Hoezo ‘koploperschap’? De nationale klimaatdoelen zijn juist schadelijk voor klimaat en milieu

WW Van Andel 24 september 2026
Het klimaatbeleid ontbeert visie, innovatie en lef. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Nederland bijt zich ten onrechte vast in nationale klimaatdoelen. Dat zegt energiedeskundige Remco de Boer, en dat zegt ook emeritus lector Energie en Netwerken Martien Visser. De wettelijk afgedwongen binnenlandse CO2-reducties leiden vaak tot verplaatsing van emissies en industrieën naar het buitenland.

Nederland stoot dan binnen de eigen landsgrenzen weliswaar minder CO2 uit, maar die uitstoot komt er in andere landen net zo hard of nog harder bij. Deze geëxporteerde CO2-emissie verdubbelde in de afgelopen tien jaar, en deed de binnenlandse reductie voor een groot deel teniet.

De totale broeikasvoetafdruk van Nederland steeg daardoor zelfs met 4 procent in de periode 2014-2022, volgens de meest recente definitieve cijfers van het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Kostenstijging zonder klimaatwinst

Martien Visser vergelijkt dit met een buitenlandse vakantie van twee weken. Het maandelijkse verbruik van elektriciteit, aardgas en benzine in je eigen huishouden halveert daardoor, maar het verbruik van je vakantiehuisje en de huurauto doen die binnenlandse besparing teniet. Dat vakantiehuisje en die huurauto kosten wel extra geld. Verplaatsing van uitstoot leidt zo tot kostenstijging zonder klimaatwinst.

Visser adviseerde in juni 2025 om CO2-reductie in Nederland door verplaatsing ervan niet langer een klimaatdoel te noemen. Sophie Hermans, de toenmalige minister van Klimaat en Groene Groei, schortte kort daarna onder druk van de Tweede Kamer de nationale CO2-heffing voor de industrie op. Die heffing bleek binnenlandse bedrijven het land uit te jagen, en daarmee CO2-uitstoot te verplaatsen zonder het te reduceren. In de aanloop naar Prinsjesdag 2026 concludeerde Visser dat de formeel gerapporteerde CO2-uitstoot waar Nederland via haar klimaatwet op stuurt, nagenoeg geen relatie heeft met haar klimaatambities.

Stientje van Veldhoven, de nieuwe minister van Klimaat en Groene Groei, negeert tot nu toe deze harde conclusie van een gepromoveerde natuurkundige en doorgewinterde lector. Dit blindstaren op de interne klimaatdoelen van Nederland en de EU noemt Remco de Boer gevaarlijk. Hij waarschuwt dat Europa met het doel van 90 procent CO2-reductie in 2040 zijn nek in de strop heeft gelegd. Het koste wat kost in korte tijd najagen van dergelijke vergaande klimaatdoelen levert maar zeer beperkte klimaatwinst op, tegenover aanzienlijke economische en geopolitieke verliezen.

De Nederlandse en Europese chemiesector verkeert al in een crisis, aldus voorzitter Ronald van Klaveren van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie. Dit geldt ook voor andere sectoren zoals de auto-industrie. Volkswagen kondigde onlangs voor de tweede keer in korte tijd ontslag aan voor 50.000 werknemers. Het aantal nieuwe auto’s in Nederland en in Europa daalt echter niet, dus importeren we er meer uit bijvoorbeeld China.

Industriële zelfvernietiging

Aluminiumfabrikant Aldel in Delfzijl ging in 2022 definitief failliet door hoge energieprijzen. Nederland verbruikt echter niet minder aluminium, en importeert dus meer. Die import komt voor een belangrijk deel uit Rusland, direct of indirect via bijvoorbeeld Turkije en Aziatische landen. De klimaatwinst van al deze industriële zelfvernietiging is negatief. Rusland, Turkije, China en andere Aziatische landen hanteren immers minder ambitieuze klimaatdoelen en milieuregels dan wij.

