Uniek: Greenpeace kreeg in Amerika een miljoenenboete en wil die nu door de Nederlandse rechter laten kwijtschelden
Artikel beluisteren
Greenpeace moet honderden miljoenen euro’s schadevergoeding betalen in een Amerikaanse rechtszaak. De Nederlandse tak van Greenpeace vecht de boete nu aan bij de Nederlandse rechter. Die staat voor een groot dilemma: een deuk slaan in het gezag van de Amerikaanse rechter, of een nieuwe Europese richtlijn buiten de orde verklaren.
In 2014 begon het Amerikaanse Energy Transfer – een olie- en gaspijpleidingbedrijf uit Texas – met de ontwikkeling en de bouw van de Dakota Access Pipeline (DAPL). Deze ondergrondse pijpleiding van ruim 1800 kilometer zou olie van North Dakota naar de Amerikaanse Golfkust moeten vervoeren.
Tegen de bouw van de pijpleiding was veel verzet vanuit milieu- en mensenrechtenorganisaties. Deze leiding zou door oude, heilige gronden van inheemse stammen gaan, en zou fossiele brandstofwinning blijven faciliteren.
Verschillende organisaties, waaronder Greenpeace Inc. USA, Greenpeace Fund en het in Nederland gevestigde Greenpeace International, voerden campagne om de aanleg van de DAPL te voorkomen. Tijdens de bouw vonden verschillende protestacties plaats, die volgens Energy Transfer grote financiële schade hebben veroorzaakt. Greenpeace zou zich schuldig hebben gemaakt aan vernielingen, het onrechtmatig betreden van bouwplaatsen, geweld en intimidatie tegen personeel van Energy Transfer en ordehandhavers, en het verspreiden van onjuiste en lasterlijke informatie over Energy Transfer en de DAPL. De pijpleiding zou per 1 januari 2017 operationeel zijn, maar is dat pas sinds juni 2017.
Dreigend faillissement
In maart 2025 oordeelde een jury in North Dakota dat Greenpeace, waaronder Greenpeace International, verantwoordelijk was voor de door Energy Transfer geleden schade. Greenpeace kreeg een boete van ruim 660 miljoen dollar, waarvan 132 miljoen dollar voor rekening van Greenpeace International (in Nederland). Nooit eerder kreeg de actiegroep zo’n hoge boete.
Later, in oktober 2025, oordeelde de rechter in North Dakota dat Greenpeace niet langer 660 miljoen, maar 345 miljoen dollar verschuldigd is aan Energy Transfer – waarvan 64 miljoen voor de Nederlandse tak. Een flinke verlaging, maar nog altijd een enorm bedrag. Greenpeace USA zegt dat de boete nog steeds een dreigend faillissement betekent.
Tegen dit vonnis van de Amerikaanse rechter gaat Greenpeace nu in hoger beroep. Het opvallende is dat het Nederlandse Greenpeace International niet alleen naar de Amerikaanse, maar ook naar de Nederlandse rechter stapt. Met de claim dat de Amerikaanse zaak een zogeheten ‘SLAPP’-zaak (Strategic Lawsuit Against Public Participation) is: een vorm van juridische intimidatie die sinds kort in strijd is met het EU-recht. Greenpeace hoopt dat de Nederlandse rechter oordeelt dat de boete niet wordt erkend.
Sinds 2024 is de zogeheten SLAPP-richtlijn actief in de Europese Unie. Volgens de richtlijn moeten (onderzoeks)journalisten, activisten en ngo’s beter beschermd worden tegen dure en intimiderende rechtszaken door multinationals, politici en zeer vermogende individuen. Gerechtelijke procedures die door een Europese (en dus ook Nederlandse) rechter worden beschouwd als een SLAPP-zaak zijn strijdig met de Nederlandse en Europese rechtsorde.
Greenpeace International (GPI) is ervan overtuigd dat de Amerikaanse rechtszaak zo’n SLAPP-zaak is. De in Amsterdam gevestigde tak van Greenpeace stelt dat de handelingen waarvoor Energy Transfer schadevergoeding vraagt, niet door hen zijn uitgevoerd. GPI meent slechts een brief te hebben ondertekend die gericht was aan banken die het DAPL-project financierden, met het doel om de financiering te stoppen.
