‘Duurzaam beleggen’ is voor pensioenfondsen funest. Begint dat besef nu eindelijk door te dringen?

WW Bomhoff 7 november 2026
Het ABP en het PFZW gooien hun topbeleggers overboord. Dat is een goede eerste stap. Beeld: Pexels.

Artikel beluisteren

Bij onze twee grootste pensioenfondsen, het ABP en het PFZW, waren de resultaten van het ‘duurzaam beleggen’ ook voor 2025 weer slecht. Meer dan tien miljard euro pensioengeld verloren.

De regenten in beide besturen (onder wie Paul Rosenmöller, de bekende oud-maoïst en Pim Fortuyn-hater) hadden dat rampzalige ‘duurzaam beleggen’ volop aangemoedigd en vonden het kennelijk voor hun eigen positie nu veiliger om de hoofdbeleggers demonstratief over boord te gooien.

Bij het ABP kreeg de mislukte belegger een miljoen euro vertrekpremie mee. Bij het PFZW moest Dirk Schoenmaker weg. Die krijgt het nog mooier: hij is zojuist door het kabinet benoemd tot fulltime voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Klap in het gezicht

Ik heb blij voor de verpleegkundigen en de andere deelnemers aan het PFZW. Die hebben nu weer kans op hogere pensioenen. Maar ik heb medelijden met de WRR.

De benoeming van Schoenmaker is een klap in het gezicht van de 10 raadsleden en de 28 medewerkers van de WRR. Die proberen vanuit hun verschillende achtergrond de risico’s voor onze toekomst evenwichtig te bespreken. En risico’s zijn er genoeg: een nieuwe covid-epidemie, het verder afzakken van Europa in de wereld, foute ideologieën in het basisonderwijs en steeds slechtere schoolresultaten, veel jonge vrouwen die uitvallen met een ‘burn-out’ en een natuurbeleid waarin ideologische ambtenaren meer macht hebben dan gezond is in een democratie.

Op al zulke thema’s – en meer – kan de WRR goed werk doen, maar niet onder leiding van Schoenmaker, want voor hem is duurzaamheid de enige belangrijke bedreiging en ‘transitie’ het enige antwoord.

Professor Sweder van Wijnbergen wees er terecht op dat CO2 een serieus probleem is, maar dat daar niet uit volgt dat pensioenfondsen met hun beleggingen een geschikte partij zijn om daar miljarden offers voor te brengen ten koste van hun actieve deelnemers en de gepensioneerden. Per uitgegeven euro is het veel efficiënter wanneer wij stoppen met de pensioenen te verlagen en in plaats daarvan in Delft en Eindhoven research sponsoren naar betere brandstof voor zeeschepen en Wageningen helpen met onderzoek naar beter waterbeheer en minder methaanuitstoot in de rijstbouw in arme landen in Azië. En in eigen land: bij de energievoorziening werken aan een snelle omschakeling van hout verbranden uit Maleisië (schandalig!) naar nucleair.

In plaats daarvan heeft het PFZW alle aandelen Shell verkocht. Eerder heb ik hier betoogd dat het zeker zinvol is om als grote aandeelhouder naar de jaarvergadering te gaan en daar te vragen of Shell nog meer kan doen voor een toekomst met minder uitstoot van broeikasgassen. Maar verkoop van de aandelen Shell is dwaas. Als dan de aandelenkoers daalt, wordt Shell misschien opgekocht door Aramco uit Saoedi-Arabië. Hoe dat winst brengt voor de ‘transitie’ is, zacht gezegd, niet zo duidelijk.

Geen mandaat

Schoenmaker erkent dat zijn stijl van ‘duurzaam beleggen’ – aandelen verkopen van onder meer Shell – miljarden euro’s kost, maar wil niet toegeven dat Van Wijnbergen daarmee gelijk krijgt. Streven naar minder CO2 en methaan is een goede zaak, maar pensioenfondsen moeten dat overlaten aan de politiek en zich beperken tot hun eigenlijke taak. Schoenmaker heeft dus op zijn eigen terrein laten zien dat hij geen oog heeft voor het vinden van de beste middelen om belangrijke doelen te bereiken. Maar dat is precies wat de WRR wél moet doen.

Bij het PFZW bleef Schoenmaker eisen dat het fonds zich moest inspannen voor een dubbel doel: goede pensioenen en een snelle ‘transitie’. Uit onderzoek bleek dat de helft van de deelnemers in het fonds dat dubbele doel goed vinden, op voorwaarde dat hun pensioen er niet onder lijdt – maar dat blijkt dus onmogelijk. De andere helft heeft liever dat het fonds zich richt op één doel: goed pensioenen. Schoenmaker had dus nooit een mandaat voor zijn kostbaar beleid. Zo’n autocraat hoort niet thuis bij de WRR.

Succes van de WRR vereist dat deskundigen uit verschillende wetenschappelijke disciplines samen evenwichtige adviezen opstellen. Over illegale immigratie, bijvoorbeeld, leren we veel van wiskundig antropoloog dr. Jan van de Beek (was hij maar medewerker bij de WRR!), maar beleid tegen illegale immigratie vraagt ook om juridische, economische, sociologische en psychologische kennis.

Economen hebben weleens moeite met sociologen. Andersom vinden sociologen vaak dat economen te gemakkelijk redeneren vanuit rationeel eigenbelang. De cultuur bij de WRR moet er daarom een zijn van onderling respect.

Schoenmaker heeft bij het PFZW bewezen dat hij niet eens ruimte biedt voor andere opvattingen binnen zijn (en mijn) vakgebied van de financiële economie. Twee jaar geleden schreef Het Financieele Dagblad al onder de kop ‘Richtingenstrijd [bij PFZW] over duurzaam beleggen’ dat het management niet wilde luisteren naar kritiek. De belangrijkste interne expert die waarschuwde tegen Schoenmakers invulling van het ‘duurzaam beleggen’, mijn oud-student en hoofdeconoom Guy Verberne, werd niet met respect van repliek gediend, maar ontslagen. De rechter veroordeelde het PFZW. Het fonds ging in beroep, verloor voor de tweede keer en kreeg op alle punten van verweer opnieuw een tik op de vingers.

Het PFZW had ook een Raad van Advies met internationale beleggingsexperts. Die kwamen met dezelfde kritiek. Het PFZW reageerde door de raad op te heffen. Waarom gokt het kabinet dan dat Schoenmaker wél alle ruimte heeft voor het collegiaal overleg waarvoor de WRR is opgericht?

Vervreemding

Het ABP en het PFZW gooien hun topbeleggers overboord. Dat is een goede eerste stap, maar dat Schoenmaker daarna onmiddellijk door het linkse circuit aan een baan wordt geholpen waarvoor hij evident ongeschikt is, is schaamteloos. Dat is een van die vele foute benoemingen waar Martin Bosma (PVV) deze week over sprak in de Tweede Kamer. Bosma’s (en mijn) laatste zin: ‘Voorzitter. Het politieke stelsel vervreemdt zich steeds meer van de bevolking. Dat wordt nog spannend.’

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!