Geluk bij een ongeluk: géén GroenLinks met de Bijbel in het nieuwe kabinet
D66, VVD en CDA staan klaar om weer samen te gaan regeren, net als in de jaren 2017-2024. Enige verschil: de ChristenUnie doet deze keer niet mee. Laten we daar maar niet rouwig om zijn.
Stel dat er een prijs zou bestaan voor politieke partijen die de afgelopen decennia de meest ingrijpende metamorfose hebben doorgemaakt. Welke partij zou die onderscheiding dan moeten krijgen?
Er is eigenlijk maar één winnaar denkbaar: de ChristenUnie en haar voorlopers, te weten het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Er werd in die kringen nauwelijks een steen op de andere gelaten.
‘Klein rechts’
Tot ver in de jaren negentig stonden GPV en RPF op het Binnenhof bekend als ‘klein rechts’, net als de Centrumpartij en de SGP. Helemaal ten onrechte was dat predicaat niet.
Zo waren GPV en RPF uiterst kritisch over het ‘revolutionaire’ streven naar vrouwenemancipatie en Europese eenwording. Ook van de verzorgingsstaat moesten beide partijen weinig hebben. Het GPV stemde in 1963 zelfs tegen de Algemene bijstandswet van minister Marga Klompé. De wet werd op bijbelse gronden ondeugdelijk verklaard, want strijdig met ‘de goddelijke orde’. Het apartheidsregime in Zuid-Afrika kon daarentegen op veel begrip rekenen. En de islam? ‘De komst van moslims naar Nederland is geen verrijking van de samenleving,’ zei GPV-fractievoorzitter Gert Schutte in 1996.
Evenmin mals waren de opvattingen op zedelijk terrein. ‘Er moeten maatregelen worden genomen die erop gericht zijn de publieke uitingen van de homoseksuele subcultuur (uitstralingseffecten van contactcentra, het propageren van deze geaardheid) zoveel mogelijk te beperken,’ stond in 1981 te lezen in het verkiezingsprogramma van de RPF. ‘Woningcorporaties mogen niet gedwongen worden hun woningen te verhuren aan ongehuwd samenlevende paren of aan mensen die een homofiele relatie zijn aangegaan,’ vermeldde het GPV-programma. ‘Waarom zou een praktiserend homoseksueel beter zijn dan een dief,’ vroeg RPF-lijsttrekker Leen van Dijke zich in 1996 af in een geruchtmakend interview met Nieuwe Revu.
Zowel het GPV als de RPF waren principieel protestants. Voor het GPV gold zelfs dat het in de praktijk een kerkelijke partij was, met als thuisbasis de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Dat de iets minder orthodoxe protestanten van de ARP en de CHU sinds de jaren zeventig samen met de katholieke KVP bezig waren op te gaan in het oecumenische CDA, werd dan ook streng afgekeurd. Volgens GPV-leider Pieter Jongeling, tevens hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, betrof het een symptoom van een ‘geestelijk vervalsproces’.
De RPF was in kerkelijk opzicht veel coulanter dan het GPV, maar voor het overige minstens zo conservatief. De afkeer van christendemocraten was er groot. ‘Christen en democratie sluiten elkaar uit,’ vertelde RPF-aanvoerder Meindert Leerling in 1981 aan Elsevier. ‘Democratie betekent: het volk regeert. Maar God regeert.’
Radicale afrekening
De ChristenUnie, opgericht in 2000, is de laatste jaren bezig radicaal af te rekenen met de erfenis van de fusiepartners GPV en RPF. Vrouwenemancipatie en de verzorgingsstaat worden toegejuicht en de Europese Unie is allang geen kwestie meer. Niet regeren met links, zoals voorheen, maar regeren met rechts (lees: de PVV) stuit tegenwoordig op principiële bezwaren. Van een conservatief-protestants alternatief voor het CDA is de partij – zeker als het gaat om sociaal-economische thema’s, klimaat en asiel – getransformeerd tot een evangelische versie van GroenLinks. Of zoals Paul Blokhuis, toenmalig staatssecretaris van de ChristenUnie, het in 2019 formuleerde in een interview met Trouw: ‘Ik was best rechts. Maar tegenwoordig zeg ik: ja, ik ben links.’
Bij de metamorfose van de ChristenUnie hoort ook dat de partij een ‘CU4all-netwerk’ heeft gekregen, speciaal voor LHBTIQ’ers. Ook de vermaledijde ‘roomsen’ van weleer zijn tegenwoordig van harte welkom. De in 2023 aangetreden senator Eric Holterhues is er de belichaming van: hij is zowel de eerste katholieke ChristenUnie-vertegenwoordiger op landelijk niveau als praktiserend homoseksueel.
Onbetrouwbaar kompas
Electoraal gaat het de laatste jaren bergafwaarts met de ChristenUnie. De ellende begon bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2023: gevoelig stemmenverlies (van 4,9 naar 3,7 procent), dat zich daarna ook vertaalde in zetelverlies in de senaat. Later dat jaar ging het nog veel erger mis bij de Tweede Kamerverkiezingen: twee van de vijf zetels gingen verloren.
Vervolgens verdween de partij uit de regering en ging ook de enige zetel van de ChristenUnie in het Europees Parlement teloor. De benoeming, in oktober 2024, van Carola Schouten tot burgemeester van Rotterdam was een lichtpuntje: gelukkig voor de ChristenUnie kwam daar geen kiezer aan te pas. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober was er een nieuwe electorale domper: nog maar 1,9 procent van de stemmen, de slechtste uitslag voor de ChristenUnie en haar voorlopers sinds 1986.
De misère zal vast meerdere oorzaken hebben. Eén ervan is ongetwijfeld dat je kiezers niet kunt blijven wijsmaken dat de Bijbel – volgens de partij van Mirjam Bikker het eeuwige en onveranderlijke Woord van God – een bij uitstek betrouwbaar politiek kompas is, terwijl je zelf in de praktijk hebt bewezen dat je er alle kanten mee op kunt.

In De Linkse Kerk onderzoeken prominente auteurs onder redactie van Syp Wynia en Henk-Jan Prosman de moderne woelingen onder de gereformeerden en de soms verregaande effecten op Nederland als geheel. Want gereformeerden zijn gewend voorop te gaan, ook als ze linksaf slaan. Het boek is verschenen bij uitgeverij Blauwburgwal en HIER verkrijgbaar.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















