Krijgt René van der Gijp gelijk en wordt volkssport nummer 1 kapotgemaakt door de VAR?

WW Van Willigenburg 8 oktober 2026
Vanuit wiens invalshoek je het ook bekijkt: de VAR is een fenomeen dat de zogenaamde flow van het spel onderbreekt. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Wanneer je de afkorting opzoekt van wat in sport de VAR wordt genoemd (Video Assistant Referee), zou je, indien je in een nonchalante bui bent, aan een rennende official kunnen denken die met een videocamera over de velden trekt. In dat geval zou er nog een kans zijn dat deze assistent-scheidsrechter een overtreding of grove charge zou missen vanwege een ongunstige positie of kijkrichting.

Helaas, of gelukkig als je de VAR een fantastische uitvinding vindt, is de VAR geen persoon, maar een foutloos camerasysteem. Foutloos in de zin dat elke hoek van het veld gedekt wordt, elke beweging geregistreerd en het zelfs een kneepje in de nek of duwtje in de onderrug bewaart en onderwerp van herhaling kan maken.

Beste bedoelingen

Natuurlijk is de VAR ooit, zoals zoveel dingen, met de beste bedoelingen ingevoerd. Hoewel het door de jaren heen altijd een zeldzaamheid is geweest als het verkeerde elftal wegens een scheidsrechterlijke dwaling winnend in plaats van verliezend van het veld stapte, werd het – de doodenkele keer dát het gebeurde – als een extreme onrechtvaardigheid ervaren.

Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de goal van Frank Lampard (WK, 2010) namens Engeland, tegen Duitsland, waarbij de bal in de herhaling, via de lat, duimendik achter de doellijn bleek te zijn gevallen, maar desalniettemin geen doelpunt opleverde. In plaats van 2-2 bleef het 2-1 voor Duitsland, dat de voorsprong later in de wedstrijd naar 4-1 zou uitbreiden.

Momenteel investeert de UEFA, per seizoen, tussen de 10 en 20 miljoen euro om bijvoorbeeld de Champions League niet meer te laten ‘ontsieren’ door missers als tijdens Duitsland-Engeland. Vanuit het zogenaamde VAR-Centre, gevestigd in het hoofdkantoor te Nyon (Zwitserland), kan elke vorm van smeerlapperij alsook iedere per ongeluk te driest ingezette sliding, net als minutieuze gevallen van wel of geen buitenspel, voor scheidsrechterlijke beoordeling opnieuw (en zo nodig) vertraagd worden afgespeeld. Opdat er van opzichtig-verkeerde beslissingen nooit meer sprake zal zijn. Er aan de uitslag van een voetbalwedstrijd niet of nauwelijks meer getornd kan worden.

Interessanter misschien dan de nettoresultaten van de VAR, ofwel, de verdere terugdringing van het aantal scheidsrechterlijke fouten, is de invloed ervan op de menselijke psyche. En op de manier waarop een wedstrijd beleefd wordt, zowel door de scheidsrechter, de spelers als het publiek. Vanuit wiens invalshoek je het ook bekijkt: de VAR is een fenomeen dat de zogenaamde flow van het spel onderbreekt.

In het slechtste geval ligt een CL-wedstrijd plotseling minuten stil omdat er iemand in het VAR Centre te Nyon, aan het Meer van Genève, een hand in het strafschopgebied in een korte flits naar de bal heeft zien gaan in plaats van erbij vandaan, zich vervolgens realiseert hoe belangrijk deze waarneming is en de hoofdscheidsrechter naar het VAR-scherm roept.

Waarna de verdachte beweging van de speler in slow motion soms wel twintig keer, en in extreme gevallen wel veertig of vijftig keer wordt herbekeken. En via geluidscontact tussen VAR en veldscheidsrechter geëvalueerd. De boeiendste vraag is dan misschien niet: wordt er een foutieve beslissing rechtgezet? Maar: wat dóet zo’n minutenlange onderbreking in de hoofden van de betrokkenen?

