U kunt stemmen wat u wilt, het beleid wordt buiten het stemhokje bepaald

WW Jonkhoff 22 september 2026
De werkende Nederlander gaat stemmen. Maar zijn stem klinkt in een systeem dat steeds minder gevoelig is voor wat hij zegt. Beeld: Pexels.

Artikel beluisteren

Door Henk C. Jonkhoff*

In de vorige delen van deze reeks over de gewone werkende Nederlander (hier, hier en hier) liet ik zien hoe de rekening van het klimaatbeleid, de energietransitie en de asielopvang regressief neerslaat: hoe lager het inkomen, hoe zwaarder de last. De subsidies voor verduurzaming gaan naar wie de investering al kan voorschieten. De sociale huurwachtlijst groeit terwijl anderen voorgaan. De partij die zegt voor de werkende Nederlander op te komen, wordt gedragen door een klasse die zijn rekening nauwelijks voelt.

Maar er is een vraag die de vorige delen niet volledig hebben beantwoord: waarom verandert er zo weinig, ook als de werkende Nederlander stemt? En waarom worden mensen die daarover klagen door commentatoren en politici zo vaak beschreven als irrationeel, ondoordacht of geïnfluenceerd door desinformatie?

Populisme als rationele zelfverdediging

De Duitse politicoloog Philip Manow onderzocht honderden partijen in tientallen landen over meerdere decennia. Zijn conclusie in Spaltungslinien (2026) is eenvoudig maar radicaal: populistische kiezers stemmen niet tegen hun eigenbelang. Ze verdedigen het juist – rationeel en doelbewust. Ze zijn sterk afhankelijk van de nationale verzorgingsstaat en de binnenlandse arbeidsmarkt. Open grenzen en economische integratie ervaren zij niet als abstracte kansen maar als concrete bedreigingen voor hun levensstandaard. Hun verzet is geen bekrompen nostalgie maar een weigering om de eigen gemeenschap op te offeren aan een onpersoonlijk financieel systeem.

De vraag is niet of zij gelijk hebben over alle details van het klimaatbeleid of de migratiecijfers. De vraag is of hun onvrede een rationele reactie is op een reëel verlies. Manows antwoord is ja. Dat antwoord is ongemakkelijk voor iedereen die populisme als een pathologie beschouwt – zoals Voor Ons Nederland (VON), de actiegroep van voormalig VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff, die zichzelf presenteert als verdediger van de democratie, maar op haar website geen woord wijdt aan koopkracht, energielasten of wachtlijsten. VON beschermt de democratie voor wie al aan de knoppen zit.

Het is ook ongemakkelijk voor Sander Schimmelpenninck, die in zijn tv-programma en boeken de groeiende ongelijkheid agendeert en de term ‘domrechts’ heeft geïntroduceerd voor kiezers met een smalle beurs die op populistisch rechts stemmen. Schimmelpenninck verklaart dat via irrationele framing, zondebok-politiek en opzettelijke onwetendheid: de kiezer begrijpt zijn eigenbelang niet en laat zich misleiden.

Manow zegt het tegenovergestelde: die kiezer begrijpt zijn eigenbelang juist heel goed. Het verschil tussen de twee is niet academisch — het bepaalt of je de werkende Nederlander als patiënt behandelt die gecorrigeerd moet worden of als burger wiens oordeel serieus genomen moet worden. De term ‘domrechts’ is zelf een illustratie van het probleem: hij pathologiseert de kiezer in plaats van zijn onvrede te begrijpen.

De constitutionele Brandmauer

De huidige wetgeving is grotendeels dezelfde die links zelf in de afgelopen decennia heeft helpen bouwen en vastleggen — in Brussel, in internationale verdragen, in de rechtszaal. Zodra rechts pleit voor het herzien of opzeggen van internationale verdragen en wetgeving, beschouwt links dat als een aanval op de democratie en de rechtsstaat — en plaatst zo een constitutionele Brandmauer tussen het eigen gedachtegoed en de populisten.

Die Brandmauer is ook een muur tussen de kiezer en de uitkomst. De poortwachters zijn bekend: rechters, NGO’s en Brussel. Zij bewaken een orde die democratisch tot stand is gekomen – maar die ondertussen zo ver van de kiezer is afgedreven dat de gewone werkende Nederlander er niet meer in te herkennen is.

Er is echter niets onrechtmatigs aan het herzien van wetten en verdragen – dat is juist hoe democratieën functioneren. Wetten worden gemaakt door gekozen volksvertegenwoordigers en kunnen door diezelfde volksvertegenwoordigers worden gewijzigd. Elke aanpassing wordt bovendien opnieuw getoetst door dezelfde rechters die nu de bestaande orde bewaken. De suggestie dat het willen aanpassen van een verdrag gelijkstaat aan het ondermijnen van de rechtsstaat, is geen juridisch argument — het is een politiek argument vermomd als juridisch argument. Het beschermt niet de democratie, maar de status quo.

