Hans Hoogervorst: We betalen 12,5 keer zoveel aan Europa als we uit Brussel terugkrijgen. Wanneer slaat Rob Jetten eindelijk met de vuist op tafel?

WW Hoogervorst 16 juni 2026
Het beeld dat dat de Europese Unie ons land immense economische voordelen biedt, klopt per saldo allang niet meer. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Door Hans Hoogervorst*

‘Niet acceptabel, onbetaalbaar en niet in balans.’ Met deze vernietigende teksten heeft VVD-minister Eelco Heinen van Financiën verleden week een voorstel van EU-voorzitter Cyprus voor de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie van tafel geveegd. De stevige taal van Heinen is volledig terecht, want het Cypriotische ‘compromis’ haalde slechts 2 procent af van het megalomane begrotingsvoorstel van de Europese Commissie, waarin de EU-begroting zou stijgen tot 2000 miljard euro. Daarmee wordt de facto de omvang van het Coronafonds, waarvan bij oprichting in 2020 nog bezworen was dat het om tijdelijk geld zou gaan, permanent toegevoegd aan de Europese begroting.

Bovendien wordt vrijwel geen cent bezuinigd op de bestaande subsidiestromen voor landbouw en de zogenaamde cohesiegelden, (de interne ontwikkelingshulp binnen de EU). Velen vragen zich af of die oude subsidiestromen nog wel nodig zijn. Minister Heinen heeft dus alle reden woedend te zijn.

Toenemende scheefgroei

Tot mijn grote verbazing wordt in Den Haag echter nauwelijks aandacht besteed aan de toenemende scheergroei tussen wat ons land aan de Europese begroting bijdraagt en hoeveel wij daarvan uit Brussel terugkrijgen. Als handelsland dragen we een enorme hoeveelheid douanerechten aan Europa af, terwijl we ook vanwege onze relatieve rijkdom zwaar worden aangeslagen. Tegelijkertijd komen we niet of nauwelijks in aanmerking voor landbouwsubsidies en cohesiesubsidies (de interne ontwikkelingshulp in de EU). Het resultaat is dat Nederland al sinds jaar en dag veel meer aan Europa afdraagt dan het terugkrijgt. Als erkenning van deze onbalans krijgt Nederland sinds 2007 een korting op de afdrachten, die inmiddels is opgelopen tot ongeveer 1,9 miljard euro.

Ondanks deze korting blijft de Nederlandse netto bijdrage aan Europa de komende jaren fors oplopen. In 2030 zullen we 17,8 miljard euro aan Brussel afdragen, terwijl we nog slechts 1,4 miljard euro vanuit Brussel terugkrijgen. We betalen dan dus maar liefst 12,5 keer zoveel aan Europa als we uit Brussel terugkrijgen en onze netto bijdrage zal dan 16,4 miljard euro bedragen. Dat is ongeveer 1,5 procent bbp en jaarlijks zo’n 2000 euro per huishouden. Het gaat dus om groot geld. Er is geen enkele andere lidstaat die zich op deze manier de kaas van het brood laat eten.

Als België door hetzelfde lot werd getroffen als Nederland, zou premier Bart De Wever ongetwijfeld luidkeels klagen over de stiefmoederlijke behandeling van zijn land. Een Spaanse premier zou in eigen land worden gekielhaald als hij met een dergelijk onderhandelingsresultaat zou thuiskomen. Maar in Nederland heeft bijna niemand het over de scheve bijdrage aan de EU. In één van zijn eerste debatten stelde premier Rob Jetten zelfs dat het onrealistisch was te verwachten dat Nederland zijn bestaande korting zou kunnen behouden. Misschien was hij er zich op dat moment nog niet van bewust hoe beroerd de Nederlandse financiële verhouding met de EU is. Maar in Brussel werd ongetwijfeld vergenoegd in de handen gewreven.

Ook de Tweede Kamer is tot nu toe vrijwel stil gebleven over de netto bijdrage. Misschien komt dat omdat de onderliggende cijfers niet makkelijk te vinden zijn. Ik ben ze pas tegengekomen op pagina 247 van de bijlagen bij de Miljoenennota; het was dus wel even zoeken. Maar mogelijk speelt ook een rol dat de cijfers zo gênant zijn dat men ze maar liever negeert. De Tweede Kamer heeft in meerderheid immers met alle Europese voorstellen ingestemd die tot deze wanverhouding hebben geleid. De situatie is nu zo beroerd, dat men het liefst de andere kant lijkt op te kijken.

