had kunnen gebeuren. Bèta-hoogleraren staan wekelijks voor een collegezaal met een groot schoolbord waarop ze in de praktijk aan hun studenten demonstreren dat ze hun vak beheersen. Ik heb menigmaal universitaire docenten, tot Nobelprijswinnaars aan toe, voor een schoolbord vol formules stil zien vallen omdat een student zijn vinger opstak en vroeg of de docent rechtsboven niet een fout gemaakt had in het berekenen van, zeg, de afgeleide van de vectorpotentiaal van een quadrupoolmagneet.
Het punt is dat zo’n student soms gelijk heeft, dat iedereen in de zaal dat kan controleren, en dat geen hoogleraar er onderuit kan om dat ter plekke toe te geven. Dat doet op zich niets af aan de onderzoekskwaliteiten van die hoogleraar, maar het installeert bij iedere bèta een grondhouding van nederigheid: niemand is onfeilbaar, alles is controleerbaar, en je bent op alles wat je als professional doet aanspreekbaar, zonder aanzien des persoons.
Vergelijk dat met de verhalen die nu loskomen over het onderwijs dat Jason Arday gaf: voor de ingeplande drie uur college arriveerde hij een uur te laat, babbelde een uurtje over zijn lived experience met racisme aan de universiteit en was weer weg. Klachten daarover van studenten werden door de leiding van Cambridge genegeerd. Immers, Arday was volgens Hilary Cremin, het hoofd van de faculteit pedagogiek waar hij was aangesteld, ‘de beste van de wereld’ op zijn onderzoeksgebied. Dit is trouwens gedrag dat lijnrecht in tegenspraak is met Ardays claim dat hij autistisch is.
Het is geen toeval dat charlatan Arday kon worden aangesteld tot hoogleraar sociologie. In dit en menig aanpalend vakgebied in de sociale wetenschappen is de scheidslijn tussen zinnige wetenschap en slap, feitenvrij geleuter flinterdun. Uiteraard is deze academische degeneratie niet exclusief voor het Britse Cambridge. Amerikaanse universiteiten zijn vergeven van de afdelingen genderstudies, racismestudies en transstudies die weinig meer dan word salad, ofwel oeverloos gewauwel, produceren. En Nederland kan er ook wat van.
De onderzoekscluster Decolonial Futures van de UvA is hier al eerder genoemd: een congsi van onderzoekers en studenten die zogenaamd wetenschap bedrijven door de universiteit en andere instituties te ‘dekoloniseren’. Dit alles gebaseerd op het onweerlegbare dogma dat onze complete maatschappij nog steeds gevormd en bepaald wordt door de koloniale, racistische mindset uit de negentiende eeuw waar we onze overtuiging van witte suprematie aan ontlenen.
‘Gedekoloniseerde’ VOC-zaal
Dat levert dan infantiele verdiensten op als de sluiting van de VOC-zaal aan de UvA, in 2022. Dit was een historische reconstructie van een koloniale vergaderzaal, een tafereel waaraan de hedendaagse mens niet meer mag worden blootgesteld. Het laatste nieuws van dit front: de UvA moet van de rechter het deels ‘gedekoloniseerde’ (lees: gesloopte) interieur van de VOC-kamer in de oorspronkelijke staat herstellen.
De oermoeder voor Nederland van deze en dergelijke nonsens is Gloria Wekker, hoogleraar (inmiddels emeritus) antropologie aan de Universiteit Utrecht, met specialisatie in gender, postkolonialisme en kritische rassentheorie.
In een academisch milieu waar een Jason Arday naar de top kan stijgen, kun je een complete carrière bouwen op de omkering van een buzzwoord. Witte schuld werd al op allerlei westerse universiteiten tot dogma verklaard en onderwezen, maar Gloria Wekker heeft haar reputatie als woke diepdenker gevestigd door daar Witte Onschuld aan toe te voegen. Witte Onschuld is het ontkennen van Witte Schuld door een blanke. Iedere blanke die ontkent dat hij een racist en postkoloniale onderdrukker is, bewijst daarmee dat hij een racist en postkoloniale onderdrukker is: hij gelooft namelijk in zijn Witte Onschuld.
Kern van het probleem
Dat speelt volgens Wekker juist in Nederland, dat claimt een klein, onschuldig, tolerant landje te zijn. Helemaal fout, aldus Wekker: als voormalige koloniale grootmacht en slavenhouder heeft Nederland een ‘cultureel archief’ waar geen blanke Nederlander zich aan kan onttrekken – totdat hij de raskritische artikelen van mensen als Gloria Wekker tot zich neemt, natuurlijk.
Het soort onderzoek waarmee ze dit heeft ontdekt noemt ze zelf de ‘voddenrapersmethode’: ‘interviews, tv-kijken, romans lezen, e-mailcorrespondentie analyseren… mijn eigen en andermans ervaringen.’ Wat is het verschil eigenlijk met een Jason Arday die op college maar wat zit te oreren over zijn lived experience met racisme en neurodiversiteit?
De kern van het probleem met de sociale wetenschappen is niet eens dat er af en toe een charlatan ontmaskerd wordt, maar dat in sommige vakgebieden het onderscheid tussen charlatans en prominente wetenschappers vrijwel irrelevant is.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


