Het gaat met onze economie nog niet slecht genoeg – en dus zullen we nog even moeten wachten op beter beleid
Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie. Dat was in 1980 de titel van een veelbesproken WRR-rapport, dat tot stand kwam onder leiding van de econoom, hoogleraar en PvdA-prominent Arie van der Zwan. In het kielzog van de sluiting van de Nederlandse kolenmijnen (1967-1974) gingen destijds ook veel fabrieken failliet en steeg de werkloosheid. Het rapport van Van der Zwan kreeg aandacht, maar had geen invloed op het beleid van de regeringspartijen CDA en VVD. Nog twee verkiezingen (in 1981 en in 1982) waren nodig voordat CDA en VVD eindelijk zover waren dat ze de juiste diagnose durfden stellen en de nodige maatregelen durfden doorzetten.
De geschiedenis herhaalt zich. Ook het rapport van Peter Wennink, oud-topman van ASML, over het toekomstbestendig maken van de Nederlandse economie, is veelbesproken, althans in de voorkeursmedia van de ambtenaren: NRC, de Volkskrant en Trouw (niet zo in De Telegraaf). Maar Wennink gaat anno 2026 net als Van der Zwan anno 1980 geen invloed krijgen. Pas na nog eens één of twee verkiezingen zijn CDA en VVD misschien zo wijs dat ze – net als destijds in 1982 – inzien wat er moet gebeuren en kunnen ze met steun van JA21, BBB, en misschien ook van PVV en FvD, aan het werk gaan.
Verkeerde diagnose
Van der Zwan had in 1980 geen invloed op de politiek, en Wennink nu ook niet, vooral omdat wat moet gebeuren politiek niet populair is, en daarom pas op de agenda komt wanneer de kiezers een steeds grotere afkeer krijgen van het huidige beleid. Maar ook omdat de diagnose niet klopt.
Van der Zwan stelde dat Nederland na de Tweede Wereldoorlog koos voor specialisaties in het bedrijfsleven die in de jaren zeventig steeds minder kansrijk werden. Hij pleitte voor overleg tussen overheid en bedrijfsleven over het aanmoedigen van modernere industriële bedrijven. Hij zag geen kans voor uitbreiding van de dienstensector. Fout gezien, want intussen is de werkgelegenheid in de zakelijke dienstverlening en de handel vijfenhalf keer zo groot als in de industrie. We nemen het Van der Zwan niet kwalijk dat hij dat in 1980 niet kon voorspellen, maar we nemen het de PvdA-ambtenaren van 1980 wél kwalijk dat zij het evenmin zagen, maar wel popelden om nog meer ambtenaren aan te nemen om ‘beleid’ te maken en miljarden belastinggeld uit te geven aan subsidies.
Het CDA/VVD-kabinet van Dries van Agt en Hans Wiegel (1977-1981) breidde de dure verzorgingsstaat nog verder uit. Dat was overeenkomstig het advies van Nederlands belangrijkste economieprofessor, Dirk Schouten (Tilburg), die in 1978 pleitte voor een nog hoger financieringstekort en voor looneisen die hoger waren dan de inflatie. Met zulke wetenschappelijke adviezen is het moeilijk voor politici om de weg van lagere inflatie en lagere overheidsuitgaven in te slaan. Drie jaar later, in de herfst van 1981, was de stemming in de wetenschappelijke wereld al omgeslagen. Professor Jan Pen (Groningen) legde uit dat het bevorderen van innovatie niet zo eenvoudig is, maar dat lagere lonen en prijzen en een minder dure overheid zeker helpen. Een betere analyse.
De derde reden waarom Van der Zwan geen invloed had, was omdat het nog niet slecht genoeg ging. De echte omslag moest – als gezegd – wachten tot 1982. CDA en VVD kwamen toen met beleid om de overheid goedkoper te maken en de inflatie veel lager. Tweede Kamerlid Thijs Wöltgens (PvdA) wilde liever de goudvoorraad verkopen, maar hij hoorde bij de machteloze oppositie.
We zijn nu ongeveer in de fase van Nederland anno 1978. Derk Loorbach, hoogleraar ‘sociaal-economische transities’ (Rotterdam) beweert: ‘Hoe snel de transitie ook gaat, het moet altijd nog sneller’. Helaas voor Loorbach zijn hoogleraren tegenwoordig onbelangrijk, want de universiteiten hebben veel gezag verloren. De stem van het bedrijfsleven klinkt daarentegen veel luider dan in 1978, toen managers vlot werden weggezet als ‘kapitalisten’. En die stem van het bedrijfsleven is nog steeds een roep om subsidie voor windmolens en fabrieken voor groene waterstof. Lees wat VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen onlangs zei in het blad van haar club: niets is belangrijker dan de energietransitie.
Het mkb wordt niet gehoord
Opnieuw wordt het midden- en kleinbedrijf niet gehoord. Geen woord over het mkb in het rapport-Wennink, maar wel miljarden voor de grote bedrijven met lobbyisten in Den Haag. In mijn oratie in Rotterdam waarschuwde ik op 18 februari 1982 net als Van der Zwan tegen giften aan grote bedrijven: ‘Honderden miljoenen steun voor die bedrijven die groot genoeg zijn om vanuit Den Haag gezien en gehoord te worden, gefinancierd uit hogere belastingen onder meer op de resterende kleinere zelfstandigen, moet wel betekenen dat minder Nederlanders het zullen aandurven om een eigen zaak te beginnen. Dan leidt de steun aan individuele bedrijven per sado tot minder werkgelegenheid op de wat langere termijn.’
Misschien wordt het 2027 of 2028 voordat de media minder gaan luisteren naar transitiefantasten. De tien grootste landen in de wereld hebben de onverstandige (en onmogelijke) doelstelling van een wereld zonder olie en gas al laten schieten. Waarom moet klein Nederland dan de eigen economie nog verder kapot maken?
Wéér dezelfde ambtenaren
Het rapport-Wennink pleit voor goedkopere energie, maar ook voor miljardensubsidies aan geselecteerde bedrijven en bedrijfstakken. Hoe dat kan zonder omvangrijke bezuinigingen lezen we niet. En nog principiëler: Wennink gaat niet in op de vraag waarom wij de toekomst in de handen moeten leggen van dezelfde ambtenaren die de afgelopen jaren zulk slecht advies gaven. Zoals subsidies voor biomassa – in werkelijkheid voor het per dieselschip invoeren van gekapte bossen. Plus sabotage, eerst van onderwijsminister Dennis Wiersma, meer recent van landbouwminister Femke Wiersma en van woningbouwminister Mona Keijzer. En: geen oprechte pogingen om te ontsnappen uit de stikstoffuik. Zijn zulke ‘bestuurskundigen’ nu opeens wel in staat om kansrijke bedrijven te ontdekken?
Jan Pen had op dat punt gelijk in 1980: innovatie bevorderen is niet eenvoudig en ambtenaren schieten vaak mis, zeker wanneer het ‘bestuurskundigen’ zijn die niets weten van natuur en techniek. Daarentegen zal een goedkopere overheid gegarandeerd helpen na jaren van exces onder minister van Financiën Sigrid Kaag – denk aan de miljarden voor (deels antisemitische) ngo’s, de financiering van de CO2-acties van klimaatminister Rob Jetten en diverse miljardensubsidies om ons gedrag te veranderen.
Als de geschiedenis van 1978-1982 zich herhaalt, lijken nog twee Kamerverkiezingen nodig, en stijgende woede over verdere achteruitgang, voordat de ommekeer komt.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