Hoe de zeggenschap verdween

De econoom Wolfgang Streeck beschreef in Gekaufte Zeit (2013) hoe westerse overheden de besluitvormingsmacht hebben weggehaald bij het nationale parlement om die afgeschermd te houden van electorale druk. Grote dossiers zijn supranationaal vastgelegd: klimaatbeleid via het Akkoord van Parijs, stikstof via Europese natuurrichtlijnen, migratie via asielregelgeving en mensenrechtenverdragen.

NGO’s vullen de ruimte die overblijft. Urgenda dwong in 2019 via de rechter scherpere klimaatdoelen af. Greenpeace won in januari 2025 een stikstofzaak die het kabinet bindt. De rechtbank Den Haag oordeelde op 28 januari 2026 in de Bonaire-zaak dat de staat onrechtmatig handelt. Telkens hetzelfde mechanisme: een organisatie die niet door kiezers is gekozen, dwingt via de rechter beleid af dat het parlement niet heeft vastgesteld.

Menno Swart laat in Wynia’s Week zien dat ook Voor Ons Nederland dit patroon volgt: één echte oprichter die zijn handtekening zette bij de notaris, vier pr-oprichters op de website, financiering ondoorzichtig tot 2027, en een bestuurlijk netwerk met onderlinge zakelijke banden die nergens worden vermeld. Het is de sociologische kaart van de Brahmin Left in één organisatie.

Pro verloor in 2025 de Tweede Kamerverkiezingen (min vijf zetels) en ging in maart opnieuw onderuit bij de gemeenteraadsverkiezingen (min 211 zetels). Maar, schreef Calvin Schukkink in Wynia’s Week, de electorale krimp raakt de beleidsgrip nauwelijks: Pro-gezinde adviseurs en ambtenaren blijven in het adviescircuit de lakens uitdelen. De kiezer stemt de partij kleiner – het beleidsmemo wordt morgen toch geschreven.

Weggegooid geld en vergeten bruggen

Volgens de Volkskrant wist Rijkswaterstaat al jaren dat bruggen, sluizen en wegen verouderd waren, maar schoof het onderhoud stelselmatig vooruit. De rekening: tientallen miljarden die er niet zijn. Voor de uitkoop van boeren reserveerde het kabinet via de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv en Lbv-plus) samen bijna drie miljard euro; het nieuwe stikstoffonds van het kabinet-Jetten bedraagt circa twintig miljard tot 2035. Economen berekenden dat de uitkoop van één kilogram vermeden stikstof tachtigduizend tot tweehonderdduizend euro kost. Hetzelfde resultaat had voor een derde van het geld behaald kunnen worden.

Een land dat tientallen miljarden uittrekt voor klimaatdoelen en boerenuitkoop maar geen geld heeft voor de bruggen waarover zijn burgers dagelijks rijden, heeft een prioriteitsprobleem. Dat probleem is niet toevallig ontstaan — het is het resultaat van een agenda die buiten het stemhokje is bepaald.

Dat links zelf begint te voelen dat er iets mis is, bleek uit de vraag die Joris Luyendijk, voormalig journalist en nu activist voor Oekraïne, stelde bij Tim Hofmans BOOS: waar is links als het gaat over de existentiële dreiging voor Europa? De fixatie op Gaza verhult dat Oekraïne onze directe veiligheid raakt. Lale Gül schreef er ook in De Telegraaf over: niet-linkse mensen kunnen links verwijten dat het structureel meer aan anderen denkt dan aan de eigen burger. In Vrij Nederland verscheen het artikel ‘Identiteit tegenover klassenstrijd: vijf insiders over de rel op links’ — links erkent zelf dat de band met de werkende klasse geknakt is. Het frame van de onredelijke populist begint te kraken, ook bij mensen die zichzelf uitdrukkelijk als links beschouwen.

Een stem zonder echo

De werkende Nederlander gaat stemmen. Maar zijn stem klinkt in een systeem dat steeds minder gevoelig is voor wat hij zegt. Het klimaatakkoord staat vast. De asielrichtlijnen staan vast. De Europese marktregels staan vast. De rechter bewaakt de grenzen waarbinnen het parlement mag bewegen. De NGO dwingt via de rechtszaal af wat de kiezer niet heeft goedgekeurd. Het adviescircuit draait door, ook als de partij krimpt.

De reeks die in deze kolommen verscheen, begon met de vraag: voor wie is de welvaart eigenlijk bedoeld? Manow voegt daar een tweede vraag aan toe: voor wie is de democratie eigenlijk bedoeld? Zijn antwoord is ongemakkelijk voor de gevestigde politiek: voor iedereen. Ook voor de mensen wier stem ongemakkelijk klinkt. Ook voor de mensen die niet in modellen passen.

*Henk C. Jonkhoff is ondernemer. Dit is het laatste deel van de reeks.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!