De Boer en Visser zijn net als Fenna Swart van Comité Scone Lucht beslist geen klimaatsceptici. Zij zijn voorstander van verduurzaming en CO2-reductie, maar bekritiseren met wetenschappelijke en cijfermatige onderbouwing de manier waarop Nederland en de EU dat aanpakken. Het kabinet zou er verstandig aan doen om onderbouwde en opbouwende kritiek uit onverdachte hoek te omarmen. In plaats daarvan negeren minister van Veldhoven en premier Jetten deze kritiek.

Het kabinet kiest in de klimaat- en energiebegroting voor 2027 met name voor wind op zee, bestaande subsidieregelingen zoals SDE++, onderdelen van de energie-infrastructuur en ondergrondse CO2-opslag (project Aramis). Los van de dubieuze effectiviteit van deze maatregelen ontbreken de twee grootste onderdelen van een totale energietransitie: elektriciteitsnetten en kerncentrales. De beoogde energietransitie vergt een integrale systeemtransitie waarin de hoeveelheid hernieuwbare energie allang niet meer de beperkende factor is.

In de komende tien jaar gaat het vooral om de beschikbaarheid van netcapaciteit, stabiele regelbare elektriciteitsopwekking en energieopslag. De toenemende achterstanden daarin leiden tot toenemende energieprijzen, netcongestie, wachtlijsten voor netaansluiting en risico’s van stroomuitval.

Het financieringsgat voor netuitbreiding zou tenminste 100 miljard euro zijn, en dat voor kerncentrales 20 tot 30 miljard euro. Dat is tien maal zoveel als de bedragen die nu voor wind op zee, bestaande subsidieregelingen, infrastructuur en ondergrondse CO2-opslag zijn uitgetrokken.

Gebrek aan visie, innovatie en lef

De vraag is dus niet of en hoeveel het kabinet besteedt aan klimaatdoelen, maar of het naar de juiste maatregelen gaat. In de huidige plannen blijkt dat helaas niet het geval. De volgorde van klimaatmaatregelen is onlogisch en ineffectief. Het aantal windmolens neemt toe, en de netcongestie eveneens. Het aantal elektrische auto’s neemt toe, en het laadpalentekort eveneens. De vraag rijst wat onze regering en de vele beleidsmakers en adviseurs eromheen bezielt om te volharden in deze conservatieve aanpak van meer van hetzelfde. Regeren zou toch vooruitzien moeten zijn, en niet achterom kijken.

Het klimaatbeleid ontbeert visie, innovatie en lef. Visie gaat over een integrale systeemtransitie die veel verder rijkt dan bureaucratische binnenlandse klimaatdoelen en zoveel mogelijk windmolens en zonnepanelen. Innovatie gaat over klimaat- en energiebeleid dat strategisch en doelmatig inspeelt op de actualiteit en de ingrijpende geopolitieke veranderingen. Lef gaat over het onderbouwd ingaan tegen achterhaalde Brusselse en Haagse dictaten die verdere verduurzaming meer kwaad dan goed doen.

Uit de Haagse en Brusselse bubbel

Het Nederlandse kabinet kan de koers van de falende energietransitie wellicht niet morgen veranderen. Het kan om te beginnen wel visie, innovatie en lef tonen door uit de Haagse bubbel van het politiek correcte narratief te treden, met veel meer aandacht voor prominente criticasters zoals Remco de Boer, Martien Visser, Fenna Swart en talloze wetenschappers in binnen- en buitenland.

Dat kan vervolgens leiden tot hernieuwde beleidsmatige visie, innovatie en lef waar natuur, klimaat en economie veel meer baat bij hebben dan bij het vastgeroeste klimaatbeleid van nu. Het is cruciaal voor Nederland en Europa dat het kabinet daar het voortouw in neemt. Dat zou pas echt klimaatkoploperschap zijn.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!