De belasting op vermogen is sinds 2016 verdubbeld, maar links vindt dat nog steeds niet genoeg. Wie graait hier eigenlijk?
Artikel beluisteren
90 procent. Zoveel méér belasting betaalt een belegger of verhuurder volgend jaar per belaste euro vergeleken met 2016. Toch vinden links en het CDA dat nog niet genoeg. Het is goedkope retoriek die misschien sympathiek klinkt, maar het verdienvermogen van Nederland uitholt.
90 procent erbij. Dat is de rekening voor wie belegt of een woning verhuurt. Tot en met 2016 gold voor elke euro boven de vrijstelling 1,20 procent box 3-belasting per jaar. Volgend jaar is dat naar verwachting 2,29 procent.
Stellen we ons voor dat de loonbelasting zo was gestegen. Dan betaalde iemand met een modaal loon in de eerste schijf bijna 70 procent belasting. Geen kabinet zou dat een week overleven. In werkelijkheid daalde het tarief in de eerste schijf de afgelopen tien jaar van 36,55 naar 35,75 procent. Arbeid werd ontzien. Vermogen wordt geplukt.
En toch is het niet genoeg. Eind oktober moet het kabinet een plan hebben om de overstap naar een belasting op vermogenswinst te betalen. Volt en Pro, de fusiepartij van GroenLinks en PvdA onder Jesse Klaver, eisen hogere belastingen voor de allerrijksten. CDA-leider Henri Bontenbal vraagt zich af of de balans in ons belastingstelsel nog wel klopt.
Het klinkt sympathiek, maar het is goedkope retoriek. De balans is allang verschoven: arbeid werd lichter belast, vermogen bijna twee keer zo zwaar. Wie dat niet ziet, is stekeblind of populistisch.
In 2019 bracht box 3 4,3 miljard euro op. Voor 2027 staat 10,6 miljard in de raming. Ruim verdubbeld.
Het tarief ging van 30 procent naar 31, naar 32 en in 2024 naar 36 procent. Die laatste sprong kwam via een amendement om het minimumloon en de kinderopvangtoeslag te betalen. Box 3 is al jaren de pinautomaat van Den Haag.
Wie een half miljoen belegt, betaalde in 2016 5.707 euro. Volgend jaar is dat 10.105 euro. Door de hogere belastingvrijstelling komt dit per saldo uit op 77 procent meer, over hetzelfde vermogen.
De verhuurder heeft het nog zwaarder. Wie twee appartementen verhuurt, draagt in een doorgerekend voorbeeld dit jaar 60 procent van de bruto huur af, nog voordat er een cent aan onderhoud is uitgegeven. Dat is meer dan het toptarief in box 1. Precies deze groep krijgt nu volgens De Telegraaf een eenmalige rekening van bijna 700 miljoen euro voorgelegd.
Eerlijk is eerlijk: de spaarder betaalt minder dan in 2019. Sinds het Kerstarrest wordt spaargeld belast tegen een rendement dicht bij de echte rente, en de vrijstelling is verhoogd.
Het gaat om meer dan een paar rijken. Geld in aandelen financiert bedrijven. Een belegger die volgend jaar 2,29 procent afdraagt over een portefeuille die ongeveer 3 procent aan dividend oplevert, houdt weinig over om opnieuw te investeren. Verhuurders die door de huurregels van oud-minister Hugo de Jonge en door box 3 hun panden verkopen, halen huurwoningen van de markt. Wie spaart, belegt en investeert, wordt in Nederland steeds harder gestraft. Maar juist die mensen houden de economie op gang.
Zelfs Noorwegen trapt op de rem
Wie denkt dat Nederland vermogen spaart, moet naar Noorwegen kijken, het sociaaldemocratische voorbeeldland. Daar betalen zo’n 690.000 mensen vermogensbelasting, tegen 1 tot 1,1 procent per jaar boven ongeveer 160.000 euro. Hier betaalt een belegger dit jaar 2,16 procent over alles boven 59.357 euro, volgend jaar 2,29 procent.
Een Noor betaalt daarnaast nog belasting over dividend en verkoopwinst, dus helemaal gelijk is de vergelijking niet. Maar de Nederlandse drempel ligt bijna drie keer zo laag.
En zelfs Noorwegen vindt het te veel. Een staatscommissie adviseerde onlangs om het tarief te verlagen naar 0,25 tot 0,75 procent, en het daarna vast te zetten. De reden is precies het Nederlandse probleem: de belasting moet worden betaald, ook als er geen cash geld binnenkomt. De commissie schrijft dat een eigenaar dan aandelen moet verkopen of moet lenen om de fiscus te betalen. Dat is precies wat de Nederlandse verhuurder overkomt.
Elke raming begint met aannames. Die van het ministerie van Financiën weet hoe hard de huizenprijzen stijgen, waar de rente heen gaat, wat de beurs doet en hoe vaak beleggers hun vermogen verkopen. Maar wijkt één daarvan af, dan ziet de rekening er heel anders uit. Deze onderbouwing is nooit met een gevoeligheidsanalyse doorgerekend, en het CPB heeft de novelle niet getoetst. Ik schreef er eerder over in Wynia’s Week.
Op dat drijfzand staat de hele discussie over dekking. Het nieuwe stelsel belast pas bij verkoop. Dat is grotendeels uitstel: structureel kost de vermogenswinstbelasting volgens de niet goed onderbouwde tabel die het kabinet eind september naar de Kamer stuurde zo’n 100 miljoen euro per jaar. Toch wordt dat uitstel geboekt als gat, en moet het gevuld worden door wie per belaste euro al 90 procent meer betaalt.
Nu de bezuinigingen op de sociale zekerheid zijn geschrapt, wat Klaver uitgebreid vierde, moet het geld ergens vandaan komen. De blik van links gaat dan steevast naar de groep die al het meest is gaan betalen. De spaarder die erop vooruitging en de verhuurder die het grootste deel van zijn huur afdraagt, heten in die logica allebei vermogende graaiers.
Box 3 bracht in 2019 4,3 miljard op. Nu 10,5 miljard. Per belaste euro betaalt een belegger volgend jaar 90 procent meer dan in 2016, terwijl de loonbelasting daalde. Hoeveel meer vinden Klaver, Jetten en Bontenbal eerlijk? Wie graait hier eigenlijk?
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!