Excessieve regelgeving

Misschien denken onze politici ook dat Europa per saldo nog steeds een enorme bron van welvaart voor ons land is. Maar dat is met deze getallen niet meer plausibel. Zeker, de Europese interne markt is van groot belang voor onze handel, maar een groot deel van dit voordeel wordt simpelweg opgegeten door deze almaar oplopende afdrachten aan Brussel.

Bovendien heeft ons bedrijfsleven veel last van excessieve regelgeving vanuit Brussel. Ook groeit de Europese economie nauwelijks, mede omdat de bescherming van de Europese Centrale Bank de schuldenlanden de noodzaak tot broodnodige hervormingen ontneemt. De wisselkoers van de euro is voor onze economie ook te laag, hetgeen de Nederlandse consument een permanent koopkrachtverlies oplevert. Europa is om geopolitieke redenen nog steeds van groot belang voor Nederland. Maar het beeld dat dat de Europese Unie ons land immense economische voordelen biedt, klopt per saldo allang niet meer.   

Het is daarom bittere noodzaak dat de buitensporige afdrachten aan Europa worden ingeperkt. De Nederlandse onderhandelingsstrategie is er tot nu toe op gericht het algemene uitgavenniveau zover mogelijk naar beneden te drukken. Dat is zeker nodig, maar het is de vraag hoeveel dat gaat opleveren. De zuidelijke en oostelijke lidstaten zullen nooit accepteren dat er ingrijpend wordt gesneden in de cohesieuitgaven. Frankrijk zal nooit toelaten dat er fors wordt gekort op de landbouwsubsidies. Anders dan Nederland zullen deze landen niet aarzelen een veto uit te spreken om hun zin te krijgen.

De beste kans die Nederland heeft om zijn bijdrage te beperken, is door zwaar in te zetten op een forse ophoging van de Nederlandse korting op de afdrachten. Men moet de absurditeit van de hoge Nederlandse nettobijdrage helder naar voren brengen en duidelijk maken dat dit voor Nederland niet langer verteerbaar is.

Jetten zou zijn Europese collega’s kunnen vertellen dat een nettobijdrage van meer dan 16 miljard niet te verdedigen is, terwijl hij op de Nederlandse sociale zekerheid ruim 6 miljard moeten bezuinigen. Een Thatcheriaanse ‘I want my money back’-rol is een D66-leider misschien niet op het lijf geschreven, maar de manier waarop de gewone Nederlander moet bloeden voor de Europese subsidiemachine is evident onrechtvaardig. Het beschermen van de modale belastingbetaler zou onze bewindslieden toch de nodige motivatie moeten geven.

Een forse ophoging van de Nederlandse korting zou als bijkomend voordeel hebben dat de netto ontvangers in de Europese Unie zelf meer aan de begroting moeten gaan bijdragen. Hun enthousiasme voor steeds verdere verhoging van de Europese begroting zal daarmee bekoelen.

Besluitvorming blokkeren

Nederland staat zeker niet machteloos. Ook voor de nieuwe Europese meerjarenbegroting is eenstemmigheid vereist, dus Nederland kan de besluitvorming blokkeren als niet aan onze eisen wordt voldaan. Vele andere lidstaten zouden dit in soortgelijke omstandigheden zonder enige aarzeling doen. Maar Nederland heeft in de afgelopen jaren bepaald niet laten zien over een dergelijke hardheid te beschikken. De kans is dus groot dat ook de komende jaren de Nederlandse belastingbetaler het kind van de Europese rekening blijft.

*Hans Hoogervorst (VVD) was staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Kok II, minister van Financiën in het kabinet-Balkenende I en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de kabinetten-Balkenende II en III. Van 2007-2011 was hij voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten en van 2011-2021 voorzitter van de International Accounting Standards Board (IASB) te Londen.  

Wynia’s Week verschijnt drie keer per week, 156 keer per jaar, met even onafhankelijke als broodnodige artikelen en columns, video’s en podcasts. U maakt dat samen met de andere donateurs mogelijk. Doet u weer mee, ook in 2026? Kijk HIER. Hartelijk dank!