Linkse politici mogen weglopen, maar linkse ambtenaren moeten zich altijd correct gedragen. Doen ze dat ook?

WW Bomhoff 26 september 2026
Ambtenaren horen loyaal en behulpzaam te zijn, ook als het beleid van een minister hen niet zint. Beeld: Pexels

Artikel beluisteren

‘Opstaan en weglopen’. Dat hadden de leden van de Tweede Kamer moeten doen toen Geert Wilders het woord kreeg tijdens de Algemene Beschouwingen, althans volgens Frits Abrahams, de prominente columnist van NRC. Ik weet niet hoe Abrahams een parlementaire democratie het liefst ziet functioneren, maar hoewel weglopen uit een Kamerdebat uiteraard niet is niet verboden, horen ambtenaren in werktijd níet weg te lopen. Zeker niet om vervolgens op de stoep voor hun ministerie te gaan protesteren.

Wat op 26 mei in de Tweede Kamer gebeurde, was zo mogelijk nog erger. Toen was het officiële onderwerp van gesprek de soms woeste demonstraties bij asielcentra, maar het ging drie uur lang over fractievoorzitter Lidewij de Vos (FVD). CDA en VVD deden volop mee, want zij willen de haat jegens PVV en FVD aanwakkeren. Zo proberen ze hun eigen kiezers binnenboord te houden: niet door zelf krachtig te regeren, maar met het verketteren van concurrenten.

Het lijkt dat die agressieve opstelling doorwerkt op de ambtenaren, die ‘rechts’ tegenwoordig onbeschaamd tegenwerken, slecht informeren of doodzwijgen.

Negentien roedels

Evident slachtoffer van sabotage door eigen ambtenaren was Jean Rummenie (BBB), staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in het kabinet-Schoof. Ecologen uit Wageningen hadden berekend dat negentien roedels wolven voor Nederland nog niet het maximaal haalbare waren. Ze hadden daarbij alleen gekeken naar jacht-, parings- en vreetruimte voor de wolven.

Staatssecretaris Rummenie moest natuurlijk ook rekening houden met de andere kant van de balans: honderden doodgebeten schapen, tientallen verminkte veulens en paarden, en verlies van vrije, onbezorgde toegang voor natuurliefhebbers tot de Veluwe en andere natuurgebieden. Hij vroeg om een meer omvattend onderzoek.

De ambtenaren lieten lekken dat Rummenie geen respect had voor de wetenschap, en werkten het bredere onderzoek uitvoerig tegen. ‘Een groot deel van Rummenies werktijd is opgegaan aan discussies met eigen ambtenaren en met pro-wolf netwerken aan diverse Nederlandse universiteiten,’ viel onlangs te lezen op de website van de Stichting Agri Facts.

Ook landbouwminister Femke Wiersma (BBB) kon in het kabinet-Schoof weinig bereiken. De VARA vatte een lang artikel uit NRC zo samen: ‘Wiersma heeft werkelijk alles verknald.’ Misschien, maar ik wil toch terugkomen op een paar belangrijke kwesties die toen speelden. Dan kan de lezer zelf beoordelen of de milieuambtenaren van D66 en Pro loyaal waren en desnoods met lange tanden de opgedragen taken van hun BBB-minister uitvoerden óf dat ze bot saboteerden om zo de minister politiek te verzwakken. Want dat was wel de uitkomst. Wiersma was een lame duck in de laatste maanden van het kabinet-Schoof.

Op 16 mei 2024 kondigde het hoofdlijnenakkoord van het kabinet aan dat ‘PAS-melders’ met voorrang zouden worden gelegaliseerd. ‘Dit wordt juridisch geborgd,’ zo heette het. Vijf maanden later kon Wiersma alleen nog maar zeggen: ‘Ik werk nu aan een juridisch houdbare aanpak van PAS-melders. Ik verwacht uw Kamer hier in december over te informeren.’

Integere ambtenaren op het ministerie van Landbouw hadden vanaf 16 mei direct een juridische analyse moeten opstarten. Maar ze bleven kennelijk liever op hun handen zitten – en Wiersma mocht uitleggen dat haar ambtenaren nog weer twee maanden extra nodig hadden.

Zwijgende ambtenaren

Toen kwam op 18 december 2024 het oordeel van de Raad van State over het zogenoemde intern en extern salderen. Wiersma kon in haar reactie opnieuw niets meer zeggen dan het armzalige: ‘Het gaat hier om een uitleg van de Habitatrichtlijn [van de EU] door de hoogste bestuursrechter. Deze rechtspraak is voor nu een gegeven, waaraan ik in beleid en wetgeving niet af kan doen.’

De ambtenaren hadden in december 2024 na zeven maanden nog steeds helemaal niets nuttigs aan te bieden aan hun minister. Ze zwegen bovendien over belangrijke aspecten van de zaak.

Zoals de omstandigheid dat de ammoniakemissies in noordwest-Duitsland hoger zijn dan in Nederland, maar daar geen politiek probleem vormen. Ook kwamen Wiersma’s ambtenaren niet met een analyse hoe met behulp van artikel 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn wellicht iets aan de uitspraak van de Raad van State gedaan zou kunnen worden. Het verkiezingsprogramma van BBB uit 2023 wees hier ook al op: ‘De Europese regelgeving biedt de mogelijkheid om redenen van groot openbaar belang aan te wijzen [bijvoorbeeld woningbouw en infra] waardoor toch snel vergund kan worden.’ Integere ambtenaren hadden dat natuurlijk voor hun minister moeten uitwerken. Niet gebeurd.

Identieke klaagprocedures

Ook: was en is het echt nodig dat Johan Vollenbroek en consorten het hele land bombarderen met tientallen identieke klaagprocedures tegen boeren en provincies?

Van de EU hoeft dat niet. Roland Plasterk schrijft in zijn voorwoord van Stikstoffuik 2.0, het nieuwe boek van Arnout Jaspers: ‘Sommige rechters [zijn] trots dat zij de reikwijdte van een [Europese wet] bewust ver hebben opgerekt’. Opnieuw kon minister Wiersma niet vertellen hoe we die schade kunnen repareren, want haar ambtenaren hielpen niet. Misschien vonden ze het wel mooi zo.

Politici mogen doodzwijgen en weglopen. Ambtenaren daarentegen horen loyaal en behulpzaam te zijn, ook aan een BBB-minister. Maar de linkse milieuambtenaren op het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur waren deloyaal, dachten heel anders dan Femke Wiersma en Jean Rummenie en vonden daarom dat ze hun eigen minister en staatssecretaris gewoon mochten saboteren.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!