Directeur Sophie de Lint van de Nationale Opera moet meer respect tonen voor de componisten en zelf een stap terug doen

EduardBomhoff 29-11-25
Aankondiging van de opera De maagd van Orleans door de Nationale Opera. Beeld: operaballet.nl.

Te vaak mislukken nieuwe producties van de Nationale Opera. Deze maand ging het mis met De maagd van Orleans, een zelden gespeelde opera van Tsjaikovski. Onbekende, maar prachtige muziek, mooi gezongen, maar in een foute, geforceerde en ook nog vrouwkwetsende regie-opvatting.

Het verhaal van de historische Jeanne d’Arc is bekend uit de geschiedenis. Als jong meisje had zij visioenen van heiligen die haar opriepen om te helpen in de strijd tegen de Engelsen. Met haar leger van vierduizend soldaten boekte zij overwinningen, maar sommige bisschoppen en professoren aan de Sorbonne vreesden dat Jeanne zo’n succes had omdat zij door de duivel was bezeten. Toen zij een gevecht verloor en door de Engelsen gevangen werd genomen, wilden haar vijanden aan het hof haar niet vrijkopen, en zo werd zij na een vals proces levend verbrand op de markt van Rouen op 30 mei 1430.

Een verzonnen proces

Sophie de Lint, directeur van de Nationale Opera, had de Russische regisseur Dimitri Tsjerniakov aangetrokken voor regie en decors. Zijn draaibare decors van een rechtszaal passen niet bij het libretto van de opera waarin helemaal geen proces voorkomt. Bij Tsjaikovski worstelt Jeanne met haar geweten omdat de liefde voor een ridder afleidt van haar goddelijke missie. Zijn opera eindigt met de brandstapel en een koor van engelen die Jeanne verwelkomen in het paradijs.

Tsjerniakov laat alle religieuze verwijzingen weg en vervangt Jeanne’s innerlijke worsteling door een twee uur durend verzonnen openbaar proces, waarbij Jeanne ook nog op een gynaecologische stoel wordt gesmeten door soldaten (eveneens verzonnen door de regisseur) en daarbij wordt uitgekleed tot bh en slip en een hoerige jurk krijgt – waarom?

Het deed denken aan de al even radicale ingreep van Tsjerniakov in de vier Ring-opera’s van Wagner in Berlijn. Twee avonden spelen onmiskenbaar diep in het bos – we weten van de gebroeders Grimm hoe belangrijk het bos was in de Duitse sprookjeswereld van de negentiende eeuw. Maar bij Tsjerniakov is geen bos te zien; zijn vertelling speelt vier avonden in wachtkamers van een ziekenhuis.

Tsjerniakov werd bij de première uitgefloten. Zijn afgang was ons geluk, want we konden kaarten krijgen voor een latere serie voorstellingen. Een onzinnige enscenering, maar wie de vier verhalen kent kan nog plezier beleven aan de inventieve manier waarop details door het acteren van de zangers toch overeind blijven.

Maar geen feest der (gedeeltelijke) herkenning bij de Maagd van Orleans, want wie kent het werk al? Sophie de Lint had kunnen beseffen dat zo’n radicale regisseur een groot risico was bij een onbekende opera. Nu moeten de toeschouwers zelf proberen te verzinnen wat Tsjaikovski bedoelde, en intussen zien ze hoe de fantastisch zingende Elena Stikhina door een dictatoriale regisseur wordt vernederd.

Smakeloos feminisme

Voor de zomer ook al een weinig geslaagde opvoering van Frau ohne Schatten. Marc Albrecht werd terecht geprezen voor de orkestklank, maar Sophie de Lint had Katie Mitchell gevraagd voor de regie, in Engeland bekend als de meest agressief- feministische regisseur. Naar eigen zeggen had zij voor Amsterdam het ‘sprookje’ van componist Richard Strauss omgevormd tot een ‘snelle en gewelddadige thriller’.

Strauss sluit feestelijk af in C-groot omdat de keizerin eindelijk haar kinderwens in vervulling weet gaan. Bij Katie Mitchell is het geen feest aan het eind, maar worden een aantal overbodig toegevoegde acteurs afgemaakt door een peloton van ook al extra toegevoegde terroristen – niet in de rolbezetting maar verzonnen door de regisseur – die de hele avond met mitrailleurs over het toneel marcheren. Smakeloos feminisme.

Terecht uitgefloten

Bij de opera moet er per avond en per stoel ongeveer tweehonderd euro subsidie worden toegevoegd aan wat de bezoekers betalen. Daarom is het een zaak van fatsoen om na te denken over wat hier beter kan. Directeur Sophie de Lint begon verkeerd door een al aanbestede productie van Otello te cancelen omdat het team uit ‘blanken’ bestond. Een gevaarlijke ideologie: straks verbranden we Homerus, omdat die dichtte over mannenliefde zonder zelf gecertificeerd homo te zijn.

Meer recent een enscenering van Fidelio waar niemand iets van begreep. Een misser van het management, nog extra omdat niet tijdig werd ingegrepen toen de regissieur zich niet alleen vergreep aan Beethoven, maar zich ook fout gedroeg jegens de artiesten. Terecht uitgefloten in Amsterdam.

De directeur op de eerste plaats

Mw. De Lint begint ieder jaarprogramma met drie pagina’s interview van haarzelf. Opera is onze hobby, dus we kijken ook naar brochures van andere operahuizen als Brussel, Luik en Berlijn. Overal maakt het jaarprogram reclame voor beroemde opera’s, zangers en dirigenten; alleen in Amsterdam staat de directeur op de eerste plaats met dit jaar: ‘Wij willen geen reconstructies brengen, maar kunstwerken van nu…. Regisseur Tsjerniakov ziet Jeanne d’Arc als een personage dat de sociale normen uitdaagt en daarom wordt uitgestoten.’ Dat is niet Tsjaikovski maar Tsjerniakov (hier een De maagd van Orleans uit het Bolsjoj theater. Tweeënhalf uur muziek zonder discussie van sociale normen en nergens een rechtszaal).

In de bioscoop zagen we een transmissie van Puccini’s Turandot uit de Londense opera. In de pauze een interview met regisseur Jack Furness: ‘Wat is uw visie op de opera?’ Furness: ‘Puccini is zo veel rijker dan ik… Het beste wat ik kan doen is zo veel mogelijk laten zien van wat Puccini heeft uitgedrukt… Er zijn zo veel lagen… Ik ben blij om al die lagen te ontdekken.’

Meer bescheidenheid

Zo’n bescheiden aanpak met eerbied voor componist en tekst is wel heel anders dan mw. De Lint die bij voorbeeld over Frau ohne Schatten zeker weet dat ze een regisseur nodig heeft om die ‘feeërieke opera te relateren aan de rauwe werkelijkheid’ (haar woorden). Ze kiest vaak goede zangers, maar moet echt veel meer respect tonen voor de componisten die zij op het podium mag brengen.

En ze kan meer kaarten verkopen door zelf een stap van drie pagina’s terug te doen in de brochure en haar eigen paginagrote kleurenfoto te vervangen door bijvoorbeeld een mooi portret van een artiest voor het komende seizoen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook straks in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank! 

Donateurs kunnen ook reageren op recente artikelen, video’s en podcasts en ter publicatie in Wynia’s Week aanbieden. Stuur uw publicabele reacties aan reacties@wyniasweek.nl. Vergeet niet uw naam en woonplaats te vermelden (en, alleen voor de redactie: telefoonnummer en adres). Niet korter dan 50 woorden, niet langer dan 150 woorden. Welkom!