Van Alfred Nobel naar Navi Pillay: hoe de Vredesprijs verwijderd is geraakt van haar opdracht

KenanZonnema 15-10-26
‘Met de toekenning in 2026 van de Nobelprijs voor de Vrede aan Navi Pillay plaatst de Noorse Nobelcommissie zich wederom in een dubieuze positie die haar verder verwijdert van haar oorspronkelijke opdracht.’ Beeld: nacloset.com

Artikel beluisteren

Door Kenan Zonnema*

Toen Alfred Nobel in 1895 de Nobelprijs voor de Vrede instelde, formuleerde hij een heldere opdracht: de prijs moest gaan naar wie het meest of het best had bijgedragen aan broederschap tussen volkeren, aan de afschaffing of vermindering van staande legers en aan vredesinitiatieven. 

Met de toekenning in 2026 aan Navi Pillay – voormalig VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en voorzitter van de onderzoekscommissie die Israël beschuldigde van genocide in Gaza – plaatst de Noorse Nobelcommissie zich wederom in een dubieuze positie die haar verder verwijdert van haar oorspronkelijke opdracht. 

Kissinger, Arafat, Obama

De Noorse Nobelcommissie heeft in de loop der decennia een reeks keuzes gemaakt die ver afstaan van Nobels criteria. 

Henry Kissinger ontving de prijs in 1973 terwijl de Vietnamoorlog nog voortduurde en de geheime bombardementen op Cambodja tienduizenden burgers het leven kostte. 

Yasser Arafat deelde de prijs in 1994 met Yitzhak Rabin en Shimon Peres, ondanks een lange staat van dienst in terroristische activiteiten; commissielid Kåre Kristiansen legde hierop uit protest onmiddellijk zijn functie neer.

Barack Obama kreeg de prijs in 2009, nauwelijks maanden na zijn aantreden, grotendeels op basis van verwachtingen. 

De Myanmarese politica Aung San Suu Kyi werd in 1991 geëerd als icoon van geweldloze strijd, maar ze was als regeringsleider actief medeplichtig aan het geweld. Ze weigerde zelfs de militaire acties te veroordelen, bagatelliseerde en ontkende de omvang van de misdaden en blokkeerde zelfs het VN-onderzoek naar de vervolging van de Rohingya. 

De Ethiopische politicus Abiy Ahmed ontving de prijs in 2019 voor het beëindigen van het conflict met Eritrea, maar ontketende daarna de Tigray-oorlog. 

Al Gore, EU, Menchú, Roosevelt

Ook andere toekenningen illustreren de verwijdering van Nobels opdracht. Al Gore en het IPCC werden in 2007 beloond voor klimaatwerk – vast belangrijk, maar ver verwijderd van ontwapening en interstatelijke broederschap. 

De Europese Unie kreeg de prijs in 2012 als instituut, terwijl zij tot de grootste wapenproducenten ter wereld behoort. 

De Guatemalteekse mensenrechtenactiviste Rigoberta Menchú ontving de prijs in 1992 op basis van een autobiografie waarvan cruciale delen later onjuist bleken. 

Theodore Roosevelt bemiddelde in 1906 in de Russisch-Japanse oorlog, maar was tegelijkertijd een uitgesproken voorstander van militaire expansie. 

Sadat en Begin

Mikhail Gorbatsjov (1990) kwam dichter bij Nobels idealen door de Koude Oorlog vreedzaam te laten eindigen, maar ook hier beloonde de commissie een onvoltooid proces met latere chaotische gevolgen in de toenmalige Oostblok-landen. 

Dan was daar de toekenning van de prijs aan Anwar Sadat. Welbeschouwd is van de gezamenlijke toekenning van 1978 aan Anwar Sadat en Menachem Begin alleen de onderscheiding van de laatste gerechtvaardigd. Sadat had vijf jaar eerder de Jom Kipoer-oorlog ontketend en gebruikte die als pressiemiddel; de prijs werd toegekend terwijl de onderhandelingen nog liepen. Begin daarentegen ging het risico van een vredesverdrag met Egypte aan, leverde de Sinaï in en realiseerde een bilaterale vrede die tot op heden standhoudt.

Structurele asymmetrie 

De rode draad is duidelijk. De commissie beloont steeds vaker intenties, symboliek en politieke positionering in plaats van aantoonbare resultaten op het gebied van duurzame vrede. Dit leidt tot een structurele asymmetrie, vooral zichtbaar in de behandeling van Israël. Critici, onder wie Elisha Wiesel, stellen dat de commissie hiermee de morele erfenis van eerdere laureaten ondermijnt.

De toekenning aan Navi Pillay is geen incident, maar een voortzetting van een langere ontwikkeling. Zolang de commissie signalen en veranderende morele codes boven concrete bijdragen aan broederschap en ontwapening stelt, vraag ik mij af of de Nobelprijs voor de Vrede nog voldoet aan de opdracht die Alfred Nobel haar in 1895 meegaf.

*Kenan Zonnema is journalist.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!