Volgens GPI is de door Energy Transfer aangespannen zaak primair bedoeld om het publieke debat (en daarmee ook Greenpeace) de mond te snoeren, en niet om schade vergoed te krijgen. Ook zou er een duidelijk ongelijke machtsverhouding bestaan tussen de twee partijen, omdat Energy Transfer veel meer financiële middelen heeft dan GPI. Vanwege deze ongelijke machtsverhouding zou GPI nog harder worden getroffen, en zou er een ‘chilling effect’ worden gecreëerd. Bovendien zou GPI reputatieschade hebben opgelopen door de rechtszaak en uitingen van Energy Transfer. Daarom eist GPI bij de rechtbank Amsterdam een schadevergoeding van het Texaanse pijpleidingenbedrijf.
‘Nederlandse rechter niet bevoegd’
Daar is Energy Transfer het sterk mee oneens. Volgens het Amerikaanse bedrijf is de rechter in Nederland niet bevoegd om hierover te oordelen. Zo wordt er door GPI in Nederland geen (voor vergoeding in aanmerking komende) schade geleden, zijn de Amerikaanse procedures geen SLAPP-zaken, en al zou dat wel het geval zijn, is de SLAPP-richtlijn niet van toepassing.
Energy Transfer stelt dat de door GPI geleden schade zich heeft voorgedaan in de VS – en niet in Nederland –waardoor de Nederlandse rechter niet bevoegd is om hierover een oordeel te vellen. Daarnaast is de SLAPP-richtlijn pas in werking getreden ná de DAPL-protesten, en kan hierom geen beroep worden gedaan op de richtlijn. De Amerikaanse rechtszaken zijn bovendien geen SLAPP-zaken omdat het primaire doel niet is om publieke participatie te voorkomen of bestraffen. Ook zou er geen sprake zijn van een ongelijke machtsverhouding, aangezien Greenpeace zelf de meest kapitaalkrachtige en invloedrijke milieuorganisatie ter wereld is. Mocht de rechter tóch bevoegd zijn, dan zou hij alsnog moeten inbinden, omdat de zaak in de VS nog loopt en over hetzelfde onderwerp gaat.
De kwestie is uniek. Greenpeace vecht in Nederland een miljoenenboete aan die haar in de Verenigde Staten is opgelegd, en is er zelfs van overtuigd dat het Amerikaanse proces een schending van het procesrecht is. Voor het eerst wordt de nieuwe SLAPP-richtlijn door de rechter getoetst.
Wat de rechtbank ook beslist, het zal ingrijpende gevolgen hebben. Als de rechter meent bevoegd te zijn om te oordelen en GPI in het gelijk stelt, betekent dat dat de boete die de Amerikaanse rechter heeft opgelegd niet wordt erkend binnen Nederland en de Europese Unie, en dus ook niet in de EU mag worden geïnd.
Daarmee wordt het gezag van de Amerikaanse rechter (maar ook de reputatie van Energy Transfer) in Europa beschadigd. Het expliciet oordelen dat een vonnis uit een derde land niet wordt erkend kan ook tot gevolg hebben dat meer partijen naar een EU-rechter stappen om zaken in andere landen aan te vechten. En dat grote bedrijven juist huiveriger worden om naar een EU-rechter te gaan.
Ingrijpend besluit
Als de rechter zichzelf daarentegen níet bevoegd vindt, of Energy Transfer in het gelijk stelt, blijft de boete voor GPI staan, en kan deze alleen in de VS worden aangevochten. Dat zou tevens betekenen dat de SLAPP-richtlijn meteen in de allereerste zaak minder bruikbaar blijkt – geen aantrekkelijk perspectief voor de toekomst.
De Nederlandse rechter staat hoe dan ook voor een moeilijk besluit. De zitting is op 16 april, in Amsterdam.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