Het voetbal kapotmaken

Een van de bekendste voetbalanalisten van dit moment, René van der Gijp, betoogt zoveel jaar na het invoeren van de VAR dat deze, ondanks de aantoonbare resultaten inzake foutcorrectie, het voetbal deels ‘kapot’ heeft gemaakt. Zijn voornaamste argument is niet dat het spel om de haverklap wordt onderbroken (dat valt namelijk wel mee), maar dat de VAR in zijn steriele hoedanigheid van een x-aantal strategisch opgestelde schermen, veel te veel macht naar zich toe heeft getrokken, zeker als dat camerasysteem ook nog eens onder auspiciën staat van een ambitieuze lijntrekker die met het spelregelboekje in de hand trigger happy is om de scheidsrechter bij de lichtste twijfel aan een goal naar het VAR-scherm te roepen.

In het hier beschreven geval gebeurt het vaak dat het hele stadion, inclusief spelers en scheidsrechter, het doelpunt al hebben geteld, er zowat hysterische euforie heerst bij het scorende elftal (plus hun fans) alsmede diepe droefenis bij de tegenstander, waarna een official in Nyon het wedstrijdverloop – geheel uit het niets – een andere wending geeft, hoe accuraat en volgens de letter van het spelregelboekje die official feitelijk ook optreedt.

Zonder het woord letterlijk te noemen, is het bezwaar van Van der Gijp dat dergelijke correcties op een door iedereen al geaccepteerd doelpunt ‘contra-intuïtief’ zijn. Ofwel, tegen de geest en de intentie van het voetbal ingaan, want volkomen kunstmatige (en als zwaar irritant ervaren) pauzes creëren in de ‘stroom’ van emoties die een voetbalwedstrijd, althans binnen zijn opvatting, nu eenmaal is. Van der Gijps denktrant markeert een fundamenteel verzet tegen de dominantie van technologie ten nadele van de ‘menselijkheid’, in dit geval van het voetbal.

Als je een beetje uitzoomt, en de VAR bekijkt als onderdeel van een meer permanente technocratisering van het voetbal (en de sport in het algemeen), helpt dat om de geruisloze aanpassing van de mens aan de machine helder in kaart te brengen. Want afgezien van de meest flagrante, scheidsrechterlijke blunders, waar we dan misschien van af zijn (hoera, winst!), zien we ook veel gedragingen en ontwikkelingen ontstaan die het plezier in voetbal (en in sport) doet verminderen. En die zonder al die technologie nooit hadden plaatsgevonden.

Zo weet elke voetballiefhebber inmiddels dat spelers de neiging hebben gekregen theatraal naar de grond te gaan of een ernstige hoofdblessure voor te wenden, om zo de VAR erop te attenderen dat er iets ernstigs op het veld heeft plaatsgevonden. In de hoop dat de dader, vanwege terugspoelen door de VAR, alsnog met rood van het veld moet.

In genoemd geval zorgt de VAR ervoor dat spelers elkaar, veel meer dan vroeger, proberen een oor aan te naaien. En de randjes opzoeken van hoe je met camerabeelden een tegenstander kunt benadelen. Onoorbaar duw- en trekwerk kan zomaar leiden tot een ingrijpende beslissing (rood, dus), waar er vroeger geen haan naar kraaide.

Als je er met een zwarte blik naar kijkt, verhevigt de VAR het wantrouwen tussen spelers.

Stille robotisering

Zeker als je de door trainersstaven georganiseerde videoregistraties van voetbalwedstrijden bij de effecten van de VAR optelt, alsmede de daardoor preciezere analyses van voetbaltactieken van tegenstanders en het eveneens nauwkeuriger zicht op de eigen prestaties, is het niet overdreven te waarschuwen voor de stille robotisering van volkssport nummer een. En zou het wellicht ook raadzaam zijn de invloed van de VAR op de menselijke psyche serieus onder de loep te nemen, want hoe zeker kun je bijvoorbeeld nog zijn van het door de beugel kunnen van je eigen gedrag als een gesofistikeerd camerasysteem in staat blijkt aan je acties of non-acties een hele andere betekenis te geven?

Misschien is de argeloze mens de gelukkigste mens. Zonder het zelf te weten.

Onlangs verscheen bij Uitgeverij Blauwburgwal ‘Helemaal van deze tijd. Onderweg naar de pijnloze samenleving’. Het nieuwe boek van Hans van Willigenburg telt 224 pagina’s, kost €22,50 en is onder meer HIER te bestellen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!